De vrucht van het zendingswerk
2005-05-06
Het is maandag, 4 april. Zopas is de wekelijkse preekles afgelopen, waar we een preek over Genesis 28 door evangelist Kunene aangehoord en besproken hebben. Ds. Ntuli was vandaag voorzitter bij de bespreking van de preek. Ik zit na de preekles nog even met ds. Ntuli en ds. Mbatha bij te praten. Na het overlijden van ds. Dlamini in 2003 zijn die twee dominees de enigste zwarte predikanten in de Zulu-sprekende gereformeerde kerken in het noorden van KwaZulu Natal.- Jaargang 49
- nummer 9
Ze werken sinds 2004 in eigen kerkenraden – ds. Mbatha in de Gereformeerde Kerk Ndindindi, en ds. Ntuli in de Gereformeerde Kerk Munywana.
We praten over hun ervaring van het zendingswerk. Hoe kijken zij er op terug? Hoe zien zij de toekomst van het werk?
Een goed begin
Ds. Ntuli heeft ds. Kurpershoek in 1970 leren kennen, en ds. Mbatha in 1973. Beiden hebben toen op eQudeni gewoond, in het verre zuiden van de zendingsgebied, bergachtig, afgelegen en schilderagtig mooi. Ds.
Mbatha herinnert zich nog de bijbellessen van ds. Kurpershoek bij de plaatselijke school, en vooral de snoepjes die hij altijd in zijn zak gereed had om een goed antwoord te belonen. De twee jongens hebben in die tijd onder de verkondiging van ds.Kurpershoek het evangelie leren kennen.
Ds. Ntuli heeft ook twee broers en drie zussen, die vandaag allemaal christenen zijn. Ds. Mbatha staat meer alleen: van zijn twee zussen en drie broers is niemand vandaag christen, terwijl ook zijn vader nooit gelovig geworden is. Zijn moeder is jaren later wel christen geworden.
De twee dominees spreken steeds met grote liefde en bewondering over hun oude leermeester. Hij was kennelijk niet alleen verkondiger van het evangelie, maar heeft het ook uitgeleefd in zijn optrede tegenover zijn gemeenteleden.
Zo vonden de ouders van ds. Mbatha dat vier jaar schoolopleiding voor hem meer dan genoeg was. Mbatha verteld: 'Ik kon een beetje lezen en schrijven, en dat was genoeg. Nu was het tijd om de koeien in het veld op te passen. Er was ook geen geld om mij langer op school te laten blijven. Na twee jaar in het veld achter de koeien, wist ds. Kurpsershoek mijn ouders te overtuigen om mij toch weer naar school te laten gaan – maar Kurpershoek zou mijn schoolgeld betalen.' In 1976 is Mbatha terug naar school – de tijd van de grote politieke opstanden door schoolkinderen en studenten in Johannesburg. Met grote moeite heeft hij zijn schoolopleiding in 1986 voltooid. De broeders denken daarom aan ds. Kurpershoek niet alleen als predikant, maar ook als vader in het geloof én in het leven. Ze hebben veel aan hem te danken, vooral het geloof in Jezus Christus, maar ook de kans om te studeren en predikant te worden.
Dominees en medewerkers
Na een aantal jaren studie op Kwa-Langa zijn de twee dominees in 1993 als predikanten van de kerk van Nqutu bevestigd. Dit was het begin van hun eigenlijke ervaring van het zendingswerk, van de zendelingen en van de kerken in Nederland – nu niet meer gewoon als lidmaten van de kerk, maar als dominees en medewerkers.
Over die tijd spreken ze ook heel positief.
Ze hebben grote bewondering voor zendelingen uit Nederland en hun gezinnen die met geweldige opoffering hier in Zuid Afrika gewerkt hebben en steeds werken. Ze zien deze mannen en hun vrouwen (de families Keesenberg, Busstra, Pomstra, Veenstra en Baron) echt als mensen die door Jezus zelf naar de mensen van het Nqutu district gezonden zijn om het evangelie van licht en bevrijding te brengen. 'De mensen hier hebben het hard nodig', zegt ds.
Ntuli. 'Er is ontzettende armoede, ook geestelijk. Onze mensen vinden de velen godsdiensten en varianten van de kerk verwarrend, en ze hebben goede, bijbelse prediking van het evangelie nu meer nodig dan ooit.
Dat kunnen wij als gereformeerden bieden – en dat is vrucht van het zendingswerk.' Natuurlijk zijn er ook negatieve herinneringen.
Culturele verschillen, de moeilijke verhouding tussen zendende kerken, (blanke) zendelingen en opkomende plaatselijke (zwarte) kerken zorgen onvermijdelijk voor stampen en stoten. In de politiek beladen atmosfeer van Zuid-Afrika zijn er al heel snel percepties (soms terecht) van blanke overheersing. Ook onderlinge verschillen en conflicten tussen zendelingen en onvoldoende erkenning van de kerkenraad door de zendelingen zijn dingen die bij de broeders een wrange smaak in de mond gelaten hebben. We praten ook even over wat ds. Mbatha 'Hollandismes' noemt, bijvoorbeeld in de liturgie. Hij vindt dat de kerkdiensten soms te veel op Nederlandse patroon gevestigd zijn, en te weinig echt inheems zijn. Ds.
Ntuli is het met hem eens, maar iets voorzichtiger: hij wil niet dat het als kritiek tegen de pioniers van het werk gehoord wordt.
Nieuwe ontwikkelingen in het werk vinden de broeders positief. Ds. Ntuli legt uit: 'In het verleden waren het de zendelingen die ook voor alle financiële zaken gezorgd hebben. We waren helemaal afhankelijk van onze blanke broeders, en dat was niet altijd een prettig gevoel. Nu hebben we een “financial officer” (de heer Xaba) die voor betalingen zorgt, en dit heeft een stuk ontspanning gebracht in de verhoudingen.' Ds. Mbatha vult aan: 'De overeenkomst tussen onze kerkenraden en de zendingsvereniging in Nederland geeft meer erkenning aan onze kerkenraden. We voelen ons meer echte partners, en niet
meer kinderen van Nederlandse ouders.'
De toekomst
Over de toekomst zijn de dominees beslist. 'Het zendingswerk zit er op', zegt ds. Ntuli. 'We hebben nu vier zelfstandige kerkenraden. Het is tijd voor de kerken in Nederland om zich op andere gebieden te gaan concentreren.' Toch denken ze niet dat het een geval moet zijn van 'Missionaries, go home!', zoals op vele plaatsen in Afrika gebeurt. 'Er is nog veel groei nodig binnen de kerken en kerkenraden', verteld ds. Mbatha. 'We weten nog lang niet alles, en we hebben begeleiding soms nog hard nodig.
Ook financieel kunnen we het nog lang niet zelf redden. Toch moeten we zeggen dat we nu echt in het laaste fase van het werk zitten – we denken niet dat nieuwe zendelingen nog nodig zijn.' Als laatste vraag wil ik weten of ze een boodshap voor de christenen in Nederland hebben. 'Jazeker! We wil willen onze allergrootste dankbaarheid tegenover de kerken en gelovigen in Nederland uitspreken die door alle jaren het werk hier gedaan hebben.
Het was werk van echte liefde in de naam van Jezus – Hij heeft ze naar ons toe gestuurd', antwoordt ds.
Mbatha. 'Ja', zegt ds. Ntuli, 'inderdaad liefdeswerk. We danken de Here Jezus voor deze mensen. We bidden dat God ze ook in Nederland zijn zegen zal geven, want ze hebben ook daar veel werk om te doen.' .