SPROOKJE
1974-03-29
Er was eens een arme houthakker. Hij woonde in een schamel hutje, diep in het bos. Met een vrouwen een groot gezin. Dat wel. Maar voldoende eten was er niet. Daarom werden de kinderen er op uitgestuurd, om zelf maar hun kostje te vinden. Enfin, u kent verder het sprookje.- Jaargang 18
- nummer 13
Toen de jongste (laten we hem Klein Duimpje mogen noemen, hoewel zulk een frivole naam in een net kerkelijk blad eigenlijk niet thuishoort), toen de jongste, die natuurlijk achteraankwam, de gevaarlijke wijde wereld introk, markeerde hij zijn weg met steentjes. Zo kon hij 's avonds veilig het nest terugvinden. Nu ja, zo veilig was dat nest niet of hij werd er opnieuw uitgestuurd. Toen markeerde hij zijn weg met stukjes brood. Weet u nog, wat er gebeurde? Juist, de vogelen des hemels kwamen, pikten de stukjes brood op ... en Klein Duimpje heeft nooit de weg terug kunnen hervinden.
Een sprookje? Ja. Maar sprookjes zouden geen eeuwen lang hun bestaan rekken, wanneer ze geen diepe inhoud hadden. Sprookje komt van sproke: een gesproken verhaal, een mondelinge overlevering.
Sprookje heeft bij ons meestal de klank van een verdichtsel,een leugenachtig verhaal. Jammer, want dat hoeft toch bepaald niet. De sproke is van huis uit (van dat huis uit, waar nog niemand kon lezen en waar de wijsheid van mond tot mond ging) een didactisch verhaal, overgeleverde wijsheid, het liefst nog in versvorm. Er is verschil tussen praten en spreken. We zeggen: een praatje voor de vaak, een praatje bij de haard. Maar we zeggen ook: de Sproke van Beatrijs, dat machtige vers uit de middeleeuwen. Welnu, sprookje komt niet van praten maar van spreken.
Een Delfts hoogleraar, die zich echt niet met beuzelarij bezighield, gaf eens een wijsgerige uitleg van enige sprookjes. Die wees er onder meer op, dat de "ingrediënten" van elk sprookje internationale en boventijdelijke symbolen zijn. Met die ingrediënten worden waarheden van mond tot mond overgeleverd; waarheden, die de moeite van een overlevering waard zijn. Een sprookje is dan ook niet speciaal voor kinderen - maar voor mensen, die door de raadsels heen zien.
Hoewel een kind meestal het snelst de waarheid verstaat. Nog geen tien jaar geleden promoveerde iemand op het sprookje van Hans en Grietje: hij wist zelfs de historische achtergronden voor het ontstaan van deze sproke te leveren. Laten we daarom eens naar het sprookje van Klein Duimpje luisteren. De vrijheid van de exegese is daarbij inclusief.
Het houthakkersgezin was groot en arm. Net als de wereld van vandaag: monden genoeg, maar een toer om ze te vullen. Wist u, dat China in vorige eeuwen regelmatig geteisterd werd door overstromingen, droogten, ziekten en hongersnoden, die miljoenen en miljoenen levens wegnamen? Zo bleef het volk in stand. En een oude Veluwnaar zei, sprekende over de kinderrijke gezinnen van zijn voor- ouders en zijn betrekkelijke welvaart desondanks: moar wie hebt het karkhof ok mét'had!
Geen wonder, dat de arme houthakker zijn kinderen er op uit stuurde: gaat heen, wordt verzadigd en wordt warm. De sterken weten meestal hun plaats wel te bewaren - de zwakken worden uit het nest geduwd. Net als bij de roofvogels. Hoe zouden de volksverhuizingen vroeger zijn ontstaan? Waarschijnlijk omdat de grond alle mensen niet kon dragen om ze te voeden. Dat was zo bij Abraham en Lot.
Dat was zo bij de Gothen, de Angelen, de Saksen en de Scythen en alle andere volkeren, die ontheemd raakten. Het was geen ontdekkingsdrang.
geen nieuwsgierigheid - het was harde noodzaak.
Ziedaar het eerste gegeven. En Klein Duimpje, uit het huis verdreven, om land en luyd gebracht, ging beklemd de onbekende toekomst tegemoet.
Hij verbrandde vooralsnog geen schepen achter zich. Als het buiten erger zou zijn dan binnen, kon hij de weg naar huis terugvinden.
De band met huis, enig recht op onderdak, hield hij angstvallig vast. Als ieder kind, dat het ouderlijk huis verlaat. Als ieder mens, die op eigen benen moet gaan staan.
Hij markeerde namelijk zijn weg met steentjes. Een steen is symbool voor een onvergankelijke waarheid. Jozua richtte stenen op na de doortocht door de Jordaan. Jacob richtte een steen overeind toen de Heere met hem gesproken had. Petrus, op wiens belijdenis de kerk gebouwd is, heeft een naam, die rots betekent.
De logische reeks van in elkaar grijpende waarheden heeft in de christelijke kerk een geweldige rol gespeeld. Van dus tot dus heeft men dikwijls verder geredeneerd; en uitgaande van de Waarheid raakte men verloren tussen de waarheidjes. Het christendom heeft altijd, wanneer het tot daden moest komen, zich aan angstvallige redeneringen vastgehouden. Nog altijd wanen talloze christenen zich veilig .met hun tas vol kerkelijke zekerheidsstukken: geloofsartikelen, kerkenordelijke pericopen, synodale uitspraken, desnoods artikelen contra de ketters opgesteld.
Maar de weg terug naar huis is nog niet hetzelfde als het huis. En de reeks afgeleide waarheden betekent nog niet de Waarheid zelf. Dat ..een uitspraak van vandaag (het regent, nu ik dit schrijf) morgen een ónware uitspraak kan zijn (hopelijk schijnt de zon, wanneer u dit leest) is iets, dat we vaker moesten bedenken. En... de weg terug betekent in elk geval nog geen stap vooruit.
Goed. Klein Duimpje heeft de weg naar huis teruggevonden, Al viel het tegen. Want oost-west - thuis is het ook niet alles. Hij moest er opnieuw uit. Trouwens, iemand die de buitenlucht eenmaal gesnoven heeft vindt het thuis vaak benauwd. Zo ging ons jochie weer op stap.
Ditmaal zonder steentjes op zak: hij wist zich te redden met Moeders boterham. Die werd, bij stukjes en beetjes, op de markante punten uitgelegd.
Wat een verspilling. Want brood, en zeker brood in een arm houthakkersgezin, is niet om weg te gooien. Bijgelovige mensen denken, dat er hongersnood volgt op het verspillen van eten. Ook dat zat in het sprookje - Klein Duimpje heeft de weg niét terug gevonden. Hij heeft nimmer een nieuwe boterham van zijn moeder gekregen!
Want ja - daar kwamen vogels, die het brood wegpikten. Weet u wat die vogels voorstellen? Denk dan eens aan de droom van Farao's bakker: de vogels stalen het brood uit zijn mand. Brood en vogels: de bakker zou gehangen worden en zijn vlees aan de vogelen des hemels gegeven. Denk ook aan Goliath: ik zal uw vlees aan de vogels voeren, zei hij tegen David. Waar het aas is, daar komen de gieren: denk maar aan Rispa, die de lijken van haar gehangen zonen bewaakte tegen de roofvogels. Vogels betekenen: verlies, opruiming, vernietiging; maaien zonder te hebben gezaaid.
Dat heeft Klein Duimpje moeten weten. Er was die avond geen weg terug. Zoals een kind, eenmaal het ouderlijk huis uit, daar nooit meer in de kinderrol kan terugkeren. De ouder-kind-verhouding is maar tijdelijk. Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en met zijn vrouw een nieuwe gemeenschap stichten. Eenmaal wordt de zoon de broeder van zijn ouders. Gezinnetje-spelen kan na dato niet meer.
Elk sprookje heeft een gelukkige afloop. Klein Duimpje zal zich wel hebben gered - of zal wel geholpen zijn. Zo hebben gehele volkeren hun nieuwe plaats op de aardbol wel gevonden. Nieuw Zeeland. Novo Scotia. Nieuw Amsterdam. Vancouver komt van Coevorden. Brooklyn komt van Breukelen. New York komt van York. En zo voort. God heeft als aller mensen koning een plaats bepaald voor ieders woning, een kring waarin hij werken moet. Ieder die uit huis wordt geleid, zelfs uit een diensthuis. uit een huis van armoede, wordt door God geleid naar een land, dat Hij hem wijst.
Na Afscheiding, Doleantie, Vrijmaking en Buitenverbandstelling hebben gereformeerden altijd de weg terug gezocht. De een vond de weg letterlijk terug tot de kerkgemeenschap, die hem uitstootte. En ontdekte dat het thuis ook niet alles was. De ander trachtte de weg terug te vinden in de voortzetting buitenshuis van het "ware" gezin; en dit door de logisch tastbare weg der vastigheden van de oudste kerkenorde, de zuiverste Calvijnvertaling, de beste editie van de 16e Eeuwse Acta, de eerste druk van Jansen's Korte Verklaring. Zo is gestreden om kerkelijke goederen als om kerkelijke namen; zowel om eigendommen als "erfenissen" en om de graven der profeten.
Maar de weg terug is geen weg vooruit. De geschiedenis, hoe leerzaam ook, kan niet gerepeteerd worden. Onze zaaksgerechtigheid is nog geen gerechtigheid voor Gods hoge vierschaar. En de vleespotten van Egypte, hoe verleidelijk ook tijdens een hongertocht door de kerkwoestijn, kunnen geen maag meer vullen.
Trouwens er is geen weg terug. Gelukkig. Ook in Amerika heeft God de Heere zijn oogappels wel bewaard. Ook in Babel werd de Here aangebeden, door sommigen drie maal per dag met het gezicht naar Jerusalem. Ook buiten het kerkverband werkt de Heilige Geest. Gojs Woorà, vastigheid der vastigheden, is niet alleen voor alle tijden maar ook voor alle plaatsen. God is aan tijd noch plaats gebonden, Wiens toezicht over allen gaat.
Klein Duimpje is zijn brood, zijn levenszekerheid, kwijtgeraakt. Hij heeft alzo zijn "leven" verloren - om het terug te vinden. In zekere zin is hij symbool voor alle mensen, die uitgeleid en in ruimte zijn gezet. Wij hebben ons aan de Almachtige over te geven, op genade of ongenade; gaande met lege briefjes; komend tot persoonlijk geloof of ondergaand in massaal ongeloof. We kunnen nog wel een tijd lang de kerksteentjes op een rijtje laten liggen: de tradities van het christendom in stand houden, de vormen handhaven, de reglementen herdrukken, Maar stenen of brood - er is geen weg terug in de geschiedenis.
Gods tijd draait door en we moeten die gebruiken om klaar te komen eer de avond over deze wereld valt.
Ach kom, zat dat nu allemaal in het sprookje van Klein Duimpje ingebakken?
Nee, maar het zit wel in u. Want sprookjes zijn raadsels, raadsel-spreuken, door uzelf te vullen met uw levenservaring. En wie niet uit alles leren wil, wil in het geheel niet leren. Zeggen degenen, die spreekwoorden gebruiken.