BOEK HOUDEN
1974-04-19
Boekhouden is een vak, waarmee onze mavojeugd vertrouwd is. Zij bedoelt daarmee de koopmansboekhouding: het in cijfers en titels vastleggen van het zakelijk gebeuren. Maar boekhouden heeft eigenlijk een ruimer betekenis. Het betreft alle stelselmatige aantekening bijvoorbeeld van een reis, het verloop van een actie of van uw levenservaringen.- Jaargang 18
- nummer 16
En dan bestaat er nog een vrijer betekenis van wat boven dit artikel staat. Maar die betekenis is niet zo mooi. Het is: boeken lenen en verzuimen ze terug te geven!
Nee, mooi is dat niet. Maar het is ook geen aperte diefstal. Al ligt het er dicht bij. Iemand leent u een boek, waar hij zo blij mee is dat hij u in de vreugde wil laten delen. Gedeelde vreugd is immers dubbele vreugd? Nu dan. Om niet onbeleefd te zijn, zo niet om betere redenen, neemt u het boek mee. U zult wel eens zien. Er komt van alles tussenbeide.
Na een paar dagen komt u het boek tegen. Van wie was het ook weer? Waar ging het over? Waarom moest u het lezen? Zal wel eens zien, over een maand komt u het boek weer tegen. Waarom moest u het ook lezen? Van wie was het ook weer? Na de schoonmaak komt u het boek niet meer tegen. Het is opgeruimd en staat tussen zes andere slingerboeken te wennen in uw kast. Na een paar jaar komt u het tegen. Van wie kan dat boek nu toch zijn? Waarom staat het in uw kast? Waarom staat er geen naam in? Of hebt u het cadeau gekregen ... (Wordt nog enkele keren herhaald).
DE MOEDER DE VROUW lik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden die elkaar vroeger schenen te vermijden, worden weer buren. Een minuut of tien dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijdlaat mij daar midden uit de oneindigheid een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Zo heb ik boeken, die ik in geen velden of wegen kan thuisbrengen. Waar gaan ze over? Waarom moest ik ze lezen? Wie gaf ze me mee?
Of zijn ze me geschonken? Zal wel eens zien. Wordt herhaald. (Graag postzegel voor antwoord bijsluiten.)
Maar ook andere mensen dan u en ik kennen de kunst van het boek houden. Wat ben ik al veel kwijt geraakt! En juist mijn beste boeken.
Ik troost me ermee, dat het alleen aan sympathieke mensen kan zijn geweest, die het waard zijn mijn boeken te mogen lenen.
Weet u nog van Teunissen's boekje "Paradijselijke Visioenen"? Ik schreef onlangs in het artikel "Grazige Weiden", dat ik het boek aan een goede vriend moest hebben uitgeleend. En ja, twee dagen na het verschijnen van het artdkel belde een goede vriend op: hij had er twee nachten niet van geslapen. Van die paradijselijke visioenen? Nee. het ten onrechte vasthouden van dat kostbare en uitverkochte boekje. Hij zond het me subiet terug, met een ander boek als zoenoffer cadeau.
Dat is toch vorstelijk, niet?
Met een andere goede vriend liep dat anders. Die nam spontaan een boek vim me mee. Hetgeen hem van harte gegund was, maar hetgeen toch zekerheidshalve werd aangetekend in een boekske, dat tot titel draagt: "Where is my book?" Toen na een jaar het boek terugverzocht werd, bleek onze goede vriend van het bestaan ervan zelfs niet af te weten. Hij had het dus niet gelezen. Hetgeen hem, vanwege de goede vriendschap, nimmer is toegerekend.
Een andere goede vriend, die zichzelf als boek-houder had leren kennen, weshalve hij zichzelven mishaagde, schreef bij het lenen van mijn boek met zacht potlood voorin: "dit boek is gestolen van D.W.L.M."
Zo kreeg ik het later terug en kon het uitgummen.
Nu was dat "gestolen" natuurlijk overdreven. Niet alleen was hij niet van plan, het mij afhandig te maken. Maar bovendien bewees hij met zijn paradoxale belijdenis, dat hij het bepaald wilde teruggeven. Te gelegener tijd. Met dankbare of met schuldgevoelens, het doet er niet toe. Maar vasthouden en niet teruggeven liggen vlak bij elkaar. Boek houden ligt in het grensgebied tussen eerlijk en oneerlijk.
Dat luistert bij geld eigenlijk veel nauwer dan bij boeken. Wie geld leent, tekent als regel een schuldbekentenis, waarin de som, de rente, de erkentenis van het lenen en de belofte van het weergeven met datum, man en paard worden vastgelegd. Wie dan zijn verplichtingen niet nauwkeurig nakomt is getekend als wanbetaler. Wie dan op terugbetalen aandringt heet krenterig. Soms durft de lener te vragen: zit je er dan zo om verlegen? Soms durft de uitlener te vragen: of heb je het misschien daar en daar aan besteed? 0, wat nare ontwikkeling kan dat geven. Het spreekwoord zegt: je leent aan een vriend en je maant aan een vijand.
Maar niet alzo bij boeken. Het uitlenen over en weer tekent de goede verhouding. Goede vrienden leven in gemeenschap van boekenbezit.
En de goede verhouding is meer waard dan een boek. Geest is meer dan stof. Is het niet zo: dat u een goede vriend maar al te graag een boek schénkt - en dat niet alleen in de boekenweek? Ik ken mensen die, als ze een goed boek lezen, bedenken wie ze daarmee nu eens gelukkig kunnen maken. En hebt uzelf ook niet de neiging, bij het overdenken van een goed boek, een ander daarmee te dienen? 0 zo.
Dat doet me denken aan een van mijn jeugdzonden, waar ik nog van kan kleuren. Ik was het ouderlijk huis uit, nog piepjong en straatarm.
Toen ontdekte ik, dat er bij mijn bagage geen bijbeltje was. Thuis greep je nooit mis - maar een "eigen" bijbeltje hoorde bij de schoolboeken en was derhalve in handen van jongere broers en zussen overgegaan. Mitsdien hinderden mij de bijbelloze weken en maanden.
Tot ik in een kerkelijke kast een stapel, nee een stápel, bijbeltjes aantrof, fonkelnieuw maar onder het stof der jaren bedolven. Waarschijnlijk eens massaal aangeschaft voor de "evangelisatie" - maar halverwege hun bestemming gestrand in een der tempelzalen. Ik lette op en zie, mijn rechterhand greep de tweede van een stapel, een redelijk stofvrij exemplaar. Ik kon mijn ogen niet geloven. Ik nam iets van de tempelschatten. Ik stal niet maar ik leende het boek. Na enige tijd stonden er zoveel aantekeningen, sterren en strepen in geschreven, dat ik het niet meer durfde terugbrengen. Ik was boek-houder en had me zo niet aan verduistering dan toch aan diefstal schuldig gemaakt. Gelukkig trof ik al spoedig de tekst bij Mozes: dat wie uit armoede steelt minder strafbaar is, dan die het uit hebzucht doet. En toen iemand, even later, uit armoede zijn ganse boekenvoorraad te gelde maakte (inclusief een van mijn mooiste boeken) kon ik er hem niet boos om aankijken. Want, zoals Farao's schenker zei: toen gedacht ik mijn schuld!
En dan ds Dinges, die een van mijn boeken over Hatha Yoga leende.
Dat is al heel lang geleden. Vandaag "doet" iedereen aan de yoga: voor kamergymnastiek, voor ademhalen, voor een goede gang, voor een goede stoelgang, voor een zonnig humeur, voor de mode - kortom de Yoga-leer is net als haarlemmerolie: onschadelijk en overal goed voor. Maar toen, in de dagen van weleer, was de Hatha Yoga nog een onbekend merk in ons land. En het boek van Yogi Ramacharaka was nog prikkellectuur van theosofischen huize.
Toen ik er hem om maande (want ik moest mijn ademhaling op peil houden) keek hij me met twee blauwe ogen onschuldig aan: "Yogi Ramacharaka? Nooit ofte nimmer van gehoord. Bazel je wel eens?
Ik ken dat boek niet. Bij mijn weten nooit in handen gehad". Voelt u zich dan ook onzeker worden? Nu dan.
Maar weer maanden later bracht een gemeentelid het boek voor me mee. "Dat liet ds Dinges bij ons liggen, toen hij bij u gelogeerd had.
En uw naam staat er in. Vandaar". Vandaar dat de vriendschap er nooit onder geleden heeft.
Jawel. En dan zeggen doordenkende lieden: Noteer al je uitgeleende boeken in een uitleenboekje. Houd boek van dat soort dingen. Maar als je uitleenboekje nu ja zegt en je vriend nee - wie geloof je dan het liefst?
Het kan natuurlijk nog nauwkeuriger. U kunt al uw boeken versieren met uw naam. Als het een beetje wil: met een compleet ex libris, een stempel of etiket met een eigendommelijk symbool bij uw naam gevoegd. Maar komt het boek dán terug? Als de leenman er nooit inkijkt? En áls u het zelf zou aantreffen, zo echt vertrouwd tussen de boeken van uw vriend, durft u dan te zeggen: dat is mijn exemplaar?
U riskeert dat hij zegt: "waarom heb je het mij dan geschonken?"
Want hoe ouder uw vrienden worden, des te slechter hun geheugen.
Om van het uwe maar te zwijgen.
U kunt zich echter troosten met deze filosofie. De Bijbel spreekt herhaaldelijk over lenen en ontlenen. Daarbij geldt de lener als de heer, de ontlener als de knecht. Zie Spreuken 22: 7. Vergelijkenderwijs wordt de verhouding zelfs als die van kop en staart genoemd (Deut. 28 : 12, 13). De goddeloze, zegt David, vraagt te leen en geeft niet terug. Maar de rechtvaardige, zegt-dezelfde, ontfermt zich en schénkt!
Het hoort trouwens tot Gods zegeningen: als wij aan vele volken uitlenen maar zelf niet te leen ontvangen (Deut. 15 : 6). En denk hiermee concreet aan de Marshall-hulp, waarmee Amerika het ontredderd Europa op de been bracht. Zou iemand, die boven anderen is gezegend, niet iets van die zegen doorgeven? Als het regent op de dominé dan druppelt het op de koster, zegt het spreekwoord.
En tenslotte bestaat er nog deze droeve anecdote over het boek houden. Een bekend schrijver jammerde over zijn vrienden, wie hij zijn boeken had toevertrouwd, maar die stuk voor stuk boek-houders bleken te zijn. Hij wond zich op in mateloos zelfbeklag, staande voor zijn uitpuilende boekenkasten: zie nu toch eens aan, vrijwel al mijn boeken ben ik kwijt geraakt aan vrienden - en wat er nu nog in staat is niet van mij, maar allemaal geleend!