Persschouw

1974-03-29
  • Jaargang 18
  • nummer 13
• Gerretson [Geerten- Gossaert) (vervolg)

Senator!
Het krantenlezend publiek heeft eigenlijk eerst kennis gemaakt met prof. dr Frederik Carel Gerretson toen hij in september 1951 zijn intrede deed als lid van de Eerste Kamer voor de CHU. Zijn verkiezing was eigenaardig gegaan. In de Zuidhollandse staten had de CHU niet genoeg stemmen, om er een tweede lid van de Eerste Kamer gekozen te krijgen.
Toen kreeg de fractie een aanbod van de partij van WeIter, rechtse splinter, afgescheiden van de KVP, om op de lijst van de CHU te stemmen, mits op .die lijst op een kansbiedende plaats prof. Gerretson werd geplaatst. Een man van de CHU, een vereerder van Lohman, met wie zijn vader intiem bevriend was geweest, een zoon van het Réveil - èn een hevig tegenstander van de regeringspolitiek ten opzichte van Indonesië en de Rijksdelen in de West. Een man van "Rijkseenheid".
Prof. Gerretson werd gekozen.
En hij liet van zich horen.

Ik heb hem van zéér dicht bij meegemaakt en durf zelfs te zeggen dat ik een veel vertrouwelijker contact met hem heb gehad dan verschillende van zijn eigen fractiegenoten.
Trouwens, hij kon nauwelijks als een fractielid worden beschouwd, In die fractievergaderingen was hij opmerkelijk doof en soms verontschuldigde hij zich, dat zijn gehoorapparaat het liet afweten. Dat bediende hem ook in dat opzicht op zijn wenken, en hielp hem, ongestoord zijn eigen gang te gaan.

Repliek
Als hij aan het woord kwam, dan daagden opeens alle verslaggevers, die met kaarten hun tijd doodden in de perskamer, weer op en zetten - zich op de perstribune, om te zorgen voor een sappig verslag. Soms lieten ze hem zelfs "sissen van woede".
Maar dat sissen had een andere oorzaak: zijn kunstgebit zat erg los en zorgde voor lastige onderbrekingen van zijn rede, die opgevuld werden met moeilijk thuis te brengen geluiden. Eens zat ik vanaf Utrecht naast hem in de trein en hij diepte uit zijn tas de redevoering op, die hij zou houden: allemaal blaadjes.
half zo groot als een velletje postpapier en vastgehouden door een grote klem. "Dit is mijn speech".
legde hij uit, "en dit is mijn repliek, die ik zal houden, nadat de minister heeft gesproken". Die minister was Stikker van buitenlandse zaken.
Maar professor, zei ik, een repliek kunnen we toch alleen maar opstellen, nadat we de minister hebben gehoord? Juist zei hij. behalve wanneer je vooruit weet, wat de man zal beweren.
De speech was dus klaar en toch ook weer niet klaar. Want zolang het nog niet zijn beurt was, zat hij in zijn bankje en las de speech over.
een stompje potlood bij de hand. En dan werd de rede verbeterd, dat wil zeggen, dan deed hij vondst na vondst, nieuwe uitdrukkingen of zinspelingen, "felle uithalen", "hatelijker" formuleringen, fraaier wendingen ook, waardoor het proza meer literair werd. Je zag hem er bij glimlachen van genot.
En dan kwam hij aan het woord.
Zijn fractievoorzitter, mr Kolff, kantonrechter uit Geldermalsen, stond naast het spreekgestoelte, en hield zijn hart vast. Maar hij wist meer dan iemand anders. dat Gerretson geen enkele interruptie zou wensen te horen, dan die, welke hem zéér welkom zou zijn.
Minister Stikker maakte hij eens woedend door gladweg te verklaren, dat hij niet begreep, waarom er bij een afvaardiging naar de Verenigde Naties altijd zo'n harem van secretaressen en typistes mee moest. Zijn eigen partijgenoot, minister Kernkamp, die het Statuut van het Koninkrijk uit moeilijke onderhandelingen met Suriname en de Antillen wist te bereiken, beschuldigde hij van staatsverraad. waarop de minister meedeelde, niet meer op Gerretsons opmerkingen te zullen antwoorden, als zijnde met deze afgevaardigde niet meer on speaking terms. Gerretson weer bedroefd over zoveel misverstand: een minister, die tevens jurist was. en kennelijk het fijne verschil niet wist tussen landverraad en staatsverraad.

Geestverwant
Het is te begrijpen, dat Gerretson in het algemeen genomen geen goede pers had als Kamerlid.
En toch heb ik het een groot voorrecht gevonden, dat ik jarenlang in vele vertrouwelijke gesprekken hem ècht heb leren kennen, zoals hij was. Waarom van zijn kant die meer dan gewone vertrouwelijkheid?
Was het. omdat ik bijna van kindsbeen af zo. vertrouwd was met zijn -gedichten, zijn prachtige bundel Experimenten.
die ik praktisch geheel van buiten kende? Een beetje. Maar de hoofdzaak was. dat hij in mij in diepere zin een geestverwant herkende nl. in tweeërlei opzicht. In ruimer zin: we waren er beiden diep van overtuigd dat ons volk een volk wordt van grutters en van bleke napraters van vreemden, als het zijn geschiedenis niet meer kent. De geschiedenis, verteld als zijn geschiedenis, niet meer kent. De geschiedenis, verteld in Christelijk nationale zin. En in enger zin: omdat we alebei altijd weer terugvielen op Groen van Prinsterer.
Gerretson was een historicus èn een literator, een dichter en een prozaschrijver.
Zijn proza, ook zijn vele historische arbikelen, is tegelijkertijd literatuur in de volle, rijpe zin van het woord, Maar het is verspreid over allerlei publicaties, met name in tijdschriften.

Daarom is het een prachtige zaak, dat al zijn proza onder de titel Verzamelde Werken nu bij Bosch en Keuning verschijnt in zes delen, één deel literatuur in engere zin en vijf delen geschiedenis.
Zulk een kostbare uitgave is niet mogelijk zonder subsidie. Het Ministerie van CRM heeft dan ook voor financiële steun gezorgd. En dàt geld is nu eens héél goed besteed.

Dr Puchinger heeft voor de verzameling gezorgd en het is hem toevertrouwd.
Hij heeft Gerretson heel goed gekend en is in bepaalde opzichten een leerling van hem.
Het eerste deel is nu verschenen en in het Friesch Dagblad komt een serie artikelen over dat werk. Ik heb de vrijheid genomen, er een persoonlijk cachet aan te geven, omdat ik vanaf mijn kwekelingjaren op de normaalschool te Wommels onder leiding van de leraar Nederlands, Siplee Plat, afkomstig uit Menaldum (later vele jaren hoofd van de Julianaschool te Sneek) met Gerretson als dichter vertrouwd was geraakt, al, kwamen de persoonlijke contacten dan veel later.

Andere namen
Mogen wij inderdaad spreken van àl zijn proza? Ik betwijfel het. Er zijn ook studies verschenen van de hand van Gerretson onder andere namen. Soms onder zijn dichtersnaam Geerten Gossaert. Misschien ook onder andere namen. Persoonlijk ben ik van mening dat hij een enkele maal ook schuil gaat achter de naam Eugène Gerioke, wel te onderscheiden van zijn neef Hoek, die publiceerde onder de schuilnaam Frank Gericke.
Toen Dr Kuyper was overleden, verscheen er in het jaarboek van de Maatschappij voor Nederlandse Letterkunde een artikel over Kuyper, waarbij als auteur werd vermeld H. Colijn. Maar - Gerretson had het voor Colijn geschreven. *) Zijn wij goed geïnformeerd, dan zal het in de verzamelde werken van Gerretson worden opgenomen, omdat hij het zelf in zijn eigen verzameling van zijn artikelen mee had gebundeld.
Toen Dr Zwart bij Gerretson promoveerde heb ik dat proefschrift in het Friesch Dagblad besproken en daarbij de opmerking gemaakt: de stijl is zo dat we in elk geval kunnen zeggen, dit is nu eens niet His Masters Voice. Want er is meer dan één proefschrift verschenen, waarin de stijl van Gerretson duidelijk was te herkennen. Hij is er later zelf tegen mij over begonnen. Het was geen aardige opmerking, vond hij. Maar ik heb hem toen gezegd: er is een precedent. Adriaan Kluit was in de tijd van de patriotten en ook nog in de franse tijd, zeven jaar wegens zijn politieke gevoelens - hij was een principieel tegenstander van de leer van de volkssouvereiniteit buiten bediening gesteld. Bij de ramp van Leiden in 1807 s hij omgekomen.
Welnu, de beste dissertaties van zijn leerlingen o.a. die van Rendorp. zijn door Kluit zelf geschreven en hebben daardoor een heel bijzondere waarde. Hij zei niets. maar snoof als een paard. Later heeft hij ook in een krantenartikel nog eens laten blijken, dat hij mijn opmerking over "His Masters Voice" nog niet vergeten was.
Maar, zoals gezegd, dr Puchinger zal in de Verzamelde Werken alleen die stukken opnemen, waarvan Gerretson zelf ondubbelzinnig heeft laten blijken, dat ze van zijn hand zijn.
En dat levert zes dikke delen op.

Literair ontwaker
Aan onze nog niet vergrijsde lezers zou ik nu allereerst in herinnering willen brengen, dat zo omstreeks 1910 hun eenvoudige protestantse grootouders nog leefden in het cultuurloze tijdperk. Dat is algemeen bekend en dus voor geen tegenspraak vatbaar. In die tijd publiceerde de dichter Sceerp Anema zijn bundel Van Hollands kunsten (1907) en G. Schrijver zijn uitvoerige, realistische roman De Lichte Last (1911).
Het Nederlands Jongelingsverbond gaf een Letterkundig Maandblad uit, dat als leidraad diende voor literatuurstudie op een aantal Christelijke letterkundige clubs. Er verscheen een Prot. Chr. Letterkundig maand; blad Ons Tijdschrift waarvan deze G. Schrijver (G. G. van As) de redactiesecretaris was. 3) Sedert 1912 verscheen daarnaast een maandblad Stemmen des Tijds, Maandschrift voor Christendom en Cultuur. In dat laatstgenoemde tijdschrift zijn omstreeks 1916 heel wat artikelen verschenen over literatuur. B.V. Over Gorters Mei door ds J. Jac. Thomson.
Over Guido Gezelle (idem).
Over Van Eeden's Ellen door dr J, C. de Moor. Over Seima Lagerlöf door J. Petri, enz. In dezelfde tijd verscheen In Ons Tijdschrift de machtige studie van Geerten Gossaert over BiIdérdijk, die nu in zijn verzamelde werken is herdrukt.
Het was in dezelfde tijd, dat in tal van plaatsen een Christelijk Comité voor winterlezingen, elke maand een lezing organiseerde, waar heel wat jonge mensen kwamen. Dr B. WieIenga hield een lezing over Nietzsche en een over Selma Lagerhöf, dr J. R. Callenbach van Rotterdam droeg op tal van plaatsen voor uit de werken van Guido GezelIe. Alt van Bolsward en Paardekoper van Leeu, warden gaven in tal van dorpskerken in Friesland orgelconcerten en iets later werd in Leeuwarden een Chr. Oratoriumvereniging opgericht.
En dat allemaal in de tijd, dat de Reformatorische Christenen nog moesten ontdekken, wat cultuur was. Zo kan men dat hebben.

Experimenten
Welnu, in die tijd verscheen er een bundel gedichten van Geerten Gossaert onder de titel Experimenten.
In de titel zit een beetje zelfspot.
Maar het was voor ons besef een geweldige bundel. Meester Plat van Sparmum bracht hem mee naar de Normaallessen in 1912, en al gauw kenden wij verschillende gedichten uit ons hoofd. Het thema van De Verloren Zoon speelde er een grote rol in en wie kent niet dat gedicht: De Moeder

Hij sprak, en zeide
In 't zaêl zich wendend:
Vaarwel 0 Moeder,
nooit keer ik weêr ...

Maar hij kwam wel terug en zijn moeder had altijd gewacht.

En toen, na jaren, Melaatsch, een zwerver,
Ter poorte klaagde: Uw zóon keert weer ...
Zag zij hem aan en Vond geen tranen, Voor zoveel vreugde geen tranen meer. I)

En dan dat prachtige: Tanquam Filius: De zoon is weggelopen en raakt hoe langer hoe meer verdwaald en ten slotte wenst hij niet meer te leven.
Maar dan ziet hij neer in het dal en ontdekt, dat hij dicht bij huis is.
Hij gaat weer naar dat huis en:

Schuw blikte ik door de ramen;
Daar stond, als 't allen tijd
Voor magen en genooden
Het avondmaal bereid,
Maar ééne plaats was ledig ...
Toen heb ik blij verstaan,
Dat ik in liefde 's woning,
Als zóón mocht binnengaan! 2)


Calvinist
Carel Scharten oordeelde, dat Gossaert hier naar voren kwam als de Calvinistische dichter, en later heeft Rijnsdorp in een studie - "in opdracht van de regering", kon Gerretson niet nalaten een beetje spottend te zeggen hetzelfde menen te moeten constateren. Maar - aldus Gerretson - in die tijd was ik beter thuis bij Vilion dan bij Calvijn. En wie Villon is geweest, dat staat wel in iedere Encyclopaedie.
Ik ga hier die bundel Experimenten, die mij altijd heel ldef is gebleven, niet behandelen. Trouwens, deze ge., dichten staan niet in de Verzamelde werken, door Puchinger verzameld.

De zes delen zullen alleen het proza van Gerretson bevatten. En voorts, deze bundel Experimenten wordt weil op christelijke gymnasia en athenea en op de christelijke P.A.'s uitvoerig en grondig besproken.
Praktisch is het bij deze ene bundel gebleven. Daarover hoop ik later nog wel iets te schrijven.

"Deskundigen"
Maar daar is één merkwaardig feit, dat ik wil aanstippen. Gerretson kon de draak steken met de deskundigen die de gedichten in klassen indelen naar tijd en genre. Hij zei: maak een goed gedicht, er zijn Immers alleen maar goede en slechte gedichten en de goede gedichten, daar speelt het tijdsverschil nauwe; lijks een rol. En hij leverde het. Hij nam drie strofen uit een gedicht van Lodensteyn uit 1676:

De wereld segt! lek sal u kleden
Met sijd en kostelijek gewaad!
Dat na de nood' uw soete leden
en jonge jaren voeg'lick staat.

lek deck uw wang met losse loeken,
lek maaok uw arm ter elboog naakt:
Ick koord' en boord' uw sijde rocken;
En herstel' al wat u mismaackt:

Ick prang uw schouders in balijnen!
In doeeken en in diere kant:
En doe! in soet verschiet! verschijnen
Aan hand en borst den Diamant.


Hier spreekt iemand, die de verlokkingen van "de wereld" opsomt, en ze blijkens het vervolg van het gedicht afwijst. Gossaert maakte een gedicht: In meretricem nimis imma, turam (jegens een al te vroeg verleide vrouw)

Mijn weemoed zal uw naaktheid kleeden
In zijde en kostelijk gewaad,
Dat aan uw zoele en zoete leden
Uw jonge jaren voeglijk staat

Ik prange uw schouders in baleinen,
In doeken en in dieren kant,
En doe in zoet verschiet verschijnen
ter borst een boot van diamant.

Ik dekke uw wang met losse lokken,
Ik make uw arm ten elboog naakt,
Ik koorde en boorde uw zijden rokken,
Verhelende, al wat u mismaakt.

Het zijn bijna dezelfde woorden, alleen de sfeer is anders. En toen het gedicht voltooid was en hij zijn vriend en criticus vroeg, nu de uit vroeger eeuw daterende regels er uit te pikken - wees die prompt de verkeerde aan!!

De dichter
Dit artikel ging over de dichter Geerten Gossaert, de dichternaam van Prof. Gerretson. Waarom hij maar die ene bundel heeft gepubliceerd, daarover volgt later nog iets.
Wij besluiten nu met een herinnering.

In oktober 1958 stierf Gerretson. In de aula van de begraafplaats werden verschillende toespraken gehouden.
Maar die mag men gerust vergeten. Want daar trad een professor aan de Utrechtse universiteit naar voren, dr W. A. P. Smit, van wie de leerlingen van onze middel; bare scholen hebben gehoord of zullen horen, want hij was een christen-dichter, voor wie wij dankbaar mogen zijn (we behoeven alleen maar te denken aan zijn bundel Feesten van het Jaar) en deze hoog, leraar èn dichter stond daar naast de kist, en droeg een strofe voor uit die bundel Experimenten, een gedicht, dat Geerten Gossaert 47 jaar geleden had gepubliceerd:

Eén ding heb ik begeerd,
één ding heb ik ontfangen:
dat zoo de dood mijn leden zou omvaên
ik voor Uw aangezicht,
0 Bron van mijn Verlangen,
Niet ledig zoude staan.

Ik heb deze drie stukken van Algra overgenomen vooral ook om de aandacht op Gerretson's oeuvre te vestigen. Speciaal op diens (énige!) gedichtenbundel "Experimenten".
Die vormt onbetwist een hoogtepunt in onze litteratuur.
Wie er eenmaal door gegrepen' werd grijpt er steeds opnieuw naar.
Het motief van "de verloren zoon" beheerst veel meer gedichten van Geerten Gossaert dan het ene dat dat opschrift heeft. Dr J.
F. M. Kat schreef in zijn boeiende studie "De Verloren Zoon als letterkundig motief" dat Gossaert voor 't eerst "haarfijn ontleedde het innerlijk van de modernemens, die geen gemakkelijke Verloren Zoon kan zijn en wiens bekering niet programmatisch verloopt."
In het vers De verloren zoon "treedt de bijbelse figuur niet op; de dichter stelt zich in diens plaats en omgeving en doorleeft de laatste fase van strijd, terwijl zijn voeten reeds "de heiligeaard" betreden rondom het "verbeidend huis". Schuldgevoel doet hem neigen naar de vaderlijke vergeving, de schimp der buren weerhoudt hem; bovennatuurlijk gegrond berouw strijdt met natuurlijk gegronde trots en het gedicht komt niet verder dan een besluit, waaraan alle weifeling niet vreemd is." Gossaert 'kende "de hunkering naar de vrijheid", maar ook "de daaraan tegenovergestelde roep naar de zekerheid, de gebondenheid die benauwen kan." Voor hem "schijnt daaruit het fataal dilemma te zijn voortgekomen: Of dichter, Of christen. Van zijn strijd getuigt die gedicht." Enerzijds wil hij "de rouwmoedige zijn en God danken voor de straf, anderzijds met hoogmoedige verachting neerzien op hen die zich zijn rechters wanen." Vooral door deze soms beangstigende spanning, die tot de diepste belevingen van een mens behoren, ontroeren deze gedichten, zijn ze klassiek en daarom ook ten volle modern.
Nog een opmerking: de door Algra genoemde litteraire studiën uit "Stemmen des Tijds" zijn met nog een flink aantal andere verzameld in twee bundels "Christelijk Letterkundige Studiën" die omstreeks 1925 door M. J. Leendertse en C. Tazelaar werden uitgegeven.
Die zijn ook de lezing nog ten volle waard! In deze bundels vindt men o.a. ook de studie van Geerten Gossaert over Bilderdijk.
En een van J. Haantjes óver Geerten Gossaert.

C.V.

*) In Engeland kent men de term "Ghostwriter": Vooraanstaande politieke figuren bedienen zich soms van een secretaris met schrijversgaven, die in hun geest onder hun controle geschriften publiceren onder de naam van hun chef. Er zijn mij meer, zelfs omvangrijke delen van publicaties van Colijn bekend, die wei op zijn naam en in zijn geest, en nadat hij zich accoord had verklaard, werden gepubliceerd, maar die hij niet zelf op papier heeft gezet.
I) aanvankelijk stond er: "Verbitterd sprak hij, maar in een latere druk werd het, zoals her hier staat.
(noot van Algra) 2) Deze strophe is in de uitgave van "Experimenten" die ik bezit (de 13de druk) niet meer opgenomen, In de latere edities van Experimenten werden sommige gedichten gewijzigd en nieuwe opgenomen. (noot van C.V.) 3) Over dit Tijdschrift verscheen een boeiende dissertatie van dr Kraan - C.V.

Correctie In "Opbouw" van de vorige week besprak ik de brochure van A. Koldewijn: Onze zieke demokratie. Ik schreef: "Zijn geschrift bevat elementen van een fascistische visie" .
Het is de lezer duidelijk geworden, dat ik met deze brochure niet gelukkig was. Het spijt mij echter het woord "fascistisch" gebruikt te hebben.
Dat was onjuist. Ik neem die uitdrukking terug, met mijn verontschuldiging aan de schrijver.

H.E.S.W.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief