De pijn van een nieuw begin
2005-05-20
Alleen Job scheidt ons nog van de psalmen, maar de tonen van de 126e klonken me bij de lezing van Ezra en Nehemia al steeds in de oren. Dat lied van terugkeer, van zaaien en oogsten, met vreugde als een droom in een wereld van tranen en gevoelens van weemoed.- Jaargang 49
- nummer 10
Pakkend ook om voorafgaande aan Ezra en Nehemia het boek Kronieken te lezen. Want deze herschrijving van de koningentijd dateert van na de ballingschap - met de net teruggekeerden voor ogen. Ongetwijfeld zijn 1 en 2 Koningen basis van vertrek geweest, maar daarnaast zijn ook andere bronnen geraadpleegd. Al lezend in Kronieken hoor je over geschriften van de profeten Natan en Semaja, ziener Iddo, schouwer Gad en anderen. Sterk profetisch van tint dus en ook dat zegt iets over 1 en 2 Kronieken. Bij meer verbrokkelde lezing was me dat alles nooit opgevallen, maar nu wel. En ik was niet de enige.
Wortels
Zo werd Kronieken een nieuw boek voor mensen, die als ontheemden hun plek weer moesten zien te vinden in een land, waaraan ze hoogstens vage herinneringen hadden. En bijbelse verhalen, natuurlijk. In dat licht komt de - voor ons bijna niet door te komen - rij namen dichterbij. Tineke Plooij vroeg zich tijdens het lezen af: ‘Heeft men na de ballingschap grote behoefte gehad zijn wortels uit de glorietijd van Israël te zoeken en zijn familie tot die tijd te herleiden?’ Ongetwijfeld verklaart dat voor een belangrijk deel al die namen, soms ook met de vermelding van de stichting van steden (b.v. 1 Kronieken 2).
Zo valt er over deze dorre opsomming van namen een pastorale gloed, waarbij je de eerste hoorders voor je ziet, die als verloren zonen en dochters hun thuis zochten.
Alleen de fundering
Met alleen de voorouders kom je er natuurlijk niet! Dieper gaat de band met de God der vaderen. Geïnspireerd door Ezra en een profeet als Haggaï kwam de herbouw van de tempel op gang. In Ezra 3 lees je over een inwijding van het opgebouwde altaar in het zicht van niet meer dan de fundamenten van een nieuwe tempel. Jaap Kanis was niet de enige uit de leesgroep die daarbij zo zijn persoonlijke herinneringen had: ‘Ontroerend vind ik het gedeelte in Ezra 3 waarin staat dat de fundamenten van de tempel gelegd worden. Ondertussen wordt de HERE uitbundig geprezen (3:11). Er wordt gejuicht en gehuild. Bij de bevrijding van de stad Kampen op 17 april 1945 was ik ‘één tussen de naamloos velen’ uit het gedicht ‘Het carillon’ van Ida Gerhardt. Ook toen juichten en huilden we tegelijk. Daarom kan ik me het gebeuren op het tempelplein zo
goed voorstellen.’
Eerste tempel
Er moest op dat moment aan en rond de tempel nog ontzettend veel gebeuren. Van daaruit kun je je heel goed voorstellen dat er in de boeken van Kronieken zo’n overgrote aandacht is voor de bouw van de eerste tempel. De beschrijving van Koningen als David en Salomo staat grotendeels in dat teken. Niet minder opvallend is de rol van de Levieten, die niet alleen in de tempel dienden als musicus of bewaker, maar ook daarbuiten als griffier of rechter (1 Kronieken 26).
Die kant wordt in Kronieken sterk belicht en ook in de boeken Ezra en Nehemia zijn de Levieten opvallend aanwezig - in de rol van uitlegger van de wet (Nehemia 8), instrumentalist of zanger.
Onderbelichting
Die eenzijdige belichting heeft ook een keerzijde. Bijna iedereen uit de leesgroep liep op tegen het eenzijdig perspectief van Kronieken, met name als je over David en Salomo leest.
Waarom zoek je tevergeefs naar de donkere momenten uit Davids bestaan, zoals die rond Batseba en Absalom? Je leest zelfs dat Salomo de zoon is van Batsua, de dochter van Ammiël, terwijl hij volgens het boek Samuël toch ter wereld is gebracht door Batseba, de dochter van Eliam.
Bewuste geschiedvervalsing zal het wel niet zijn (daarvoor zit er teveel overeenkomst in de namen), maar een uiterste poging om te laten merken dat de schrijver het daar niet over wil hebben is het wel. Het bevestigt je dus in de wetenschap dat in deze boeken vanuit een heel eenzijdig perspectief is geschreven. ‘Doelgericht’ zouden we misschien nu wel zeggen.
Dat merk je bijvoorbeeld ook bij de opvolging van David door Salomo, die in het boek Koningen zoveel problematischer lijkt. In Kronieken is het de sfeer van overleg en continuïteit. En die was er natuurlijk ook op het aangelegen punt van de tempelbouw!
Eén misstap van David wordt trouwens wel verhaald en dat is die van de volkstelling. En precies dat is weer heel goed te rijmen met het perspectief van het boek Kronieken. Want de straf op de volkstelling eindigt op de dorsvloer van Ornan (in 2 Samuël 24, Arauna), waarvan David zegt: ‘Dit is de verblijfplaats van God de Heer. Dit is voor Israël het brandofferaltaar’ (1 Kronieken 22:1).
Bij Salomo is het niet anders, want over zijn vele vrouwen en vooral zijn afgoderij hoor je niets. Pas bij Nehemia’s strijd tegen gemengde huwelijken komt Salomo ter sprake: ‘Onder alle volken was er geen koning zoals hij, hij was geliefd bij zijn God ...maar zelfs hij zondigde vanwege vrouwen van buitenlandse afkomst’ (Nehemia 13:26).
Na Salomo volgt het boek Kronieken alleen de koningen van Juda, waarbij de belichting genuanceerder is. De beschrijving lijkt dan weer meer op die in 1 en 2 Koningen.
Opvallend dat sommige koningen toegewijd aan God beginnen, maar het bij het ouder worden laten afweten.
Schokkend ook de wreedheden tegen eigen volk (Asa, 2 Kronieken 16) of buurvolken (Amasja, 2 Kronieken 25).
Isolement
Na de ballingschap is de sfeer toch echt anders dan voor die tijd.
Dat merk je al lezend in de boeken Ezra en Nehemia. De afgoderij met de Baäls en Astartes lijkt verleden tijd.
Wel is er de confrontatie met de bevolking, die wordt aangetroffen bij terugkeer. Die hebben wel iets over zich van de sfeer van de latere Samaritanen - een dienst aan God, die niet van vreemde smetten vrij is. Het aanbod van de autochtonen om mee te werken aan de herbouw van de tempel, wordt dan ook afwezen door de eerste groep ballingen, die onder leiding van Zerubbabel terugkeert (Ezra 4). Dat betekende de keuze voor het isolement, die ook wordt doorgezet onder Ezra en Nehemia.
Triest
Dat ondanks allerlei familieverhoudingen, die er tussen de teruggekeerden en oorspronkelijke bevolking ontstaan - tot in de kringen van priesters en levieten toe (Ezra 9, Nehemia 13). Het leidde uiteindelijk zelfs tot de maatregel, waarbij de uitheemse vrouwen en kinderen werden weggestuurd. Jaap Kanis was niet de enige die dat een te extreme maatregel vond: ‘Triest vind ik de laatste hoofdstukken van Ezra, als de uitheemse vrouwen met hun kinderen worden weggestuurd.
Natuurlijk is het niet goed te praten, dat er zoveel gemengde huwelijken waren en het volk zo de wetten van de HERE overtreden heeft. Toch heb ik medelijden met de weggestuurde vrouwen. En als deze vrouwen zich nu bekeerd hadden en de HERE gediend hadden, was er dan geen mogelijkheid geweest om te blijven? Ik heb het er moeilijk mee.’ In de vijftiger jaren zou er onder ons ongetwijfeld heel anders zijn gereageerd en daarin merk je ook hoeveel er in kerkelijk Nederland veranderd is. Bob Wielenga wees nog op 1 Corinthe 7 en de heiliging van de man in zijn vrouw. En hij schreef nog veel meer moois over isolement en isolationisme, maar daar moet hij maar eens een apart artikel van maken.
Andere wereld
Dan het boekje Ester. Een andere wereld dan die van Nehemia en Ezra.
Bah, dacht ik bij de lezing van Ester 2:19, alweer? Na de toch wel erg vleselijke miss Perzië verkiezing door de koning himself en pal op de bruiloft met Ester ging het blijkbaar gewoon door - ‘Eens toen er opnieuw jonge meisjes bij elkaar werden gebracht.’ Toch krijg je niet het gevoel, dat je in een wereld zonder God beland bent.
Je proeft het in de momenten van verootmoediging en in het besef van leiding. In het vierde hoofdstuk lichtten de meesten uit mijn groepje vers 13 en 14 eruit, waar Mordechai tegen Ester zegt: ‘Als jij nu je mond niet opendoet, nu het moment daar is, komt er van een andere kant wel uitkomst en redding voor de Joden.
Maar jij en je vaders familie komen dan om. Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze.’ Ester doet het en het tij keert. Zoals dat trouwens in deze prachtige vertelling in allerlei lagen gebeurt.
Waarin toch iets glanst van het woord dat je in de hoogtepunten van de boeken Kronieken, Ezra en Nehemia tegenkomt - ‘De Heer is goed en eeuwig duurt zijn trouw’.