De Club van Rome (2)

1974-05-03
  • Jaargang 18
  • nummer 18
Zoals in het vorige artikel werd aangekondigd, willen wij nu eerst het onderzoek aan het M.I.T. onder leiding van Dennis Meadows en de resultaten daarvan wat meer in detail bespreken.
Wanneer in het wereldmodel waarmee gewerkt werd de nu bekende relaties en beginwaarden - die vaak op schattingen berusten - worden ingevuld, dan kan het verloop van de vijf onderzochte grootheden over een bepaalde periode berekend worden. Meadows deed dit voor een tijdsverloop van 200 jaar, namelijk van 1900 tot 2100.

Allereerst blijkt dan dat van 1900 tot 1970 alle variabelen in het algemeen overeenstemmen met hun historisch-bepaalde waarden voorzover wij die kennen. Verder blijkt de voorraad natuurlijke hulpbronnen tussen 1975 en 2025 zeer snel kleiner te worden, terwijl na 2000 de beschikbare hoeveelheid voedsel sterk afneemt.
De milieuvervuiling stijgt na 2000 snel en bereikt een piek rond het jaar 2030, hetgeen erop neerkomt dat het niveau van de milieuvervuiling rond dat jaar circa tien maal hoger ligt dan omstreeks 1975. De bevolking neemt tot 2050 toe, om vervolgens voornamelijk door gebrek aan voedsel vrij snel te dalen.
De juiste tijdsbepaling van deze gebeurtenissen is niet te geven het is ook niet zinvol om daarnaar te streven - omdat in het gebruikte model veel onzekerheden zijn ingebouwd. Volgens Meadows is het echter onvermijdelijk dat de groei van de bevolking, de industriële productie en de hoeveelheid voedsel vóór 2100 tot staan zal komen. De belangrijkste beperkende factor blijkt de hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen te zijn. Vandaar dat men ook heeft onderzocht wat er zal gebeuren wanneer de hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen onbeperkt is. Dan blijkt de vervuiling echter zulke ongekende vormen aan te nemen, dat dáárdoor de groei gestopt wordt met praktisch dezelfde gevolgen als wanneer de tegenwoordige ontwikkeling op zijn beloop wordt gelaten.
Wanneer nu wordt aangenomen dat wij in de toekomst in staat zullen zijn om de vervuiling per eenheid van productie tot één vierde van het huidige niveau terug te brengen, dan blijkt dat de bevolking wat verder toeneemt maar vervolgens toch weer sterk afneemt omdat er door het bereiken van de maximale omvang van het beschikbare bouwland niet voldoende voedsel is.
Wanneer wij nu ook nog aannemen dat de landbouwopbrengsten per oppervlakte verdubbeld kunnen worden, blijkt opnieuw dat wij vastlopen in een milieuvervuilingscrisis o.a. tengevolge van de bevolkingstoename, Wanneer wij tenslotte een "volmaakte" geboorteregeling aan het model toevoegen, blijkt dat het bevolkingspeil tijdelijk stationair blijft om vervolgens snel te dalen als gevolg van de enorme milieuvervuiling, die op zijn beurt weer wordt veroorzaakt door de geweldig toegenomen industriële productie.
Meadows legt er voortdurend de nadruk op dat geen enkele van deze computeruitkomsten 'n reële voorspelling zijn kan. Hij en zijn medewerkers verwachten niet dat de werkelijkheid zich volgens het hierboven geschetste beeld zal ontwikkelen, aangezien het model alleen de fysieke aspecten van de menselijke activiteiten in aanmerking heeft genomen. Het model gaat ervan uit dat de sociale variabelen zoals inkomstendistributie, houding t.a.v. gezinsgrootte, keuze uit goederen, diensten en voedsel, dezelfde patronen zullen blijven volgen als zij overal ter wereld de laatste tijd hebben gevolgd.
Het is waarschijnlijk dat het menselijk gedrag onder invloed van een beëindiging van de bevolkingsgroei en de groei van de productie, alsmede het begin van een structurele ineenstorting, sterk zal veranderen. Daarom heeft het model ook slechts waarde tot op het moment dat iets dergelijks gebeurt.
Het enige dat de analyse aan de hand van het model in feite dus heeft aangetoond is, dat het basisgedragspatroon van ons wereldsysteem bestaat uit een exponentiële groei van bevolking en kapitaalsinvesteringen, gevolgd door een ineenstorting.
Bovendien bleek dat het resultaat van technologische veranderingen, zoals reductie van de milieuvervuiling tot 25%, verdubbeling van de landbouwopbrengsten en zelfs het "onbeperkt" maken van de voorraad natuurlijke hulpbronnen en de invoering van "volmaakte" geboortenregeling, geen oplossing bieden en slechts uitstel van executie voor een periode van waarschijnlijk minder dan 100 jaar oplevert.
De vooronderstelling die ten grondslag ligt aan alle onderzochte variaties van het model is, dat bevolkings- en kapitaals(investerings) groei moeten kunnen doorgaan totdat zij hun "natuurlijke" grens bereiken. Het werk van Meadows toont echter aan dat de ontwikkeling een punt heeft bereikt waarop onvermijdelijk een ineenstorting zal volgen. Als wij dit trachten te voorkomen door ervan uit te gaan dat na 1975 de wereldbevolking niet verder zal toenemen - een zeer irreële veronderstelling - dan blijkt dat de industriële productie blijft groeien en daarmee ook de beschikbare hoeveelheid voedsel, om vervolgens na het bereiken van een maximum snel af te nemen vanwege het feit dat de natuurlijke hulpbronnen uitgeput raken.
Tijdens de piek in de productie is ook de milieuvervuiling evenredig hoger, maar ook deze zal uiteraard snel afnemen wanneer de productie ineenstort. Na deze ineenstorting ligt de hoeveelheid beschikbaar voedsel- voor een constant aangenomen bevolking op een tamelijk laag niveau, terwijl ook de productie heel matig is. Dit is duidelijk een minder gewenste situatie. Men kan dit trachten te voorkomen door behalve de groei van de bevolking ook de kapitaalsgroei een halt toe te roepen en wel door de investeringen gelijk te maken aan de afschrijvingen.
Dit leidt tijdelijk tot een stabiele situatie, namelijk tot het moment waarop de natuurlijke hulpbronnen uitgeput raken. Daardoor zal de industriële productie op een later tijdstip relatief langzaam afnemen.
Dit kunnen wij voor zeer lange tijd, honderden jaren, uitstellen wanneer wij behalve de groeibeperkende maatregelen zoals het constant houden van de bevolking en het gelijkmaken van de investeringen aan de afschrijvingen, ook de eerder genoemde technologische mogelijkheden uitbuiten, die liggen in het steeds opnieuw gebruiken van grondstoffen (recirculatie) en het verlengen van de levensduur van allerlei producten van olieraffinaderijen tot transistorradio's toe. Daar valt ook het gebruik van apparatuur onder om de milieuvervuiling onder controle te brengen. Tenslotte wordt nog gewezen op het feit dat maatregelen ter voorkoming van een ineenstorting op zeer korte termijn genomen zullen moeten worden, omdat het anders reeds te Iaat is.
Tot zover een zeer beknopte weergave van het rapport van Meadows aan de Club van Rome.
De Nederlandse uitgave van dit rapport 1) bevat na het eigenlijke rapport nog een nawoord van het Uitvoerend Comité van de Club van Rome.
In dit nawoord zijn enkele opmerkingen over het rapport opgenomen die in grote lijnen overeenstemmen met de kritiek die in het algemeen op het rapport is verschenen.
Ten aanzien van deze kritiek moet ons van het hart, dat deze vaak de indruk wekt dat de Club van Rome zich uitsluitend met de milieuvervuiling bezig houdt.2 Uit het voorgaande zal reeds duidelijk zijn dat de studie van Meadows meer behelst dan alleen de milieu problematiek. In veel kritische beschouwingen over het werk van Meadows wordt gesproken over de "voorspellingen" van de Club van Rome. 3) Dat het woord "voorspellingen" volkomen misplaatst is, zal aan iedereen die het rapport met enige zorgvuldigheid gelezen heeft, duidelijk zijn. 4) Peccei zelf zegt van de kritiek die op het rapport is gekomen het volgende: "Ik vind het wel jammer, dat de kritiek tegen het M.I.T.-rapport tot nu toe alleen maar op ondergeschikte punten is gericht. Nog geen enkele criticus heeft het feit weerlegd, dat er een fundamentele wanverhouding, bestaat tussen de dolgedraaide, onverzadigbare menselijke drang tot groei, die onze hedendaagse maatschappij kenmerkt en het beperkte, kwetsbare draagvermogen van onze planeet. Daar wil ik nog aan toevoegen, dat geen enkele kritiek op welke wijze ook het belang van het M.I.T.-wereldsimulatie proefmodel als instrument om een statisch patroon van gedachteloos optimisme te doorbreken, heeft aangetast. 5) In sommige geschriften die zijn verschenen als reactie op het rapport worden dingen gesuggereerd die er beslist niet instaan.

1) Rapport van de Club van Rome - De grenzen aan de groei. Het Spectrum, Utrecht 1972. Aulapocket nr. 500.
2) Afgezien nog van de inhoud blijkt dit reeds duidelijk uit de titel: "Milieuvoorstetlen en wereldmodellen", Katernen 2000, 1973. nr. 8 door B. van Steenbergen. Uitgave Wolters-Noordhoff, Groningen.
3) Zie bijvoorbeeld F. Polak: "De Contra-club van Rome" pag. 80 en 89. Utgave Flsevier, Amsterdam-Brussel 1972.
4) Zie daarvoor "Rapport van de Club van Rome" pag. 132 en 148.
5) Zie "Grenzen aan de groei" - 75 gesprekken over het rapport van de Club van Rome. door Willem L. Oltmans.
Uitgave Bruna & Zn., Utrecht 1973. Met name het interview met A. Peccei, pag. 463-474.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief