Strijd over het Chr. Onderwijs

1974-04-05
  • Jaargang 18
  • nummer 14
Iedere trouwe krantenlezer heeft reeds lang gemerkt dat in ons land een soms felle strijd woedt over het christélijk onderwijs.
Die strijd wordt ook gevoerd in wat van ouds de wereld van het christelijk onderwijs wordt genoemd!
De. "nieuwe theologie", het "neo-marxisme", de "maatschappij-kritische opvattingen" hebben ook in de kringen van de onderwijzers van de basis-scholen" en de leraren van het middelbaar, het "secundaire" onderwijs diepgaand beïnvloed. De naam "christelijke school" is reeds in vele gevallen dubieus geworden.
In het jongste narlementaire debat over de onderwijsbegroting van minister Kemenade is duidelijk gebleken dat het sein voor het vrije christelijke onderwijs op onveilig staat.
Deze minister is een sterk voorstander van de z.g. "tertiumschool".
Dat wil zeggen: een school waarin humanisten, roomskatholieken en protestanten samenwerken.
Om die te realiseren neemt men de toevlucht tot de in ons blad reeds meermalen gesignaleerde bedenkelijke "Stichting".
Een gemeentebestuur zoekt een aantal mensen uit de drie genoemde categorieën die bereid zijn samen een Stichting te vormen voor de oprichting en instandhouding van zo'n school.
Zo'n Stichting is rechtspersoon, kan scholen in het leven roepen, subsidie daarvoor ontvangen enz.
Zo'n school is geen "openbare school" want die gaat van de "staat" uit. Ook geen "bizondere school" want die gaat van een schoolvereniging of een uit particulier initiatief gevormde Stichting uit. In wezen is de "tertiumschool" een "openbare school".
Want het gemeentebestuur benoemt de leden van het Stichtingsbestuur en maakt alle bepalingen daarvoor. Maar in schijn is het een "bizondere school". Want het bestuur ervan is het Stichtingsbestuur.
Op deze wijze probeert men de "doorbraak" in het onderwijs te realiseren. Men spreekt dan niet meer nuchter en zakelijk van "neutraal" onderwijs.
Neen, men heeft de "neutraliteit" een nieuwe term uitgevonden. Namelijk "moderne algemeenheid".
Dat klinkt beter! Maar de zaak is gelijk gebleven!
Over dat pas gehouden parlementaire debat over het onderwijs gaf het Reformatorisch Dagblad een helder overzicht. Ik wil dat hier doorgeven.
Is het onderwijs bij minister dr J. A. van Kemenade in veilige handen?
Dit was het hoofdthema van het onderwijsdebat, dat vorige week dinsdag begon en gistermiddag afgerond werd. Vooral de VVD en - in mindere mate - ook de ARP en de CRU trokken dit in twijfel. In de toelichting op de onderwijsbegroting meenden ze tussen de regels.
door te kunnen lezen dat de minister het onderwijs wilde gebruiken als "breekijzer" voor (socialistische) veranderingen in de samenleving.
"Onderwijsvernieuwing en daarop gericht onderwijsbeleid zijn belangrijke elementen met betrekking tot de maatschappelijke verandering en dienen bij uitstek als politieke opgaven te worden beschouwd. Zij dienen vooral te worden beoordeeld op grond van hun bijdrage aan de gewenste ontwikkellng in de samenleving.
Uitgangspunten voor onderwijsbeleid dienen daarom dan ook uitdrukking te zijn van de veranderingen die men in de samenleving noodzakelijk acht", zo stond er immers zwart op wil.
Dit betekent een aanval op de vrijheid van onderwijs, riepen de "rechtse" onderwijsspecialisten met mevr. Smit-Kroes (VVD) aan het hoofd - in koor. "De minister gaat het onderwijs als politiek strijd., middel hanteren." Het liberale kamerlid liet zelfs het zwaargeladen woord "indoctrinatie" vallen. Drs Van Leijenhorst vreesde dat de "identiteit" van het bijzonder onderwijs in het gedrang zou komen.

"Buiten kijf"
De minister verzekerde de Tweede Kamer vorige week echter dat de onderwijsvrijheid bij hem "buiten kijf" staat. Omstandig zette hij uiteen wat hem voor ogen staat: "De overheid moet zodanige voorwaarden scheppen dat elke leerling zich zo goed mogelijk kan ontplooien, Die taak is haar door de grondwet opgedragen."
"Het onderwijs is een voorwerp van aanhoudende zorg der regering", zegt artikel 208. Dit betekent niet dat van bovenaf wordt bepaald wat de leerlingen moeten denken. De inhoud van het onderwijs blijft een zaak van de ouders, onderwijzers en onderwijsorganisaties."
Op school moeten - zo meende de bewindsman - de leerlingen een beter zich leren krijgen op de maatschappelijke ontwikkelingen en verhoudingen.
"Het onderwijs maakt hen juist mondiger en weerbaarder."
Is het CHU-Kamerlid drs G. van Leijenhorst - na de uiteenzetting van de minister - gerust op de bedoelingen van dr Van Kemenade?

