Tragiek der "vrije kerken"

1974-01-25
  • Jaargang 18
  • nummer 4
Een van de boeiendste facetten van de kerkhistorische studie is het napluizen van de levensgang van een persoon of een enkele kerk. Je komt dan dichter bij het eigenlijke, bij het hart van het leven der kerk dan wanneer je je bezig houdt b.v. met de z.g. "algemene" of de "vaderlandse kerkgeschiedenis". Dan ontvang je meer globaliserende en daarom ook meer abstrakte informatie.
Zo heb ik in de loop der jaren met groot plezier de ontwikkelingsgang van een aantal z.g. "vrije kerken" nagegaan. D.w.z. van kerken die zich niet in een kerkverband lieten opnemen. Ik wil daarvan nu iets vertellen.

• J. A. Wormser

Het eerst noem ik de gemeente van Wormser.
Velen zullen hem wel kennen als de schrijver van dat prachtige boek De Kinderdoop, waarvan nog vlak voor de oorlog een nieuwe - ik meen de vijfde - druk uitkwam.
Wormser was deurwaarder in Amsterdam.
Hij was - en dat zegt wat!
een vriend van de aristocraat Groen van Prinsterer. Deze schreef van hem na zijn sterven: Wormser was "een christen, wiens vriendschap en voorlichting ik, als een der uitnemendste voorrechten die mij te beurt gevallen zijn, herdenk. Van wien Da Costa, in de krisis van 1853 schreef: "Wat voortreffelijke kop en wat karakter daarbij! Ware ik koning of minister, hij bleef geen half uur langer deurwaarder." Een man wiens invloed, door geschrift en wandel, ter handhaving van de christelijke volksgeest en onberekenbaar en (althans bij vele machtigen en edelen en wijzen naar de wereld) onopgemerkt is geweest. Wormser was gelovig Christen van uitstekende begaafdheid. Niemand wellicht heeft hem geëvenaard in het algemeen verstaanbaar maken van het Christelijk-historisch beginsel, toepasselijk op Kerk, Staat en School."
Zó'n oordeel van zó'n man is geen kleinigheid.
Wormser ging in Amsterdam "met de Afscheiding mee." Maar hij kwam al gauw in een scherp conflict met de destijds zeer hiërarchische en harde v. Velzen, van wie prof. Bouwman schreef dat hij allen die hem in de weg stonden onschadelijk maakte. Wormser stond zeer kritisch tegenover een kerkorde en synoden. Van Velzen daarentegen beschouwde een kerkorde zo ongeveer als een goddelijke wet.
Het gevolg van dit conflict was dat Wormser met nog een ouderling en twee diakenen werd geschorst.
Wormser en de zijnen vormden toen een soort vrije gemeente.
Hij schrijft daarover enthousiast.
Ten gevolge van de tweespalt in de Afgescheiden kerk in Amsterdam, zo informeert hij Groen, "hebben wij vereniging van gelovigen op de voorgrond gesteld; zodat hier thans een kring van gelovigen bestaat, waarvan niemand tot "Afscheiding" gehouden.
De Gereformeerde Belijdenisschriften liggen ten grondslag, maar voor het overige is ieder voor zich Hervormd of Afgescheiden genaamd. Deze leden worden bestuurd, - maar zo, dat besturen bestaat in voorgaan en leiden.
Bij hen openbaart zich Christelijke werkzaamheid en deelneming aan alles, wat zulks enigszins verdient; er is een ongedwongenheid in bewegingen, die tevens door gehele overeenstemming, liefde en vrede gekenmerkt wordt."
Het beeld dat Wormser van deze gemeente geeft lijkt veel op het portret van de eerste Christelijke kerk zoals de Handelingen dat tekent.
Voortdurend schrijft Wormser aan Groen over zijn "gemeente" Wormser wil van een strakke organisatie niet weten! Wel van Afscheiding! Ik kan mij, zo schreef hij, "geen reformatie en gemeenscha ppelij ke wer kzaamheid overeenkomstig het Evangelie zonder het ontstaan van gemeenten en geen ontstaan van gemeenten zonder afscheiding, die altoos in vereniging opgesloten ligt."
Wormser is de voorganger van deze gemeente, hij "preekt" er voor en catechiseert.
Maar in 1851 wordt na geweldige tegenstand de orthodoxe ds Hasebroek in de Herv. Kerk van Amsterdam beroepen. En dan leest men opeens in een brief van Wormser: "Wij hebben in de maand november (van 1851) onze godsdienstige samenkomst, die twaalf jaren bestaan heeft, ontbonden.
De vrienden gaan nu ter kerk bij ds Hasebroek, Smitr, van Staveren, Schwartz, De Liefde.
Hasebroek vooral maakt veel opgang.
Mijn gezin is doorgaans 11/2 uur vroeger dan de predikant in de kerk, en vindt dan reeds de kerk vol. Hij predikt uitnemend; meer, gelijk men noemt, Evangelisch, dan karakteristiek Gereformeerd, hetgeen hem nog al verwijtingen van de steile richting berokkent. Ik ben met hem afgesproken dat mijn twee oudste kinderen, zo de Heer wil, na nieuwjaar bij hem zullen komen catechiseren om in de Hervormde kerk belijdenis af te leggen. Mijn vrouwen ik maken geregeld van de Hervormde kerk gebruik; maar om aan te sluiten, moet de Hervormde kerk de Afgescheidenen meer naderen, want wij kunnen niet komen als dwalender, en mogen de liberalen door onze komst niet sterken."
De "gemeente" van Wormser verdwijnt.
Zijn kinderen brengt hij onder "het juk der hiërarchie", dat hij steeds zo scherp kritiseerde.
En na een poos buigt hij ook zichzelf daaronder.

• Scholte

Naast Hendrik de Cock is Scholte de grote figuur bij de Afscheiding van 1834.
Scholte is het zelfs geweest die De Cock de laatste stoot heeft gegeven die nodig was om hem tot Afscheiding te brengen.
Geheel anders dan voor De Cock is voor Scholte die Afscheiding geen probleem. Als hij geschorst wordt scheidt hij zich om zo te zeggen per kerende post van het Ned. Herv. Kerkgenootschap af!
Scholte kan geweldig preken.
Twee, drie uur lang. En de mensen luisteren ademloos. Men noemt hem "een wonder Gods".
De kerk is voor hem een verzameling van gelovigen, die hun eenheid vinden in Christus. Hij zal jaren na de Afscheiding verklaren dat hij het beste zou gedaan hebben na zijn schorsing als Ned. Herv. predikant "eenvoudig voort te gaan met prediken en dopen en gemeenschap houden met de gelovigen in de breking des broods en gebeden zonder zich in te laten met kerkelijke organisatie."
Zijn ideaal is een vrije vergadering van gelovigen die niet gebonden aan een bepaalde confessie of organisatie, zich "vrij" en "onbelemmerd" ontplooien kan.
In de Afgescheiden kerken veroorzaakt hij veel verwarring.
Hij, de tegenstander van kerkelijke organisatie, maakt nota bene, voor de kerken waarin hij de leiding heeft - die van Zuid-Holland, Beneden-Gelderland, Noord-Brabant - een eigen kerkorde!
Ten slotte wordt hij - op ondeugdelijke gronden - geschorst.
Daar trekt hij zich evenwel niets van aan! Hij wordt er niet eens boos om. Later verschijnt hij zo maar weer op een synode van de Afgescheiden kerken. Maar in de genoemde provincies veroorzaakt zijn optreden een grote ravage.
Kerken scheuren. Veel afgescheidenen keren terug naar de Herv. Kerk. Nog meer worden ervan weerhouden zich bij de Afgescheiden Kerken aan te sluiten.
In 1846 gaat hij met honderden van zijn volgelingen emigreren.
Hij sticht de stad Pella in de staat Iowa. Nu kan hij, door niemand gehinderd, zijn kerkelijke idealen verwerkelijken.
Een christelijke kerk zonder meer. Geen kerkorde.
Geen aansluiting bij andere kerken.
Een volledig zelfstandige gemeente.
Het gaat eerst prachtig, Maar al spoedig komt er in zijn gemeente ruzie, twist, scheuring.
In Pella wordt Scholte nog tweemaal geschorst!
Scholte is recordhouder wat betreft de kerkelijke schorsingen.
Hij heeft er vier op zijn naam staan!
Schelte's schoonzoon, Nollen, die hem sympathiek gezind was schreef van hem: "Het viel hem zwaar met anderen saam te werken waar zulks het nakomen van vastgestelde regels vereiste, en hij gaf niet onduidelijk te kennen, dat zijn deelneming in de synoden der Afgescheiden kerken hem berouwde."
Een biograaf van Scholte schrijft : "Nergens, in de Hollandse koloniën (van de Verenigde Staten) verdeelde zich het volk in zoveel verschillende groepen, die richtingen vertegenwoordigde, als juist daar. Veel van wat in Pella gebeurde, had in een geregeld kerkverband niet kunnen gebeuren."
Een groot deel van Schelte's gemeente sloot zich na enkele jaren aan bij de "Hollands Geref. Kerk", waarin Van Raalte een leidende rol speelde.
Het gedeelte dat trouw bleef aan Scholte is in de loop van de tijd verdwenen, opgelost in andere kerken.
Een ongelofelijke tragiek.
Want ondanks zijn typische eigenaardigheden en bizondere ideeën juist daar. Veel van wat in Pella Scholte is een paar jaar na zijn door! ontbonden, opgelost in andere kerken.

• Jan de Liefde

Jan de Liefde is een van de boeiendste figuren uit het Reveil van de vorige eeuw. Hij was geestig, levendig in spreken en optreden, altijd recht op de man af, een vurige, welsprekende prediker, diep bewogen met de geestelijke, sociale en materiële ellende van de paupers en in en boven dat alles een oprecht christen, die maar een passie kende: te roemen in het kruis van Christus.
Vooral is De Liefde bekend geworden als volksschrijver. Als zodanig noemt Groen van Prinsterer hem zelfs geniaal.
De Liefde schrijft reeksen verhalen, bijbelverklaringen, een Algemene Geschiedenis in twee dikke delen. Hij vult jarenlang een christelijk weekblad: "Timotheus", "De Handwijzers", "Volksmagazijn voor burger en boer". Vooral ook is hij bekend geworden door zijn leesboekjes voor de lagere school. Die betekenden in die tijd een vernieuwing van het leesonderwijs!
Hij maakte ook kinderliedjes: "Klokje klinkt", "Er gaat door alle landen", maar ook "Van U zijn alle dingen" zijn creaties van De Liefde.
De Liefde was oorspronkelijk doopsgezind. Hij studeerde voor predikant op het seminarie der Doopsgezinden in Amsterdam.
Toen hij de pastorie in ging - te Woudsend - waren zijn opvattingen geheel in overeenstemming met "de geest der eeuw": "alleszins goedsdienstig en op braafheid bedacht". In zijn tweede gemeente, Zutphen, - ze bestond uit 40 leden! ...kwam De Liefde tot bekering.
Van toen af preekte hij Jezus Christus en de verzoening door zijn bloed. De gemeente wees deze prediking en bloc af! De kerk kwam wel stampvol, maar het nakroost van Menno Simons liet zich er niet meer zien.
Die toestand was onhoudbaar. De relatie met de Doopsgezinde kerk werd verbroken. De Liefde gaat in een lokaal preken. Na een poos sticht hij een vrije kerk: "De Apostolisch-Christelijk-Afgescheiden Gemeente". Zijn ideaal daarvoor is: "vrij te zijn van alle menselijke heerschappij en gezag; noch naar Synoden, noch naar Conciliën; noch naar Classen en Ringen, noch naar iets ter wereld geregeerd te worden, maar als de vrije Gemeente van Christus pal te staan rondom de banier Zijns kruises."
Maar na korte tijd vertrekt De Liefde met het oog op andere arbeid naar Duitsland! En - de nieuwe gemeente in Zutphen verdwijnt.
Een paar jaar later is De Liefde in Amsterdam. Daar ontplooit hij zijn activiteit tot ongekende hoogte.
Hij preekt elke zondag, leidt een evangelistenschool 1), werkt in "de Jordaan" met behulp van zijn vereniging "Tot heil des volks", die naai-, brei-, kleuter- en lagere scholen opent en onderhoudt.
Ook zondagsscholen en kinderkerken worden door deze vereniging in het leven geroepen.
De Liefde krijgt na verloop van tijd een groot kerkgebouw tot zijn beschikking, met de nodige lokalen voor catechisatie, kinderkerk, naaischool. De kerk was een solied gebouw met drie galerijen, een orgel! Het ging alles prachtig. 2) Oorspronkelijk ging het De Liefde alleen om prediking. "Mijn prediking is niets anders dat een eenvoudige Evangelisatie, zonder gemeentelijk verband."
Maar dat vanandert. Ruim twee jaar na de in gebruik neming van de nieuwe kerk wordt door De Liefde een "Vrije Evangelische Gemeente" gesticht. "Lidmaten der Gemeente zijn al degenen die na voorafgaand nderzoek der ouderlingen en voorstelling aan de Gemeente, door openbare belijdenis en ondertekening van de grondslagen en reglementen der Gemeente, tot haar toegelaten zijn". "Geen lid der Gemeente mag tevens lid ener andere Gemeente zijn."
Maar de vreugde was van korte duur.
Er komen financiële moeilijkheden!
De mooie kerk moet verkocht worden. De Liefde gaat van armoe naar Engeland. Hij schrijft daar een massa "stories" die graag worden geplaatst. Maar de gemeente kwijnt. Ze kerkt nog een poos in het lokaal van "Het heil des Volks" in de Willemstraat.
Maar in 1888 of '89 wordt zij voor opgeheven verklaard.
Gelukkig belaafde De Liefde dat niet meer. Hij was in 1869 gestorven.

Dit is de tragiek van enkele kerken die "vrij" wilden zijn, "vrij" ook ten opzichte van de zusterkerken.
Ik zei: van enkele "vrije" kerken.
Ik zou nog een hele rij van soortgelijke verhalen kunnen vertellen.
Er waren "vrije" kerken in Middelburg, in Moerdijk, in Ermelo, in Heerde, in Woubrugge en nog veel plaatsen meer. Ze zijn alle ondergegaan.
Wat de oorzaak daarvan was?
Zou het niet zijn omdat deze kerken geen ernst maakten met de realiteit dat alle kerken van Christus tezamen óók lichaam, kerk van Christus zijn? En dat ze daarom moeten samenleven en samenwerken? Zou het niet zijn, omdat deze kerken het niet beleefden dat er een band is tussen de kerken, een band, die door Christus zelf is gelegd en in Hem vastligt? Zou het niet zijn, omdat ook van de afzonderlijke kerken geldt dat als een lid van het lichaam wordt afgesneden, dat niet meer echt "leven" kan?
En zou ook (de latere professor) Gunning niet een pijl in de roos hebben geschoten toen hij als tweede predikant - naast De Liefde - van de Vrije Evangelische gemeente was beroepen, voor die roeping bedankte, o.a. omdat een gemeente als die van De Liefde "staat of valt met haar stichter en voorganger"?
En zou het ook niet zó zijn dat de overtuiging of het karakter van de mannen die een dergelijke "vrije" gemeente begeren en realiseren gemakkelijk de oorzaak daarvan worden dat de door hen gestichte gemeenten tot ontbinding overgaan.
De weg van de kerken van Christus in deze wereld is, óók wat hun samenleven en samenwerken betreft, een smalle weg. Een smalle weg tussen de afgronden van hiërarchie en bande-loosheid.

1) Daarin werden een aantal vurige evangelisten opgeleid, O.a. E. Gerdes, schrijver van een groot aantal (fel antipapertische) verhalen, dichter van: "Er ruist langs de wolken".
2) Die kerk stond met het front naar de vroegere Nieuwerzijds Achterburgwal.
de tegenwoordige Spuistraat.
De Liefde woonde op de Bloemengracht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief