Predikantenconferentie 7 april 1974
1974-05-10
Het was goed elkaar weer te ontmoeten.- Jaargang 18
- nummer 19
Als dominees en domineesvrouwen.
Op een vertrouwde plaats, Wezep had ons al eerder ontvangen.
In de zonnige zaal achter de kerk.
Die we gratis kregen. Met koffie en thee erbij. Een applausje waard.
Dat dan ook graag werd gegeven.
Het was goed daar te zijn. Jammer dat er niet nog meer collega's met hun echtgenoten van de partij waren.
Het presidium berustte in vertrouwde handen. De handen van Prof. C. Veenhof. Deze had trouwens wel een driedubbele bijdrage te leveren die dag. De leiding. een openingswoord (dat op zichzelf ook al een referaat bleek te zijn), en dan nog een toespraak ter vervanging van wat de aangezochte spreker naar voren had zu'Ien brengen.
Prof. Dr A. Th. van Deursen. hoogleraar in de geschiedenis aan de V U.. had nml een kerkhistorisch onderwerp zullen inleiden; en wel over “Avondmaalsviering en kerkelijke tucht in de Geref. kerken van Holland omstreeks het jaar 1600."
Tot zijn eigen en tot onze spijt was hij echter door ziekte verhinderd, Zoals gezegd: de voorzitter ving het op.
70 tegen tien uur kwam de een na de ander aanzetten. en een gezellig geroezemoes verspreidde zich al spoedig in de zaal. Een enkele handige zakenman trachtte van de gelegenheid gebruik te maken door een preekverzoek kwijt te raken; speciaal voor de zomermaanden, maar het bleek een moeilijk te verkopen artikel. Nadat de "amici et amicae" waren welkom geheten, werd gezongen ps. 119 : 83: gelezen van de geestelijke wapenrusting (Ef. 6: 10-20) en een zegen gevraagd.
Daarna werd collega Smouter herdacht, met enige gevoelvolle woorden en met enigen tijd stilte.
Aan Mevr. Smouter zal een schrijven van meeleven worden verzonden.
Omdat de hoofdschotel een kerkhistorisch onderwerp zou zijn, had de voorzitter zich voorgenomen ter inleiding iets te zeggen over de huidige situatie. Het zou slechts een “voorwoordje" zijn. maar het werd een flinke hors-d'oeuvre; waarover in de middag praktisch hele discussie zou lopen.
Het ging over "de grote werelddreiging van onze dagen": het communisme.
Bij velen blijkt een ontstelIend tekort aan kennis van de bronnen (men heeft soms van Lenin niet" gelezen). Waardoor een blad als Trouwer er zelfs toe komen kon, om iemand als Brezniev voor te dragen voor de Nobelprijs voor de vrede. Ter beproeving der geesten werd ingegaan op het marxisme en Leninisme. De klasse-strijd zou slechts een "overgangsfase" zijn naar de klasseloze heilstrijd. In werkelijkheid ging het om "de diktatuur van het proletariaat". Uitdagend, brutaal, meedogenloos werd dit gepropageerd. Lenin stelde: de moraal is ondergeschikt aan de klasse-strijd. Alles wat de communistische heilstaat naderbij brengt is goed. De mensheid moet gelukkig gemaakt worden, desnoods ten koste van 4/5e ervan. Om het doel te bereiken moet het communisme bereid zijn tot compromissen. In dit licht is de huidige ontspanningspolitiek te zien. Overal moet aktie gevoerd.
Ter ondermijning. In maatschappijen en in parlementen. Om op te ruien en om te vernielen. Van binnen uit. Iedere list en leugen moet worden toegepast. Demonische praktijken worden uitgevoerd. Men denke aan Tsjecho-Slowakije, Hongarije, en verdrag met Duitsland.
Men lette op de gigantische bewapening.
Voorbeelden en getallen worden genoemd.
De oogmerken worden slechts bereikt door omverwerping van de bestaande orde. Het g iat erom "een wereld te winnen". In dit alles ligt een huiveringwekkende dreiging.
Daartegenover zien we een lamlendige christelijke pers. Een ontstellende houding van partijen als P.S.P. en P.P.R. Dat zijn voor de communisten "onze nuttige idioten".
Gewezen wordt op de Russische geheime dienst die van allerlei gegevens op de hoogte is (van al de bewoners van een dorp bv). Voorts op de infiltratie, zelfs ook in de kerken, die al sterker wordt.
We moeten waarschuwen waar het kan; voor een beweging, waarvan geen werkelijke vrede te verwachten is. Maar slechts een pax sovjettica. (Zie Goulasj).
In de discussie (meerderen wilden over deze zaak doorspreken) kon op verschillende verschijnselen en aspecten dieper worden ingegaan.
Waardoor wint het communisme zozeer veld? Omdat velen de vruchten willen zonder de wortel, En omdat men meent dat men die los kan maken van de ideologie. En omdat men niet onderkent wat het positief wil bereiken. Wat men in Frankrijk brengen wil is drieërlei machtsconcentratie; van staatsmacht, kapitaal smacht en arbeidsmacht.
Gewezen wordt op de voorbeelden van Chili, Afrika, Abessynie, Zambia, Frelimo, de vakbonden (de voorstelling alsof het er in Holland zo slecht bijstond met de bijstand en dgl.; alsook dat men er geen oog voor heeft hoezeer aan bepaalde ondernemers en hun energie onze welvaart is te danken), de Vara en anderen, met hun hypocrisie (wil men werkelijk omlaag terwille van de ontwikkelingslanden?) Komt het van de materiële ellende?!
Als ooit de materiële welvaart het welzijn bracht, dan moest het wel nu; maar de welvaart wordt gekocht ten koste van het welzijn. De anarchie roept om de dictatuur. (Zie Afrika).
In de pers en in de omroep ontbreekt teveel het beproeven der geesten. Huiveringwekkend is de toestand van het onderwijs. Ook daarom is het een ramp, dat de scheuring tussen binnenverbranders en buitenverbranders gekomen is. We hadden elkaars correctie nodig.
Op indringende wijze wordt aangetoond, hoezeer de infiltratie doorwerkt.
Onder geref. predikanten (syn.) zijn geheime leden van de communistische partij. V.V.DM. wordt door communisten geleid.
Communisten zitten in de vakorganisaties.
Potter zegt: "Ik ben bereid chaos en anarchie te accepteren als maar de wereld naar onze opvattingen veranderd wordt." Piet Reckman heeft zijn invloed. Zo wordt veel materiaal aangedragen en de vragen worden breedvoerig beantwoord.
Het tweede onderwerp kwam daardoor wat in de verdrukking. Voor discussie daarover was geen tijd meer. Mogelijk komt dat later nog eens.
"Belijden en belijdenis" was de titel van een toespraak enkele weken tevoren gehouden voor een kring van leden van verschillende kerken. Dit toegespitst op de situatie van de geref. gezindte en in kerkelijke kring. Naar voren werd gebracht hoe existentiëel geloof en belijden is. Het betekent bv geen wierook branden voor de keizer en geen crucifix kussen. Van Ruler zei: de ortonraxie gaat aan de ortodoxie vooraf".
Belijden is genormeerd door de belijdenis; gegrond op het Woord Gods. De belijdenis dat Jezus Christus is de Zoon van God is centraal.
Deze belijdenis werd langzaam uitgebreid.
Nagegaan werd hoe zich dat voltrok. Voorts hoe over meerdere uitdrukkingen van de belijdenis verschillend gedacht werd. Bijv. over de nederdaling ter hel. Hoe Calvijn dacht over het Athanasianum: wartaal; toch om de intentie aanvaard. Hoe Bavink sprak over de opstanding des lichaams; niét des vleses Hoe wonderlijk heeft de kerk geopereerd met termen als ousia; en gewerkt met categorieën uit het wijsgerig. denken. Over de twee naturen bijv.
Daar is het extra-calvinisticum: H. Cat. vr 48: godheid overal tegenwoordig.
Schilder was het niet eens met de term "de alomtegenwoordigheid Gods". Hij had bezwaar tegen ,1-e en 2-e oorzaak" uit de D.L. Prof. Deddens had bedenking tegen de uitspraak van de Ned. Gel. Bel.: dàt de ouderlingen en diakenen vormen samen een raad der kerk". Wiskerke tegen art. 1: "een enig en eenvoudig wezen" - alsof hier sprake was van een zekere classificatie.
Dezelfde zei: de Schrift spreekt alleen van verwerping bij hardnekkige verwerping en verstoting.
Op verscheidene punten heeft de kerk tolerantie aan de dag gelegd.
T.a.v. het chiliasme is van tuchtoefening geen sprake geweest. Ds. v. Andel leerde tweeërlei wederkomst; maar "onder de kansel", waar tegenspraak mogelijk is". Tgo Berkhof kwam wel een uitspraak maar geen tuchtoefening.
Calvijn stelde: "al is impura doctrina ingedrongen, indien de leer waarop de kerk gefundeerd is pura is, is afscheiding uit den Boze." Afwijking van de "hoofdzaken" van het christelijk geloof is niet geoorloofd.
Maar - alle hoofdstukken zijn niet van eenzelfde forma. Bavinck oordeelde: ieder die gelooft dat Jezus Christus is de Zoon van God, is lid van de kerk. Groen van Prinsterer was van oordeel dat de belijdenis telkens naar voren komt op één bepaald punt, waar de verdediger bezwaar tegen maakt en waar de waarheid triumfeert over de dwaling. Bijv. tgo Arius: de godheid van Christus. Tgo Rome: de genade. Tgo de Remonstranten: Gods souvereiniteit. We moeten opkomen voor de éne waarheid, die bedreigd wordt en tegen de dwaling die thans heerschappij voert; nml. dat de kerk geen overeenstemming behoeft, en dat elke mening gelijk recht heeft. Dat is volgens Groen wat in de tegenwoordige tijd betaamt.
In de bovengenoemde samenkomst van leden van verschillende kerken kwam het gevoelen van Ds. Telder ter sprake. Voorgelezen werd toen de verklaring door Ds. T. afgelegd in Opbouw. Waaruit bleek: hij is nooit "gehoord". Hij heeft zijn opvatting niet geleerd in de gemeente.
Hij zou hebben willen beloven zijn standpunt niet te propageren. Hij handhaaft zijn ondertekening van de belijdenis. Heeft geen bedenking tegen antwoord 57 van de H. Cat.
Gelooft een voortbestaan na de dood; dat niets Gods kinderen kan scheiden van Gods liefde; dat hun leven ook na het sterven verborgen is bij God; dat de geest weerkeert tot God; dat men zijn geest kan aanbevelen in de handen van de Vader; dat er geen reiniging is in een vagevuur; dat allen die in de graven zijn 's Heren stem zullen horen en uitgaan. Op de vraag of zulk een man schorsenswaardig is, was het eenparig oordeel: neen. Met een dankbaar applaus, een kistje sigaren en een bloemetje van de dames werd de spreker "beloond'" of liever: getoond hoezeer men waardeerde wat hij ons allemaal had voorgeschoteld die dag. Nadat de penningmeester Ds. v. d. Kwast nog getracht had aan zijn trekken te komen, werd overlegd over een volgende conferentie. Genoemd werd het boek van Berkhof. Kunnen we niet eens samen vergaderen met 'calvijn'? Het bestuur zal over plaats tijd en onderwerp zich nader beraden.
Betreurd werd dat onze vergadering samenviel met die van Calvijn. Verzadigd door het uitgebreide geestelijke menu trokken we huiswaarts; na dankgebed van de oudste predikant van Wezep, Ds Goris.
In opdracht van de conferentie: N. ’t Hart