Boekbespreking

1974-03-29
  • Jaargang 18
  • nummer 13
Dr B. Wentsel, "Hij voor ons, wij voor Hem" - Over Gerechtigheid, Verzoening en Gericht; uitgave van Kok, Kampen; paperback.

Een overvol boek! Men maakt in kort bestek kennis met de opvattingen van de R.K. Nieuwe Catechismus, met de opvattingen van D. Sölle, H. Wiersinga, R. Budiman, J. Moltmann. Men passeert al lezend beschouwingen over solidariteit, plaatsbekleding, representatie, mystieke unie, vrede, de vertikale en horizontale momenten in de diverse begrippen.
Bouwstenen voor een politiek-sociale theologie worden ons geboden, waarbij gesproken wordt over de mens als beeld Gods, overheid en gerechtigheid, strafvergelding - kastijding, resocialisatie, barmhartigheid. Hemel en nieuwe aarde worden behandeld onder de gezichtspunten van continuïteit en discontinuïteit. Een beschouwing over het belijden loopt uit op een catechismus-vermige proeve van herformulering van het belijden over de verzoening.
Dan wordt ons nog geboden een overzicht van de discussie van vaktheologen ter zake, waarbij nog weer nieuwe namen de revue passeren. Enkele synodebesluiten en commissierapporten worden ons voorgesteld. Tenslotte nog een brede beschouwing over het probleem van de interpretatie van de bijbel.
Het sterke punt van dit boek is, dat het ons in kort bestek een tamelijk volledige "encyclopedie" van persoonlijke en kerkelijke beschouwingen aanbiedt, waarbij de "recenserende" inbreng van de auteur van grote betekenis is, terwijl verder de vele litteratuurverwijzingen tot bredere en diepere studie uitnodigen.
De kracht van het boek is tegelijk ook zijn zwakheid. De auteur heeft eigenlijk veel te veel stof in de ruimte van een gemiddeld boek bijeen moeten brengen.
Daardoor is zijn stijl zeer gedrongen.
We hebben steeds het gevoel met een "uittreksel" uit een groter boek van doen te hebben. Tot een werkelijke "uit-één-zetting" kan het praktisch nergens komen.
Wanneer we de bedoeling van zin of alinea beginnen te snappen zijn we inmiddels al weer twee begrippen of drie theologen verder.
Wie de roman-lees-snelheid wil aanhouden kan met dit boek niet veel beginnen!
Iets van de inhoud wil ik trachten door te geven, al is de keuze bij de voorhanden volheid moeilijk en bij voorbaat beladen met het odium van willekeur.
De auteur ziet in de verschillende moderne opvattingen over de verzoening enkele vaste gedachtenlijnen naar voren komen: Gods gerechtigheid is nagenoeg uitsluitend heilbrengende gerechtigheid het motief van toorn, straf en vergelding is op zijn minst naar de achtergrond gedrongen.
Christus' kruisdood draagt (dus) niet het karakter van schuldbetaling aan de Vader. Deze gedachte is "middeleeuws". Wiersinga: Christus' offer is op de mens gericht; het schept een nieuwe verhouding tussen God en mensen, doordat het ooroept en brengt tot inkeer en omkeer.
De verzoening mag voorts niet individualistisch versmald worden.
Zij richt zich op' de schepping, op volken en rassen; zij verwerkelijkt zich in bevrijding, in transformatie van de maatschappelijke verhoudingen.
Hiertegenover handhaaft de auteur het motief van vergelding en straf in Gods gerechtigheid. In dit verband brengt hij de bijbelse gegevens inzake gericht en hel naar voren. Christus heeft in zijn lijden voldaan aan Gods eisende en straffende gerechtigheid. Hierbij heeft Hij ons vertegenwoordigd - Jes. 53.
Voorts is ook de auteur van mening, dat verzoening en vrede in reactie op de R.K. rechtvaardigheidsleer te zeer uitsluitend zijn toegepast op de staat van de ene mens voor God. Efeziërs 2 : 14-22 past "vrede" ook toe op de éénmaking van "blokken" (Jodenheidenen). De bijbelse vrede heeft ook horizontale betekenis: de schepping, volken, rassen.
In zijn proeve van herformulering der belijdenis (pag. 130-138) geeft de auteur dan ook de relaties van volken en rassen, de maatschappelijke verhoudingen en (zelfs) het milieu een plaats in het christelijk belijden.
Zo laat hij ons zien, dat een duidelijk rechtzinnig man de konkrete levensvragen niet behoeft (en behoort) over te laten aan de nieuwe vrijzinnigheid. En dat omgekeerd een werkelijk sociaal en maatschappelijk "geëngageerd" mens niet noodzakelijk een "modernist" behoeft te zijn. En daar hebben we een zeer waardevol element van dit boek!
Men neme en leze! Ik eindig nu deze recensie, Min of meer in het machteloze gevoel; dat ik niet zou weten, waar ik - verder gaande - zou moeten beginnen en eindigen.
Het boek is tè vol. Ik zei het al, dat is zijn kracht en zijn zwakheid.

H. Smit

Mystiek in de Westerse Kultuur.
Uitgave van J. H. Kok, Kampen 1973.

Dit boek bevat een bundel opstellen, eerst als etherkolleges uitgezonden door de N.C.R.V. Met noten en literatuuropgaaf is het een boek van 146 pagina's geworden.
De volgende auteurs gaven er hun medewerking aan: drs R. Henzen, die een inleidend opstel schreef en ook de laatste twee, dr H. W. de Knijff, prof. dr J. N. Bakhuizen van den Brink, dr J. L. Springer, prof. dr P. J. G. A. Hendrix, prof. dr H. A. Oberman, dr O. Steggink, prof. dr E. L. Smelik, prof. dr S. van der Linde, drs C.
Aalders, dr A. J. Jelsma. Het boek bevat dus in totaal 13 opstellen van gemiddeld zo'n acht tot tien pagina's, waarbij dan noten en soms brede literatuurverwijzing komt.
Voor een belangrijk deel zijn de opstellen historisch van aard, maar toch niet louter, Ik denk aan: Mystiek en Schrift van dr De Knijff, Mystiek en Existentie van prof. Smelik, Mystiek en bevinding van drs C. Aalders, Mystiek en Geloven van drs R. Henzen.
De auteurs zijn allen terzake kundig en weten in kort bestek het hun toegedeelde onderwerp duidelijk te behandelen, al wil dit niet zeggen dat dit boek voor ieder gemakkelijk leesbaar is.
Wat nu de betekenis van deze bundel betreft, die is wellicht allereerst deze dat duidelijk wordt dat üm met prof. Smelik te spreken de mystiek, oplevend in allerlei geestesstromingen in of buiten de kerk, aan de orde van de dag is. Men moet het woord mystiek dan echter wel nemen in een ietwat bredere zin dan gewoonlijk het geval is; het woord mystiek heeft trouwens altijd een ietwat zwevend begrip aangeduid, Men merkt dat ook als men deze bundel leest: verschillende auteurs vinden het noodzakelijk om een eigen omschrijving ervan te geven.
Maar goed, duidelijk wordt in deze bundel dat er in geestelijk opzicht in onze tijd wat aan de hand is en dat men het begint te zoeken in de richting van het extatische, diepere, op zoek is naar nieuwe of vernieuwde "inspiratie" enz . tot in de revolutionaire bewegingen van onze tijd toe. Zo loopt er door dit boek een lijn van het verleden naar het heden. althans bij sommige auteurs, met name ook aan het einde van de bundel.
Deze bundel vormt niet een eenheid van standpunten. Dat wordt in het voorwoord ook duidelijk gezegd. Een uitputtende behandeling van het onderwerp wordt ook niet geboden, Was uiteraard ook niet mogelijk. Wel wil ook deze bundel de bronnen in het stroomlandschap van het christendom aanwijzen. waarmee een als van ouds nieuwe spiritualiteit gelaafd kan worden, zegt de redactie.
Naast veel informatie en naast uitstekende artikelen van historische en principiële aard zal de gereformeerde lezer ook uiteenzettingen tegen komen, die bij hem op tegenstand stuiten. De veelheid van artikelen laat een min of meer gedetailleerde bespreking in dit opzicht niet toe.
Het lezen van deze bundel kan onder meer dienen om de geestelijke nood van onze tijd en een sterker wordende stroming beter te onderkennen om haar met het Evangelie tegemoet te treden.
Ook voor het laatste kunnen sommige artikelen dienen.

G. Janssen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief