Sprookje
2013-02-09
We kennen ze waarschijnlijk allemaal wel en ook meer dan ons lief is: mensen wier geloof is bezweken onder de pretenties van de wetenschap.- Jaargang 57
- nummer 3
Die zou immers overtuigend hebben aangetoond dat geloven elk rationeel fundament mist.
In het Christelijk Weekblad van 11 januari gaat Kelly Keasberry dit soort ideeën fris en vrolijk te lijf.
Geloven wordt steeds vaker gezien als iets wat je maar doet in je eigen tijd. Of zelfs als een obscure hobby.
Zo denkt ook de Britse natuurwetenschapper Richard Dawkins erover. In zijn boek “God als misvatting” trekt hij fel van leer tegen religie. De teneur: de verlichte westerse mens dient hoognodig te worden verlost van dergelijke banaliteiten.
Ooit - in een ver verleden - leverde het geloof nog een positieve bijdrage aan onze overlevingsmogelijkheden. Nu echter weten we beter: niet God, maar de oerknal schiep de wereld. Daarmee is het christendom niet meer dan een sentimenteel sprookje dat zijn langste tijd gehad heeft . Toch geeft Dawkins het proces graag nog een extra zetje.
Zal Dawkins uiteindelijk gelijk krijgen?
Gelooft er over vijft ig jaar niemand meer? Volgens de Amerikaanse apologeet Alvin Plantinga is dat ondenkbaar. In zijn boek “Where the confl ict really lies” bindt hij de strijd aan met het gedachtegoed van Dawkins en andere ‘new atheists’. Tot opluchting van menig theologiestudent, die dit meesterwerkje verwachtingsvol opent.
Op spottende toon schrijft Plantinga: ‘Een bijzonder charmante zinsnede is het verplichte ‘zoals we nu weten’; ooit dwaalden wij in onwetendheid en bijgeloof, maar nu, dankzij de wetenschap, kennen we eindelijk de waarheid.’ Wat een hoogmoed, hoor je hem bijna denken.
Maar wie meent God na Dawkins af te kunnen serveren als een achterhaald sprookjesfi guur, maakt volgens Plantinga een kapitale denkfout. Want hoezo zou evolutie ongeleid zijn?
Hij haalt de Britse apologeet William Paley aan, die de schepping ooit vergeleek met een horloge. Maak je dat open, dan zie je een wonderlijk staaltje techniek, waarin alle radertjes samenwerken om te beantwoorden aan het grote doel: het weergeven van de tijd.
En hoewel er in geen velden of wegen een horlogemaker te bekennen is, lijkt de gedachte dat het uurwerk daarom uit zichzelf moet zijn ontstaan toch wat dwaas.
Of neem het oog, een al even vernuft ig mechanisme. Als complexiteit herleidbaar is, zoals de evolutionisten stellen, dan zouden onze kijkers ooit minder complexe stadia moeten hebben gekend.
De bewijzen daarvoor liggen volgens Plantinga bepaald niet voor het oprapen. Met het oog blijkt het al net zo te zijn als met het horloge: haal er een ogenschijnlijk onbeduidend onderdeeltje uit en de tijd staat stil. Of het licht dooft .