Met een open oog voor de praktijk

2005-05-20
  • Jaargang 49
  • nummer 10
Zou het niet prachtig zijn, als iemand in een vroeg stadium van de theologie-studie al een idee krijgt van wat het predikantschap inhoudt? Zodat niet pas bij de eindstreep van de studie of al werkend in de pastorie duidelijk wordt dat het misschien toch beter was geweest, wanneer 6 of 15 jaar eerder iets anders was gekozen dan deze studie met zijn bijna logisch vervolg ...

Duidelijk zal zijn dat er, alleen al om deze reden, in de opleiding het nodige moet veranderen - zowel in de opzet van de studie, als ook in de samenhang tussen de verschillende vakken.
In dit artikel hoop ik duidelijk te maken, dat onze predikantenopleiding samen met de opleiding aan de TUA een mooie opleiding kan worden voor jonge mensen die predikant willen worden.

Structuur van de opleiding
De opleiding aan de TUA is de laatste jaren al ingrijpend gewijzigd en geheel in overeenstemming gebracht met de eisen, die vanuit het ministerie aan een universitaire opleiding worden gesteld. Door middel van onderwijsvisitaties houdt het ministerie de vinger regelmatig aan de pols. Op onderzoeksgebied werkt de TUA intensief samen met de TUK van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt.
In de onderzoeksgroepen werken ook Nederlands gereformeerde theologen mee.
De theologiestudie bestaat nu uit twee delen: de eerste drie jaren vormen de bacheloropleiding, daarna komt de masteropleiding. Onze opleiding sluit daar bij aan. Een masterdiploma is te vergelijken met het oude doctoraaldiploma en in veel opzichten ook met het nog oudere kandidaatsdiploma waar ook zes jaren studie voor nodig was.

Onderbouw
De bacheloropleiding noemen we nu maar even de onderbouw, al is het in principe een afgerond geheel. In de eerste jaren wordt een basis gelegd van talenkennis, bijbelvakken en andere theologische basisvakken.
Enkele vakken waar we een eigen accent willen aanbrengen zitten in het NG-opleidingsprogramma. Het is de bedoeling dat de studenten vanaf het begin zicht krijgen op wat het werk van een predikant inhoudt en dat het voor henzelf ook duidelijk wordt of zij op die weg verder willen.
Daarom is er gedurende heel de opleiding aandacht voor persoonlijke en beroepscompetenties.
In het eerste studiejaar is er een oriënterende stage om kennis te maken met wat een predikant zoal doet.
Verder twee cursussen bijbelkennis en een inleiding filosofie, waarin met name de geschiedenis van de filosofie aan de orde komt.
In het tweede en derde studiejaar hebben filosofie (met o.m. aandacht voor de reformatorische wijsbegeerte), hermeneutiek (bijbeluitleg en toepassing in onze tijd) en de kerkgeschiedenis van de 20e eeuw een plaats gekregen. Daarnaast is er een college praktische theologie met enkele meerdaagse cursussen waarin het vooral gaat om het operationeel maken van beroepsvaardigheden.

Gezamenlijk onderwijs
Door heel het studieprogramma heen lopen twee onderwijsactiviteiten waaraan studenten uit alle jaren en alle kerndocenten deelnemen. Dat zijn de onderdelen 'verkondiging' en 'íntegratiecollege'. Deze twee onderdelen zijn eigenlijk een voortzetting van wat we nu hebben bij de theologische studiebegeleiding (TSB). Bij 'verkondiging' spelen behalve homiletiek (preekkunde) ook exegese, geloofsleer en praktische theologie een rol. In het 'integratiecollege' is met name aandacht voor spiritualiteit en ontwikkelingen in de theologie en de samenleving. Het aardige van deze twee onderdelen is dat alle studenten elk op hun eigen niveau daarin participeren. Beginnende studenten kunnen waarnemen hoe ouderejaars met de stof omgaan.

Bovenbouw
In het masterprogramma hebben we naast de zojuist genoemde gezamenlijke werkcolleges, waarbij vooral van de MA-studenten veel wordt gevraagd, een cluster 'Identiteit NGK' met als aandachtsgebieden geloofsleer, bijbelonderzoek en kerkelijk samenleven.
Een belangrijk onderdeel van de masterfase is de praktijkstage van 3 maanden. Hiervoor wordt in overleg met de student een stagegemeente gezocht en de student krijgt behalve begeleiding van de stagebegeleider (de plaatselijke predikant), ondersteuning van de stagedocent en een supervisor als persoonlijk begeleider.

Docenten
De commissie heeft natuurlijk ook gekeken naar deskundige docenten, die nodig zijn om het onderwijsprogramma te realiseren. Voor de kernactiviteiten denkt de commissie aan vier parttime docenten met een vaste aanstelling die verantwoordelijk zijn voor de onderwijskwaliteit en ook wetenschappelijk gekwalificeerd zijn (minimaal een relevant doctoraal- of masterdiploma). Dat laatste is noodzakelijk mede omdat de TUA (die de vrijstellingen verleent) inzake het wetenschappelijke niveau van het onderwijs en de docenten verantwoording moet afleggen aan de overheid.
Daarnaast zullen voor kortlopende onderwijsonderdelen tijdelijke docenten worden aangetrokken en voor bepaalde cursussen denkt de commissie ook aan de inzet van deskundigen die alleen een specifiek onderdeel verzorgen.

Uit de breedte van onze kerken
Het spreekt voor zich dat de commissie zoekt naar gekwalificeerde mensen.
Maar tegelijk geldt voor de kerndocenten dat zij belijdend lid van één van de Nederlands Gereformeerde Kerken moeten zijn en deze kerken een warm hart toedragen. Verder is het nodig dat de kerndocenten goed op de hoogte zijn van de geschiedenis van en de ontwikkelingen binnen de gereformeerde kerken in het algemeen en de Nederlands Gereformeerde Kerken in het bijzonder.
In het bovenstaande heeft u misschien een verwijzing naar de bestaande Theologische Studiebegeleiding en het Nederlands Gereformeerd Seminarie gemist. De commissie denkt bij haar zoektocht naar gekwalificeerde docenten natuurlijk in eerste instantie aan de huidige studiebegeleiders en in de lijn van onze opdracht ook aan met het NGS verbonden docenten. Dat neemt niet weg dat de commissie graag heel breed wil weten welke gekwalificeerde personen in aanmerking willen komen om op een bepaald vakgebied te participeren in de opleiding.
Uiteindelijk zijn het de kerken die op de komende extra LV beslissen over de benoemingen. De commissie zal de kerken daartoe dan een gefundeerd (en vertrouwelijk) voorstel doen.
En boven alles: van de zegen van de Heer van de kerk. Want ‘als de Heer het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers ...’ (Psalm 127). Dat geldt ook voor onze bescheiden aanleunopleiding waartoe de kerken besloten hebben en waarvan de contouren zo langzamerhand zichtbaar worden.

Noot
1. Namens de Commissie Opleiding Predikanten (COP) die bestaat uit R. Venderbos, C. Smit, A. Romkes, K. Muller (voorzitter) en C.J. Bos (secretaris)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief