Woord en belijdenis
1974-05-17
In het vorige artikel hebben we gesteld, dat de belijdenis niet van Gods Woord mag worden geïsoleerd.- Jaargang 18
- nummer 20
Wie haar tot een "zelfstandigheid" maakt verwerpt daarmee tegelijk haar diepste bedoelingen!
Zij wil niet geïsoleerd worden.
Daarover - èn over de andere zijde van dezelfde zaak - willen we het nu hebben.
• Van de belijdenis-samenvatting terug naar het Woord
Kohlbrügge noemde de catechismus "de eenvoudige Heidelberger".
Een goede betiteling! Ook als we in een speelse vrijheid aan "eenvoudig" de betekenis van "bescheiden" geven.
In elk catechismus-antwoord vinden we bij elk onderdeeltje een verwijzing (onder letter) naar de Schriftgegevens, waarop het gezegde berust. Die verwijzing vinden we al in de officiële uitgave van 1563. We maken - om zo te zeggen - de bijeenzameling, de uitleg en de toepassing van de Schriftgegevens mee! Blijkbaar heeft men die Schriftuitleg nooit beschouwd als een steigerwerk, dat weer mag verdwijnen als de toren voltooid is. De catechismus wil geen zelfstandigheid worden.
Hij kent zichzelf geen "eigen" geloofwaardigheid toe. Zijn geloofwaardigheid ligt alleen en kàn alleen liggen in de overeenstemming met het Woord van God.
En zo neemt de catechismus als het ware de gedaante van een trechter aan. Aan de brede kant bevindt zich het geheel van de Schriften. Aan de smalle tuitkant vinden we de samenvatting die de catechismus biedt. En we maken de "doorstroming" mee. Dat is de bescheidenheid van de goede belijdenis. Alleen de Schrift is in zichzelf geloofwaardig. Alleen de Schrift biedt en is de waarheid die vrij maakt.
De belijdenis is alleen dàn van waarde en biedt alleen dàn goede hulp en dienst, als zij tot de Schrift in een open verhouding blijft staan. In een verhouding die ook permanent open blijft - de verwijzing naar de Schriftgegevens valt niet weg! Wanneer de belijdenis van de Schrift wordt geïsoleerd, dan sterft ze in ons leven, ook al blijft ze in ons psalmboek staan!
Misschien zegt u wel, dat dat toch erg overdreven is. U bent zich er misschien niet van bewust, dat u steeds van de belijdenis op de Schrift terugvalt. En toch meent u dankbaar te mogen vaststellen, dat u als belijder lévend bent. Jawel, maar laten we één ding niet vergeten!
Wij maken allemaal zeer geregeld de "terugreis" van de belijdenis naar de Schrift. Niemand zal kunnen zeggen hoeveel de onder ons gebruikelijke "catechismuspreek"
tot een echt gezonde confessionaliteit heeft bijgedragen!
In die preek wordt de "pendelbeweging"
telkens weer uitgevoerd - "Ik bedien u Gods Woord naar de samenvatting van Zondag ... ". Ziet u de trechter?
Met de andere belijdenisgeschriften is het principieel geheel eender.
Alleen vindt daarin de Schriftverwijzing wat minder systematisch en uitvoerig plaats.
Zoals in vele andere opzichten is de eenvoudige Heidelberger ook hierin "voorbeeldig".
• Van het Woord naar de belijdenis-samenvatting
In 1 Tim. 3: 16 brengt Paulus "het geheimenis der godsvrucht"
onder woorden: "Die Zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigheid door de Geest, is verschenen aan de engelen, is verkondigd onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid". We hebben hier een heel oud lied, waarin het werk van de Here Christus wordt bezongen.
Van dat lied maakt Paulus gebruik om te zeggen wat hij bedoelt. Prof. H. Ridderbos zegt heel mooi, dat we in de eerste twee regels het heilsgebéuren vinden, in het tweede tweetal regels de heilsproclamátie, in het derde de heilstriómf.
En daarbij .komen dan vernedering en verhoging, hemel en aarde in het gezichtsveld.
Het is er ons nu om te doen, dat we in deze tekst te maken hebben met een belijdende lofzang en een lovende belijdenis. Wij vinden hier het element, dat voor een belijdenis zo typerend is, namelijk de samenvatting. En die samenvatting dient weer een ander element, dat eveneens van wezenlijk belang is, te weten het gemeenschappelijke.
Men kan zonder moeite zingen "met een algemene stem".
Ik vergeet niet, dat deze lofzangbelijdenis.
toen ze werd opgenomen dn het Woord van God, een rechtstreeks waarmerk ontving van de Heilige Geest. Dat is een zaak, die haar onderscheidt van alle latere belijdenissen. Maar we moeten toch ook niet vergeten, dat hier een Goddelijke goedkeuring wordt gehecht aan een echtmenselijk gemeente-initiatief tot samenvatting van het evangelie.
Aan een praktische "recapitulatie" ten behoeve van de lof aan de Here.
Wanneer men nu zo in gemeenschap de deugden van God bekendmaakt, dan maakt mendat is ermee verbonden! - ook zichzelf als christen bekend aan de wereld buiten. En wanneer men zo de Here looft, dan beleeft men ook de vreugde van de eenheid en van de gemeenschap met elkaar. Wat is het een vreselijke zaak, als iemand die eenvoudige korte lofzang niet mee kan zingen!
Dat moet dan toch geen geheugenzwakte zijn maar een (geestelijk) hart-gebrek! Lof aan God, parool in de strijd, "wachtwoord" in eigen gemeenschapelementen die met elkaar samenhangen en in elkander overvloeien.
Als we maar eerst goed hebben vastgesteld, dat we de belijdenis nooit mogen isoleren van Gods Woord, dan durf ik nu wel te zeggen, dat Gods Woord zèlf een goedkeuring bevat voor het praktische streven naar een gemeenschappelijke samenvatting van het evangelie.
De belij denis brengt ons naar het Woord - de bron en de wortel.
Gods Woord wijst ons ook weer de weg naar de belijdenis - de samenvatting en de hoofdsom.
• .Woord èn belijdenis
De klemtoon ligt op het woordje "en". Het is goed de band tussen Woord en belijdenis te bewaren.
Vaak gebeurt dat niet. De afwijkingen "ter linkerzijde" zijn meestal duidelijk genoeg. Maar ook komt voor wat ik zou willen noemen een afwijking "ter rechterzijde".
Hierbij wordt de band tussen Woord en belijdenis gebroken zonder dat men de weg der waarheid wil verlaten. Zelfs wel in de vurige begeerte de rechte leer te bewaren, "het pand ons toevertrouwd". Enerzijds kan men (het hebben van) de belijdenis verwerpen, omdat men vindt dat zo'n mensengeschrift tekort doet aan de heerschappij, die het Woord van God behoort te hebben.
Anderzijds ontmoet men ook een uiterst konsekwente belijdenistrouw, waarbij evenwel de open verhouding van de belijdenis tot het Woord van God verdwenen is.
De belijdenis functioneert als een "zelfstandigheid" .
Hierover binnenkort nog iets.