EEN CHRISTELIJK GEBED (2)
1974-05-10
Gelijk Gij Hem macht hebt gegeven - Jaargang 18
- nummer 19
De Zoon leeft van wat de Vader Hem geeft. De Vader geeft Hem werk.
De Vader geeft Hem woorden. De Vader geeft Hem zijn naam. De Vader geeft Hem heerlijkheid. De Vader geeft Hem mensen. En de Vader geeft Hem ook macht.
De Zoon is dus niet het Woord. Het Woord was in den beginne. Het Woord was bij God. Het Woord was God. Alle dingen zijn door het Woord geworden. En alle mensen zijn door het Woord geworden. Alle dingen en alle mensen zijn van het Woord.
Maar alle dingen en alle mensen zijn niet van de Zoon. Ze zijn van de Vader en de Vader heeft hen aan de Zoon gegeven. Het Woord is God en de Zoon is mens. En de mens leeft van alles wat God hem geeft.
Die mens is Jezus. Jezus is de tweede mens sinds Adam. Hem doet de Vader heersen over de werken van zijn handen. Hem heeft de Vader alle dingen en alle mensen toevertrouwd. God heeft Jezus macht gegeven.
God heeft Jezus koning gemaakt - koning over de hele aarde.
Over alle vlees
Een patiënt is een mens met ziekte. Een kerkhof is een akker met dood. Zo is 'vlees' schepsel met zonde en dood. En àlle vlees zijn alle dingen, planten, dieren en mensen die met de dood in de schoenen lopen.
Jezus is koning over een ellendige aarde. Een aan lager wal geraakte planeet, een geruïneerde flora en fauna, een karikaturale mensheid.
Een schepping, die aan de vruchteloosheid is onderworpen. Een schepping, die in al haar delen zucht en in barensnood is.
Dat is alles wat de Vader aan de Zoon heeft gegeven.
Al wat Gij Hem gegeven hebt
Men is pas volbloed calvinist, als men hier de uitverkiezing bij haalt.
'Alle vlees' is wereldwijd, 'al wat Gij Hem gegeven hebt' is de beperkte aktieradius van de verkiezing. Dan maar geen volbloed calvinist zijn!
Met andere woorden wordt twee keer hetzelfde gezegd. 'Alle vlees' zegt wat de mens met Gods goede schepping heeft gedaan. Hij heeft haar aan de dood gegeven. 'Al wat Gij Hem gegeven hebt' zegt wat God met deze dode schepping heeft gedaan. Hij heeft haar aan Jezus gegeven.
Jezus is koning over een vermolmd koninkrijk.
Om daaraan eeuwig leven te schenken
Een kind naar huis dragen is zwaar werk. Een kind, zwaar van water en levenloosheid, naar huis dragen is onmenselijk werk. Het eerste moest de eerste mens. Het tweede doet de tweede mens. Jezus is het kind van de rekening. De Zoor; betaalt het gelag.
Probeer maar eens een zware koffer op te tillen, als je er naast zit.
Dat lukt je niet. Het lukt alleen, als je ópstaat, als je boven de koffer staat.
Daarom bidt Jezus, dat Hij mag opstaan en opgehemeld worden: "Vader, verheerlijk uw Zoon." Pas als Hij er boven staat, kan Hij zijn onmenselijk zware taak vervullen. Dan pas kan Hij leven brengen in een schepping die ten dode is opgeschreven.
Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen
Eeuwig leven is niet in de eerste plaats: altijd leven. Eeuwig leven is in de eerste plaats: bevrijd leven. Bevrijd "van 't woeden van de boze, van 't vrezen voor de dood, van aarzelen en klagen, verdriet en bitterheid, van alles wat wij dragen, van 't lijden aan de tijd."
Eeuwig leven is niet in de eerste plaats een kwestie van zijn. Eeuwig leven is in de eerste plaats een kwestie van kènnen. Als een jongen een meisje leert kennen, verandert zijn leven. Hij blijft hetzelfde werk doen, hij houdt dezelfde hobbies. Maar werk en hobbies zijn nu gericht.
Er zit doel, vaart, tintelend leven in. Als een mens God leert kennen, komt er stille tijd in vrije tijd en stille tijd in drukke tijd.
Dan komt er leven in de dood.
Eeuwig leven is dus niet alleen iets voor straks, als Jezus is teruggekomen.
Eeuwig leven is ook iets voor nu, nu Jezus voor zaken op reis is. We mogen nu beginnen aan wat we straks zullen bezitten. Dan is de overgang ook niet zo groot.
De enige waarachtige God
Eeuwig leven betekent opheffing van het diepe verdriet van de mensen.
Verdriet, omdat ze 'God hebben dood verklaard. Verdriet, omdat ze niet meer "Abba, Vader" kunnen zeggen. Als Vader er weer is, leeft het kind weer op.
Eeuwig even betekent terugkeer van de boemelende zoon in het vaderhuis.
Het is de overwinning van de diepe moeheid van mensen zonder God. Het is diepe blijdschap, die je zelf niet begrijpt. Het is het paradijs.
En Jezus Christus, die Gij gezonden hebt
Dit is de enige plaats waar Jezus zichzelf zo onomwonden Christus, Gezalfde, noemt. Profeet, priester, koning en dus: mèns! Jezus is de echte mens, de tweede echte mens.
En deze tweede echte mens staat op één lijn met de enige echte God.
Jezus kennen is God kennen.
Niemand heeft ooit God gezien. Jezus heeft Hem aan ons laten zien.
Wie Hem ziet, ziet de Vader. Jezus is de transparant, de afdruk, het beeld van God.
De mensen zeggen: "Jezus zie ik, Hem kan ik vertrouwen. Maar wie is God?" Jezus zegt: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien."
De Zoon is sprekend de Vader. De Zoon kennen is de Vader kennen.
De tweede echte mens kennen is de enige echte God kennen. En dit is het eeuwige leven.
Ik lach om het leven,
het eeuwige leven,
dat U zo maar wilt geven
en zonder verwijt.
Dit lichaam zal opstaan,
gewoon 's morgens opstaan,
ik zal naar U toe gaan
en dat voor altijd.