VROEG PASEN
1974-04-26
Er hangt over dit gebeuren van "Jezus gaande over het meer" eigenlijk een typische paas-sfeer.- Jaargang 18
- nummer 17
Het verhaal zou uitnemend passen in de rij van de verschijningen, na Christus' opstanding. Opmerkelijk zijn de volgende dingen:
- ze herkennen Hem niet in de nacht op zee,
- en dat niet herkennen komen we ook bij de verschijningen na Pasen steeds tegen;
- ze menen een spook te zien, een vreemd verschijnsel, staat er in het grieks,
- en bij één Jezus' verschijningen menen ze een geest te zien;
- pas als Hij hen toespreekt, herkennen ze Hem aan zijn stem en woord,
- en ook dat is bij de verschijningen telkens het geval:
- de hele scène op zee, waar ze zonder de Heer de hele nacht tobben,
- dat herinnert aan die andere nacht op zee, zonder Jezus, na zijn opstanding, toen Hij vanaf het strand het ver lossende woord sprak; - en was het ook toen Petrus niet, die niet wachten kon, maar over boord stapte?
en dan tenslotte de belijdenis: Gij zijt Gods Zoon! - is dat geen echte paas-belijdenis?
"Door zijn opstanding uit de doden is Jezus Christus verklaard Gods Zoon te zijn"
(Rom. 1: 4) Denk ook aan de belijdenis van Thomas: mijn Heer en mijn God (Joh. 20 :28).
We mogen daarom wel spreken van: een paasgeschiedenis vóór Pasen.
"Alle evangeliën zijn geschreven vanuit Pasen", schreef eens iemand.
Niet maar ná Pasen, maar vanuit Pasen.
Dit verhaal ook, - het werd niet geschreven heet van de naald nog op de dag van het gebeuren zelf, maar na Christus' verrijzenis.
Mattheus is geen journalist (het moet morgenochtend in de krant staan), maar een evangelist, en hij zet geen pen op papier, voordat wat hij meemaakte en beschrijven gaat gerijpt is, door Pasen en Pinksteren heen. Vergelijk ook het zwijggebod van Jezus zelf, na wat er gebeurd is op de berg der verheerlijking. Pas ná Pasen mogen de discipelen hierover gaan spreken. (Matth. 17: 9) Pasen is de sleutel tot verstaan ook van deze gebeurtenis op het meer van Galilea.
De discipelen moeten de zee op, alleen, zonder de Heer, want Hij gaat de berg op, om te bidden. Ze zijn wel meer in nood geweest op de zee, maar dan was Hij bij hen.
Maar nu moeten ze zonder Jezus.
Op deze nieuwe situatie heeft de verrezen Heiland hen stelselmatig voorbereid in de 40 dagen tussen Pasen en Hemelvaart. Hij stuurt vissers van mensen alleen de wereldzee op. Want Hij gaat nog hoger dan een berg op, Hij vaart ten hemel.
Vergeet Hij hen "daarboven"?
Marcus vertelt, dat Jezus vanaf de berg, waar Hij in gebed was, zijn discipelen zag in hun nood op zee. We hebben een Heer in de hemel, die met open ogen bidt. Hij heeft tegelijk het oog op zijn Vader en op de zijner geslagen. Hij vergeet ons geen moment: zie, Ik hen met U tot de voleinding der wereld. In zijn zorg en voorbede.
Maar dan komt Hij ook de berg af naar de zijnen toe. Heel zijn voor ons bezig zijn is tegelijk een weer naar ons toe komen. En als de nood het hoogste is, is de Redder nabij. In de 4e nachtwake. Dat is de laatste nachtwake. Het lijkt wel of Hij helemaal niet meer komt en ons alleen laat. Maar Hij bidt en Hij komt wel degelijk. En hoewel wij zuchten: ach wanneer.
" zullen we nog schrikken van zijn komst.
Zijn discipelen waren tenminste verbijsterd. Ze dachten Hem op de berg, maar niet wandelend midden in de storm op het water!
Alle dingen, die hem bedreigen, Zijn voeten onderworpen! In ee binnenboord-Jezus hadden ze indertijd maar amper fiducie gehad, - laat staan in een buitenboord-Jezus.
"Houdt goede moed, Ik ben het, vrees niet".
Dat roept een vader ook, die 's avonds laat thuis komt en de kinderen zijn alleen thuis, ze horen lawaai in 't achterhuis en worden verschrikkelijk bang, maar als ze vaders stem horen, valt alle vrees van hen af.
Die stem, dat woord doet het hem: Ik ben het.
"Hij is het weer" (van Peursen) sterker: Hij is er weer!
Jezus alleen op de berg en wij alleen in de storm?
Welneen: Hij is met u. "Ziehier is uw .God" (Jes. 40 : 9) .
Hij gebiedt over wolken, wind en water.
Hij draagt de zijnen in zijn schoot door nacht en stormen heen.
Wat is ons geloofs-antwoord op deze nabijheid van de verheerlijkte Heer?
Dat leren we van Petrus, of liever: hij moest het zelf nog leren en wij leren het met hem mee van de Heer.
Petrus stapt over boord en loopt over het water naar Jezus toe.
Moest Petrus weer zo nodig een bravourstukje uithalen?
Neen, hij heeft geen voet op het water gezet, voordat Jezus het goed vond en zei: kom!
Dan kun je naar Jezus, dan mág je naar Jezus, over het water en door de storm, als Hij je roept: kóm.
Het geheim van dit wonder-rustige de voet op het water zetten en niet zinken,de doodsvallei betreden en niet ballig zijn,kan alleen verstaan die hoorde de roep van de Heer: kom!
Gewáágd, wat Petrus deed? Kan een weg gewaagd zijn naar Jezus tóe?
En het gaat helemaal mis met Petrus, als hij het oog van Jezus afwendt en van de wind en golven doodsbenauwd wordt.
Dan zinkt hij weg in het water.
Wie lacht daar? Ik dacht: niemand aan boord van dat schip. Ze. zullen de adem hebben ingehouden van schrik. En Jezus lacht ook niet, maar steekt zijn reddende hand uit naar die hele kleine Petrus, die niet meer weet te zeggen dan: Heer, red mij want ik verga!
Had Petrus ook maar niet moeten zingen: ik wens te zijn als Jezus!
Maar dat hééft hij ook niet ge zongen, hij heeft alleen verlangd: ik wens te zijn bij Jezus. Is dat geen christelijk-legitiem verlangen?
En toen mocht hij ook van Jezus over het water lopen om te komen bij Jezus.
Petrus wordt dan ook niet bestraft om zijn te groot geloof, maar om zijn te klein geloof.
Maar de Heer redt hem! Want er is maar één schrede tussen Jezus en ons, als we in de nood van ons klein geloof Hem aanroepen: red mij, Heer!
Als ze samen aan boord klimmen valt niet alleen de wind voor Hem stil, maar vallen ook allen voor Hem neer. En allen erkennen Hem als de Zoon van God.
We hoeven niet allen op het water te lopen. Alleen Petrus werd geroepen. Maar we worden wel allen genoopt tot geloofsbelijdenis.
Jezus werd verklaard Gods Zoon te zijn, nog vóór zijn opstanding.
Vroeg-pasen. En openbare belijdenis op het dek van een vissersschuit, en niet op z'n paasbest in een. plechtige kerkdienst.
Als wij bidden: kom Heer Jezus, en Hij roept ons: kom, dan kan de ontmoeting overal plaats vinden, zondags in de kerk, maar ook midden in de storm op zee.
De opgestane en verhoogde Heer beheerst alles wat ons bedreigt.
't Is als was in zijn hand en een pad onder zijn voet. Zelfs de satan zal Hij onder onze voeten verpletteren (Rom. 16: 20). Zoals Hij het water onder Petrus' voeten tot draagvlak maakte.
Loof de Heer!