Catechisatie is een opdracht voor de hele gemeente

2013-01-26
  • Jaargang 57
  • nummer 2
In dit artikel wil ik een onderwijskundige reflectie bieden op catechese. Eerst schets ik drie modellen van leeromgevingen die in catechesepraktijken zijn te onderscheiden. Vervolgens ga ik in op de kerk als leergemeenschap.
Aan de hand van een voorbeeld beschrijf ik welk model van catechese daaraan het meest dienstbaar lijkt te zijn. Tot slot leg ik uit dat leren door ervaring en in gemeenschap een belangrijke trend is in het vormgeven aan en de reflectie over catechesepraktijken.

Binnen de catechese kan globaal onderscheid gemaakt worden tussen drie modellen van leeromgevingen: een behavioristisch model, een ontwikkelingsgericht model en een meester-gezel-leerlingmodel. Deze modellen zijn ideaaltypen van praktijken.
In praktische catechesesituaties lopen kenmerken uit meerdere modellen vaak door elkaar heen.

Het behavioristische model
In een leeromgeving volgens het behavioristische model instrueert de docent de leerling om de leerling bekwamer te laten worden op een bepaald vakgebied. De docent maakt de leerling duidelijk welke inhoud op welke wijze het beste kan worden geleerd. De leerling past deze aanwijzingen toe om zich te bekwamen in de vakinhoud. In dit model speelt de beloning van leerlingactiviteiten (bijvoorbeeld in de vorm van cijfers of complimenten) een belangrijke rol.
Een dergelijk model gaat schuil achter catechesepraktijken waarin de catecheet de inhoud van catechisatielessen laat bepalen door het uitleggen van bijvoorbeeld catechismusvragen en -antwoorden en de kennis daarvan stimuleert en toetst door deze bij de catechisanten te overhoren.

Het ontwikkelingsgerichte model
Leeromgevingen die meer georiënteerd zijn op het ontwikkelen van leerprocessen gaan veelal uit van het tweede model, het ontwikkelingsgerichte model. Binnen dit model is sprake van een leerling die leert met hulp van een docent die de leerlingen bevraagt, confronteert en aanmoedigt om eigen persoonlijke theorieën te expliciteren en kritisch te bezien. De leerling reguleert zijn eigen leren met hulp van de leerkracht, die de leerling als coach bijstaat.
Dit model gaat schuil achter catechesepraktijken waarin de inhoud van de catechisatielessen sterk wordt bepaald door de inbreng van catechisanten zelf en waarbij het zelfstandig kritisch nadenken over deze inhouden het belangrijkste doel is dat de catecheet nastreeft.

Het meester-gezel-leerlingmodel
In het derde model, het meester-gezel-leerlingmodel, participeren de leerling en de docent in een gedeelde praktijkcontext van een specifiek vakgebied. De docent is expert in dit vakgebied en modelleert zijn expertise.
De leerling probeert de kunst van de expert af te kijken en imiteert de activiteiten van de leerkracht. Op deze wijze probeert de leerling de praktijk van het vak onder de knie te krijgen. Dit model is gestoeld op het gildestelsel, waarbij bijvoorbeeld een aspirant-timmerman het vak leert door mee te werken in de praktijk van een ervaren timmerman en zo opklimt van leerling naar gezel en ten slotte naar meester in het vak.
Toegepast op de catechese: hier gaat het om catechesepraktijken waar niet de inhoud of de eigen vragen van catechisanten maar de persoon van de catecheet, wie hij is en wat hij doet en zegt, in de eerste plaats leidend is in het leerproces van catechisanten.
Belangrijke over te dragen inhouden en springende vragen van catechisanten zijn nog steeds van belang, maar deze krijgen een plek en voeding in de persoonlijke omgang tussen catecheet en catechisant. En: die persoonlijke omgang kan zich niet beperken tot een catechese-uurtje in de week, maar vindt plaats in diverse andere ontmoetingen in het geheel van het gemeenteleven.
De catecheet is dus niet alleen de man of vrouw die de catecheseles verzorgt, maar is de aansprekende en aanspreekbare christen die in het gemeenteleven optrekt met jongeren.
In dat gezamenlijk optrekken biedt de catecheet de jongere houvast in de geloofsontwikkeling door wie hij of zij ís voor die jongere.

Leergemeenschap
Eén van de manieren waarop je een kerkelijke gemeente kan typeren, is dat het om een gemeenschap van gelovigen gaat. Een gemeenschap veronderstelt betrokkenheid op elkaar voor langere tijd: leden van de gemeenschap delen hun tijd en hun levenssferen met elkaar, zowel in de kerk als in de lokale context van de kerk. Kerken lijken echter steeds minder een gemeenschap te zijn en zich steeds meer te profileren als een ‘religieuze organisatie’, die een variëteit aan op zichzelf staande activiteiten aanbiedt waarbinnen jong en oud zijn religieuze hart kan ophalen. Deze tendens is ook waar te nemen als je de hedendaagse catechesepraktijk in veel kerken bekijkt.
In kerkelijke gemeenten zie je vaak een versnipperd aanbod voor godsdienstige vorming. Kerken lijken steeds minder op een leergemeenschap.
Als het om catechesepraktijken binnen kerken gaat, zie je die fragmentatie weerspiegeld in praktijken volgens het behavioristische én het ontwikkelingsgerichte model. In praktijken volgens het behavioristische model is de kans groot dat de vooraf vastgestelde inhouden die van grote relevantie voor de kerk zijn, los komen te staan van de leefwereld van jongeren. In praktijken volgens het ontwikkelingsgerichte model geldt het gevaar dat hoge aanpassing aan de leef- en belevingswereld van jongeren leidt tot een verwijdering tussen individueel geconstrueerde religieuze opvattingen enerzijds en de ‘way of life’ en de kernopvattingen van de lokale kerkelijke gemeente anderzijds.
Het meester-gezel-leerlingmodel lijkt deze twee vormen van verwijdering of fragmentatie te ondervangen: het stelt de gelovige als voorbeeldfiguur centraal, die enerzijds de actuele jongerencultuur serieus neemt en anderzijds de traditie en kernopvattingen van de geloofsgemeenschap uitleeft.
Daarom lijkt het meester-gezel-leerlingmodel een passend model te zijn voor kerken die leergemeenschappen willen zijn.

Mentorcatechese
Een voorbeeld van catechesepraktijken volgens een meester-gezelleerlingmodel in de context van de Nederlandse protestantse kerken is de zogenoemde mentorcatechese.
Deze vorm van catechese wordt in toenemende mate gebruikt in lokale kerkelijke gemeenten.
Mentorcatechese is een vorm van jongerencatechese die anders is opgezet dan de klassieke jongerencatechese.
In het eerste deel van een catechesebijeenkomst komen alle catechisanten bij elkaar. Zij krijgen dan catechese van de predikant of een catecheet, die het centrale onderwerp aan de orde stelt en daarbij uitleg geeft. Een variant hierop is dat in het eerste deel niet alle catechisanten samenkomen, maar dat naar leeftijd wordt uitgesplitst. Dit eerste deel kent behalve een catechetisch vaak ook een liturgisch karakter: er wordt met elkaar gebeden en gezongen onder muzikale begeleiding van enkele jongeren.
In het tweede deel van de bijeenkomst gaan de catechisanten uiteen in een aantal groepjes onder leiding van een mentor. Bij de vorming van deze groepjes wordt rekening gehouden met de leeftijd. Met behulp van werkbladen of ander materiaal wordt het behandelde onderwerp uit het eerste deel besproken onder leiding van de mentor. Zowel aan het kenniselement als aan het pastorale element moet in dat tweede deel recht gedaan worden.
Bij deze vorm van catechese werkt de catecheet (bijvoorbeeld de predikant) samen met andere leden van de gemeente die optreden als mentor van een klein groepje jongeren. Een mentor begeleidt jongeren gedurende een aantal jaren tijdens de catechesebijeenkomsten en wanneer nodig en mogelijk ook op andere momenten.
Mentorcatechese maakt intergeneratief leren mogelijk, zowel als het gaat om het doorgeven van waardevolle kennis en ervaringen als waar het gaat om identificatiemogelijkheden met volwassen christenen van de eigen gemeente. Verder komt in een kleine groep de individuele jongere beter in beeld. Daardoor kunnen centrale onderwerpen tijdens de catechese gemakkelijker worden gerelateerd aan het persoonlijke leven van de jongere.
Ten minste vier principes staan centraal bij mentorcatechese:
1. Belangrijke over te dragen inhouden zijn nog steeds van belang, maar deze krijgen een plek en voeding in de persoonlijke omgang tussen catecheet en catechisant.
2. Als catecheet ben je identificatieof voorbeeldfiguur, die christelijk handelen laat zien en dit handelen van zichzelf of van de gemeente kan duiden en verantwoorden.
3. Als catecheet bied je jongeren houvast bij het plaatsen en verwerken van verschillende indrukken, opvattingen en belevingen ten aanzien van het geloof en de praktijk van het christen-zijn die zij opdoen in allerlei andere verbanden, zoals in hun vriendengroep, op internet en bij andere christelijke samenkomsten in andere kerkelijke settings.
4. De persoonlijke omgang van de catecheet met de catechisant beperkt zich niet tot een catechese-uurtje in de week, maar vindt plaats in diverse andere ontmoetingen in het geheel van het gemeenteleven en daarbuiten.

Het voorbeeld van mentorcatechese maakt meteen duidelijk dat het meester-gezel-leerlingmodel vooral past bij kerkelijke gemeenten die een gemeenschap van verschillende generaties willen zijn en waarin het waardevol wordt gevonden om jongeren in te voegen in die gemeenschap.
Het model vraagt van een gemeente dat zij wil investeren in contacten tussen jongere en oudere generaties. Het vraagt om investering, omdat de voorgestane cultuur van het model een andere is dan de (kerkelijke) cultuur nu veelal is: één die meer en meer gefragmenteerd is en waarbij jongeren meer en meer alternatieve gemeenschappen met leeftijdsgenoten opzoeken naast of in plaats van de geïnstitutionaliseerde kerkelijke gemeente.

Alledaags
Het vormgeven van leerprocessen in de catechese volgens een meester-gezel-leerlingmodel kan beschouwd worden als een belangrijke trend in het nadenken over catechese. Zo kunnen vormen van mentorcatechese bouwen op recente godsdienstpedagogische literatuur over kerkelijk jeugdwerk en religieus leren. Eén van de leerprincipes die hierin steeds vaker aandacht krijgt, is het belang van levende representanten van een specifieke religieuze traditie die deelnemen aan het leven van jonge mensen. Alledaagse ervaringen en ontmoetingen dienen dan als startpunt voor (godsdienstige) leerprocessen. Leren door ervaring dus.
Daarnaast zien we dat in toenemende mate aandacht wordt geschonken aan het gemeenschapskarakter van leerprocessen.
Catechese is niet gediend met een geïsoleerde rol binnen de kerkelijke gemeente. Catechese is een opdracht voor de hele gemeente, waarbij niet alleen catecheten maar ook ouders nauw betrokken dienen te zijn.

Jos de Kock is directeur Onderwijs, universitair docent Educatie & Catechetiek en medewerker van het Onderzoekscentrum Jeugd, Kerk & Cultuur (OJKC) aan de Protestantse Theologische Universiteit (PthU). Voor dit artikel maakte hij gebruik van een uitgebreider artikel dat eerder van zijn hand verscheen: De Kock, A. (2012). Catechese volgens het meester-gezelleerlingmodel.
Een veelbelovende benadering. Handelingen, 39 (2), p. 21-31.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief