Over zekerheden en onzekerheden

1974-12-20
  • Jaargang 18
  • nummer 47
Kort nadat de redaktie van ons blad mij had gevraagd iets te schrijven met het oog op het "oude jaar", kwam mij wat onder ogen dat mij bijzonder trof en mij stimuleerde over het daarin aangesneden thema verder te mediteren.
Ik laat wat mij opviel eerst hier volgen.
Het is een artikel uit "Hervormd Nederland", dat onder de titel "Verlangde zekerheid" werd geschreven door dr H. Wiersinga. Hier is het: "In kerkelijke gesprekken - of de monologen die daarvoor moeten doorgaan - valt nogal eens de verzuchting: waar blijven we? Gegarandeerd komt dan de "zekerheid" op de proppen. Wij laten ons onze "zekerheid" niet ontnemen!
Welke zekerheid (of zekerheden) dan bedoeld wordt (worden)? Voorop de zekerheid die de christelijke godsdienst ons biedt. De zekerheid dat God deze wereld leidt: haar toekomst is veilig in Gods hand, ook al gaan wij door met uitbuiting, bewapening en vervuiling. De zekerheid dat wij mensen "onbekwaam zijn tot enig goed": van anderen of jezelf hoef je het niet te verwachten - er is trouwens ook nog .zo iets als de macht van satan. De zekerheid dat Christus "genoeg" voor ons deed: onze vroegere en onze nog toekomstige zonden werden door zijn indertijd gebrachte werk al op voorhand kwijtgescholden.
Ik hoop dat ik een karikatuur geef, maar ben daar niet zeker van. Daarom inventariseer ik onze zekerheden maar verder.
De zekerheid die onze kerkelijke verkaveling biedt: de duidelijke indeling van vrijzinnigheid en orthodoxie en verschillende gewichtklasse moet blijven. De zekerheid die de "eigen" kerkelijke identiteit waarborgt: we moeten weten waar we aan toe zijn met onze predikanten. De zekerheid van homogeniteit door een gezamenlijke moraal: moet die aangetast worden door een zogeheten samenwonen, open huwelijk en dergelijke? De zekerheid van ons zondagpatroon. De zekerheid van de gezellige gezinssfeer.
Misschien moeten we eerlijkheidshalve de samenhang van deze religieuze en morele zekerheid mét de politieke zekerheid erkennen. Zekerheid vraagt immers om bescherming van onze westerse structuren. Onze vrijheid kunnen we ons toch niet laten ontnemen door marxistische agitatie? De "voorrechten" van ons nee-kapitalistisch systeem kunnen we toch niet laten aantasten door de roep om gelijkheid?
Onze voorsprong op de derde wereld (inclusief onze mogelijkheid zoveel aan ontwikkelingshulp te doen) kunnen we toch niet verspelen door een "herverdeling van de macht?" Ben ik er ver naast als ik de emotionele toon in kerkelijke discussies uit dit verlangen naar zekerheid voor het groepsbelang verklaar?
Wij verlangen van de godsdienst een all-risk zekerheid, ook van de joods-christelijke. Deze leek eeuwenlang een waarborg voor rust naar binnen en zekerheid naar buiten.
De officiële kerk gebruikte dit geloof voor de stabilisatie van de eigen organisatie en terwille van een loyale steun in de rug van de westerse staten.
We vergissen ons naar mijn mening echter wanneer we menen dat het geloof van Israëls profeten en van Jezus' volgelingen voor dit soort zekerheid kan blijven dienen. Hun getuigenissen trekken een ander spoor. Hun zekerheid ligt vóór hen, in een beloofd land en een gedroomd rijk. Het volk verlangt wel de zekerheid van Egypte's vleespotten en de gemeente verlangt wel naar identiteit van de groep. Maar Jahwe trekt het spoor van "uittocht" en de Messias voert ons uit het op de eigen plaats bedachte Jeruzalem. Er is geen zichtbare zekerheid te verdedigen, er is een messiaanse zekerheid te geloven, en daarvoor het onderste boven te keren.
Het verlangen naar zekerheid voor het bestaande benauwt me, vooral als geloof en verdedigingspolitiek hand in hand gaan. De keus voor de messiaanse zekerheid benauwt me op een andere manier. Een weg naar de droom te vinden is moeilijk. Die weg leidt door een woestijn van leegte en vertwijfeling. Ga anderen maar eens vóór, je kinderen of je kerkgenoten!
Maar als we niet tégen de zekerheid van de verzekering en niet vó6r de zekerheid van de verandering kiezen, verraden we de God die ons op déze weg wil leiden (en niet in het wilde weg), verraden we onze menselijke verantwoordelijkheid (die wij niet met-welk-alibi-ook mogen ontlopen), en verraden wij onze voorganger Jezus (wiens werk nog niet af is)."

Ik geloof dat het goed is dat wij ons rondom de oudejaarsdag - de overgangstijd van het éne naar het volgende "jaar onzes Heeren"bezinnen op de zekerheden en de onzekerheden van ons leven. Op dat wat, ondanks de ontzaglijke veranderingen die wij beleven, onwrikbaar vast blijft. En op dat wat, als we er op vertrouwen, ons vast en zeker bedriegt.
Ik wil eerst enkele zekerheden noemen.


* God houdt alles in zijn hand

En dan moet, naar ik geloof, v66r alles worden genoemd die machtige zekerheid dat God, de énige, levende, almachtige God, de wereld met alles wat er op is èn geschiedt volledig in zijn hand heeft èn houdt, en haar, ondanks alle goddeloosheid van volken en mensen, en daar dwars doorheen, leidt naar het door Hem voor haar gestelde doel.
Jesaja profeteerde over deze, onze God, reeds meer dan twee en een half duizend jaar geleden.
Voor Hem zijn de volkeren slechts een druppel aan een emmer, niets meer dan een korreltje zand op een weegschaal... Alle volkeren bestaan voor Hem nauwelijks, minder dan hoegenaamd niets zijn ze waard ...
Hij troont zo hoog boven de aarde dat de mensen wel sprinkhanen lijken... Hij verdelgt de vorsten, laat de heersers 'der aarde vergaan. Nauwelijks geplant, amper gezaaid, nog bijna zonder wortel, worden ze door zijn adem verstrooid. De stormwind verwaait ze als kaf." (Jes. 40 : 12 v.) En als de machtigen in de politiek, de maatschappij, de cultuur, grootse plannen maken en zich verbeelden dat ze door eigen kracht, buiten Hem om of zelfs tegen Hem in, de wereld kunnen beheersen, verbeteren en tot een heilsstaar maken, dan lacht Hij die in de hemel zetelt, hen uit, ja dan spót Hij met hen! Dan spreekt Hij tot hen in zijn toorn en verschrikt Hij hen in vergramdheid. Maar tegelijk zegt Hij dan tot hen: Nu dan koningen, weest verstandig, laat u gezeggen, gij rechters der aarde, dient de HEERE met vreze en verheugt u met beving. Kuste de Zoon, opdat Hij niet toorne en gij onderweg te gronde gaat, want zeer licht ontbrandt zijn toorn (Ps.
2).
Ja, dat is een geweldige, tegelijk ook fundamentele-
zekerheid dat wereld en mensheid, al wat op aarde is en gebeurt, heel de geschiedenis met haar vreemde, vaak verbijsterende wendingen in Gods hand zijn en blijven.' Als we de dingen en gebeurtenissen transparant werden zouden we Gods hand, daarin ontdekken.

* Mensen zijn zondaren

Een volgende zekerheid is deze, dat de mensen, alle mensen, wij allemaal, zoals we geboren worden, zondig en verdorven zijn. Wij allen moeten berijden: "Heer, ons hart is boos . en schuldig". De Heere Jezus heeft het ons allen nadrukkelijk gezegd, dat uit ons binnenste, uit ons hart, voortkomen: kwade overleggingen, hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid; een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand (Marc. 7 : 34). Ten aanzien van Joden en heidenen, dus weer van alle mensen zoals ze van nature zijn, betuigt de Heilige Geest door Paulus: "Niemand is rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, niemand die God ernstig zoekt, allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden, er IS niemand die doet wat goed is, zelfs niet één." De vreze' Gods staat hun niet voor ogen" (Rom. 3 : 11 v.).
Nu ik dit neerschrijf denk ik aan drie aangrijpende uitspraken.
De eerste is van ds S. G. de Graaf. Toen de tweede wereldoorlog uitbrak zei hij eens in een preek: Men zegt tegenwoordig heel vaak: Hoe kon deze oorlog toch uitbreken: niemand wil die! - Broeders en zusters: deze oorlog is uitgebroken omdat wij die allen willen!
Want deze oorlog is niets anders dan de huiveringwekkende en wereldverwoestende uitbarsting van wat in ons aller hart leeft: afgunst, hebzucht, geldingsdrang, zelfzucht, en nog een menigte andere goddeloosheden.
De tweede is er één van prof. Berkhof. Toen iemand tegen hem vlak na de oorlog zei: "Sinds de tweede wereldoorlog heb ik het geloof in God verloren", antwoordde hij: "Ik heb sindsdien mijn geloof in de mensen verloren."
De derde uitspraak kreeg de bekende psychiater prof. Rümke te verwerken, toen hij aan een vriend die het concentratiekamp had overleefd, vroeg: "Wat waren dat toch voor mensen die deze gruwelijke dingen deden?" Rümke kreeg toen dit verpletterende antwoord: "Heus, het waren mensen net als jij en ik toen ze nog in de maatschappij verkeerden! Uit mensen komt niet altijd te voorschijn wat er in zit, maar het zit er wel in!" 1) "Alle mens", zo schreef Bavinck eens, "is leugenachtig; hij spreekt niet altijd onwaarheid, maar -hij is onwaar, Zijn en schijn, wezen en openbaring, innerlijk en uiterlijk zijn bij hem in tegenspraak. Terwijl de mond soms overloopt van liefde en het gelaat niets dan vriendschap toont, komen uit het hart des mensen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen. De heilige die de mens innerlijk kende en tot op de bodem zijns harten doorzag zou van hem in ontzetting wegvluchten."
De mensen leven eigenlijk bij zichzelf en bij anderen "in een waan en een inbeelding".
En de verschrikkelijkste ellende der zonde "bestaat nog niet daarin dat wij blind zijn, maar zij is hierin gelegen, dat wij, blind zijnde, nochtans menen dat wij zien.
Zonde is schuld en smet en schande, maar zij is ook nog dwaasheid en misverstand:"
Het is voor onze zelfkennis en voor onze kijk op de wereld, en het mensen- en wereldleven in al zijn facetten van allesbeheersende betekenis dat ook deze zekerheid in ons leeft. En dat de kerk met een franse vluchtelingengemeente uit de reformatietijd (ze bestond uit mensen die om der wille van het geloof alles hadden verloren) kunnen belijden - ze deed dat knielend en voor iedere kerkdienst: "Hemelse Vader, eeuwige en barmhartige God, wij erkennen en belijden voor uw Goddelijke majesteit, dat wij arme en ellendige zondaren zijn, ontvangen en geboren in alle boosheid en verdorverheid, geneigd tot alle kwaad en onnut tot enig goed, en dat wij met ons zondig leven zonder ophouden uw heilige geboden overtreden (tegenwoordige tijd!) waardoor wij uw toorn tegen ons verwekken (tegenwoordige tijd!) en naar uw rechtvaardig oordeel op ons laden (tegenwoordige tijd!) de eeuwige verdoemenis."
Het is een volstrekt noodzakelijke voorwaarde voor onze zelfkennis, onze oriëntatie, onze houding, onze weg in het leven, ja het is een kwestie van zijn of niet zijn, van leven of dood dat deze zekerheid omtrent onszelf en de. mensheid in ons leeft.

* God openbaart zijn toorn

Een derde zekerheid bestaat hierin dat God ononderbroken zijn toorn in onze wereld openbaart over de goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen. Onze God is een rechtvaardig Rechter en een God die dag in dag uit toornt. (Ps. 7 : 12).
Het is namelijk volgens de Heilige Schrift zo dat God zich dag in dag uit aan de mensen openbaart. Hij dringt zich met zijn eeuwige kracht en goddelijkheid ononderbroken en overmachtig aan hen op. De mensen kunnen zich aan deze openbaring nooit en op geen enkele manier onttrekken. Die openbaring wordt ook door hun verstand, hun rede, hun hart, "gezien". De mensen kunnen haar niet wegbranden uit hun leven. Maar - wat de mensen van nature wèl kunnen doen, en ook metterdaad en met alle macht doen, dat is die door God geopenbaarde waarheid in ongerechtigheid ten onder houden! Het heldere water van Gods waarheid vangen zij op in de troebele bron van hun verdorven hart en ze vermengen dat met de droesem van de ongerechtigheden die daarin gisten en woelen. De mensen hebben God voor de openbaring van deze waarheid niet gedankt. En daarom lopen hun overleggingen steeds weer op niets

uit. Bewerend wijs te zijn, zijn ze dwaas. (Rom. 1 : 18 v.).
Maar - en dat is ook een rotsvaste zekerheid - door de overmacht van Gods waarheid in hun leven kunnen de mensen ook nooit a-religieus, nooit zonder een "god", zijn. Zij kunnen nooit niet-geloven. Zij beseffen terdege dat "niemand zonder geloof wel vaart!" Maar door het ten onder houden van de waarheid van de enige, levende God is hun hart, naar de verbluffende rake typering van Calvijn, een "fabriek van afgoden" geworden. Ontelbare afgoderijen zijn in de loop der eeuwen door de mensen verzonnen en gefantaseerd.
Soms afzichtelijke en gruwelijke, soms betoverende en indrukwekkende. Die afgoderij bloeit nu in onze tijd misschien weelderiger dan ooit. Materialisme, hedonisme (verafgoddelijking van het - verfijnde of grove of perverse - genot), fascisme, liberalisme, humanisme, socialisme, communisme enz. enz. het zijn in de grond der zaak allemaal afgoderijen die de mens uit zichzelf en voor zichzelf heeft verzonnen. Afgoderijen die als even zovele luchtspiegelingen, illusies, utopieën, de mensen uiteindelijk bedriegen, ontredderen, tot wanhoop brengen en in het verderf storten.
Om maar niet te spreken over het zwelgen in allerlei occultismen, waaraan thans miljoenen zich in de grauwheid, uitzichtloosheid, angst en radeloosheid van het moderne leven te buiten gaan. .
Maar dit is nog slechts het begin van de huiveringwekkende gevolgen van. het ten onderhouden, het verdringen van de waarheid Gods in ongerechtigheid. Dat kwaad leidt ook onherroepelijk tot ontaarding, dehumanisering, demonisering, ja soms zelfs tot verdierlijking van het mensenleven in al zijn openbaringen.
Als de mensen dat "ten onderhouden" van Gods waarheid hardnekkig volhouden laat God de mensen ten slotte voorthollen op de noodlottige onheilvolle weg die zij zèlf zijn ingeslagen. Dan laat hij hen houden wat zij zèlf; met verachting van Hem, hebben gekozen.
Dan geeft Hij hen, zo predikte Paulus, over aan de onreinheid, zodat zelfs het de mensen zo dierbare door hen onteerd wordt.
De mensen, zo gaat Paulus dan verder, hebben de heerlijkheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel gediend boven de Schepper.
Daarom heeft God hen overgegeven aan alle mogelijke ongerechtigheid, culminerend in een ontaarde, walgelijke, ten slotte zelfs bestiale sexualiteit.
Berkouwer schreef indertijd in verband met deze paulinische uitspraak de aangrijpende woorden: "Paulus spreekt van duisternis en dwaasheid en van al het verschrikkelijke, dat mensen met de tot hun gekomen Openbaring hebben gedaan. In de ontmoeting tussen de Goddelijke Openbaring en het mensenleven is het uitgelopen op de meest erge afgoderij, waarop het gericht Gods is gevolgd tot in het uiterste der menselijke zonde op het pad der ontucht, waarop ze worden losgelaten en overgegeven. Het gericht Gods bestaat in het overgegeven worden, "omdat ze de waarheid Gods hadden vervangen door de leugen en het schepsel geëerd en gediend hebben boven de Schepper"." , Zeker, -Paulus spreekt er van dat de heidenen God "kennen". Maar hij zegt er onmiddellijk bij dat zij Hem niet hebben verheerlijkt en gedankt en dat deze kennis omtrent God onlosmakelijk verbonden is met het ten onder houden van Gods waarheid in ongerechtigheid en daarom wordt omgezet in leugen! Er bestaat daarom geen enkele tegenstrijdigheid tussen het "kennen" van God zoals dat bij de heidenen wordt gevonden waarover Paulus in ~om. 1 spreekt èn zijn doordringende prediking dat de "wereld", de mensheid die buiten Christus om of tegen Hem in leeft God "niet heeft gekend". De "antithese" 'tussen het "kennen" van God zoals dat in de Gode vijandige .wereld wordt gevonden en de geloofskennis omtrent God zoals Hij zich in Christus geopenbaard heeft en openbaart is volgens Berkouwer "radikaal". Tussen beide "is geen enkele bemiddeling mogelijk". 2) Laat ik in dit verband nog één uitspraak noemen.
Het is er een van Emil Brunner. Deze: ' "Het gevoel voor het persoonlijke en het menselijke, dat de vrucht van het geloof is, kan een tijdlang de dood van haar wortels, waaruit het is gegroeid overleven. Maar dit kan niet erg lang duren. Gewoonlijk eindigt het verval van de godsdienst in de tweede generatie als een morele verkilling en in de derde als het in-elkaar-storten van alle moraal, Menselijkheid zonder godsdienst heeft in de historie nooit lang stand gehouden. Het resultaat is dehumanisering."

* De wereld wordt niet beter

Een volgende zekerheid vloeit als vanzelf uit de twee zojuist genoemde voort.
Zij is deze dat de politieke, maatschappelijke en alle andere facetten van het mensenleven die altijd vol zonde waren ook vol zonde en ongerechtigheid zullen blijven.
Wij kunnen ten aanzien daarvan niet de illusie koesteren dat deze echt beter, laat staan echt "goed" zullen worden. Churchill zei eens toen men- hem vroeg welke de beste structuur was voor de volkerengemeenschap, de staten, de maatschappij: "De democratische is de slechtste - behalve alle andere!" In deze uitspraak schuilt een diepe waarheid. Het is zonder meer een waandenkbeeld, ja, een dodelijk gevaarlijke utopie te menen dat. die structuren eenmaal ideaal zullen worden. Er komt binnen de horizon van onze tijd, op onze wereld nooit een heilstaat, nooit, een volmaakte menselijke samenleving.
Ik denk tegenwoordig dikwijls aan een woord van prof. Van Hamel. Van Hamel was een van de grote figuren in de vooroorlogse Volkerenbond, hij was een man die de wereldpolitiek, èn die van ons land, kende als weinigen.
Hij had achter heel veel schermen gekeken!
In januari 1940 schreef hij in een artikel o.a. dit: "Wie de internationale loop van zaken sinds de vredessluiting van 1918 van dichterbij heeft meegemaakt, weet dat de grondoorzaak der mislukking gelegen heeft in een ontzaglijk gebrek aan oprechtheid. Handigheid, intrigue, misleiding, comedie bepaalden aan verschillende kant het geestelijk peil. .. Ik voor mij ben tot de overtuiging gekomen - voor menigeen klinkt zij in onze 20ste eeuw misschien wat middeleeuws, maar ik ben geheel bereid haar als modern denkend mens nauwkeurig en uitvoerig te verdedigen - dat wat op het ogenblik over de wereld losgebroken is, niet maar het eigenlijke werk van de betrokken personen is, maar van de Boze en zijn demonische gezellen. Het zijn, niet in beeldspraak maar in wáárheid, satanische machten die zich zoeken meester te maken.
De' verzuchting: "verlos ons van de Boze" moet steeds meer van het hart, gepaard aan die andere schriftuurlijke bede: dat leiders en machthebbers met goed inzicht mogen worden gezegend, opdat hun volken een gerust en stil leven mogen leiden in alle godzaligheid en eerbaarheid."

Dit is een woord uit de tijd vóór de tweede wereldoorlog goed begon. En is sindsdien de situatie in de wereld werkelijk verbeterd?
We hebben de afslachting van de Joden beleefd en de ongehoorde gruwelen uit de Stalinperiode.
We hebben Estland, Lijfland, Litauen en het oude Polen als staten zien ondergaan.
We hebben beleefd hoe Tsjecho-Slowakije, Hongarije, Roemenië, Oost-Duitsland op een afschuwelijke wijze van hun vrijheid werden beroofd. We aanschouwen al duidelijker het fatale egoïsme van de Westerse staten dat op cynische wijze -door Pompidou werd omschreven met de woorden: "Staten hebben geen vrienden maar alleen belangen." We beleven de verzieking van de democratie in alle westerse landen. Italië en Engeland gaan daarbij voorop. De kommunistische cellen, die in heel de westerse wereld voorkomen, worden al meer actief en boeken met hun subversive aktiviteiten al meer resultaat. En de revolutie die mannen als Marcuse, Adorno en Hochheimer prediken, een revolutie die gedreven wordt door een gloeiende haat tegen de bestaande maatschappij maar geen enkel, wezenlijk alternatief biedt, biologeert velen vooral onder de z.g. progressieve intellectuelen en leidt al meer tot een gruwelijke terreur als van de Baader-Meinhof-groep, de Rode _ Arme, de Rode Jeugd, de Ira, de Palestijnen enz.
We hebben de stank geroken van het riool van immoraliteit dat in de Watergate-affaire open ging. We hebben gesidderd vanwege de volkerenmoord in de Kongo, in Boeroendi, in de Soedan in Oeganda. 3) We werden geconfronteerd met de nameloze ellende en de voorbeeldloze corruptie in het énige land van Zwart-Afrika - Abessinië - dat nooit een kolonie is geweest, maar waar het analphabetisme met de gezondheidszorg het slechtst en de roofzucht der machthebbers 't grootst was.
In onze huiskamer drong door de onbeschrijfelijke ellende van Biafrà, Vietnam, India, de Sahel, Bangla-Desh - Maar in ons land steeg de welvaart van jaar tot jaar. Sinds 1960 nam b.v. het gebruik van gedistelleerd met 125010, van bier met 200%, van wijn met 400 % toe (de accijns erop loopt naar de miljard). Ons volk consumeert voor ongeveer zes miljard aan allerlei zoetigheid, drank en rokerij en besteedt een slordige 850 miljoen aan cosmetica!
Het komt je als iets onwezenlijks voor als je bij Bavinck in een geschrift van voor 1914 leest dat de misdadigheid in de voorbije decenniën op een zo verheugende wijze is teruggelopen.
Nu neemt de misdadigheid onheilspellend toe. We kijken er nauwelijks meer van op als er ergens weer iemand vermoord is. En op de 250 koopdagen per jaar wordt ook voor ongeveer 250 miljoen aan koopwaren gestolen.
In de jongste tijd worden we steeds meer op uiterst gevoelige wijze betrokken in de activiteiten van het cynisme, de hardheid, de immoraliteit van mensen en volken. De kapitalisten-dictators uit de Arabische wereld hebben de economie van de wereld een klap gegeven ten gevolge waarvan zij trilde op haar grondslagen. Ze hebben de macht die volledig kapot te maken. Met hun miljarden grijpen ze steeds dieper in het westerse bedrijfsleven in. En de monetaire situatie hangt voor een overgroot deel van hun financiële manipulaties af. In ons land investeerden ze reeds voor 21/2 miljard. En we vragen ons in ontzetting af of het oude volk van God opnieuw in "slavernij" zal worden gevoerd in "Egypte".
Minister Pronk - en hij is op dit punt een uiterst betrouwbare informator - verklaarde dezer dagen dat de ontwikkelingssamenwerking tot nu toe grotendeels is mislukt. Want de rijke landen zijn te gierig, komen hun beloften niet na en in de arme landen worden de armen steeds armer en de rijken steeds rijker. Voor enkele dagen hoorden we in een T.V.-uitzending dat Moboeto, de dictator van Zaïre een van de vijf of zes rijkste mannen der wereld is.
Rusland doet niets aan ontwikkelingshulp, zo hoorde ik oud-minister Boertien zeggen.
Het zegt dat de ellende in de derde wereld het gevolg is van de uitbuiting ervan door het kolonialisme van de "imperialistische, kapitalistische" landen en het daaraan dus geen boodschap heeft. Het levert aan haar wel onvoorstelbaar grote hoeveelheden oorlogstuig, voor het merendeel contant, vooral ook betaald met Arabische "olie" -dollars.

Ik heb indertijd intensief meegeleefd met de oprichting van de Volkenbond na de eerste wereldoorlog. Ik weet het nog heel goed met welk een enthousiasme die werd begroet. Zij betekende immers het einde van de oorlogen en het begin van de wereldvrede! Er waren toen optimisten die met de oprichting ervan een nieuwe tijdsrekening wilden laten aanvangen.
Maar ik heb ook met ontzetting de ondergang van dat creatuur meegemaakt toen de leden ervan bieven toekijken hoe de protserige Mussolini zich op het weerloze Abessinië wierp. Met ijzig stilzwijgen hoorde de vergadering daarvan de noodkreet en de smeekbede aan van de jonge keizer Haile Selassie.
Dezelfde Haile Selassie die nu vanwege uitbuiting van zijn eigen arme volk met schande overladen van zijn troon werd gestoten.
En na de tweede wereldoorlog werd de UNO in het leven geroepen. En de "universele verklaring van de rechten van de mens" werd daardoor uitgevaardigd. Maar de overgrote meerderheid der aangesloten staten zijn diktatuur-staten of: wat hetzelfde is, één-partijstaten.
En ook de UNO is moreel ondergegaan toen zij, nadat zij zelf de staat Israël had gecreëerd en uitgesproken had dat deze veilige grenzen diende te hebben, tenslotte een organisatie die open, brutaal en met afschuwelijk geweld de vernietiging van de staat Israël nastreeft met een donderend applaus begroette en die tegen alle recht in toeliet in haar vergadering.
Voorts: we lazen Pasternak, Amalrik en Soltzenytsyn.
We hoorden van Soecharov en Grigorenko.
We kunnen nu de Gulag-archipel. In Trouw konden we lezen met hoeveel leedvermaak en trots de Russische pers het verkiezingsproces van de democratisch landen volgt en er de bevestiging in ziet van de kommunistische doctrine dat de "kapitalistische wereld" aan innerlijke verrotting te gronde gaat en de kommunistische partijen niets behoeven te doen dan haar begraven.
En in ons land grijpt de revolutionaire mentaliteit steeds meer om zich. heen. Niet het minst door de voorzichtige of brutale indoctrinatie door de massa-media. En voorts door allerlei illegale activiteiten, de directe interventie van vakbonden in het politieke leven, de pressie van kiesverenigingen op gemeenteraadsleden, de machtsussurpatie bij wethoudersverkiezingen enz. enz. Ondertussen neemt een onverantwoorde polarisatie hand over hand toe. En lijdt de ene groep van het Nederlandse volk, dank zij waardevast en zelfs welvaartsvast inkomen, niet veel van de economische crisis, maar krijgt een ander deel het van jaar tot jaar slechter en worstelen grote organisaties op de rand van de afgrond van een economische crisis om al meer, al meer ...
Neen, er is geen enkele grond voor de hoop, de verwachting dat het in en met de wereld echt beter, laat staan volmaakt goed zal gaan.
Wie garandeert de mensheid dat uit één der volkeren - ook de "derde wereld" wordt almneer ontsloten - nooit meer een Dsjengis-Khán, een Attila, een Iwan de Verschrikkelijke, een Napoleon, een Hitler, Een Stalin -zal opstaan? Men vergete niet dat zulke geniale èn demonische figuren altijd miljoenen biologeren en tot materiaal voor hun machtswellust maken.


Maar dat alles daargelaten: met grote duidelijkheid en ernst predikt ons de Heilige Schrift dat het naarmate de avond van de éne, grote dag der wereldgeschiedenis valt, het steeds verschrikkelijker zal worden op aarde. Tegen de avondhemel van die dag tekent zich voor wie de Schrift gelooft de onheilspellende figuur van de antichrist, de "wetteloze" of. Die treedt op in de kracht en met de strategie en taktiek van de Satan. Hij zal zich manifesteren met allerlei krachten, tekenen en bedriegelijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen die verloren gaan . omdat zij de liefde tot de waarheid waardoor zij konden behouden worden niet hebben aanvaard.
En om dit verwerpen van Gods waarheid, als openbaring van zijn troon daarover, zendt God in hen een kracht, een "energie" van dwaling. Maar, men bedenke dit goed, de aanvangen van dit ontzettend gebeuren zijn er reeds nu! Uitdrukkelijk schrijft Paulus bij dit alles dat "het geheimenis - een nooit te voren beleefde uitbarsting - van de wetteloosheid", die het kenmerk van antichristelijke wereld(wan)orde zal zijn, nu reeds in werking is! Nu reeds werkt die dwaling!
Maar de mensen die er door aangegrepen en beheerst worden merken dat niet! Want het is een energie der dwaling. Die mensen zijn onzeker, dat is alles! Zij haten die pedante termen van "hebben" en "weten"; de dingen zijn zo simpel niet verzekeren ze. 'Voor de rest zijn ze te on-zeker om te ver-zekeren".
Maar van die onzekerheid zijn ze dan ook weer zeer zeker. Die energie van dwaling, juist omdat het een energie van dwaling is, manifesteert zich niet in een keiharde ketterij, maar in het voorzichtige en delicate vermengen van de "wijsheid der. wereld" met de "dwaasheid van het Evangelie", een vermenging van de waarheid des Schriften met de opvattingen, theorieën, filosofieën, religies die in het eigen hart van de mensen zijn opgeklommen.
Deze dwaling, zo schrijft v. Leeuwen, "ligt op het gebied zowel van het intellect als van het ethische leven! Licht gelovig, zonder oordeel des onderscheids. zonder inzicht in de normen waarnaar het leven zich moet richten" zullen degenen die de liefde tot de waarheid waardoor zij behouden konden worden niet hebben aanvaard "geloof gaan slaan aan de leugen, zich laten misleiden door de energie, de verlokking waarmee de dwaling hen bevangt ... Dat zulk een verblinding, zulk een verduistering van inzicht en verdwalen van de weg der ongerechtigheid komen zal, door God gezonden, is een gericht, een werking van Gods gerechtigheid, die de zondaren "overgeeft" aan de zonde." 4) Nee, de wereld wordt niet beter!

Dit waren enkele "zekerheden" die de Schrift die God ons geeft en die we nodig hebben 'om de weg door het leven, de weg op deze aarde te kunnen vinden.
Maar er zijn Gode zij dank, ook nog andere "zekerheden"! En ook nog veel onzekerheden!
Daarover D.V. in het "nieuwe jaar".


1) De laatste twee uitspraken ontleende ik aan een artikel van ds Overduin in "Centraal Weekblad", De eerste heb ik van ds De Graaf zelf.
2) Deze woorden van Berkouwer (uit zijn De Algemene Genade, 118/9) zijn zowel als de studie waaruit ze werden geciteerd een radikale afwijzing van de ideeën van Kuitert zoals. hij ze ontwikkelde in zijn De identiteit van Kerk en Christendom (in Om en om, p. '9). "De godsdiensten der wereld zouden zich kunnen ontpoppen als wereldse wegen van en naar God". En van wat hij over "sporen van God" schrijft. Zie de Persschouw in een volgend nummer.
3) Toen in de vorige maand Zuid-Afrika als lid van de UNO werd geschorst zaten op de voorste rijen van de vergadering waarin dit geschiedde de afgevaardigden van Boeroendi en Oeganda. In Boeroendi hebben de aan de macht zijnde Hoetsi's voor een paar jaar zo'n drie kwart miljoen van hun Hoetoe-broeders uitgemoord.
In Oeganda heerst Ide Amin die Hitler bewondert, een dertig duizend Indiërs berooid uit zijn land heeft gejaagd en volgens een artikel in De Tijd 85 duizend van zijn onderdanen heeft vermoord. De procedure tegen Zuid-Afrika werd geopend door de minister van buitenlandse zaken van Oeganda, mevrouw Bagaya. Van deze dame las ik dezer dagen het volgende Reuterbericht uit Kampala: De Oegandese president Idi Amin heeft zijn minister Bagaya van buitenlandse zaken ontslagen. Zij zou zich met een Europeaan sexueel hebben misdragen op de luchthaven van Parijs en verder contacten hebben onderhouden met de Amerikaanse geheime dienst. De aantrekkelijke prinses van Toro, juriste en filmster was sinds februari minister. Haar eveneens afgezette voorganger werd vermoord in de Nijl teruggevonden. Minister Bagaya staat op het ogenblik onder huisarrest.
4) 2 Thess. 2 : 7 v. Men zie hiervoor Schilder, Schriftoverdenkingen, II, 73, waaruit ik enkele zinnen citeerde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief