Eenvoudig gebed
1974-01-04
Een aantal jaren geleden maakte ik kennis met een fijn beschaafd man.- Jaargang 18
- nummer 1
Een assurantie-makelaar ter beurze. Hij was de makelaar, die al zijn relaties met nieuwjaar een geïllustreerd gedicht zond in plaats van een welvaartsgeschenk. En ondanks spottende reacties van diverse relaties ("geef liever een vulpen of een portefeuille dan een gecalligrafeerd stukje vroomheid") hij bleef met kinderlijke vastbeslotenheid zijn medemensen jaarlijks iets op het bordje leggen, waar ze niet van terug hadden. U hebt over zijn geselecteerde nieuwjaarsgedichten iets kunnen lezen in dit blad, toen hij het vijf en twintig jaren had volgehouden.
Toen ik hem destijds, min of meer fatsoenshalve, dat artikel toezond, kreeg ik hem op bezoek. Hij had een vast weekend-onderkomen op de Veluwe en belde op een zaterdagavond op: of hij zondag op de koffie kon komen. Hetgeen dankbaar werd aanvaard. En zondagmorgen wij nauwelijks uit de kerk - verscheen hij met zijn vrouw. Aan de achterdeur, als een simpele ziel. Een hoffelijke begroeting, maar dan - terwijl de dames de huiskamer binnenliepen - ineens een hand op mijn arm, zo maar in de keuken: zeg zullen we maar gewoon doen?
Ja, 't kan ook. officieel, hoor!
Tegen zo'n hartveroverende medemenselijkheid kunt u toch niet op, wel? De makelaar en zijn vrouw waren nog dezelfde dag onze vrienden.
We bleken gemeenschappelijke relaties te hebben. We bleken op veel punten overeenkomstige smaken en voorkeur te bezitten. We herkenden in elkaar hetzelfde zotte idealisme en dezelfde zotte zakelijkheid, welke "dienaren in de tempel van Mammon" plegen te sieren.
Elk jaar zochten we elkaar op. Elk jaar was de hartelijkheid gelijk aan de vorige jaren. Elk jaar kwam zijn nieuwjaarsgedicht. Jawel, want bij de 25ste keer had hij willen ophouden - maar omdat wij op zijn weg waren gekomen voelde de makelaar behoefte om verder te gaan met zijn zotte gewoonte. Aangemoedigd door zijn vrouw. Vandaar iedere keer opnieuw zijn nieuwjaarsverrassing - die dikwijls een ontroering inhield.
Eén gedicht stond hem zeer na. Hij droeg het in zijn portefeuille op zijn hart. En het hing aan de wand van zijn kantoor in Amsterdam.
Maar dat gedicht zond hij niet aan zijn relaties. Dat hield hij voor zichzelf en zijn vrouw. Het was het gebed van Sint Franciscus. Hij las het wel eens voor: het maakte diepe indruk op ons. Hebt u wel eens een beursmakelaar een gebed horen voorlezen? Van een versleten stukje papier? In ons huis gebeuren gekke dingen.
Maar dit voorjaar werd hij plotseling opgeroepen. Zeventig jaar is toch nog niet oud, wel? Na enkele dagen ziekte, ergens met vakantie, vond hij het einde van zijn aards bestaan. En het leven gaat verder, zonder hem.
Dat is niet helemaal waar. Het leven gaat wel verder, maar hij gaat niet meer uit onze herinnering. De nagedachtenis van de rechtvaardige is een zegen. Hij leeft met ons mee. Zijn herinnering blijft. Zijn nieuwjaarsgedichten blijven. Trouwens: kreeg u vaak een gedicht geschonken? Dat is wel iets heel aparts, nietwaar? Een kistje sigaren, een fles wijn zijn leuke geschenken, maar kort van duur. Een boek staat al op veel hoger niveau. Maar een gedicht met een goede wens is een jaar geldig. En vaak langer.
En nu, met de jaarwisseling, zond zijn firma nog eenmaal een nieuwjaarswens met een gecalligrafeerd gedicht. Welk gedicht? Het gebed van Franciscus, dat de makelaar altijd in zijn portefeuille droeg.
Wacht nog even voor u het leest. Zijn firma zond namelijk een begeleidend schrijven. Luidende als volgt.
"Het gebed van Franciscus van Assisi is lang geleden, in het bezin van de dertiende eeuw, geschreven. Sindsdien is er veel veranderd.
Onveranderd zijn de gevoelens waaruit de bede is voortgekomen; het waarachtig verlangen naar het goede is menselijk en van alle tijden.
Vele jaren al hangt het origineel, waarnaar deze uitgave is gedrukt, in onze directiekamer. Er waren momenten - ieder kent die wel in zijn leven - dat er voor is stilgestaan door voorgaande generaties van firmanten in ons bedrijf. Ingelijst laten wij de bede op zijn plaats aan de wand. Ook wij staan er voor. Op die momenten.
Wij bieden u het gebed van Franciscus van Assisi aan omdat wij het zelf zo prachtig vinden. En voor deze tijd bestemd.
Moge u en de uwen goede kerstdagen wachten en een voorspoedig 1974, met vele gelukkige momenten. Om bij stil te staan".
En nu volgt het Eenvoudig Gebed, dat in de meeste wereldtalen wel bekend zal zijn. Het gebed van de simpele ziel. Die voor Gods kinderen een van de mooiste spreuken naliet, welke een mens kan schenken.
Stel u even voor dat het gebed is gecalligrafeerd in de oude kloosterstijl, uitgevoerd met kapitalen in rood, blauw, groen en goud. Verlucht met de leliën, die Salomo in heerlijkheid overtroffen. Opgeluisterd met de vogelen des hemels, waar Franciscus zo graag voor preekte. Een uitvoering, die een plaats aan de muur vraagt. Om vaak bij stil te staan.
“Heer, maak mij tot een instrument van Uw vrede.
Waar haat is, dat ik daar liefde brenge.
Waar belediging is, dat ik daar vergiffenis brenge.
Waar onenigheid is, dat ik daar eensgezindheid brenge.
Waar dwaling is, dat ik daar waarheid brenge.
Waar twijfel is, dat ik daar geloof brenge.
Waar wanhoop is, dat ik daar hoop brenge.
Waar duisternis is, dat ik daar Uw licht brenge.
Waar droefheid is, dat ik daar vreugde brenge.
O Meester, dat ik niet zo begerig zij
om vertroost te worden - maar om te troosten,
om begrepen te worden - maar om zelf te verstaan,
om bemind te worden - maar om lief te hebben.
Want
al gevende ... ontvangt men;
zich zelf vergetende ... vindt men;
stervende ... wordt men wedergeboren in het eeuwige leven.