Touwtjes
"Gerust? NEE. Achter de benadering die de minister kiest zet ik nog altijd grote vraagtekens. Hij houdt de touwtjes strak in handen en laat het "onderwijsveld" de doelstellingen en inhoud van het onderwijs te weinig zelf bepalen - zijn schoonklinkende woorden ten spijt." Het blijft daarom zaak het doen en laten van de minister op de voet te volgen, Volgens de CHU-er heeft minister Van Kemenade "te weinig oog voor de belangen en verworvenheden van het bijzonder onderwijs". Die mening heeft de bewindsman bij hem niet kunnen wegpraten. Als bewijs voert Van Leijenhorst twee voorbeelden aan: het afwijzen van een tweede protestants-christelijke lerarenopleiding en de weigering het bijzonder onderwijs meer invloed te geven in de stichting leerplanontwikkeling.
"De minister belijdt met de mond dat de onderwijsgevenden zelf inhoud mogen geven aan de inrichting van het onderwijs. Tegen een bestuur dat ijvert voor een eigen protestantse lerarenopleiding zegt hij echter: zien jullie het maar eens te worden met het bestuur dat een openbare opleiding wenst. Alsof principes te verhandelen vallen. Zou de minister wel begrijpen wat protestanten bezielt in hun strijd voor eigen scholen?". Van Leijenhorst weet het niet.

Zwoegen beloond
Ook de weigering van minister Van Kemenade om voor "levensbeschouwelijke richtingen" meer plaats in te ruimen in de stichting leerplanontwikkeling (SLO), zit hem dwars.
"Ruim zeventig procent van het onderwijs is bijzonder onderwijs. In het SLO bestuur, dat zo'n 35 leraren telt, zitten slechts drie protestanten en evenzoveel rooms-katholieken.
Nog geen twintig procent", zegt Van Leijenhorst.
Gistermiddag zag hij zijn zwoegen voor een eerlijker afspiegeling met succes bekroond. De Tweede Kamer ging toen akkoord met een voorstel van KVP, ARP en CHU om het bijzonder onderwijs een grotere vinger in de SLO-pap te geven.
De stichting leerplanontwikkeling gaat leerplannen maken voor het gehele basis- en voortgezet onder., wijs. Deze plannen bepalen in grote lijnen de leerstof en smeren die uit over een aantal leerjaren. "Voor het christelijk onderwijs is het erg belangrijk de vinger aan de pols te houden. In een leermodel voor geschiedenis kan bijvoorbeeld de betekenis van de schoolstrijd of de reformatie naar de achtergrond gedrukt worden. Zo zou de biologie gestoeld kunnen worden op de evolutie-theorie."
Drs Van Leijenhorst is erg blij met de belofte van de minister dat de SLO - "op verzoek van een levensbeschouwelijke richting" een apart leerpakket moet maken. Toch zal dat niet in alle gevallen afdoende zijn, gelooft hij. Met name de kleinere scholenorganisaties, die een of ander leerplan onder geen enkele voorwaarde in huis willen halen, kunnen in de knel komen.
Dikwijls ontbreken "eigen" mensen, die in staat zijn een "eigen" plan op te stellen.
Het eerste grote optreden van minister Van Kemenade in de kamer vindt het CHU-kamerlid "een beetje saai, maar deskundig". "De minister is een harde werker". Een bezwaar is dat hij “zo vaak uit het sociologische vaatje tapt". "Het onderwijs lijkt voor hem een sociologisch verschijnsel. De historischjuridische aspecten komen nauwelijks uit de verf. Voor de vrijheid van onderwijs - zo zwaar bevochten heeft hij gewoon te weinig oog. Zijn vrijlheid is niets anders dan een vrijheid met voorwaarden, binnen een raam van uitgangspunten dat hij zelf vaststelt.
Kritiek heeft Van Leijenhorst ook op de maatschappelijke functie van het onderwijs, die bij minister Van Kemenade zo'n buitengewoon groot accent krijgt. Het gaat - aldus de CHU -er - evenzeer om de culturele en geestelijke kanten. "Niet alleen de omgang van mensen in de samenleving is belangrijk, maar vooral de plaats die de mens als schepsel in Gods schepping inneemt. Dus ook de verhouding tot God. Als je dat achterwege laat, ben je niet meer bezig met onderwijs en vorming, zoals dat vanuit de Bijbelse opdracht noodzakelijk is. Tegen het belang van het kind zelf in".
Laat ik in verband met het bovenstaande nog één ding mogen zeggen.
En wel dit: Laten alle ouders zich toch ter dege op de hoogte stellen van de scholen waar zij hun kinderen naar toe zenden.
Er zijn reeds heel veel ouders die tot hun ontzetting hebben gemerkt dat hun kinderen op' de scholen die zij bezochten geestelijk verknoeid werden, Het woord is niet te sterk!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief