Appél en voorstel
1974-02-08
Onder bovenstaande titel is een geschrift verschenen in november van het vorige jaar bestemd voor de Generale Synode van de (syn.) Gereformeerde Kerken te Haarlem.- Jaargang 18
- nummer 6
Het is van de hand van ds W. C. van den Brink, ds M. P. van Dijk, dr E. Masselink, ds E. J. Oomkes en ds M. Vreugdenhil.
Wie geen vreemdeling is in Jeruzalem weet dat deze namen verbonden zijn aan de stroming van de verontrusten in deze kerken.
Het geschrift richt zich dan ook tegen de zogenaamde "nieuwe theologie". De opschriften boven de hoofdstukken geven wel duidelijk weer waarover het gaat.
I. De grondoorzaak.
Il. Aantasting van het Schriftgezag.
lIl. Aantasting van het geloof door het Evolutionisme. IV. Verdonkering van de genade.
V. Consequente horizontalisering.
VI. Geen kerk zonder belijdenis(handhaving).
Afgedacht van de inhoud is het een voorbeeld van goede polemiek.
Er wordt gestreden tegen bepaalde opvattingen, maar met een voortdurend hartzeer. Dat klinkt in de woorden steeds door voor wie welwillend leest.
Uiteraard komen we de namen Kuitert, Augustijn, Lever en Wiersinga regelmatig tegen.
De naam Kuitert uiteraard bij het hoofdstuk' dat handelt over de aantasting van het Schriftgezag.
"Wij geven nog enkele voorbeelden van Kuitert's Schriftkritiek.
In Trouw van 14 januari 1971 schreef Prof. Kuitert: 'wanneer we over de duivel spreken bedoelen we: ons kwaad kan ver boven de mensenmaat uitstijgen, maar het blijft ons kwaad'. Bekend is ook dat hij wat de brief van Judas en 2 Petrus inzake de gevallen engelen schrijven als zijn mening gaf "dat deze paar verzen over de gevallen engelen best uit de bijbel hadden kunnen blijven". (blz. 11) Als het over het Evolutionisme gaat dan komt de naam van Prof. Lever te voorschijn. "Bedenkelijk moet het genoemd worden dat Prof. Lever zich in 1969 (“Waar blijve?") aldus uitliet over de aanvang van het leven: 'het kan niet ontkend worden dat de natuurwetenschappen momenteel op het spoor is van het ontstaan van het eerste leven op aarde', bedenkelijk, omdat het evolutionisme uit dat eerste leven alles laat ontstaan zonder Gods scheppende macht" (blz. 12).
Bij het hoofdstuk dat handelt over de verdonkering van de genade komt de naam van Dr Wiersinga te voorschijn. De eigen conclusies voor de verzoeningsleer van Dr Wiersinga worden vermeld, o.a. deze: "Het offer van Christus schept een nieuwe verhouding tussen God en mens, doordat het oproept tot inkeer en omkeer."
Daarvan wordt gezegd: "Stelling I lijkt goed, want natuurlijk, het offer van Christus roept op tot inkeer en omkeer. Wie zou dat ontkennen? Maar als uitsluitend daarmee de nieuwe verhouding tussen God en mensen omschreven wordt - doordat! - dan wordt het hart van het Evangelie uitgeschakeld."
"In het denken van Dr Wiersinga is geen sprake van schuldoverdracht." Gekrenkt zijn we ook doordat Dr Wiersinga de Heilige Schrift op diverse plaatsen "aanpast" bij zijn z.g. effectieve verzoeningstheologie. In Gal. 3 : 13 (dat Christus voor ons een vloek geworden is) wil hij tegen de klaarblijkelijke betekenis in niet meer van de vloek van God spreken maar dat de mensen Jezus Ohristus vervloekten.".
Bij het hoofdstuk over de consequente horizontalisering treffen we vanzelfsprekend de namen van Kuitert en Wiersinga aan.
Dat ligt, gezien hun opvattingen, dan oak voor de hand.
Als het gaat over de belijdenishandhaving wordt gewezen op een uitspraak van Prof. Augustijn al in 1969 gedaan: "Een uitspraak van de Geref. Kerken, waarin bepaald wordt dat de overheid, de kerken en haar leden een bepaald percentage van hun inkomsten behoren te besteden aan ontwikkelingshulp, is vandaag meer waard dan elke binding aan een oude of een nieuwe belijdenis" (blz. 25).
Over al deze zaken is in ons blad reeds vaak geschreven.
Vooral de naam van ds Visee moet dan genoemd worden.
Toch is het goed om de vraag te stellen: wat is de verbindende schakel tussen de opvattingen die in deze brochure worden bestreden.
Ik dacht dat we dan de naam van Berkouwer moesten noemen. Toen zijn dogmatische studiën begonnen te verschijnen, maakte ik kennis met zijn correlatie-begrip en het maakte heel veel duidelijker.
Ik zal proberen dogmatische termen te vermijden en het in mijn woorden te zeggen, in de hoop Berkouwer geen onrecht te doen. Berkouwer maakte duidelijk dat de leer van de vrijspraak uit genade alleen en dat de leer van de heiliging in Christus altijd beantwoord moet worden met het gelovig amen zeggen op de boodschap Gods. En dat we op de vrijspraak in ongeloof niet kunnen rekenen. Met andere woorden: de leer van de rechtvaardiging (om dat voorbeeld maar aan te houden) zegt ons niets, en heeft geen effect voor ons, als we dat gelovig antwoord niet willen geven.
Berkouwer maakt onderscheid. In zijn boek ver de verkiezing zegt hij "De weg van de belijdenis der verkiezing Gods is de weg van het .geloof. Dat houdt niet in een correlatie, die de verkiezing Gods is de weg van het geloof. Dat houdt niet in een correlatie, die de verkiezing Gods afhankelijk zou maken van onze geloofsdaad.
Zulk een correlatie tast de kern van deze belijdenis aan en tegen zulk een afhankelijkheidsverhouding heeft Dordt de- souvereine verkiezing Gods beleden in een diep inzicht ... " (De verkiezing Gods, blz. 26).
Ik ben bang dat zijn leerlingen het correlatiebegrip ook dáár hebben toegepast, waar Berkouwer het bepaald niet wilde toepassen.
Er zijn feiten die blijven vast staan, ook als ze niet beantwoord worden in het geloof.
Ik vrees dat men omgekeerd is gaan redeneren in de zin van "dat bestaat dan niet of het moet alternatief uitgelegd worden", Zo kwam - mede door de overschatting van de wetenschap - er een alternatieve scheppingsleer, een alternatieve verzoeningsleer met een alternatieve zondeleer en wat er verder maar op te noemen valt. Ik vermoed dat de schrijvers van genoemde brochure en de medestanders, die hun naam eraan verbonden hebben, dit verband niet gezien hebben of, als ze het wel gezien hebben, het niet hebben gezegd.
Als men dit verband in rekening brengt valt er fundamenteler kritiek te oefenen op de moderne theologie. Wat bij Berkouwer een ernstige waarschuwing is, nl. dat we op Gods heilsdaden niet kunnen bouwen, als we dat niet doen in het geloof, is een sleutel geworden om alle mogelijke dwaalleer die in deze brochure wordt bestreden ingang te doen vinden.
Het wordt dogmatisch dunkt me zaak het correlatiebegrip van Berkouwer te onderzoeken, te analiseren en na te gaan hoe dat bij zijn leerlingen gewerkt heeft.
Het is b.v. moeilijk om te geloven dat de hel bestaat. Maar als men dan redenerend vanuit een verkeerd correlatiebegrip zegt: daarom bestaat hij niet, dan weerspreekt men de H. Schrift, ja de Heiland Zelf. Het blijkt moeilijk voor sommige geleerden te geloven in het Bijbels scheppingsbericht.
De schepping als een daad van God. Maar als men dan omzwenkt naar het evolutionisme, dan heeft de H. Schrift geen gezag meet":- En inderdaad: waar blijven we dan?
Nu het antwoord is duidelijk: dan zijn we nergens meer.
Want als de één het recht heeft om te zeggen die en die regels mogen voor mij wel uit de Bijbel, dan heeft een ander het recht om dat van andere regels ook te zeggen.
Deze brochure eindigt met een reeks voorstellen aan de Generale Synode om een aantal dwalingen ondubbelzinnig af te wijzen.
Dat is een goede zaak.
Maar de achtergronden dienen duidelijker aan het licht te worden gesteld.
De schrijvers lijden overigens aan een soort hoog-kerkelijkheid.
Ze zeggen: "dit schrijven wil gericht zijn zowel aan de Generale Synode als aan alle kerkleden, omdat die een eenheid vormen.
Het doet ons groot verdriet, dat de eenheidsband tussen kerkleden en synode niet beter functioneert; want alleen als de synode samen met de kerkleden haar taak weet te verrichten - in gemeenschappelijk geloof en gebed - kan zij zich verbonden gevoelen met "alle heiligen".
"Omdat het geloof aan al de heiligen is overgeleverd, is het de eerste taak van de generale synode om te waken over de verkondiging en de belijdenis".
Het laatste is natuurlijk gewoon niet waar.
Het is niet de eerste taak van een synode om te waken. Het is de eerste taak van de kerkeraden.
Het kerkrecht dat men in de (syn.) Geref. Kerken heeft ingevoerd heeft de schrijvers te pakken.
De Bijbel zegt nl. heel iets anders over het waken over de kudde. Hier wreekt zich dat deze bezwaarden dat, wat in 1943/44 is gebeurd toch maar geslikt hebben.
Wie het van een synode verwacht bouwt op zandgrond.
Daar helpt geen bidden tegen.
Alle zaken hebben hun samenhang en de kerkgeschiedenis heeft hen niet genoeg geleerd.
Wie de brochure wil lezen kan hem kopen door storting van f 1,75 per stuk op giro 240251 ten name van de heer P. C. Monster, Laan van Nieuw Oosteinde 394, Voorburg.