De wereld van morgen

1974-04-12
  • Jaargang 18
  • nummer 15
Naar welk type maatschappij zij wij op weg?
Deze vraag houdt velen vandaag bezig, ook en vooral in het bedrijfsleven.
De managers, de bedrijfsvoerders, moeten immers tijdig het roer kunnen omgooien. Vandaar dat zij hulp inroepen van futurologen, geleerden die aan de hand van wat zij vandaag zien, een beeld van de toekomst proberen te ontwerpen.
Ook de reklame-jongens, zo noemen ze in de zakenwereld de kommercïele propagandisten, willen graag nu al weten welke snaren van de menselijke geest straks moeten worden bespeeld om de massa tot kopen te bewegen.
Daarom wordt er op kongressen en vergaderingen heel wat afgepraat over deze problemen.
Het is al weer enige tijd geleden dat ik zo'n bijeenkomst meemaakte.
De belangrijkste spreker van die dag voorspelde de aanwezigen dat de welvaartslanden op weg gaan naar een totaal nieuwe maatschappijvorm.
De demokratie, zo beweerde hij, de regering van het volk, heeft haar tijd gehad, de beurt is nu aan de meritokratie, de regering van de intellektuele elite.
Ons land, dat kon iedereen konstateren, liep daarbij zeker niet achteraan.
Dat is te merken aan de koncentratie van bedrijven. Daar begint het mee. Steeds meer fusies zullen tot stand komen waardoor gigantische ondernemingen worden gevormd, die een enorme invloed zullen hebben op de maatschappelijke gang van zaken.
Aan de top van deze mammoet-concerns zullen alleen de allerbekwaamsten iets te zeggen krijgen.
Tot deze geestelijke elite behoren mensen van allerlei komaf. Slechts de intelligentie speelt een rol. De pientere zoon van de postbode wordt direkteur, de minder knappe zoon van de direkteur wordt postbode.
De schrandere topfiguren zullen de samenvoeging van bedrijven met grote ijver nastreven, zodat er maar enkele reuzen zullen overblijven.
Om deze giganten te besturen zullen de managers over alle mogelijke gegevens moeten kunnen beschikken. Deze zullen hun worden verstrekt met behulp van data-banken, populair gezegd, de opslagplaatsen van alle weetjes en feiten. De meeste gegevens komen er dankzij de komputer en worden bewaard op mikrofilms.
Er zullen twee à drie super-banken in Europa overblijven waar bedrijfskapitaal kan worden geleend of belegd.
Het is duidelijk dat de leiders van de bedrijven een enorme invloed zullen hebben op het wereldbestuur en daarom zal deze ontwikkeling allerwegen protesten oproepen. De massa zal medezeggenschap eisen, inspraak zogezegd, maar de meritokratie zal haar opmars onstuitbaar voortzetten. Ook de wetgeving, die er op gericht zal zijn deze ontwikkeling wat af te remmen, zal weinig invloed hebben omdat de zaken zo ingewikkeld worden dat slechts enkelen iets zinnigs er tegen kunnen inbrengen.
Immers de in 1950 overleden schrijver Bernard Shaw zei al: "Tachtig procent van de mensen bestaat uit idioten, vijftien procent uit idealisten en vijf procent uit leiders." Hij voegde er aan toe: "Ik spreek voor die vijf procent, die weet wat vijf procent betekent."
Natuurlijk hebben de toekomstvoorspellers zich ook al bezig gehouden met de vraag hoe het zal gaan met de vijf en negentig procent van de mensheid die in feite geen verantwoordelijkheid meer draagt voor de maatschappelijke ontwikkeling en die bovendien over veel meer vrije tijd zal beschikken dan ooit te voren.
Nu, de massamens, zo zegt men, wordt hedonist. Hedonisten zijn mensen voor wie het alleen om het genot draait. Zelfverwenners.
Men kan dit nu al bespeuren uit de groei van de verkoop van luxeartikelen.
De omzet van schuimbadzout. make-upspullen, bier, wijn, sterke drank, borrelhapjes, goud, zilver, sieraden loopt sterk op en de restaurants en de reisbureaus hebben het drukker dan ooit.
Deze vlucht in de konsumptie zal gepaard gaan met een hang naar zachte dingen, bontjassen, truien e.d. omdat de mens een aanbidder gaat worden van voorwerpen die hij mooi of, sterker gezegd, lief vindt. Hij gaat houden van dingen, niet meer van mensen. Dieren liefhebben kan nog, maar mensen, neen, daar word je toch maar door bedrogen.
Ook het spelpatroon van de mens zal veranderen. Hij zal het meer zoeken in de richting van het individuele, van de sport voor de enkeling, zoals kegelen (een overgangssport), skieën, sportvliegen, zeilen, onderwatersport etc.
De mens wil alleen zijn. Hij is immers maar konsument.
Tijdens deze ontwikkeling zullen er de buitenstaanders zijn de outcasts, die niet mee willen doen en zich verzetten. Vooral onder de jongeren.
Zij zullen zich op alle denkbare manieren van de anderen willen onderscheiden.
Door kleding, haardracht, woon- en leefwijze.

Maar ook zij zullen niet ontkomen aan de macht van de reklame die inhaken zal op de nieuwe mentaliteit. De reklame die zonder ophouden de menselijke zwakheden, de lusten van de genotsmens, zal exploiteren tot meerdere wasdom van de koncerns. Ook de protesterende jongelui zullen hun pilsje niet laten staan.
Natuurlijk zal de konsument zijn macht willen tonen. Hij zal heel grillig worden in zijn koopgewoonten, waardoor de producenten, als ze mee willen blijven doen, steeds voor nieuwe artikelen zullen moeten zorgen.
Er zal een soort draaimolen- of karreuselekonomie ontstaan. Een karrousel draait immers alsmaar door. Je moet er inspringen als je mee wilt en als je het zat wordt spring je er uit. Als je niet goed oplet dan tuimel je er wel uit.
Zo zal het ook gaan met de producenten. Ze moeten goed bij de tijd blijven, anders gaan ze van de kaart.
Naar die grillige samenleving, beter gezegd, leefwijze, keihard en ijskoud, zijn we opweg.
De apostel Paulus schrijft aan Timothëus dat, in de laatste dagen, de mensen "liefhebbers van zichzelf" zullen zijn. Dat woord "liefhebbers" gebruikt de Statenvertaling.
Zegt Paulus daar niet exact wat er hier werd voorspeld? Of laat ik het anders zeggen, zegt hij niet precies water vandaag al volop aan de gang is?
En de vraag komt op: Hoe ontsnapt een christen aan dit bizarre gevaar?
Een vraag die heel reëel is en echt niet zo gemakkelijk te beantwoorden.
We doen immers allemaal mee. Vergelijkt U maar eens wat Uw grootouders uitgaven aan eten, drinken, etentjes, vakanties, luxe dingen, en wat U daar aan uitgeeft. Zelfs bij de sobersten onder ons is er toch al, afgezien van de waarde van het geld, een aanmerkelijk verschil. En eenmaal ergens aan gewend, kun je uiterst moeilijk terug.
Als die welvaart een mens nu maar gelukkiger maakte of minder zorgen gaf, was dat nog meegenomen. Maar de zorg is vaak nog veel groter dan zij was bij onze veel armere ouders. Nu niet om de boterham, nu om het broodbeleg.

Zorgen

Vanmorgen toen 'k mijn ogen sloot
En God bad om mijn daag'lijks brood
Had ik alweer een kop vol zorgen
Om 't broodbeleg van overmorgen.

Zo gaat het de aan veel luxe gewende mens en daar is maar één uitweg: Je gewonnen geven aan het evangelie dat spreekt van een andere rijkdom dan die waarover het net ging.
Maar dat hou je alleen vol als je steeds weer opnieuw daarbij wordt bepaald. Bepaald door de prediking van het levende Woord. Het Woord dat vlees wem en onder ons heeft gewoond.
Die verkondiging zal ons moeten wijzen op de gang van Gods volk onderweg. Onderweg naar het Koninkrijk dat niet van deze wereld is.
Maar ondanks dat zal het in die welvaartswereld zo benauwd worden, dat als de tijd niet werd ingekort, iedereen voor de bijl ging.
Voor de bijl van de verborgen verleiders.
Kom Heer Jezus, kom haastig!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief