Afrika Map

1974-01-25
  • Jaargang 18
  • nummer 4
In september jl. is door de NBG/ NZR onder de titel Afrika Map een bundel informatie over de Afrikaanse christenheid verschenen.
Keurig uitgegeven in een omslag van soepel, doorzichtig plastic is op attractieve manier in deze map heel wat heldere informatie over het huidige Afrika bijeengebracht door NBG en NZR.
Achter deze misschien voor een enkele lezer wat geheimzinnig aandoende initialen, gaan het Nederlands Bijbelgenootschap en de Nederlandse Zendingsraad schuil.
Het huidige Afrika dat is nogal wat. Binnen een eeuw hebben zich in Afrika schoksgewijs een aantal diep ingrijpende ontwikkelingen voltrokken - revolutionaire ontwikkelingen - waarvan dit werelddeel voorlopig nog niet bekomen is. Om iets van die stormachtige veranderingen aan te duiden: tussen 1950 en 1968 verwierven veertig Afrikaanse landen hun zogenaamde onafhankelijkheid.
Met onafhankelijkheid bedoelen we hier hun onafhankelijkheid van koloniale Europese overheersing. Dit uiterst snelle dekolonisatieproces van Afrika kan in de wereldgeschiedenis als een staatkundige omwenteling worden beschouwd, die zijn weergave niet heeft. schrijft D. v. d. Meulen terecht (17). Hoe was die snelle verandering mogelijk? De volgende factoren waren van groot belang. De veranderende machtsverhoudingen in de wereld.
Grote Europese mogendheden werden op wereldniveau tweede rangs naties. Dat gebeurde doordat twee nieuwe dominanten opkwamen. Amerika en Rusland.
Amerika had ten aanzien van het Europese kolonialisme zijn twijfels.
Was het niet zelf bij zijn ontstaan als bond van vrije staten op het westelijk halfrond, ontstaan tengevolge van een vrijheidsstrijd tegen het koloniserende moederland, Engeland? En Rusland, uit een bloedige revolutie ontstaan, had zich principieel tegenstander verklaard van alle zogeheten imperialisme van de westerse koloniserende landen.
Na de tweede wereldoorlog kwamen de Afrikaanse politieke partijen tot grote krachtsontplooiing en de oppositie tegen het beleid van de koloniserende mogendheden nam toe. Voorts stegen de kosten van het koloniaal bestuur dermate dat de "moederlanden"
geen of weinig economisch nadeel ondervonden bij het doorsnijden van de koloniale banden.
Toch heeft het kolonialisme diepe sporen nagelaten. Goede sporen.
Maar ook kwade. En spanningen!
Spanningen, die een harmonieuze ontwikkeling in de weg staan. Er is staatkundige verbrokkeling.
Er zijn onevenwichtige economieën. Er botsen gedachten en ideologieën. Er zijn uit het Westen culturele invloeden ingekomen die wezensvreemd zijn aan de Afrikaanse cultuurpatronen.
Er is in onderscheidene vroegere koloniale landen een Afrikaanse élite opgekomen van de in westerse cultuur opgevoede intelligentia.
Die intelligentsia grijpt hier en daar naar de politieke macht, zodat veelbetekenend wordt gesproken over een neokolonialisme, een nieuw kolonialisme, van· een bovendrijvende laag van inheemsen. die door de westerse studiemolen zijn heengegaan en nu profiteren van hun macht over de niet-westers-ontwikkelde inheemsen. Door in een bizonder bevoorrechte positie te leven en te reizen in luxe, die vaak door het Westen is en wordt verschaft, zijn deze mensen nu de heren!

Wat de inhoud van de Map betreft, deze is rijk geschakeerd.
Het eerste hoofdstuk: Wat is Afrika?
bevat b.v. een staatkundige kaart van Afrika, een beschrijving van de ontwikkeling naar de huidige kaart van Afrika enz. enz.
Hoofdstuk twee gaat over de oude kerken in Afrika. Dat zijn de christenen in Egypte, de christenen in Ethiopië. Dit bevat een impressie van een Koptische kerkdienst van de hand van de heer G. Leene. Hoofdstuk drie gaat over de zendingskerken. Daarmee worden bedoeld die kerken die uit de zendingsarbeid van de laatste anderhalve eeuw zijn voortgekomen. Hoofdstuk vier heeft enkele artikelen over de onafhankelijke kerken. Dat zijn die kerken, die beter groeperingen genoemd kunnen worden, die ontstaan zijn uit kerkscheuringen en afscheidingen. Vroeger werden deze groeperingen, die vaak zeer extreem zijn, aangeduid met misprijzende, diskwalificerende namen als syncretistisch, sectarisch, nieuw-heidens, magisch-religieus enz. In de laatste tijd worden deze namen vervangen door meer beschrijvende namen zoals separatistisch, profetisch, ethiopisch, zionistisch, spiritistisch enz. De oecumenische beweging heeft een bijdrage gegeven tot een meer fenomenalistische beschrijving waarin de waarheidsvraag naar de achtergrond wordt geschoven en het verschijnsel als zodanig wordt gesignaleerd zonder een normatieve waardering of poging daartoe. Dit laatste ligt geheel in het streven van de oecumenische beweging en de Wereldraad van Kerken. Het doel van deze beweging is immers alle religieuze kringen, kerken en gemeenschappen tot elkaar brengen op grond van het verschijnsel religieusiteit en niet op grond van een positief christelijk, geloof.
Na deze vier hoofdstukken volgt dan nog landen-informatie. Dat wil zeggen over Ghana, Kenya, Rwanda en Tanzania en het kerkelijk leven en de zendingsarbeid aldaar wordt nadere informatie gegeven. De reden van de keus van deze vier landen uit de 42 Afrikaanse landen is, dat deze landen de voornaamste landen zijn waar Nederlandse zending werkt ... We begrijpen het motief, maar vinden het niettemin jammer dat over de zending in Zuidelijk Afrika en met name in Natal geen informatie wordt verschaft.
Jammer omdat in dit gebied de zendelingen uit onze kerken werkzaam zijn en onze gemeenten vanzelfsprekend grote belangstelling hebben voor de zending in dit gebied.
Bij de verschillende onderdelen wordt telkens naar literatuur van deskundigen verwezen.
Wij vestigen graag de aandacht op de ruime en gemakkelijk hanteerbare informatie die in deze bundel is bijeen gebracht. De informatie is vrij objectief, dunkt mij, voorzover objectiviteit mogelijk is zelfs bij het geven van informatie. Absolute objectiviteit is zelfs bij het verstrekken van informatie onbereikbaar.
Een paar kritische opmerkingen in het kort tenslotte.
In de bundel merkt men niets van aandacht en opmerkzaamheid voor scheuringen die voortkwamen uit geloofsgehoorzaamheid.
Men lost met betrekking tot het z.g. "kerkelijk vraagstuk" (van Europa en van Afrika) dat overal in de christenheid bestaat, niets op door algemene veroordelende uitspraken als "het schandaal van de versplintering" in het artikel van John S. Mbiti op pag. 77, om maar één voorbeeld te geven.
Zulke uitspraken liggen wel in de algemene lijn van het spreken over het kerkelijke vraagstuk in de kringen van de Wereldraad.
Daar vindt men de verscheurdheid de grootste zonde zonder dat de vraag wat is waarheid op reformatorisch christelijke wijze aan de orde komt. Als deze vraag niet aan de orde komt, omdat dit niet kàn in deze samenwerkingskringen, is duidelijk dat deze opvatting omtrent "geloof" geheel strijdig is met dat wat de bijbel leert omtrent geloven en geloof.
Voorts merkt men in de opstellen die deze bundel bevat, niets van een onderscheiding der geesten, die in de "christelijke cultuur" van het Westen zo'n rol gespeeld hebben en nog spelen, en die verpakt in het "christendom" dat uit Europa naar Afrika gebracht is, mee-overgebracht zijn naar dat werelddeel. We zouden dit bij informatie over deze belangrijke materie teneinde de studie te dienen mogen verwachten. Niets wordt opgemerkt omtrent humanistische invloeden; niets over het nee-protestantisme, dat in het kerkelijke leven en in de zendingsarbeid zoveel verwarring en verduistering van de dingen die eenmaal den heiligen overgeleverd zijn heeft gebracht. Niets van historisme en relativisme, die zo diep in de hedendaagse theologie zijn ingedrongen.
Ten laatste. Een opvallend gebrek is, dunkt mij, dat ook helemaal geen informatie wordt gegeven over de diepe problematiek van het vraagstuk van de ontwikkelingshulp. Dit is een heel belangrijke omissie in deze bundel. Als de voortekenen niet bedriegen komt van nu af aan juist deze problematiek in het Westen de aandacht vragen.
Bij het gebruik zij men gewaarschuwd!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief