Waarom zou ik mijn kind naar catechisatie sturen?

2013-01-26
  • Jaargang 57
  • nummer 2
De vraag in de kop boven dit artikel is een vraag waar ik veel over in gesprek ben met ouders. Steeds meer eigenlijk, want de drempel om niet op te komen dagen bij catechisatie wordt steeds lager. Het is dus goed om eens over deze vraag na te denken.

Als ik alleen kijk naar de tijd dat ik als professional betrokken ben bij het jeugdwerk, dan zie ik dat we verschillende fasen hebben doorlopen.
Vijftien jaar geleden was de stelling: ‘Je gaat naar catechisatie, club mag je kiezen.’ Daarmee zaten we in de fase dat je gewoon ging als er iets werd georganiseerd door de kerk.
De fase die daarop volgde, was die van het kiezen tussen één van beide.
Zeg maar rond 2005. Je gaat naar club óf naar catechisatie. En nu zien we een fase waarin jongeren kunnen kiezen tussen één van beide en waarin tegelijkertijd de drempel om niet op te komen dagen steeds lager wordt.
Jongeren sporten de ene week en bezoeken de andere week de catechese of club. Als er de volgende dag een toets is, melden ouders hun kinderen af. En met de opkomst van de sociale media melden jongeren dat steeds vaker ook zelf.
De algemene tendens die ik merk als ik in het land met leiders spreek, is dat ouders steeds minder het bezoek aan activiteiten van een kerk als een vast gegeven beschouwen. Er wordt bekeken of het in de vaak volle gezinsagenda past. Ik oordeel hiermee niet, ik neem waar.
Wat ik daarin lastig vind om helder te krijgen, is de overweging en worsteling van ouders. Ik heb een tijdje lesgegeven op een middelbare school en heb daar ouders regelmatig intenser zien meeleven met het onderwijs van hun kinderen dan ik soms merk in kerken. Ik zeg bewust ‘merk’, omdat ik in gesprek met ouders wel wat merk van die betrokkenheid, maar tegelijk ook iets van machteloosheid. ‘We zouden graag willen, maar we kunnen hem toch niet dwingen?’ Of: ‘Het is belangrijk dat ze dit jaar gaat halen, dus daarom kan ze vanavond niet komen.’ ‘Hij speelt zo graag volleybal en dit is de enige avond waarop hij kan trainen.’ Deze redenering omdraaien zou natuurlijk te makkelijk zijn: ‘Het is belangrijk dat hij de eeuwigheid gaat halen, daarom kon hij zijn proefwerk niet leren en komt hij vanavond niet volleyballen... sorry.’

Punniken
Deze zoekende ouders laten goed iets zien van de tijd waarin we leven. Er is een beweging geweest van de bevelstructuur naar de overlegcultuur. Het boek De grenzeloze generatie van Frits Spangenberg en Martijn Lampert schrijft hier boeiende dingen over. In die lijn kun je zeggen dat jongeren steeds vaker in overleg tot een compromis komen met hun ouders over het bezoeken van activiteiten van de kerk. En ze doen dat ook steeds jonger.
Ik snap ook wel dat een jongere het per definitie niet ‘leuk’ vindt om naar een onderwijsgroep van een kerk te gaan en ‘les’ te krijgen. Ook als je als kerk je best hebt gedaan om er een relevante, aansprekende vorm voor te vinden (en ik vind dat we dat moeten doen!), zullen andere tijdsbestedingen in eerste instantie altijd leuker lijken.
In het gesprek met hun ouders zijn jongeren dan ook wel zo slim om de juiste snaren te bespelen. Je gaat niet vragen om een uur extra gamen, maar inzetten op het proefwerk van morgen is een goed uitgangspunt in de onderhandeling. Want in de cultuur van zelfverwerkelijking en ‘voorbij de zesjes’ zijn resultaten op school erg belangrijk. En een belangrijk kenmerk van een compromis is dat je ergens in het midden uitkomt.
De vraag die dit in een teamgesprek bij het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk (NGJ) opriep, was: mogen er nog terreinen zijn waarop ouders geen compromis willen sluiten?
Dat zou wel iets laten zien van hoe belangrijk je dit onderwerp als ouder vindt. Ik geloof echt heel erg in de eeuwigheidswaarde waarmee we in het jeugdwerk bezig zijn. Het geloof van jongeren zal niet afhangen van de catechisatie, maar zonder goed onderwijs missen ze ook iets.
We weten uit meerdere onderzoe ken dat ouders de grootste beïnvloeders van hun kinderen zijn, en voorlopig nog wel zullen blijven.
Dat zit hem in eerste instantie niet in het stimuleren van het bezoeken van een activiteit van de kerk, maar meer in het voorleven. Al helpt het stimuleren zeker. Dat voorleven is trouwens op ieder gebied van het leven zo. Je kunt onderzoeken vinden die de rol van ouders onderzocht hebben rondom verkeerseducatie, buiten spelen, economische zelfstandigheid, overgewicht, omgaan met geld, informele leerprocessen, alcoholgebruik, punniken en paardenstaartvlechten. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is onderzocht en in vrijwel alle resultaten vind je het woordje ‘cruciaal’.
Ouders kunnen daarin niet gemist worden en hun rol daarin kan niet worden onderschat. Je zou dus kunnen stellen dat catechese niet zonder stimulerende ouders kan.

Worsteling
Een ander veelgehoord dilemma in het gesprek met ouders is: ‘Als ik hem nu dwing om naar catechese te gaan, ben ik bang hem voorgoed kwijt te zijn voor God.’ Dit vind ik een heel lastige, om eerlijk te zijn. Het appelleert aan mijn persoonlijke verlangen om jongeren te winnen voor God en mijn bereidheid om daar een prijs voor te betalen. Liever geen catechese dan geen God, om het maar even kort te stellen.
Tegelijk zie ik ook dat juist andere, gelovige jongeren een belangrijk argument voor jongeren zijn om wel bij de kerk te blijven, juist in een fase waarin God misschien wat verder weg voor hen is. En onder meer op de catechisatie kom je die andere jongeren tegen.
Om heel eerlijk te zijn, denk ik dat er geen makkelijk antwoord op deze vraag te geven is. Veel antwoorden doen onrecht aan de worsteling die ouders rond dit onderwerp hebben.
Ik denk dat we als kerk ons best moeten doen om ouders te helpen hun kinderen te stimuleren deel te nemen aan wat er voor hen gebeurt in de kerk. Dat kunnen we doen door goed en relevant onderwijs te bieden en door duidelijk te zijn over de eeuwigheidswaarde die we hebben, in combinatie met ouders die het geloof voorleven. Dat kunnen we doen door in de organisatie van het jeugdwerk familievriendelijk te worden.
Denk bijvoorbeeld aan één duidelijk moment voor het jeugdwerk per week en niet een rooster waarbij tieners drie keer per week verwacht worden. Maar de belangrijkste sleutel ligt in het vertellen aan ouders, keer op keer, waarom we doen wat we doen. Hoe belangrijk zij zijn.
Hun worstelingen aanhoren en het gesprek daarover faciliteren tussen ouders onderling.

Andere ouders
Als ik een gesprek heb over het bezoeken van de catechisatie, krijg ik regelmatig de vraag van ouders: ‘Hoe doen andere ouders dat dan?
Ben ik de enige?’ Nee dus. Niet de enige. Ouders, grijp ook de kansen aan om hier met andere ouders over te spreken. Richt een Facebookgroep op met andere ouders. Drink een keer koffie en bespreek het met elkaar. We hebben de nieuwe generatie hard nodig in onze kerken.

André Maliepaard is teamleider van het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief