“Bethlehems stal in de geest bezocht”
1974-12-20
Het is een vreemde stoet, die door de straten van Jeruzalem zich voortbeweegt. Niet dat Jeruzalem er iets van merkt, want het is net alsof er een klein wonder is gebeurd. De tijdklok is negentien eeuwen teruggedraaid. - Jaargang 18
- nummer 47
De ogen der Jeruzalemmers worden gehouden dat zij niets zien van die stoet, en hun oren dat zij niets horen van het commentaar dat die vreemde reizigers onderweg vrijmoédig geven.
Niet dat die laatsten hun nieuwe omgeving zo vreemd vinden.
Het is niet de opvallendheid van het vreeemde - wat hun opvalt is, dat er niets nieuws onder de zon is.
De dag die zij doortrokken was een alledaagse dag. De schil wacht bij het paleis van Herodes staat even verveeld te kijken als gisteren. De romeinse soldaten exerceren voor de duizendste maal op het kazerneplein. Een paar kinderen spelen bruiloftje.
Ergens moeten ze wachten voor een voorbijgaande begrafenisstoet.
Bij de tempel is het een komen en gaan van mannen en vrouwen.
Een priester haast zich naar zijn werk.
DE STOET trekt verder, slaat de weg in naar het Westen, naar Bethlehem.
't Wordt nu snel donker. De nacht valt over het judeese bergland - dekt de schamelheid der huizen barmhartig toe.
Ze naderen het dorp. Wat kinderen dringen naar voren. Hé - er is maar één herberg, merkt een der oudsten op. Niet waarde juffrouw heeft zelf verteld dat er een heleboel waren, en overal was er een meneer die nee zei: geen plaats.
Toen ze bij de herberg waren, stond er iemand bij de benedenverdieping: hier is 't, zei hij - en deed de deur open. Enkelen wisten beter: niét waar! 'de stal staat buiten het dorp - en ze liepen door.
DE EERSTEN, aan de kop van de stoet, gingen de stal al binnen en keken nieuwsgierig rond.
Ja, daar was de kribbe.
Wat gek: héél anders dan ik hem thuis getekend heb. En de os en de ezel zijn' er ook niet. Er is geen
Kerstboom. Er zijn niet eens kaarsen, zei het roomse jongetje. Vooraan stonden nu een paar kleintjes. Ze keken naar het kindje in de kribbe, dat kindje in doeken gehuld – precies zoals het hun verteld was.
Eén deed de duim uit de mond en zei ernstig tegen de anderen: dat is de Here Jezus. De anderen knikten instemmend: zullen we zingen? En ze zongen, ter ere van dat Kindje, dat alle ziel behoudt.
MAAR NU begonnen, ongeduldig, de grote mensen achter hen te dringen en te duwen. Vooraan de journalisten, de schrijvers en de fotografen.
Ook zij keken allen even rond, wierpen een blik op 't Kindje, 'n enkele wat langer, de meesten heel kort; sommige!"! - eigenlijk helemaal niet expres - vergaten zelfs te kijken. Dat kwam natuurlijk omdat ze zo druk met elkaar in gesprek waren.
VOORAAN SPRAK iemand zijn buurman aan over -het afschaffen van de christelijke feestdagen: principiëel op tegen. De ander was 't daar niet mee eens: 't gaf je in elk geval nog een paar vrije dagen - en de kerk moest dan ook acte-de-présence geven. Iémand moest er toch bij zo'n gelegenheid iets zeggen van al die kersttaarten en kerstkaarten.
Nou en daarom ...
Maar de eerste kreeg al bijval van een ondernemend man: gelijk hebt u, meneer - allemaal produktieverlies. De kapper en de bakker en de slager waren het daar niet helemaal mee eens.
De kapper hield zich op de vlakte - vanwege de cliëntele - maar och, zeiden ze, door elkaar genomen worden wij er toch niet veel beter van ... en dan ... de mensen vergeten: je komt je bed niet meer in 's nachts; nee blij dat het zowat weer voorbij en nieuwjaar is.
Nieuwjar - 't liep tegen het nieuwe jar - een paar theologanten volgden nu in de stoet: man, wist je dan niet dat dat onzin is? Jezus is helemaal niet in de winter, tegen het nieuwe jaar, geboren.
De schapen slapen nota bene buiten - je ziet toch met eigen ogen dat de stal leeg is?
Een paar deelnemers, in priesterdracht, mengden zich nu in het gesprek: ze brachten de traditie, de heilige vaders en de dito concilies te berde - wat altijd, overal, door allen geloofd was.
VELE NIEUWSGIERIGEN dromden nog achter hen aan. Ook zij hadden hun vragen.
Wordt zo'n kindje nu echt in doeken gewikkeld? Zijn Jozef en Maria wel echt arm? Is er geen instantie die hier bijstand kan verlenen? Wat is die herbergier voor een man? Zou hij nu werkelijk geen plaats meer gehad hebben? Of was het een smoesje?
En waar woont nu die familie van Jozef? En van Maria? Gek dat die mensen er niets aan doen, gewoon een schande ... Waar zitten overigens die herders? Zijn dat vromen of niet? Wie zijn hun werkgevers? Zouden ze een behoorlijke arbeidsovereenkomst hebben? En Jozef?
De fotografen, reporters en interviewers kregen druk werk.
Sociale verhoudingen, overheidsmaatregelen, het rapport van Rome, de toenemende belastingdruk, het kolonialisme, onderdrukking, uitbuiting, interventie, internationale waarnemers, I hulp van het Rode Kruis, abortus-klinieken, algemene bijstand, loonderving, onkostenvergoeding, het slepende conflict tussen Israël en de Arabieren (Herodes), communisme en kapitalisme - aan gespreksstof geen gebrek.
DE STOET trok ondertussen al discussiërend verder - de hele rij. Mensen van alle eeuwen en alle plaatsen: Groten en kleinen, voornamen en eenvoudigen.
Ze hadden aandacht voor alles.
Voor alles wat ook maar in de verste verte te maken had met dit kind. Sommigen wilden tot elke, prijs terug over Rome. Om protest aan te tekenen. Om te demonstreren tegen dergelijke toestanden.
Maar velen waren, in het vuur van de discussies, het Kind al voorbij voor ze er erg in hadden o ja, er waren ook wat brieven bezorgd bij de herberg: 't Spijt me, ik heb juist een goede tweedehands wagen overgenomen en moet er eerst mee naar de keuring, jammer! heb een mooi perceeltje bouwgrond kunnen kopen en had een afspraak voor vandaag gemaakt; graag een volgende keer.
Komt werkelijk heel slecht uit het is m'n trouwdag vandaag en we gaan er eindelijk eens een paar dagen samen tussen uit, maar als we terug zijn ...
Er was ook een telegram met betaald antwoord: heb belangrijke bespreking vandaag stop verzoek andere datum stop direct antwoorden stop.
INTUSSEN WAS de nacht vrijwel verstreken. In het Oosten boven de bergtoppen begon 't reeds te dagen, zoals 't behoorde.
Je hoorde het sommigen trouwens al zingen. En in het eerste licht van de nieuwe morgen herkregen de huizen van Bethlehem hun oude, scherpe contouren. Tegelijk begon de stoet van mensen te vervagen tot allen geheel verdwenen waren. De mensen waren weer teruggekeerd, in hun eigen tijd, in hun eigen land.
Ze zijn weer in hun huizen, kantoren, fabrieken. Ze zitten op de herdenkingsdag. van Christus' geboorte weer in de kerk. Of niet.
Ze zijn weer bezig met hun veelvoud aan problemen, want ze zijn - zoals dat heet - politiek, maatschappelijk, economisch, cultureel, kerkelijk, geëngageerd.
Blijft de vraag, in hoeverre ze beseffen hoezeer dit Kind van toen, deze Koning van nu betrokken is bij.en reageert op hun eigentijdse problemen.
Een stukje evangelie blijft hier hardnekkig doorklinken: Hij is gekomen tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Is dat alleen maar een historische constatering? Of heeft die dichteres gelijk: "Ik ben uw kribbe vaak voorbijgelopen / maar had geen tijd om er bij stil te staan"? (E. IJskes-Kooger, Als glas in de zon, pg. 32).
NATUURLIJK, ER zijn heel wat détails die wij graag zouden weten.
Heel wat feiten en problemen om bij stil te staan. Reële feiten en reële problemen. De vraag is alleen onder welke gezichtshoek wij ze bezien.
Lucas, Gods verslaggever, heeft alles van meet aan nauwkeurig nagegaan. Alles! Maar van dat alles heef.: hij maar heel weinig opgeschreven. Voor de krant zou hij een slechte zijn. Maar voor God is hij een goede verslaggever: hij heeft, oog voor Gods grote daden. Hij heeft Gods boodschap door, onopgesmurkt, Toch is het een wereldprimeur! "
"Heden is geboren. .. - een geregistreerd feit. "De Redder" ... : Hij, die de ban breekt, de ring der belegeraars doorbreekt. Die gevangenen vrijheid schenkt en aan hun ellende denkt.
"De Messias", de door God aangewezen en bekwaamgemaakte Gezalfde, die de zaligheid voor die Hem vreest, bereidt, door al de nageslachten. "De Heer ... ": zo zegt het de hemel als mensen "- nog niet meer zien dan een hulpeloos kind, in doeken gehuld.
"In de stad van David": en met de schriftgeleerden (Mt. 2 : 6) verkeren we Micha's profetie in haar tegendeel: en gij, Bethlehem, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda.
De Geboortekerk in Bethlehem liegt er niet om. Of wel?
Evenmin als de massale tegenstrijdige processies van christenen van allerhande dominaties, die in Israël de verdeeldheid der christenheid maar al te duidelijk demonstreren. De plaats waar Jezus geboren heet te zijn, is aangegeven met een zilveren ster (om nog maar te zwijgen van alle andere kostbaarheden en ikonen). Die ster draagt het opschrift: Hier is Jezus Christus geboren uit de maagd Maria. De kerk in Bethlehem staat nog overeind en zal opnieuw door een keurleger van aardse pelgrims bezocht worden. Maar wat staat er nog overeind - en niet alleen in Bethlehem - van die belijdenis: geboren uit de maagd Maria? .
En toch blijft staan Micha's woord inzake de stad Davids: en gij, Bethlehem Efratha, al zijt ge klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Hij voortkomen die een Heerser zal zijn ... Ja, toch: er is een gróót wonder gebeurd! Zelfs de (heidense) wijzen uit het Oosten hadden het begrepen: waar is de Koning der Joden geboren?
Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen ...