De twee getuigen

1974-03-08
  • Jaargang 18
  • nummer 10
Bijna elke zaterdag kwamen ze ons opzoeken. Om te spreken over de gevaren van het christendom en over de spoedige afloop van deze wereld. Ze kregen maar een enkele maal de kans, hun droevig evangelie te verkondigen. U weet dat zelf wel: Jehovagetuigen komen u nooit opvrolijken. We hebben hun dan ook duidelijk gemaakt, dat wij zelf de Bijbel trouw lezen, dagelijks naar de Heere luisteren, wekelijks de kerkdiensten bezoeken, onze zaligheid voor dit en het toekomende leven alleen van Christus' verdienste verwachten - en aan hun spitsvondig Bijbelgebruik verder geen behoefte hebben. Zelfs hun lectuur werd niet gekocht: we hádden namelijk al zo een en ander. Ze namen dat allervriendelijkst op, schudden het stof van hun voeten, gingen weg en kwamen de volgende keer terug.

Mijn vrouw had ergens een zwak plekje voor de twee getuigen. Dat heeft ze ook ten aanzien van het Leger des Heils. Ze respecteerde die hondse trouw, waarmee jongemannen elke vrije dag weggeven om volgelingen zalig te maken. Ze apprecieerde hun verzorgde uiterlijk.
Daarom kocht ze de twee getuigen om: ze kregen een kop koffie mits ze hun Bijbelteksten voor zich hielden. Daar trapten ze in. Voor een kop koffie verkochten ze hun profetenroeping. En neem het hun niet al te kwalijk; de behandeling, die deze mensen in een christelijke landstreek ondervinden, is vaak ergerlijk en zeer onchristelijk.

Zo nu en dan probeerden ze het nog eens, een glimpje van hun boodschap uit te stallen tijdens de koffie. Dan was een korte herinnering voldoende om hen tot zwijgen te brengen. Ze prezen de koffie, prezen de christelijke ontvangst, betreurden onze hardnekkigheid, schudden het stof van hun voeten, veegden hun mond af en gingen huns weegs.

Jaren geleden kwamen we voor een vacantie op een camping aan de Middellandse Zee. Naast ons stond een leuk gezin, dat iets voor de medemens over had. Daarom papten we aan of lieten ons aanpappen.
Een wederzijdse uitnodiging voor een koffievisite. Toen bleek de huisvader een der Nederlandse voorgangers van de Jehovagetuigen te zijn.
Meteen vroeg ik hem: zullen we de vacantie mooi houden en niet aan godsdiensttwisten beginnen? Na enig nadenken stemde hij toe; mits we op de laatste avond over de religie konden praten. Dat kon. Zo hielden we de vacantie mooi en kwamen tot een slotavond. die niet meer bedorven kon worden.

Op die slotavond kwam het tot een ernstig gesprek: over onze verlorenheid, over Gods plan met deze wereld, over de volkomen verlossing door Jezus Christus, over het laatste oordeel en over het eeuwig voortleven der gelovigen op een nieuwe aarde.

Op sommige punten waren wij het goed eens. Op andere punten bleken we het goed oneens te zijn. Het gesprek was meer dan een steekspel: er kwam ook iets van wederkerige zorg om de geestelijke positie van de naaste voor de dag. We hielden het mooi. Aan het slot vroeg hij me, wat ik van zijn aandeel in het gesprek vond.

We waren openhartig geweest - en je kon wat zeggen. Ik zei dus: u doet zoals al uw leerlingen doen. U kent veel teksten. U gebruikt ze slagvaardig en snel - maar dikwijls onjuist. Op elk trefwoord trekt u een laadje met Bijbels materiaal open. Maar als we daar op doorgaan, blijkt uw laadje verder leeg en trekt u verkeerde laadjes open.
Eigenlijk kunt u alleen overtuigend spreken tegen mensen, die Gods Woord nog niet kennen en .zijn stem niet beluisterden. Maar wie met het vleesgeworden Woord hebben leren omgaan doorzien uw "gebruik" van de Bijbel. Die zien namelijk, dat u de Bijbel gebruikt als een arsenaal vol theologische munitie voor uw eigen mysterieuze aanvallen.

U zult ook die Jehovagetuigen wel eens aan de deur krijgen? Vraagt u maar: wat dunkt u van de Christus? Wiens Zoon is Hij? Is Hij de ongeschapen Zoon van God? Of is hij van huis uit een geschapen engel? Kijk, dan weet u waar u aan toe bent. En u weet, waar de getuigen aan toe zijn.

En ook als u vraagt naar de kerk. Dan krijgt u geen antwoord als in zondag 21 staat gegeven (een van de mooiste antwoorden, die u in de catechismus aantreft) - maar u hoort iets over de organisatie van de Anti-Christ. Ze zien in de staatkundige en de kerkelijke organisaties de twee machtexponenten van de Antichrist. Daarom schuwen ze beide als de pest. Daarom breken ze beide af, voorzover ze maar kunnen.
Hun oordeel over de kerk maakt hen gehaat bij alle kerkmensen.
De meesten ontvangen hen niet in hun huis en zeggen niet: wees gegroet.
Geheel overeenkomstig de Schrift. En hun oordeel over de staatkundige organisaties maakt hen gehaat bij alle regeringen. Weinigen zijn zo onbarmhartig afgeslacht door Hitler als de Jehovagetuigen.

Toch zit er iets sympathieks in hun optreden; iets dat we ons kunnen aantrekken. Ze zijn zachtmoedig als Mozes, die de zachtmoedigste man ter wereld is genoemd. Daarin kunnen ze veel christenen tot voorbeeld dienen. Ze zijn zelfverloochenend op een wijze, die christenen tot nadenken stemt. Ze hebben zorg voor hun medemens. En ze zien met reikhalzend verlangen uit naar de spoedige vernieuwing van hemel en aarde. Die verwachten ze trouwens dit jaar of uiterlijk in 1975. Er valt niet om te lachen - want zo'n spoedige datum kon óns wel eens ongelegen komen!

Er zit nog iets in hun opvattingen, dat we niet mogen voorbijgaan. Ze zien de wereldse macht in het kerkelijk hiërarchisch systeem - iets, wat honderdduizenden christenen weigeren te zien. Ze zien dat de kerk bloeide, toen deze in de catacomben verbleef; maar in verval raakte vanaf het moment, dat ze bovengronds en door wereldlijke regeringen geregistreerd en gewaardeerd werd. Ze zien dat alle broedertwisten, die in een kleine kerk door onderlinge censuur onmiddellijk gedoofd zouden zijn, door middel van de hiërarchische beroepsinstanties geprolongeerd kunnen worden van hier tot ginder en van voren af aan. Ze zien, dat op deze wijze de Satan een legitieme plaats in de kerkelijke structuur kan krijgen, waar geen macht ter wereld hem van af stoot.

Ze zijn natuurlijk fout en ketters en gevaarlijk en onaanvaardbaar.
Accoord, alles accoord. Maar ze hebben ook iets gelezen over een vrouw (de kerk wordt in de Schrift aangeduid als een vrouw), die met alle koningen der aarde gehoereerd heeft. En ze. hebben iets gelezen over de Satan, die op de aarde is geworpen en een korte tijd grote macht heeft gekregen. Wee de bewoners van die aarde!

Onlangs is een van onze twee getuigen bij een auto-ongeluk omgekomen.
Hij was zwaar gewond, maar bij kennis. De dokter zei: we zullen je bloedtransfusie geven en weer oplappen. De man zei: ik ben Jehovagetuige, dokter, ik weiger principiëel elke bloedtransfusie.
Een zachtmoedige jongen is die nacht overleden. Hij zal geen koffie meer bij ons komen drinken. En wij zullen hem een beetje missen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief