HANDTEKENINGEN

1974-05-03
  • Jaargang 18
  • nummer 18
"Een eigenhandige groet van mij, Paulus" schreef hij onder de eerste brief aan de christenen van Corinthe. De brief was blijkbaar door Sosthenes geschreven en door Paulus gedicteerd. Maar het waarmerk van Paulus kwam er onder te staan. Evenzo zijn brief aan die van Colosse, geschreven door Timotheus, werd met een "eigenhandige groet" voor echt verklaard. En zijn tweede brief aan de christenen te Saloniki, waarin een zogenaamd van Paulus afkomstige ándere brief wordt bestreden, tekent hij met de duidelijke woorden: "Een eigenhandige groet van mij, Paulus. Dit is een waarmerk in elke brief: zó schrijf ik".

Paulus gaf daar even een model-handtekening. Zoals banken van elke cliënt een handtekening bewaren, waarmee ze elke nieuwe handtekening vergelijken, alvorens die voor echt te aanvaarden. Blijkbaar worden er ook wel eens valse handtekeningen geplaatst. Zoals de zogenaamde brief van Paulus, waarin hij geschreven zou hebben dat de wederkomst van Christus op handen was, tengevolge waarvan een aantal leerlingen hun werk in de steek hadden gelaten.

Zulk een handtekening is een uiterst persoonlijk waarmerk. Ieder die het namaakt is een falsificateur. Het misbruiken van iemands handtekening is' een strafbare zaak: valsheid in geschrifte!

In vroeger tijden, toen dè meeste mensen nog niet konden schrijven, hadden de zakenlieden en huisvaders toch een "huismerk". Ze. tekenden een persoonlijke figuur, een fantasie of een aangeleerd symbool, en erkenden elk stuk, waar dit huismerk onder stond. En analfabeten, of zieken, kunnen een stuk ondertekenen met een kruisje; mits twee betrouwbare getuigen erbij verklaren, dat dit kruisje door de persoon in kwestie in hun aanwezigheid is gesteld.

Die handtekening. Een uiterst persoonlijke zaak. De man, die de handtekening regelmatig plaatst, herkent de zijne uit duizend imitaties. En schriftkundigen stellen met bijna onfeilbare zekerheid vast: of een handtekening echt of vals is. Ik zei: bijna-onfeilbaar. Want de bekende politie-deskundige en kriminalist (wiens naam ons even ontschoten wil zijn) die zichzelf een momentje voor "Veertig jaren Speurderwerk" cadeau gaf, beleefde zijn jubileum in een jaar, waarin een onschuldige uit het gevang kwam, die daar op zijn verklaring ten onrechte lange tijd had gezucht ...

Maar vergissen is menselijk; en over deze knappe speurder behoeven we echt niet de staf te breken. Als regel weten schriftkundigen u ontzaglijk veel te zeggen, op grond van een regeltje schrift, een handtekening, plus hun enorme kennis. Alleen al: of een handtekening inderdaad een (door veelvuldig gebruik) afgesleten naam is, dan wel een gewichtige imitatie.

Want iemand, die zijn naam vele malen per dag moet schrijven, zal zijn handtekening op de duur vervormen. Daar slijten overtolligheden af. Daar wordt, in ongeduld over het grote aantal letters, wel eens een laatste lettergreep in een symbool samengevat. Voor iemand met erg veel vaart in zijn werk zijn de beginletters van zijn naam soms voldoende; de andere helft is net zo, schijnt hij onbewust te denken.
En het zijn de ijdele lieden, die hun naam volledig spellen; hem van een versierinkje voorzien; er een zwierige krul omheen trekken; er een voetstukje onder metselen met eventueel nóg een voetstukje; die dit sokkeltje weer met een dwarsstreep opluisteren; en die u dan dit gebraden speenvarkentje, met een lintje in de staart, onder uw neus schotelen.

Krijgt u wel eens sollicitatiebrieven te zien? Dan kunt u lachen. Er zijn soms brieven bij met een minimum aan inlichtingen - meer met een maximale handtekening eronder! Zo'n jongeman, die zich verwaardigt naar een betrekking te solliciteren en die zich aandient met een handtekening, die reeds vele tienduizenden malen schijnt te zijn gebruikt en deswege tot iets onleesbaars is afgesleten. Ook zulk een handtekening is een uiterst persoonlijk merkteken: namelijk van een persoon, die vooralsnog niets te zeggen heeft. Maar die het wel zou willen.

Zo'n jongeman kan best wat belangrijks worden. Als zijn aspiraties intact blijven, zijn schedel goed gevuld is en zijn uithoudingsvermogen gezond, dan kan daar best een goede procuratiehouder uit groeien.
Want wat is en procuratiehouder? Iemand, die gevolmachtigd is om namens zijn baas bindende handtekeningen te plaatsen.

Als u Duitse brieven leest of in Duitsland opgemaakte stukken leest, staat u wellicht verbaasd over de leesbaarheid van Duitse handtekeningen, Inderdaad - wat u ook van uw oosterburen wilt zeggen, hun naam kunnen ze goed en duidelijk en leesbaar schrijven. De anacdote wil, dat Bismarck destijds een oecase uitvaardigde: dat zijn departement geen stukken met een onleesbare handtekening mochten behandelen.
En als gevolg daarvan zou alle Duitse kinderen van jongs af geleerd zijn, hun handtekeningen goed leesbaar te schrijven. Als het niet waar is is het toch goed gevonden. En de zaak zelf is markant genoeg om waar te zijn.

Voordat u nu uw eigen handtekening gaat bekijken, laten we het eerst nog even over ene Adolf Hitier hebben. Na de oorlog hebben twee handschriftkundigen een artikel over Hitiers handtekening gepubliceerd.
Dat was "spreken achter de feiten aan". Toegegeven. Maar niettemin was dat artikel wel zo knap, dat het geloofwaardig kon worden geacht. Die handschriftkundigen wezen erop, dat Hitlers handtekening in de loop der jaren, bizonder in de loop der Partei-jaren, zich gewijzigd had.

De handtekening van Hitler had aanvankelijk eigenschappen van een kind gehad: eigenzinnig, agressief, vol moeilijke idealen en vooral vol eigendunk. De H werd als een wapenschild voor de rest uit gedragen; zo van: kijk hier eens, wat hier aankomt! Toen Hitler eenmaal door enkele knappe maar gewetenloze trucs, aan de macht was gekomen - werd de H een uitdagend schild; zo van: kom eens op als je durft. Toen de slag om Engeland mislukt was en de ontwikkeling van een Blitzkrieg niet meer volgens het program liep ... werd de H een soort beschermkap over zijn naam. Bovendien werd de naam samengeknepen tot een zo klein mogelijk volumen. Toen de oorlog in Rusland mislukt was, trokken de letters itler onder elkaar in plaats van achter elkaar; ze gingen de kazemat in, waarboven zich de Hals een stalen koepel ging welven. Die H kwam trouwens ook al horizontaal te liggen: zijn drager was van zijn stuk gebracht. In zijn laatste periode raakten de linkeronderlus en de rechterbovenlus van de H beiden de grond: als een molshoop over de rest, die het ook al niet helpen kon. Dit is de handtekening, vlak voor het einde van de oorlog.
En plotseling springt het in het oog: dat het dwarsstreepje van de H, oorspronkelijk een onschuldig detail, in de loop der jaren is ontwikkeld tot een dolk, die de man vermoordt. Men spreekt wel van een zelfmoordenaarsteken.

U schrikt toch niet van de wetenschap der grafologie, die vrijwel alles uit uw handtekening haalt? Zelfs al zoudt u zich camoufleren in uw geschreven schrift, in uw aangeleerde handtekening, dan nóg haalt de grafologie het masker af; en met een beetje geluk vertelt deze wetenschap u zelfs, wat u achter dat masker probeerde te verbergen! De grafoloog kan de ziekte van een patiënt dikwijls vaststellen; alsook zijn jeugd, zijn groei, zijn ontwikkeling, zijn littekens, zijn positieve en negatieve eigenschappen, zijn capaciteiten of ook de afwezigheid van dezelve. Weinig ontgaat de grafoloog. Bovendien beziet hij zijn cliënt dikwijls heel wat objectiever dan deze het zelf zou kunnen.

Zoals de H. van Hitler al een diepe inhoud bleek te hebben, zo heeft dikwijls uw beginletter al heel wat over uw persoon gezegd, voor uw naam voluit is geschreven. Die beginletter kan pedant zijn; of zakelijk; of brutaal of zacht-zinnig, beschaafd of lomp, ontwikkeld of dom.
Sommige mensen zien in zo'n letter een portretje. Soms komt u een naam tegen, die met P begint, die is dan Poesmooi. Een andere maal iemand, die met F begint - en die Farizeërtje schijnt te heten. Of iemand, die met W begint en schijnt te zeggen: Weldenkend, of Weleerwaard, of Wreed of wat ook. Een enkele maal een M, die op Moeilijk kan wijzen.

Dan de gemiddelde breedte van uw letters. Sommige mensen passen als het ware in een lucifersdoosje - zo bescheiden schrijven ze hun naam. Anderen schrijven hun naam met brede letters, vragen plaatsruimte, desnoods ten koste van anderen. Een enkele naam wordt breed opgezet - maar loopt op niets uit. Soms ziet u een naam, die met ijzeren volharding van het begin tot het bittere einde in één tempo, in één ritme, in één klank wordt neergepend - met een beklemmende eentonigheid, een volmaakt gemis aan fantasie.

Schrijft u een punt achter uw naam? Nee, niet kijken; eerst antwoord geven. Deskundigen beweren dat die punt achter uw naam een teken van eigenwaarde vormt. Ze zeggen: die persoon schrijft zijn naam. zet tussen zich en anderen een scherpe afbakening, en laat nu anderen hun gang gaan. Wat er al in een punt kan zitten! Maar daar staat tegenover, dat andere handtekeningen eindigen op de wijze van een unvollendete symphonie: ze zijn blijkbaar zo sociaal ingesteld dat hun persoonlijkheid zonder grens in anderen overgaat.

En tenslotte de onderstreping van uw handtekening. Grafologen zien in de onderstreping een soort mouwstreep van een korporaal. Twee strepen geven een hogere rang aan. Drie strepen is dus verschrikkelijk belangrijk. Eigenlijk spreken we dan al van een voetstuk, een sokkel. Helemaal geen onderstreping is een (bedriegelijke?) bescheidenheid.
Teveel onderstreping tracht een gebrek aan gewicht aan te vullen.

Alstublieft. Daar zit wat vast aan uw handtekening! En probeer nu maar niet meer aan uw handschrift te knoeien. Bevalt uw handschrift, uw handtekening, u niet ...

dan zult u zichzélf moeten herzien. Dat handschrift verandert later heus wel. Waarmee nog niet de garantie is geschonken, dat u zichzelf na die herziening wel zult bevallen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief