Het normale als "specialiteit"

1974-05-03
  • Jaargang 18
  • nummer 18
Een vorige maal hebben we gesteld, dat wij als kerken niet krampachtig moeten streven naar een "spécialité de la maison"
maar naar de kwaliteit van de heilige algemene christelijke kerk.
Wanneer we op deze weg gaan en ernaar streven normaal kerk te zijn, dan hebben we - zo eindigde het vorige artikeltje - geen "overbodigheid" te vrezen. Daarop kunnen we nog even doorgaan, geloof ik. Het zou wel eens kunnen gebeuren, dat ons dàn "bovendien" geschonken wordt wat we nu vaak nogal nerveus zoeken: een heel duidelijke kerkelijke identiteit. Een identiteit die ook voor de "buitenstaander" geen vraagtekens overlaat. Dat zou de HERE ons als een onverdiende zegen kunnen geven.

Het normale als specialiteit

Soms ontmoeten we mensen, die ons onvergetelijk zijn. Omdat ze zo opvallend normaal zijn! Dat lijkt een tegenstrijdigheid, maar het is het niet.
Er zijn mensen voor wie het christelijke leven heel duidelijk een éénheid is. Dat zèggen ze meestal niet en ze hebben ook helemaal geen behóefte daarover uit te weiden.
Maar we zien het eenvoudig.
In hun zaken-doen, in hun gesprekken, buiten, thuis, op de wandeling, aan tafel. Ze maken ons duidelijk wat "met de HERE leven" eigenlijk betekent. Praten ze over heel gewone dingen, dan behoeven ze niet eerst de lift naar de begane grond te nemen. Spreken ze over de HERE en zijn dienst, dan behoeven ze niet eerst op een geestelijke toer te gaan.
Want het is bij hen ècht een éénheid.
Ze kennen de weg in Gods schepping - heel gewoon. En dat komt omdat ze de verlossing-in-Christus zonder twijfeling geloven.
Zijn zulke mensen "buitennissig"?
Helemaal niet. Ze hebben door Gods genade de harmonie mogen vinden. Zij zijn de eigenlijke normale mensen in deze wereld! Ze laten ons iets zien - een "klein beginsel" - van wat God de HERE met schepping en verlossing bedoeld heeft.
Ja, zo slaan we in het kontakt met deze mensen een blik op het normale.
Maar dat is een aller-speciaalst voorrecht! Iets dat onvergetelijk is.
Merkwaardig! Wie zo'n normaal mens ziet, die ziet iets speciaals.
Zo'n mens is iets uitzonderlijks.
Hij zoekt helemaal niet naar een bizondere plaats. Maar hij ontvangt die wèl. En zo is hij ook anderen tot een zegen.

Prediking als normaliteit èn specialiteit

Ik denk aan het artikel "Verantwoording" van drs H. de Jong (in "Opbouw" van 22 maart jl.). Hij spreekt daarin de hoop uit, dat wij iets voor de anderen mogen betekenen vanwege onze nietscholastieke en niet-moraliserende traditie in theologie en prediking.
Daar wil ik even bij aansluiten.
Wat is eigenlijk een niet-scholastieke en niet-moraliserende prediking?
Het is - zo zou ik het in het kort onder woorden willen brengen - een prediking waarin het Woord van God op ons afkomt niet als een gebouw van leerstelligheid waar we (bewonderend) tegenáán en tegenop kunnen kijken, ook niet als een mozaïek van gedragspatronen en -regels, dat we (met waardering) kunnen aanschóuwen, maar als een boodschap, die de harten treft en ons ertoe brengt onze gedachten gevangen te geven tot de gehoorzaamheid van Christus. Kortom, een prediking waarin uitkomt en óverkomt, dat Gods Woord een kracht is tot zaligheid voor een ieder die het gelooft.
Maar ... is dat nu iets speciaals?
En màg dat iets speciaals zijn? Is dat nu niet precies wat Calvijn en vele anderen als het eerste en - principieel bekeken - als het énige kenmerk van de kerk hebben aangewezen?
Is die prediking niet iets wezenis het.
lijks voor de kerk? Inderdaad! Zo is het.
Een kerk, die deze prediking (èn het daarbij passende luisteren!) kent, ... die kerk is normaal. Die heeft niets "buitennissigs". Zo'n kerk laat iets zien van wat de HERE bedoeld heeft toen Hij zich een volk formeerde om zijn lof te verkondigen. Een normale kerk dus.
Toch heeft de spreker (schrijver) er wel degelijk op gerekend, dat dit gezegde bij zijn oorspronkelijke gehoor als iets speciaals zou overkomen!
En dat terecht. Een kerk, die normaal leeft, zal in de verschrikkelijke gebrokenheid van het kerkelijke leven net zo overkomen als de man van het voorbeeld van straks. Zij zal overkomen als iets opvallends, iets bizonders, iets dat niet alledaags kan worden genoemd.
Zij krijgt evenals die man van straks een duidelijke plaats, een heel bepaalde identiteit. Ze heeft die plaats niet krampachtig gezocht. Maar ze ontvangt die plaats wèl. En zij mag anderen daarmee tot zegen zijn!
Moge déze weldaad ons als kerken door Gods onverdiende gunst geschonken worden. Deze normaliteit, die tot Gods eer opvallend is!

"Bovendien"

Ik geloof niet, dat het oneerbiedig of oppervlakkig is, als we Matth. 6 : 25-3j: toepassen op al de zorgen die met de ontstaansvraag en met de bestaansvraag samenhangen.
- Maakt u dan niet bezorgd, ook niet door te zeggen: Wat zullen we zijn en hoe zullen we heten?
. .. Maar zoekt éérst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles - ook déze zorgenzaak! - zal u bovendien geschonken worden! –

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief