De brief van Jakobus

1974-01-25
  • Jaargang 18
  • nummer 4
Voorhoede of achteraankomers?
(1 : 18)

We staan nog even apart stil bij dat 18e vers van Jakobus 1.
Om u ter overweging enkele gedachten bij dit vers aan te reiken van dr Okke Jager (uit zijn Bijbels Dagboek, bij 28 nov.) en van prof. dr J. de Graaf, (uit zijn "Geloven met je handen", ethisch kommentaar op de brief van Jakob us, een Eltheto-brochure, no. 25, 1967).
Komt de kerk achteraan of ze is ze voorhoede?
Zie ook K. Schilder over Jes. 9 : 14: zijn we kop- of staartprofeten?
Koplopers of nalopers? Wegbereiders of hekkesluiters?
Christenen zijn eerstelingen, zegt Jakobus. Eerstelingen van de schepping Gods. Heel de schepping wacht met reikhalzend verlangen op het openbáár worden van de kinderen Gods (Rom. 8: 19). De schepping rekent op ons.
Men wacht op onze woorden en nog meer op onze daden.
Niemand is zo vooruitstrevend, als een wedergeboren mens. Daar kan je niets aan doen, dat heb je bij je (2e) geboorte meegekregen.
De "wereld" (zie vers 27) komt altijd achteraan.
De kerk mag voorop gaan. Met vaart en visie. Zij kan de toon aangeven en de weg wijzen. " Wij hebben een Woord voor de wereld".
Wèg met minderwaardigheidscomplexen en frustratiegevoelens!
In de tijd dat Jakobus zijn brief schreef, was het christendom een nieuw geloof in een oude wereld; nu, 2000 jaar later lijkt het christendom een oude godsdienst te zijn in een nieuwe wereld.
In de eerste eeuwen christendom vielen christenen op door hun manier van leven: zie hoe lief ze elkander hebben. De christelijke leefwijze heeft de wereld beïnvloed.
Er zijn instituten ontstaan (hospitalen, scholen, armenzorg) en gedragspatronen (eerbied voor de enkeling, nederigheid als deugd) die de antieke wereld zó niet kende.
Nu is dit alles vanzelfsprekend geworden, ook voor nietchristenen.
Zijn we dan nog wel de voorhoede van Gods nieuwe schepping?
Klinkt dat niet erg pretentieus?
Maar staat het christelijk geloof . niet in het teken van de hoop?
Verwachten wij niet een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont? (2 Petr. 3 : 13) En gaat deze verwachting ons niet als vanzelf motiveren tot het anticiperen op de toekomst?
Geen achteraankomers, maar voorlopers, die zich uitstrekken naar wat vóór hen ligt en jagen naar het doél, om de prijs der roeping Gods, die van bóven is, in Christus Jezus. (Filip. 3 : 14)

Allereerst hóórders gevraagd!
(1 : 19-21)

We wéten het allemaal zo goed, hoe het allemaal moet... en we laten onszelf zo graag hóren. We zijn liever leraars dan leerlingen (3 : 1). We kunnen beter praten dan luisteren. We vallen graag de ander in de reden. Interrumperen zit ons in het bloed. Tot in de kerk toe, zij het daar in gedachten.
We geven ons niet zo gemakkelijk gewonnen. We weten het soms beter dan God in zijn Woord.
We heffen de kreet aan van de gerechtigheid van Gods koninkrijk, maar wanneer onze toorn ontbrandt als iemand ons niet helemaal kan volgen, zou die boosheid, die geprikkeldheid, gerechtigheid voor God voortbrengen?
Voor we gingen praten moesten we eerst eens een hele tijd stil zijn en luisteren, naar wat anderen zeggen, bovenal, naar wat God zegt.
Lijken we vaak niet op dat al te ijverige knechtje, dat al wèg is voordat zijn baas hem kon uitleggen wat hij van hem wenst?
Eérst luisteren en nog eens heel goed luisteren, - dan pas spreken of . . . misschien helemaal niet spreken, maar doen (vers 22). En in plaats van zo hoog van de toren te blazen: met zachtmoedigheid aannemen het in u geplante woord, dat heel uw leven kan behouden (vers 21).
Zachtmoedig betekent niet: halfzacht.
Mozes heet de zachtmoedigste van alle mensen (Num. 12 : 13), maar hij heeft op krachtige wijze leiding gegeven aan zijn volk, - waarlijk geen halfzachte.
Maar hij had geen hoog gevoel van eigenwaarde, en hij heeft zelfs stilzwijgend aangehoord de onbillijke verwijten van zijn eigen broer Aäron en zijn zuster Mir-
Jam.
Zouden we dan met nárne niet zachtmoedig aannemen het Woord van God? Dat "aannemen" zal samengaan met "afleggen". Je legt wat af en je neemt wat aan. Je legt wat af om wat aan te kunnen nemen. Je kunt het nl. niet tegelijk "hebben". Leg àf alle onreinheid en overmaat van boosheid, - en neem áán het in uw geplante Woord.
Voor "geplant" staat er m het grieks een woord, dat alleen hier voorkomt en moeilijk te vertalen is. Misschien is de vertaling van prof. Grosheide (K.V.) nog het meest te verkiezen: het Woord, dat samengroeiend is. Dat Woord wordt nl. één, groeit samen met degene, die het hoort en aanneemt.
Gods Woord werkt door in je leven en je vergroeit er mee. Die onreinheid en boosheid kun je nog afleggen, - maar wat met je samengegroeid is niet. Juist dat met je samengegroeide Woord kan je leren te onderscheiden, zodat je weet wat je van je doen en laten moet afleggen, omdat het niet harmonieert met wat met je samengegroeid is: het Woord Gods.
Van dat Woord zegt Jakobus tenslotte nog, dat het onze zielen kan behouden. "Kan" wil niet zeggen: het kan maar het kan ook niet.
Er staat in het grieks een woord waar ons woord "dynamisch" van afgeleid is. Gods Woord heeft de dynamiek om te behouden!
Grosheide vertaalt niet: uw zielen, - maar: uw leven. En hij schrijft erbij: "Men moet hier aan het gehele leven denken, niet alleen aan wat wij ziel noemen; de ganse mens wordt, zo als hij leeft, door Christus behouden, indien hij het Woord aanvaardt" (K.V. p. 27).
Gods Woord doet het, uitgezaaid, in ons geplant, wortel geschoten, samengroeiend met ons gevoelsleven en met ons gedachtenleven, met heel ons bestaan en ook inwerkend in de samenleving.
En zó "brengt het gerechtigheid voor God voort" (vers 20).
Verwacht geen nieuwe wereld (vers 18) van onze grote woorden, van opvlammende toorn, van de hardheid van het ongeduld, en door "al te rechtvaardig" te willen zijn (Pred. 7 : 16), en ook niet van revolutionair geweld.
De brief van Paulus aan Filémon, handelend over de verhouding "slaaf-meester" heeft eeuwen nodig gehad om tenslotte zo "samen te groeien" met onze christelijke samenleving, dat ze in de vorige eeuw de opheffing van de slavernij als vrucht afwierp. We zouden niet graag willen beweren, dat het geen groot schandaal blijft voor de christelijke wereld, dat het zoláng moest duren. Maar toch werkt Gods Woord onweerstaanbaar door, tot sanering van "de ganse mens en het hele leven". (Grosheide)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief