Witte Violen

1974-01-18
  • Jaargang 18
  • nummer 3
Onder bovenstaande titel is er een dichtbundeltje uitgekomen van de dichter Thomas Pinkhoff.
Als zo'n boekje op je schrijftafel belandt met het verzoek er iets over te schrijven (dat verzoek kwam van ds Amelink) ga je je onwillekeurig afvragen: Wie is die schrijver?
Ik had nooit van hem gehoord en was dus op informatie aangewezen. Helaas is het mij niet gelukt veel aan de weet te komen. Het weinige dat ik vernam is dit, dat de naam Pinkhoff een pseudoniem is (wat ik al dacht) en dat "Wtitte Violen" het debuut van de schrijver is (wat ik ook al vermoedde). Verder dat hij hoogstwaarschijnlijk lezer van "Opbouw" is en dus wel tot onze kring zal behoren.
Weinig van een schrijver weten heeft veel tegen. Immers als je, om maar iets te noemen, niet weet of hij oud of jong is, maakt dat de beoordeling van het werk niet eenvoudiger.
Van de andere kant heeft het voor dat het nu helemaal over het werk moet gaan en dat je hem daaruit zal moeten leren kennen.
De bundel "Witte Violen" bevat 27 gedichten die, wat de stijl aangaat, nogal wat verschillen.
Er zijn er die zeer modern aandoen, er zijn er die door iemand van een vorige peneratie zouden kunnen zijn geschreven.
Van elk een voorbeeld.

witte violen

het gordijn ging op
het orkest bestreek een wijds panorama
de horizon werd zwart gekleurd
haat en macht vlogen over
lieten hun kinderen vallen

het orkest speelde door
de sonate van de hoop

ik bleef zitten
luisterde aandachtig
naar de witte violen

Het landschap is een orkestpodium. Als het gordijn, hoe dan ook, opengaat, zie je het kleurrijke panorama en zingen en spelen de bloemen een melodie. "Mij spreekt de blomme 'n tale."
Als de schaduw van een aantal militaire straaljagers over de grond schuift is de horizon donker. Ook de horizon van het leven.
Straks als het bevel de boventoon voert, zullen zij hun bommenlast laten vallen, dood en verderf zaaiend ook onder de kinderen.
Als de vliegtuigen niet meer te zien en te horen zijn, is de schoonheid van het landschap als een sonate van hoop.
De dichter bleef luisteren naar de witte violen.
De violen, die de viooltjes zijn, in de kleur van de vrede.
Dit gedicht is een woord geworden emotie waarmee de dichter de kortste weg neemt, of liever zijn kortste weg, naar de ander.
Een modern gedicht.
Het volgende is van een heel ander type.

Noodkreet

o God, mijn ziel is zo moe
van al dit denken, wachten
hopen en verlangen
slapeloze nachten

mijn denken is verward
door het gaan op twee gedachten
bidden en beminnen
het eindeloze wachten

o God, neem mijn ziel en denken beide
en berg ze aan Uw vaderhart
mijn hopen en verlangen
mijn leven en mijn smart!

Hier is iemand die zijn verdriet uitklaagt zoals dat honderd jaar geleden ook gebeurde.
Ronduit gezegd, alhoewel de moderne poëzie mij over het algemeen niet bepaald ligt, doet het eerste gedicht mij meer dan het tweede.
Trouwens voor heel de bundel geldt wat mij betreft, dat de moderne gedichten sterker aanspreken dan de wat ouderwets aandoende berijmde verzen. Overigens, smaken verschillen.
Gelukkig.
Heel mooi vind ik het volgende vers.

Gedicht

ademgedachte
vogel die opvliegt
zweeft verdwijnt
op de klankkleur van letters
woorden
die vervliegen
als vogels
genietend
van hun vlucht

De invallende gedachte die zo weer verdwijnt maar die toch iets heeft dat je blijmaakt.
Zoals een vogel, die je in het veld oploopt, je plotseling uit de sleur van je tobbende gedachten haalt.
Eén gedicht is bijzonder opvallend door zijn cryptisch karakter.

God

God
de waarheid in de leugen
dat U dood bent
ervaar ik

God
de leugen in de waarheid
dat U leeft
ben ik

God
de leugen in de waarheid
dat ik leef
ben ik

God
de waarheid in de leugen
dat ik leef
ervaart U

Als het U vergaat zoals het mij verging zult U het meerdere malen moeten overlezen voor U het begrijpt. Ik zal U er niet bij helpen, omdat ik niet weet of mijn oplossing de juiste is.
Het laatste gedicht uit de bundel is een aangrijpend relaas waaruit ik begrijp dat de dichter de mededeling heeft ontvangen dat hij een zeer ernstige, misschien zelfs ongeneeslijke ziekte heeft.
Ik geef U het eerste gedeelte door.

Mijmering

met mijn hand
open ik het raam
snuif het leven de lucht
van de bossen
het lachende blauw
voel de pijn
nu
kan het nog
gisteren heeft de arts
mijn maandelange vrees
ik kan het niet uitspreken
God! Het kàn niet wààr zijn!
de lachende zon
weeft een speelse schittering
om de aarde
de melkboer toetert als gister
als gewoon
mijn body is sterk bruin
nog wel

In dit ontroerende vers is de dichter heel duidelijk een dichter. Een kunstenaar van het woord. Dwars door alles heen voel je hoe het gewone opeens buitengewoon geworden is. Buitengewoon omdat het mogelijk niet zo lang meer beleefd zal worden.
Wat is de lucht mooi. Wat ruikt het bos heerlijk De zon lacht. Alles is net als gisteren.
Gewoon. En toch. Voor de dichter is het allemaal anders.
Prachtig zijn ook die laatste twee woordjes in hun dubbele betekenis. Ik ben nog wel bruin, dat betekent: Ik zie er nog wel zo goed uit en toch ben ik ziek.
Het betekend ook: Ik zie er goed uit, nu nog wel, maar wat gaat het worden?
Tenslotte, wat de gehele bundel betreft, het is de moeite waard hem te bezitten.
U zult er een mens in ontmoeten die oog heeft voor de natuur, die sterk meeleeft met de gebeurtenissen in de wereld, die z'n twijfels kent en toch z'n hemelse Vader niet loslaat, die meeleeft met z'n naaste maar ook vaak in zichzelf gekeerd is, kortom U hebt een fijne boeiende ontmoeting.

Witte Violen
gedichten van Thomas Pinkhoff
Uitgave van G. F. Callenbach, Nijkerk

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief