Hoe hou je genade spannend?

2005-05-20
  • Jaargang 49
  • nummer 10
Op de folder stond het iets ingewikkelder. Het zou gaan over wat evangelische en reformatorische christenen van de Puriteinen kunnen leren. Maar op de studiedag, georganiseerd door het opinieblad CV Koers op 23 april, draaide het om de vraag die als titel boven dit artikel staat: hoe hou je genade spannend?

Een belangrijke vraag, want weten we nog wel wat genade eigenlijk is? Of zijn we zo aan het woordje gewend geraakt dat we het niet meer horen? Of nemen de lasten en lusten van het leven ons zozeer in beslag dat we niet meer beseffen dat we alleen van genade kunnen leven?

Persoonlijke verzoening
Het werd een mooie dag. Twee predikanten, de een hersteld hervormd en de ander baptist, allebei uit Katwijk, gaven de aftrap. Volgens de hersteld hervormde dr. W. van Vlastuin nemen evangelische christenen de wet en de noodzaak van persoonlijke verzoening niet serieus genoeg en zijn ze te vatbaar voor de tijdgeest. Van de Puriteinen – een 17e eeuwse kerkelijke stroming in de Angelsaksische wereld die ook in Nederland weerklank vond in de zogenaamde ’Nadere Reformatie’ – kunnen ze op die punten heel wat leren, vond Van Vlastuin.

Angst
Baptistenpredikant en docent aan de Evangelische Theologische Hogeschool dr. Henk Bakker stuurde juist de reformatorische christenen in de leer bij de Puriteinen. ‘Verbaast Gods genade reformatorische christenen nog wel?’ vroeg hij zich hardop af en die vraag raakte mij, als lid van de meest evangelische onder de reformatorische kerken.
Bakker erkende dat veel reformatorische christenen weten wat het is om van Gods genade te leven. Toch zag hij onder reformatorischen ook een gebrek aan lef, aan daadkracht en aan vrijmoedigheid om van Jezus Christus te getuigen.
Bovendien, aldus Bakker, is praten over genade niet genoeg. De genade van God hoort namelijk ook iets uit te werken: genade leidt tot gemeenschapsvorming.
Kerkelijke structuren horen ruimte te bieden voor die gemeenschapsvormende kracht van de genade.
De kerk is niet ’een mooi kerkgebouw’ of ’een schitterende liturgie’, maar een gemeenschap van mensen die zich verbazen over Gods genade en die van daaruit aan de slag gaan in de wereld.
Lees er Handelingen 12:23 op na, waar staat dat Barnabas juist van die gemeenschapsvormende genade onder de indruk was toen hij Antiochië bezocht.
En daarmee was Bakker bij zijn voornaamste stelling gekomen: ‘Kerkelijke structuren moeten het leven met God dienen’. We moeten dan ook, aldus Bakker, genade-gerichte structuren bevorderen. Niet ambtsdragers, belijdenissen en kerkorde behoren te bepalen hoe het in de kerk toegaat. Elke christen is geroepen om zijn of haar steentje bij te dragen in de gemeente en structuren horen dat niet te belemmeren.
Toch zijn de reformatorische kerken door hun kerkstructuur vaak door angst beheerst en door dominees geregeerd.
Oud-ND-redacteur Aad Kamsteeg sloot zich hierbij aan in de forumdiscussie.
Ook van hem moeten die reformatorische kerkstructuren snel veranderen, zodat kerkleden meer ruimte krijgen om werkelijk onder de indruk te komen van Gods genade en daardoor de drang krijgen om deze boodschap door te vertellen.

Hoofd en hart
‘Hoe kan het geloof mij echt vernieuwen?’ was de titel van de workshop die Kamsteeg ‘s middags gaf. Hij schetste hoe hij sinds begin jaren 1990 steeds meer door die vraag geboeid werd.
Waarom? Vanwege de puriteinse nadruk op hoofd en hart, waardoor het hem - vertelde Kamsteeg - nu geen moeite meer kostte om te zeggen ‘Ik houd van Christus’. Het boek van een puritein uit deze tijd, John Piper, met de titel ‘Desiring God’ had hem daarvoor de ogen geopend. Zo werd kennis over God steeds meer kennis van God: liefdevolle omgang met Hem. Van zijn werkbezoeken aan China leerde Kamsteeg dat het mogelijk is om 20 jaar in een strafkamp te zitten en toch een diepe vreugde in God te hebben. Het besef brak bij hem door dat ‘wij God het meeste eren door onze diepste vreugde in Hem te vinden’.

Anders leven
Kamsteeg legde uit dat hierdoor ook zijn motief om anders te leven dan niet-gelovigen – levensheiliging dus – grondig veranderde. Het gebeurt niet meer uit angst voor God of om de ouderling te ontlopen; ook niet meer uit verstandelijke overwegingen, maar omdat je persoonlijk geraakt bent, in je hart getroffen door Jezus Christus. En daar hebben we meer dan ooit behoefte aan, zei Kamsteeg, want het versterkt de band met God (‘up’) en met elkaar (’in’) en stimuleert de bewogenheid met de ongelovigen om ons heen (‘out’).

Schaap in de kerk
Wie dacht dat de workshop van Henk Bakker ‘Prediking als bron voor gemeenteopbouw’ saai zou zijn, kwam bedrogen uit. Niet eerder hoorde ik een zo overtuigend en levensecht pleidooi voor de preek. Want, legde Bakker uit: in de preek gebeurt iets zeer unieks: je wordt daar doorgrond en weerlegd (1 Korinte 14:23-25). De Katwijkse predikant zag de preek vooral als een middel tot identificatie: de toehoorders worden meegenomen in het verhaal, gaan zich vereenzelvigen met Jozef, met Abraham, met de overspelige vrouw, met Petrus of waar de preek ook maar over gaat. Bakker vertelde dat hij zelfs eens een keer als Jona verkleed door het raam naar binnen klom met wier op z’n hoofd.
Een andere keer preekt hij over Psalm 23 met een echt schaap in de kerk, een staf erbij en kaartjes waarop ieder kon invullen welke concrete vertroosting hij van God verwachtte.

Verbeelding
Het is belangrijk dat je als prediker het identificatieproces niet in de weg staat. Het doel van dat proces is dat de toehoorders zich voor God gesteld voelen. Zodat zij begrijpen: ‘God roept mij tot de orde’. Of ‘Hij roept mij tot rust’. Bakker: ‘Niets ter wereld kan dat identificatieproces vervangen’. Beeldmateriaal kan een ondersteunende functie vervullen, maar als je alles gaat uitbeelden schakel je de verbeelding uit en kunnen de mensen zich niet meer identificeren met de figuur over wie het gaat. Bakker vertelde tenslotte dat zijn gemeente veranderd en sterk gegroeid is door deze manier van preken gekoppeld aan verwerking in de middagdienst en in kleine groepen. Daar doet zo’n 60% van de gemeente aan mee.

Maakt niet uit
Een van de vijf Belgen die de conferentie bijwoonden had zo zijn eigen commentaar bij de forumdiscussie ‘s morgens.
‘Jullie Nederlanders hebben zoveel gekregen. Speel het ene dan niet uit tegen het andere. Zwarte kous, witte kous, gestreepte kous, bloemetjes op je kous, het maakt voor God allemaal niet uit. Of er nou een orgel of een gitaar of een harp speelt in de kerk, maakt ook niet uit. Ik dank die man met z’n jankende gitaar die ooit voor mij kwam spelen. Door hem heb ik God leren kennen’. Hij kreeg een daverend en spontaan applaus.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief