De brief aan de Efeziërs
1974-05-17
En als er dus nu staat dat Gods verlossingswil de Heiland der wereld gezet heeft aan Zijn rechterhand, nadat Hij gestorven is voor onze zonden en opgewekt (om onze vrijspraak) uit de dood, dan betekent dat, dat aan de verhoogde Heiland alle macht is gegeven in hemel en op aarde. Ver boven alle machten is Christus verheven.- Jaargang 18
- nummer 20
Dat betekent ook de principiële onttroning van de machten.
Daarvan is nu nog niet veel te zien. Hebr. 1: 8 vv. Maar we zien Jezus met eer en heerlijkheid gekleed. De geschiedenis van de wereld is er van bloed en tranen.
Eigen leven kan een leven zijn vol tranen. Maar Christus is de zin van geschiedenis van de wereld, kerk en eigen leven. We hebben toch een Koning, die heerst over alles. 1 Cor. 15: 24, 25. Openb. 5.
Het wordt alles heel triomfantelijk gezegd. Daarom is het conerete troost. Het is goed daarbij te bedenken dat Paulus zelf in de gevangenis zit. 3: 1. Het is dat hij het zelf zegt. Uit de toon van de brief zou je het niet afleiden.
Hier is niet nemand aan het woord die makkelijk praten heeft, maar iemand die het echt wèl ziet zitten. Hij was in de macht van de keizer van Rome. En de macht van het joodse levenstelsel had hem in de gevangenis gebracht.
Maar hij spreekt in het nochtans van het geloof.
Dynamie en energie zijn de woorden die in vers 19 worden gebruikt.
Dynamisch en energiek zijn dan ook woorden die passen bij het koninkrijk der hemelen. We hoeven niet te vragen of het wel komt. Want Christus regeert aan de rechterhand Gods.
Hemelvaart
We zitten wel eens met het nut van de hemelvaart, zelfs al kennen we het antwoord van de Heidel berger op de vraag naar het nut van de hemelvaart. Als de Here Jezus nu eens hier was gebleven?
Op zijn minst konden we dan naar Hem toegaan.
Nu, het antwoord geeft Paulus in de vss 22 en 23. Al de macht van Gods rechterhand is gegeven aan de Heiland, die het hoofd is van de gemeente. Het hoofd regeert het lichaam. Jezus Christus regeert de gemeente. Dat betekent dat al Zijn ontvangen macht, al de macht van Gods rechterhand in dienst gesteld wordt ten behoeve van de gemeente.
De gemeente is de aanvulling van Christus. Dat klinkt merkwaardig.
Hij is immers ook de Volzalige in Zich Zelf. Maar om Zich een gemeente te vergaderen, een nieuwe mensheid, bestemd voor de nieuwe aarde, is Hij hier gekomen in deze wereld. Hij is de Middelaar.
Hij is de Koning. Hij werft en maakt onderdanen.
Er wordt in deze brief veel over de gemeente gesproken. Maar nu moeten we vasthouden dat dat gaat in -het geheel van het herstel van alle dingen. Daarom wordt aan de gemeente dan ook de Geest gegeven. De Geest van het erfdeel. 1 : 14.
Tijdgeest. 2 : 1-3
Zij waren dood door de overtredingen.
Dat zegt Paulus tegen deze gemeenten. Hoe ernstig hij dat vindt blijkt wel daaruit dat hij het woord zonde er nog aan toevoegt.
En dat bracht met zich mee een leven overeenkomstig de loop van deze wereld en die van de overste van de macht der lucht.
De diepte van onze val is onpeilbaar.
Voordat we ons afvragen, wat allemaal met die woorden wordt bedoeld, is er de andere vraag: geloven we dat echt? Het Evangelie van de vergeving en van het herstel van alle dingen horen we pas goed als we het horen als zondaren. Omgekeerd kan het ook gezegd worden: door het horen naar het Evangelie worden we overtuigd van de ernst van onze zonden. God vindt de zonde zo erg, dat Hij, liever dan de zonde ongestraft te laten, de zonden gestraft heeft aan de Heiland, de Zoon van Zijn liefde.
Misdaad en zonde. Dat zijn de woorden, waarin we hebben te denken en waarin we alleen de blijde boodschap aanvaarden kunnen.
Dat is overeenkomstig de loop van deze wereld. Sedert de zondeval is deze bedeling, een bedeling waarin de ongerechtigheid de overhand heeft. In ons eigen leven en in hét leven. De doodsteek voor alle consequente horizontalisme.
En opdat we de macht van de zonde niet zouden onderschatten, zegt Paulus erbij, wat achter de zonde zit.
Er zijn wezens die macht hebben in de lucht. 6 : 12. De hele demonenwereld is een goed georganiseerde zaak, onder leiding van de duivel, de overste van deze duivelen.
Daaraan hebben de aangesprokenen mee gedaan en ook willen meedoen.
Dat geldt overigens niet alleen van heidenchristenen, dat geldt ook van Joden.
Wij allen hebben daarin verkeerd.
Het consequente Jodendom was een leven naar het vlees. Dus niet een leven uit de genade. Vlees is dat wat zich tegen de genade verzet.
Hoezeer heeft Paulus dat zelf ook gedaan.
Hoezeer was dat de wezenstrek van het Jodendom.
Ze hebben zelfs de Heer der heerlijkheid gekruisigd.
En daarom is er niemand van de mensheid die geen kind des toorns is. Dat wil zeggen, dat niet heeft te verwachten de volle ontplooiing van Gods toorn.
Nu spreekt Paulus in het verleden.
Zo was het. Dank zij Gods ontferming is het anders geworden.
Maar in deze hele blijde brief wordt het stuk der "ellende" niet vergeten.