ZWAKZINNIGHEID
1974-01-11
- Jaargang 18
- nummer 2
"Een gesloten deur ... een open venster.":
de zorg voor de geestelijk gehandicapte naaste.
In de psychiatrie gebruikt men het woord: zwakzinnigheid of oligofrenie = beperktheid van geest, voor die geestestoestanden, waarbij een ernstig defect van de verstandelijke ontwikkeling, dat van de geboorte af bestaat, of in de eerste levensjaren is verworven, een op de voorgrond tredend verschijnsel is.
De naam "zwakzinnig" verandert meer en meer in "geestelijk gehandicapt", terwijl er reeds scholen zijn voor "kinderen met individuele leermoeilijkheden".
In de loop der geschiedenis is de term meerdere malen veranderd.
Dit komt doordat - voornamelijk voor de ouders - deze term een te zwaar beladen klank krijgt.
De gevoelswaarde van een woord verandert snel: In de oren van de óuders heeft het woord "achterlijk" een onaangename klank; "geestelijk geretardeerden" is een term, die het een tijdje "heeft gedaan", maar weer op de achtergrond is geraakt.
* Geestelijk gehandicapt
De term, die tegenwoordig veel wordt gebruikt: "geestelijk gehandicapt" is mijns inziens een juiste: een handicap betekent een belemmering tot volledige ontplooiïng; een tekort aan verstandelijke aanleg heeft een belemmering ten gevolge.
Vandaar dan ook dat ik deze term het meest zal gebruiken in de komende artikelen.
* Definitie zwakzinnigheid
Dr Herderschêe, schrijver van verschillende boeken over geestelijk gehandicapten, geeft een definitie van zwakzinnigheid: "wij noemen iemand zwakzinnig, wanneer hij op grond van zijn onvoldoende verstandelijke mogelijkheden in staat is, zich in een eenvoudige positie in de maatschappij staande te houden."
Uitgaande van deze definitie vormt de zwakzinnigenzorg een sociaal probleem: de geestelijk zwakke kan zich immers niet zelfstandig staande houden.
De normale mens in de maatschappij moet hem dus ondersteunen.
De imbecillen (van de geestelijk gehandicapten ongeveer 20% in Nederland) en de idioten (ongeveer 5%) vallen onder dit criterium. Zij kunnen niet voor zichzelf zorgen en hebben leiding nodig.
Voor sommigen debielen (ongeveer 75%) zou de definitie van Herderschêe niet opgaan, omdat zij zich, op een weliswaar eenvoudige manier, kunnen handhaven.
Men kan daar tegen in brengen, dat gunstige omstandigheden daar bij een rol spelen en daarmee de definitie acceptabel maken.
* Twee hoofdgroepen
In feite kan men twee hoofdgroepen bij de geestelijk gehandicapten onderscheiden: ten eerste de "uiterlijk getekenden", zoals o.a. de mongooltjes, en ten tweede de groep kinderen waarbij het "anders-zijn" niet zo manifest is.
Ouders die een geestelijk gehandicapt kind hebben waarvan dit uiterlijk niet te zien is, hebben het extra moeilijk met het aanvaarden van het "anders-zijn" van hun kind.
In de komende artikelen zal het voornamelijk gaan om het imbecille kind, dat over het algemeen wel tot eenvoudige produktie in staat is, (in tegenstelling tot het idiote kind, dat dit niet kan, en verzorgd moet worden), maar geen schriftelijk contact met de medemens kan hebben. Het intellectuele defect en de sociale functie, die gestoord is doordat de imbecil zich gebrekkig in relatie met de medemens kan begeven, is het meest opvallend.
* Hoeveel geestelijk gehandicapten?
Als men rekent dat er in Nederland ongeveer 250-300.000 geestelijk gehandicapte kinderen zijn, terwijl het gemiddelde gezin in Nederland op dit moment uit vier personen bestaat, dan kan men daaruit de conclusie trekken dat er dus 1 miljoen mensen direkt bij deze kinderen en de problemen die deze kinderen met zich meebrengen, zijn betrokken.
Per jaar worden ongeveer 7.500 geestelijk gehandicapten geboren.
Betekent deze extra zorg die ouders krijgen bij de komst van dit kind een extra last?
Sommigen laten zich er erg positief over uit: "het kan een mens rijker maken zorg te mogen geven aan een kind, dat die zorg nodig heeft en zozeer weet te beantwoorden."
Wanneer men deze rijkdom echter wil verwerven, zal men zich daar vele offers voor moeten getroosten.
Deze levensverrijking hoeft niet alleen voor de ouders te zijn weggelegd, maar kan eveneens ervaren worden door personeelsleden op b.l.o.-scholen, leiders en leidsters in inrichtingen. gezinsvervangende tehuizen, enzovoorts.
Het kind kan namelijk veel zegen om zich heen verspreiden, in en buiten het gezin. Hoe vaak spreekt men niet ouders van kinderen, die - voor ons oog - tot weinig in staat zijn, die vol liefde praten over juist dát kind dat de goede harmonie in een gezin bevorderd heeft, het saamhorigheidsgevoel aangewakkerd, waardoor het gezin als geheel in de maatschappij iets van het goede mocht uitstralen.
* Milieu en stoornis
Door de komst van een gehandicapt kind wordt het gezinsleven wel gevoelig geraakt, maar het hoeft niet in zijn wezen te worden aangetast, omdat de ouders zelf de zwakzinnigheid kunnen reduceren en de gebrekkigheid verbeteren.
Een jongen die op een boerderij woont bijvoorbeeld, kan daar uitstekend werk verrichten waardoor de ernst van zijn zwakzinnigheid niet meer van belang is.
De heer Rademaker, direkteur van de Stichting Samenwerking Sociaal Pedagogische Zorg te Gouda zegt daarover (in Trouw, april 1973) dat ook de geestelijk gehandicapte boerenzoons er recht op hebben in eigen milieu te worden opgevangen. Hij pleit ervoor dat boerenzonen naar een aangepaste boerderij kunnen gaan, waar anderen naar gezinsvervangende tehuizen vertrekken.
Een geestelijk gehandicapte zoon van een intellectueel, wonende in de stad op een flat bijvoorbeeld, zal meer opvallen dan de boerenzoon.
De stoornis kan dezelfde zijn, maar door het relatieve aspect van die stoornis zal de ernst van de zwakzinnigheid, tegen de achtergrond van het milieu bezien, meer op de voorgrond treden.
Wanneer er werk voor de geestelijk gehandicapte (niet-boerenzoon) wordt gevonden, waarin hij zijn capaciteiten kan ontplooiien, bestaat er de kans, dat ook zijn ouders gaan inzien dat de ernst van de stoornis niet hoeft overeen te komen met de aard en de graad van de stoornis.
Aan het kind kan namelijk worden geleerd om met zijn gebrek op het hem geëigende niveau te leven.
Daardoor kan de extra zorg, aan de zorgenkinderen besteed, worden tot levensverrijking !