C.D.A.

1974-03-22
  • Jaargang 18
  • nummer 12
De verkiezingen voor de provinciale staten staan voor de deur en die voor de gemeenteraden zijn in aantocht. In Opbouw is regelmatig meestal in verband met verkiezingen - over de politiek geschreven.
Zo heeft prof. Veenhof uitgebreid over het GPV geschreven. Vorig jaar heb ik in drie artikelen de PPR aan de orde gesteld. Nooit heeft de redaktie van Opbouw een bepaalde partij aanbevolen. Wel hebben wij regelmatig geprobeerd het politiek gebeuren kritisch te volgen.

Vandaag: het CDA, het samenwerkingsorgaan van de ARP, de CHU en de KVP. Het is een heet hangijzer in christelijke kring.
Wij bevelen het niet zonder meer aan maar willen proberen meen korte schets het naar zijn intentie recht te doen.
Wij kunnen niet doen alsof het niet bestaat. In verschillende provincies komen de drie christelijke partijen met een CDA-lijst uit. In andere provincies komen de ARP, de CHU en de KVP wel met afzonderlijke lijsten uit, maar willen zij na de verkiezingen als één fraktie in de provinciale staten optreden. Dit alles werd de verontrusten in de drie christelijke partijen te gek. Er ontstond een nieuw rooms partijtje, dat tegenwoordig veel in de publiciteit is, gezien de onderlinge ruzies.
De AR- en CH-verontrusten hebben zich al enige jaren in het NEV aaneengesloten. Het NEV zocht aanvankelijk een vorm van samenwerking met het GPV. In NEV-kring werd de tweede zetel van het GPV in de Tweede Kamer, die van dr Verbrug, beschouwd als een NEV-zetel. De ontevredenheid in deze kring tegen de "kerkelijkheid" van het GPV nam echter toe. Ook wilde men meer kontakten met bijv. de SGP. Het gevolg was dat het GPV de samenwerking met het NEV verbrak.
Tegenwoordig zoeken veel NEVers hun heil bij de SGP. Niet omdat zij zoveel zien in de garde van ds Abma en Van Dis. Maar de SGP-jongeren - vooral geconcentreerd rondom het blad "Wapenveld" - zouden wel eens meer perspektieven kunnen bieden.
Ik vind dit een vreemde manoeuvre van de NEV-ers. De gedachten die in de SGP, óók onder de jongeren, leven over de theocratie, de overheidstaak, de verhouding tussen kerk en staat, zijn volkomen in strijd met de wat sinds tientallen jaren door de ARP en de CHU wordt beweerd.
Het GPV zit wat dat betreft veel meer in de anti-revolutionaire en christelijk-historische richting.
Ook de woordvoerders van het GPV zullen op de verontrusten een zakelijker, modernere en meer akseptabele indruk maken dan die van de SGP. Dat verschillende gedachten-kronkels van het GPV - o.a. het "ikerkisme" - door de NEV-ers niet genomen worden is alleszins begrijpelijk.
Hun sympathie voor de SGP is echter allerminst geloofwaardig en beslist niet overtuigend. .

Is het CDA zo slecht?
Na de verkiezingen van 1967 volgden enkele oriënterende besprekingen tussen de voorzitters van de ARP, de CHU en de KVP. Op 24 april van dat jaar werd de zgn. "groep van achttien" gevormd.
In de daarop volgende jaren verscheen - zoals dat hoort - verschillende rapporten, de "groep van achttien" werd opgeheven en in 1971 werd een contactraad in het leven geroepen, bestaande uit vertegenwoordigers van de drie christelijke partijen.
Deze contactraad publiceerde in de zomer van 1972 het bekende rapport: "op weg naar een verantwoordelijke maatschappij.
Odanks bepaalde zwakheden en vaagheden die in dit rapport zaten, presteerden de drie partijen zich hier mee voor de verkiezingen in het najaar van 1972. Zij presenteerden zich duidelijk als christelijke partijen, die het Evangelie als het enige uitgangspunt aanvaardden.
Tijdens de moeilijke kabinetsformatie, die aan het ontstaan van het kabinet-Den Uyl voorafging, haakte de CHU af en ging in de loop van 1973 steeds duidelijker met de VVD in de oppositie. Toch verklaarden de ARP, de KVP en de CHU op 15 december 1973 bij de eerstkomende Tweede Kamerverkiezingen met één CDA-lijst te willen uitkomen.
Dit laatste is op 't ogenblik in veel provincies reeds het geval.
Het CDA is een vorm van samenwerking.
Men spreekt wel over het CDA als een groeimodel. Dat wil zeggen, dat men al het mogelijke wil doen om te proberen tot een hechtere vorm van samenwerking te komen. Een zeer hechte federatie? Een fusie misschien?
Waar het op uit zal lopen is niet te voorspellen. De koffiedikkijkers en de zwartkijkers kunnen U natuurlijk precies uitleggen, dat het gegaradeerd fout zal gaan en dat het allemaal erg "links gedoe" is.
Redelijkerwijs kan alleen maar gezegd worden, dat er hard gewerkt wordt om de mogelijkheden uit te buiten ter bereiking van een zo goed mogelijke samenwerkingsvorm.
Er zijn mensen in de ARP, de CHU en de KVP, die een CDA toejuichen, omdat dat in de gepolariseerde verkondigingen tussen de PvdA en deVVD de mogelijkheld van een middenweg biedt.
De opstellers van de nota "op weg naar een verantwoordelijke maatschappij", Goudzwaard. Steenkamp en anderen, zullen niet zonder meer pleiten voor zo'n middenweg.
Een weg van het "schemerige midden" wijzen zij zelfs van de hand. Een principiële visie van uit het Evangelie op allerlei aktuele problemen, zien zij als de enige mogelijkheid om in de politiek een eigen gezicht te tonen.
Dit is echter - helaas - een groot probleem in het CDA. Dit zal na verloop van tijd het centrale probleem worden. De overgrote meerderheid in de drie christelijke partijen heeft zich - meer of minder aarzelend - voor het CDA uitgesproken. Men wil ècht wel met elkaar samenwerken en samen optrekken, maar dan in een christen-demokratisch appèl!
Vooral in de KVP zit een groepering mensen, die een "open partij" voorstaat. Zij willen geen CDA die alleen het Evangelie als inspiratiebron erkent. Ook andere overtuigingen zouden binnen de nieuwe partij een gelijkberechtigde plaats moeten hebben. Het CDA moet zich volgens hen niet aan een bepaald levensbeschouwelijk uitgangspunt binden.
In het prille begin van de samenwerking vertonen zich dan reeds enkele barsten. Dat wil niet zeggen, dat het persé fout zal lopen.
Alleen zij die dat wensen, zullen dat bij voorbaat zeggen. 't Is echter een reële vraag, of het groeimodel van de CDA een volgroeide werkelijkheid zal worden.
Gevaren zijn dus duidelijk aanwezig.
Ook bezwaren zijn er in overvloed. Aan sombere visies is ook geen gebrek en aan sombere kanttekeningen' bij sombere visies nog minder.
Al met al bieden de zwartkijkers weinig of geen alternatieven.
In de ARP, de CHU en de KVP zijn velen, die zich vanuit hun geloofsovertuiging gedreven weten om te zoeken naar een steeds betere samenwerkingsvorm. Vanuit het geloof streven zij naar de realisering van hun politieke invloed en verfoeien zij een schemerige middenweg.
Zal 't lukken?
Het CDA heeft veel goede en hoopvolle elementen in zich. De verontrusten hebben wat dit betreft te veel en ongerechtvaardigde kritiek.
Is hun kritiek dan uit de lucht gegrepen? Beslist niet.
Ik sprak reeds over de barsten, die het prille CDA-begin vertoont.
Maar rechtvaardigt dit het vaarwel zeggen van het CDA? Als juist die mensen, die zo goed weten hoe het moet vertrekken, dan bevordert dat de geloofwaardigheid van hun woorden niet. Zij zeggen de grote christelijke partijen niet alleen: vaarwel! Zij laten deze in de steek.
Zij kunnen gemakkelijk zeggen: "Het CDA loopt helemaal fout. De ARP is ook al lang niks meer.
Allemaal slap gedoe van die linkse jongens."
Zij hebben gemakkelijk praten.
Zij zijn al lang weg.
En dan anderen zeker ook nog oproepen om ook SGP, evt. GPV, te stemmen?
Wie werkelijk door zijn overtuiging gedreven wordt en meent werkelijk iets in de politiek te zèggen te hebben, die zoekt het niet bij min of meer gelijkgezinden of bij mensen die bij voorbaat met applaus klaar staan. Hij zoekt de bedreigde situatie. Daar heeft hij iets te zèggen. Bij die mensen, die lang niet altijd geneigd zijn geduldig naar hem te luisteren, heeft hij een taak. Voor hen heeft hij immers een boodschap.
Tenminste ... als hij echt iets te zèggen heeft.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief