De vrees voor het isolationisme
1974-02-15
Op de landelijke vergadering te Spakenburg-Utrecht werd de vraag gesteld hoe de Christelijke Gereformeerde broeders zouden denken over de aanvaarding van een akkoord van kerkelijk samenleven door onze kerken. Op die vraag werd geantwoord, dat uit de gehouden samensprekingen was af te leiden, dat de broeders enerzijds zulk een aanvaarding positief zouden waarderen als een keuze voor de historische lijn, maar dat zij het anderzijds zouden betreuren, als onze kerken zich binnen haar kerkverband als het ware zouden gaan bevriezen.- Jaargang 18
- nummer 7
Met dit laatste is goed geformuleerd wat de titel van dit artikeltje wil aangeven: de vrees voor het isolationisme.
Ook hier heeft men stellig niet te doen met een gevecht tegen windmolens.
Het is - om een enkel ding te noemen - voorgekomen, dat in een gesprek tussen kerkeraden - namen, tijd en plaats doen er nu niet toe! - de ene partner tegen de andere zei: "Wij willen graag bij u binnenkomen, maar we willen niet meer ergens uitstappen. U moet niet van ons vragen, dat wij de gemeenschapsoefening met de eigen kerkelijke broederschap zullen opgeven!"
Daarop is de samenspreking toen eigenlijk gestrand. De andere gesprekspartner kon zich eenvoudig niet indenken, dat het kerkelijk behoorlijk zou kunnen zijn een volledig open verhouding aan te gaan met kerken die niet vielen onder de eigen kerkverbandelijke administratie. Dat zou geheel in strijd zijn met de goede orde!
Over die "niet-geadministreerde" kerkengroen werd geen· kwaad woord gezegd. Verre vandaar!
Maar de overweging-van-orde was afdoende en deed de deur dicht.
Hoezeer orde-overwegingen ons ook kunnen aanspreken, hier werd toch weer gezien, dat de kerkverbandelijke organisatie een zelfstandige, "geïsoleerde" positie kan gaan innemen. En dat zij, zelf geïsoleerd, merkwaardigerwijze ook een isolerende functie krijgt. Een rem-functie op de weg naar vereniging!
Hoe komt het toch, dat wij deze hang naar het isolement telkens weer waarnemen? Ook in de eigen kerkelijke geschiedenis! En dat we die ook waarnemen bij broeders en groepen, die helemaal niet de wens hebben om isolationistisch, nog minder: kerkistisch, te zijn?
Ik zou hier de aandacht willen vragen voor een drang, die ons allemaal nogal in het bloed zit: de drang naar vereenvoudiging en beveiliging. Die drang kun je overal waarnemen, tot in de gewoonste dingen.
Als bijvoorbeeld gevraagd wordt of een bepaalde persoon voor een zekere functie geschikt is, dan kun je nog wel eens te horen krijgen, dat hij zijn diploma's toch zeker niet voor niets heeft gehaald!
Als in de kerk aan een broeder gevraagd wordt of hij zijn vertrouwen geheel op de HERE stelt, dan kun je nog wel eens te horen krijgen, dat hij ànders toch zeker niet zo geregeld in de kerk zou komen!
We zijn blijkbaar maar weinig geneigd en genegen de soms zware last van het (zelf)onderzoek te dragen en zoeken daarom ijverig naar een spijker waaraan we die last kunen ophangen. In de voorbeelden fungeerden het diploma en het kerkbezoek als die spijker.
We herleiden een diepgaande vraag blijkbaar graag tot iets eenvoudigs, iets "objectiefs", iets dat je zonder veel denken, zonder geloofsinspanning ook, kunt vaststellen.
Dat combineert de elementen van vereenvoudiging en beveiliging. Ons antwoord moet niet vatbaar zijn voor tegenspraak!
Dan zijn we "safe"!
Uit de voorbeelden zèlf kunt u wel afleiden hoe bedriegelijk die vereenvoudiging kan zijn en hoe weinig werkelijke veiligheid die zogenaamde beveiliging biedt.
Hoeveel wordt er op die manier wezenlijk vernield!
Heeft dat nu iets te maken met kerkelijke ontmoetingen en met kerkelijke samenleving? Ik geloof heel veel. De hang naar vereenvoudiging en beveiliging heeft zich ook op dit terrein doorgezet.
De vraag, of een kerkelijke gemeenschap in onze kerkstraat past, is veel moeilijker te beantwoorden dan de vraag, of die gemeenschap in : onze kerkstraat woont. Bij de eerste vraag komen de "merktekenen om de ware kerk te kennen" (Art. 29 N.G.B.) aan de orde. En daarmee hangen diepgaande vragen samen. Het is opvallend hoe weinig die merktekenen aan een werkelijk en effectief functioneren zijn toegekomen!
Bij de tweede vraag - de vraag naar het "wonen" - belanden we zonder veel moeite in de luwte van eenvoud en veiligheid. Dat is immers een zaak van Ja of Nee!
En de verleiding is groot de moeilijke vraag tot de gemakkelijke te herleiden: "We weten, dat ze in onze kerkstraat passen, als ze in onze kerkstraat willen wonen!"
In dat klimaat wordt het behoren tot hetzelfde verband, het ressorteren onder dezelfde vergaderingskring, tot de al meer genoemde "spijker" waaraan we de last ophangen. De spijker van eenvoud, van "objectiviteit", van vaststelbaarheid zonder bizondere inspanning voor denken en geloven.
Maar hoeveel is er ook op deze "eenvoudige" en "veilige" weg wezenlijk vernield!
Iedereen blijft keurig zeggen, dat het ordelijk samenleven niet tot het wézen maar tot het wèl-wezen van de kerk behoort. Maar wat helpt dat, als we de aanwezigheid van het "wezen" in de praktijk uit het "wèl-wezen" gaan afleiden!
In het laatste schrijven van de commisstie-Functionering Kerkverband aan de kerken wordt onder meer voorgesteld, dat de kerken zullen uitspreken, "dat het al of niet aanvaarden van het (een) kerkelijk akkoord geen oorzaak van breuk of verwijdering mag zijn tussen gemeenten, die één zijn in geloof en belijden".
Ik geloof, dat een dergelijke verklaring van positief belang zou zijn. Ze zou neerkomen op de belofte, dat wij de weg van de (slechte) vereenvouding en van de (slechte) beveiliging niet zullen gaan en dat we ons kerkverbandeijk samenleven niet zullen maken tot de spijker die de last van de diepgaande vragen van ons overneemt!
Anders gezegd, we zouden daarmee beloven, dat we regelen voor het onderlinge verkeer niet zullen maken tot grenspalen voor het kerkverband.
Hiermee wordt de strijd tegen het isolationisme aangebonden!
De regels van een akkoord hebben hun veelomvattende nuttigheid.
Zij vragen niet om die sombere "promotie" tot grenspaal.
Ze hebben dat kwaad niet in zich.
Wat we moeten bestrijden is niet de regel, maar die donkere drang naar vereenvoudiging en beveiliging.
Wanneer die bestrijding niet in geloof en gebed plaatsvindt, dan zal die drang in ieder geval zijn "spijker" vinden - is het niet ineen akkoord dan toch in iets anders!