Preken

2013-01-12
  • Jaargang 57
  • nummer 1
Wat wij vandaag nodig hebben, zo valt geregeld te horen, zijn relevante preken. Nu ja, dat was vroeger natuurlijk niet anders. Hooguit was er een andere norm om te bepalen wat relevant was en wat niet.
Hoe staat het ervoor met die ‘relevante preken’? Niet zo best. Tenminste, als je een preekonderzoek mag geloven dat recent gedaan is door dr. F. Stark en dr. H. de Leede. In september besteedde het dagblad Trouw daar aandacht aan en in het decembernummer van Theologia Reformata schrijft dr. T.T.J. Pleizier erover:

Opvallende (voorlopige) conclusies uit het onderzoek () zijn toch wel het gebrek aan relevantie van veel preken en dat dit over de hele linie, lees: hele confessionele linie, binnen de Protestantse Kerk het geval lijkt te zijn. Een citaat: “Veel van de teleurstelling van kerkgangers zou wel eens te maken kunnen hebben met gebrek aan urgentie.
Dat gevoel: hoe ervaar ik God nú.” Hoewel het onderzoek van De Leede en Stark nog gepubliceerd moet worden, was de voorpublicatie van enkele (tentatieve) conclusies al voldoende voor een levendige discussie in de nieuwe en oude media. Een blogger die in New York woont, bracht naar aanleiding van de artikelen in Trouw de vraag over relevantie ter sprake in een cursus die hij volgde bij Tim Keller. “Elke preek moet elke week in de eerste plaats, voor christen en niet-christen, het evangelie vertellen.” Of je als predikant iets te zeggen hebt, wordt bepaald door het grote verhaal dat de Bijbel vertelt. De kerken lopen leeg, zo was het antwoord van Keller () als het in de kerk gaat over allerlei acties en maatschappelijke thema’s.
Want, zo sluit de blogpost uit de VS af, ‘alles behálve het evangelie kun je ook wel ergens anders krijgen’ en daar raakt het precies aan het punt waar Stark en De Leede ook de vinger bij leggen.
Nu valt er een hele discussie te voeren over de vraag wat ‘relevantie’ nu precies is als het om preken gaat. De twee uitersten zijn dat de preek vooral moet gaan over de vragen die voor hoorders relevant zijn. ‘Need-driven’ wordt dat in de Amerikaanse literatuur wel genoemd. Dat wat de hoorder als relevant ervaart, moet het centrale punt in de prediking zijn. Het andere uiterste is een haast kerygmatische kritiek hierop: dat wat de hoorder als relevant ervaart, moet juist worden geoordeeld.
Het evangelie heeft een eigen relevantie en de preek is uit op de ontmaskering van wat de hoorder relevant vindt om het eigen belang en de eigen stem van het evangelie daartegenover te stellen.

Pleizier noemt ook de recente rellen in Haren rond het ‘Facebook-feestje’ en vraagt zich af: Maar wat is nu relevant preken, als dit het maatschappelijk gesprek van de dag is? Prof.dr. Eep Talstra, oudtestamenticus aan de VU, schreef: “Had ik het vorige week zondag over Haren moeten hebben in de preek?
Dan was deze preek toch wel relevant geweest, zou je denken. Of juist niet?
Moet de dominee zich mengen in het koor van deskundigen die iets te melden hebben over jongeren, hormonen en groepsdwang, over de sociale media en hun opwindende schijnwereld, over het beleid van de overheid die altijd alles had moeten voorzien? Ik heb het niet gedaan. Ik heb gebeden voor de mensen die in de maatschappij de agressie direct voelen: de politiemensen, het ambulancepersoneel. Het orakelen over oorzaken en wie de schuld moet hebben, is een leuk tijdverdrijf, waar de actualiteitenrubrieken weer een poosje mee vooruit kunnen. [...] Juist in de kerk wil je een poosje verlost zijn van het maatschappelijk zwartepieten over actuele kwesties.
[...] Het lijkt me dat we wat dat betreft op onze wenken worden bediend door de actualiteitsprogramma’s: daar bestoken de strenge ‘dominees’ hun gasten met vragen die vooral zwaktes moeten onthullen. Had u niet moeten zorgen dat... Had u niet veel eerder moeten...”

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief