De vrees voor heerschappijvoering (1)
1974-03-08
Reeds enkele malen hebben we ons in "Opbouw" beziggehouden met een nabetrachting op de discussie over een akkoord van kerkelijk samenleven. Daarbij passeerden verschillende "vrezen" de revue. We hebben het gehad over leven uit de wet, over robotisme, over isolationisme. Nu iets over heerschappij voering. Ik denk niet, dat we die heerschappij voering als nummer 4" zullen beschouwen:' Neen, hebben we hier niet de vijand voor ons? En is al het voorgaande hierbij vergeleken niet als "kleingoed" te bestempelen?- Jaargang 18
- nummer 10
Gedeeltelijk kan ik dat toestemmen.
Maar anderzijds, laten we er oog voor hebben dat de zaken nauw met elkaar samenhangen.
De heerschappij voering tiert welig in de sfeer van het wettische leven! Ze aardt buitengewoon goed in de akker van een mechanisch verlopend kerkelijk bedrijf. Hoe floreert ze ook bij de angstige drang naar vereenvoudiging en beveiliging, die tegelijk tot isolationisme leidt!
De vrees voor heerschappijvoering was er duidelijk ook in de Reformatietijd. Hoe kon het ook anders met het imposante roomse instituut op de achtergrond! Alle kerkenordeningen uit die dagen leggen van die vrees getuigenis af. Er is variatie in bewoordingen en nummering, maar overal vinden we het... "Geen kerk zal over andere kerken, geen dienaar over andere dienaren, geen ouderling of diaken over andere ouderIingen of diakenen enige heerschappij voeren".
Men zag terug op de roomse inrichting met haar opstijgende lijn van geestelijken tot de bisschop van Rome, een lijn die plaatselijk begint en zich "verbandelijk" voortzet. Vandaar ook, dat de waarschuwing tegen overname van deze "orde" zowel plaatselijke als verbandelijke strekking heeft en evenzeer binnen de kerkeraad als op de meerdere vergadering ter harte genomen dient te worden.
Men kan zichzelf de vraag stellen, of onze vaderen het gevaar van de heerschappijvoering niet wat breder en tegelijk dieper zagen dan wij zo vaak!
Wat is eigenlijk heerschappijvoering en waardoor kan ze haar kans krijgen? Ik denk aan 1 Sam. 8. Israël begeert een koning. De HERE zegt, dat ze met die wens Hem verworpen hebben. Een vernietigend oordeel.
Het volk wil ten diepste verlost worden van de moeite van het geloof! Het vertrouwen, dat zich niet meer tot de HERE kan verheffen, moet in de koning een "kapstok" vinden, waaraan het kan hangen. Het volk wil ook -
en dat ligt misschien nog dieper verscholen - van de geloofsgehóórzaamheid verlost worden! Die gehoorzaamheid dient gereduceerd te worden tot een "eenvoudig" buigen voor het commando.
De HERE zelf opent onze ogen ervoor, dat de hier begeerde koning niet een dienaar maar een vervanger van God moet worden!
Samuël waarschuwt. Op de pot van deze wens past een verschrikkelijke deksel. God vervangen!
Deze "noodzaak" zal niet alleen aan de kant van de onderdanen maar ook aan de kant 'van de overheid gevoeld worden. De gewenste koning zal inderdaad commanderen en alles voor zich opeisen en zijn eigen wetten stellen!
In 1 Sam. 8 is het initiatief aan de "benedenzijde", bij het volk, bij de onderdanen. Natuurlijk kan dat ook anders. Heerschappijvoering zet zich door wanneer de spits van het vertrouwen, dat zich rechtstreeks op de HERE dient te richten, met massief of verfijnd geweld wordt "opgevangen" en vastgehecht aan mensen en colleges - aan hun "ambtsvolheid" of aan hun "gaven".
Wanneer het geloof gaat kwijnen wordt de vervanging van God nagestreefd.
En in dat streven zal een splitsing plaatsvinden: een benedenzijde voor de onderdanen, een bovenzijde voor de overheden.
Het één komt vóórt uit het ander en vráágt om het ander! Een treurige harmonie van "vraag en aanbod"!
Totdat... het volk gaat jammeren over zijn koning ...
(1 Sam. 8 : 18).
Reeds kort na de dood van de apostelen werd de kerk gewikkeld in een geweldige strijd tegen (gnostische) ketterijen. In die strijd werd al vroeg een motto geboren. " "Houdt u aan de bisschop!"
Straks wordt het bisschoppelijke - ambt - op - zich een houvast, een zekerheid. Zo wordt de bisschop allengs de koning die God vervangt en het Godsvertrouwen annexeert.
Veel later probeert Luther de toorn van de eisende en wrekende God te ontvluchten in het klooster.
Daarbij legde hij met graagte de gelofte af van (absolute) gehoorzaamheid aan de orde-overste.
Al weer een mens die God vervangt. Weer een "discipline" die de gehoorzaamheid vervangt.
En hier is de vervanging van God tegelijk bescherming tégen God.
Zo krijgt zuster Luc (uit het bekende boek van Kath. Hulme) te horen. dat de eerwaarde moederoverste de Christus is in de communiteit.
Steeds worden overheid en onderdaan het erover eens, dat het bereik van vertrouwen en van gehoorzaamheid moet worden ingekort.
God de HERE is noch voor het een noch voor het ander "haalbaar". Men komt tot rust in een mens - zijn ambt, zijn macht, zijn kwaliteit.
Het is natuurlijk erg gemakkelijk "roomse" voorbeelden te kiezen.
Maar men vindt de heerschappijvoering ook aan protestantse zijde.
Als een synode voor haar besluiten ingang, vraagt op grond van "de haar verleende profetische autoriteit", dan wordt de kwaliteit van de vergadering een grond buiten de HERE en zijn Woord. Het kerkvolk behoeft niet meer tot God zelf op te stijgen!
Maar evenzeer is de heerschappijvoering een feit geworden, als de ouderling bij zijn vermaan zich beroept op zijn ambt en niet meer op het Woord van God. Dan wordt het ambt een "heilig ding", waarbij de kerkmensen 'op hun weg naar God gerust kunnen aanleggen en blijven. Steeds weer bemerkt men de vervanging van de HERE, die vooral daarin uitkomt, dat aan God het woord (Woord) wordt ontnomen.
Laten we eens even stilstaan bij die beide voorbeelden uit protestantse sfeer. Er is een eigenaardig verschil tussen. En toch zijn ze één.
Het verschil: De profetische autoriteit van een synode bestaat niet, het ambt van ouderling bestaat wèl! De éénheid: Heerschappijvoering wordt gekenmerkt door een buitengewone soepelheid. Ze kan zich evengoed bedienen van een fantasie-ambt als van een (verkeerde uitoefening van een) ècht ambt! Ze is niet voor één gat te vangen!
Ze heeft iets in zich van water.
Die vloeistof maakt gebruik van de gaten en kanalen die aanwezig zijn. Welke structuur die gaten en kanalen ook vertonen!
In een "institutioneel ingestelde" kerk zal de heerschappijvoering , veelal het beeld van de koning vertonen: de tirannie van de ambtelijke institutie met haar wettig genomen besluiten.
In een "vrije" gemeenschap zal de heerschappij voering zich meer bij de figuur van de richter aansluiten: de tirannie van de begaafde leider met zijn machtige ideeën en idealen.
In het boven geciteerde artikel van de Kerkenordening waarschuwen de vaderen tegen heerschappijvoering.
Ze noemen in dat artikel echte kerken en dragers van echte ambten. Zij hadden niet de illusie, dat het afschaffen van fantasie-ambten de strijd tegen de heerschappijvoering tot een overbodigheid zou maken. Zij wisten, dat die heerschappijvoering elke voorhanden kerkelijke inrichting - hoe zuiver ook! - aan zich dienstbaar kan maken, wanneer eenmaal het geloof en de geloofsgehoorzaamheid zijn gaan kwijnen!
Daarin zit iets van de jaloersheid van onze God. Wanneer het geloofsvertrouwen ontbreekt kan en mag de kerk door niets meer gered worden, Dan alleen door bekering.