Het voorbeeld van Christus

1974-04-12
  • Jaargang 18
  • nummer 15
Wijs: Psalm 110


Laat, broeders, die gezindheid bij u wonen,
die ook de Here Christus heeft gesierd.
Hij kon en mocht zich met Gods glorie kronen.
maar 't was Hem roof, Hij heeft het niet begeerd.

Hij wilde met zijn heerlijkheid niet pralen,
maar zette die in sterke liefde om.
Hij wilde ledig naar de aarde dalen
met slechts een droogdoek en een voetenkom.

Hij werd een mens met aandacht voor het lage,
God had Hem tot vernedering gewijd.
Wie waagt het van zijn afkomst te gewagen,
die Hij gebruikt heeft tot gehoorzaamheid?

Zijn neerwaarts leven richtte Hij ten dode
om zo te blijven bij wat Hij begon.
't Romeinse kruis, de schande van de Joden,
de vloek van God - tot het niet dieper kon.

Maar God die Hem ter hel deed nederdalen,
heeft Hem ten loon ten hemel toe verhoogd.
Zijn naam mag ieders naam nu overstralen,
zoals de zon die alle sterren dooft.

Voor Jezus' naam buigen zich alle knieën
en alle hoofden neigen naar omlaag
van eng'len, duiv'len, kleinen en genieën
de een gewillig en de ander traag.

Zijn vreemde roem gaat over alle tongen:
"Christus is Heer, tot heerlijkheid van God!"
Tot 's Vaders eer is Hij steeds weer
bezongen, bezongen - en gevolgd, naar het gebod.

Pasen 1974



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief