De toekomst is reeds begonnen

1974-04-19
  • Jaargang 18
  • nummer 16
"Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbij gegaan, zie, het nieuwe 'is gekomen" ..

2 Cor. 5: 17

Er staan fascinerende woorden in onze tekst: nieuw - schepping - het oude voorbij - het nieuwe gekomen!
Daar zit muziek in! En daar hebben we wel oren naar. Vooral onze jongeren.
't Klinkt creatief (schepping) en progressief (het oude voorbij).
Het klinkt maar niet zo, het is ook zo. Bijbels-creatief en bijbelsprogressief.
Want tussen al die fascinerende woorden staat ook een Náám: Christus. En die Naam is beslissend.
Die Naam doorlicht en vult op al die mooie woorden. Die Naam staat er niet vrijblijvend.
Om 't geheel een religieus kleurtje te geven. Want het gaat om een "zijn in Hem", een leven in deze Christus.
Geen vlag op onze modderschuit, die de lading (van wat wij van "creatief" en "progressief" maken) moet dekken. Maar: wij in Hem.
't Zit allemaal op Hém vast en op onze verbinding aan Hem.
Zo hebben we de woorden van onze tekst alleen nog maar wat afgetast en ze in verband gebracht met die ene Naam, die onze enige hoop is.
En nu verder wat kanttekeningen bij dit stukje paasevangelie van Paulus.

1. Het begint met het woordje "zo". Dat klinkt concluderend en is het ook.
Daarvoor moeten we even terug naar vers 15: "Wij zijn tot het inzicht gekomen, .dat één voor allen gestorven is, dus zijn zij allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzélf zouden leven, maat voor Hém, die voor hen gestorven is en opgewekt".
Paulus trekt hier een enorme conclusie uit het sterven en de opstanding van Christus: als we het "één voor allen" aanvaarden, dan zit daar voor ons in, dat ook wij gestórven zijn. Als we met een gezelschap in een restaurant zitten en één betaalt voor ons allemaal, dan hebben we allen betaald en als we het restaurant verlaten en de restaurateur vraagt aan de ober: hebben die lui wel betaald, dan kan deze terecht zeggen: ja, ze hebben betaald.
Eén voor allen.
Maar nu moeten we ook de conclusie aanvaarden: als één voor allen gestorven is, dan zijn we ook allen gestorven.

2. Ja maar, wat betekent dat: gestorven zijn? Paulus legt dat uit: niet meer voor jezélf leven, maar voor Hém, die voor ons gestorven en opgewekt is.
Dát mag en moet nu voortaan gestorven zijn: dat oude leven-voorjezelf.
Dat egocentrische en egoïstische leven voor jezelf, dat heeft geen recht van bestaan meer. Het is niet alleen uit den bóze, het is ook uit de tijd. Want het oude is voorbij gegaan en het nieuwe is gekomen!

3. Dat nieuwe leven is nu begónnen in de levende Christus.
Hij heeft met het oude afgerekend door zijn sterven, Hij heeft het nieuwe doen aanbreken met zijn opstanding. En wie in Christus is heeft deel aan dat nieuwe, staat er midden in (in Christus), wordt erdoor overspoeld als een zwemmer in zee en meegenomen naar de voleinding!
Dat "in Christus" moet u dus zo letterlijk mogelijk nemen. Dan hebt u Christus voor u en achter u, boven u en onder u, links van u en rechts van u. Aan alle kanten om u heen. In Hem opgenomen.
Natuurlijk niet in een dode Jezus.
Dat is te griezelig om in te denken.
Maar 't is heerlijk om hierover na de denken: in de levende Christus zijn. Geborgen. Zeker van zijn overwinning, want wat ook een fiasco kan worden: Hij niet meer.
In Christus zijn: dan is Hij maar geen onderwerp waar je over praat. Hij in u en u in Hem. Leven van zijn leven.

4. Met Mem is nu de nieuwe schepping begonnen. Dat begint niet pas op de jongste dag. Dat is begonnen bij zijn opstanding.
"Zie, Ik maak alle dingen nieuw".
De toekomst is al begonnen. Wie in Hem is heeft er deel aan en hart voor. Is erin opgenomen en doet eraan mee.
De scheidslijn ligt bij Pasen en niet waar wij hem meestal trekken: tussen dit leven en "het hiernamaals".
De caesuur ligt niet tussen nu en later, maar tussen vroeger en nu. Bij Pasen. Ook niet tussen leven en dood, maar tussen dood en leven. De dood hoort bij het oude, dat voorbij is.
En het nieuwe leven is reeds begonnen.
In Christus. En voor ieder die in Christus leeft.
Moeten we dan nog niet sterven?
Wij zijn gestorven, als we in Christus zijn. Dan hebben we de dood achter de rug in zijn dood.
Al wat ons nog te wachten staat aan leven en sterven, maken we door in Christus.

5. Tot het oude, dat voorbij gegaan is, hoort niet alleen de dood, maar ook de schuld. Ons schuldig verléden. Daar heeft God mee afgerekend, op Golgotha, en daar komt Hij nooit meer op terug! Ons schuldig verleden is achtergebleven in het graf van Christus en onze toekomst is er met Hem uitgekomen.
Jezus is aan de goéde kant uit het graf gekomen. Anders dan b.v. Lazarus, die terugkeerde in het oude leven. Neen, aan de ándere kant, waar geen teruggang meer mogelijk is, maar slechts voortgang, is Hij uit het graf gekomen.
"Houd mij niet vast".
"Ik vaar op ... loop mij niet voor de voeten". Onze herrezen Heer is zeer progressief.
Hij is met vaart en visie al op weg naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde!

6. En nu confronteren we met onze tekst de hedendaagse beweging om de wereld te verbeteren, via evolutie (kalm aan) of revolutie (desnoods met geweld). De soms zo krampachtige strijd om een nieuwe maatschappelijke en politieke orde. Daar zit veel sympathieks in: de afkeer van het slappe compromis en van de gemakzuchtige acceptatie van de status quo. Dat kan niet in de geest zijn van onze· tekst. Daarvoor bruist er teveel nieuw leven in. Maar het bruist "in Christus".
Wie nu de naam van Christus noemt, kan ook niet om zijn kruis en offer heen en zal moeten getuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel (waarvan immers de Geest ook getuigt, Joh. 16: 8).
Wie dat alles over 't hoofd ziet, loopt met al zijn ijver tegen een muur. Alleen door de dood en opstanding van Christus is die muur doorbroken.

7. En dan vervolgens: wie in Christus is... dat is heel persóónlijk.
't Zal moeten beginnen met nieuwe ménsen. Anders houdt elke maatschappelijke omwenteling niet veel meer in dan dat bepaalde statussymbolen verwisselen van bezitters.
"Knechten te paard en heren te voet", Pred. 10: 7. Het gaat niet om een andere órde, maar om een andere instelling allereerst: niet meer voor jezélf leven, maar voor Hem, die voor ons gestorven is en ougewekt. Dan worden de nieuwe "strukturen" ons "toegeworpen", Matth. 6 : 33.

8. En dan tenslotte: een nieuwe schépping. Dat kan niet anders dan Gods werk zijn.
"Dit alles is uit God", vers 18.
Dat organiseren wij maar niet even. Het is niet minder "schepping" dan de schepping van Gen. 1. Uit God en door God en tot God.
De toekomst staat of valt niet met ons, ze is reeds begonnen, in Christus ligt ze vast en door God wordt ze voltooid.
Ja, de Heer is opgestaan, Gods bazuinen zullen klinken!

De eerste dingen zijn vergaan,
nieuwe hemelen zullen blinken,
nieuwe tijden vangen aan,
God is scheppend opgestaan!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief