Doop en Avondmaal
1974-05-17
- Jaargang 18
- nummer 20
“Een gesloten deur ... een open venster.":
de zorg voor de geestelijk gehandicapte naaste.
Langs de weg van de catechisatie zijn al veel geestelijk gehandicapten gekomen tot een openbare geloofsbelijdenis, waardoor ze konden gaan deelnemen aan het Heilig Avondmaal.
Twee sacramenten zijn er, te weten de Doop en het Heilig Avondmaal.
* Synodale uitspraak
De Gerefordmeerde synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland, te Sneek in 1971 gehouden, heeft een uitspraak gedaan over de integratie van de geestelijk gehandicapte in de kerkelijke gemeenschap.
De kern van datgene wat gezegd werd, was wel dat "de kerkeraden debielen en ook zwakzinnigen tot het gebruik van de sacramenten behoren toe te laten, indien hun gebleken is, dat deze op hun niveau de Here Jezus als hun Zaligmaker hebben leren kennen, en zij iets van de betekenis van het gebruik van de sacramenten verstaan."
Aan deze uitspraak ligt een algemene regel ten grondslag. Deze, dat oudere kinderen en volwassenen alleen op grond van persóónIijke geloofsbelijdenis kunnen worden toegelaten tot het gebruik van de sacramenten.
Goed moet worden nagegaan, of het er de geestelijk gehandicapte niet om te doen is, een beloning te krijgen; ik maakte mee dat een pastor bij een kind dat graag belijdenis wilde doen, de werkelijke reden daarvoor ontdekte: dan kreeg het een grammofoonplaat na afloop!
*Belijdenis
De belijdenis zal worden uitgesproken in de kerk waar de ouders lid van zijn, of in een aangepaste kerkdienst.
Wanneer dit laatste het geval is, zal de pastor voorgaan, die de wijkpredikant van de ouders is, wanneer dat tenminste organisatorisch gezien, geen al te grote moeilijkheden geeft.
Het is wel duidelijk dat aan de geestelijk gehandicapten andere Belijdenis-vragen zullen worden gesteld dan aan andere gelovigen, zodat niet de situatie kan ontstaan die een hoofd van een school voor imbecille kinderen meemaakte en me vertelde: Hij werd opgebeld door een wanhopige pastor, die vroeg of hij wilde komen, want deze kreeg met geen mogelijkheid antwoorden op vragen die hij aan een gehandicapte jongen van die school stelde.
Wat bleek? Met een ouderling was de pastor op huisbezoek gegaan en had gevraagd: "Klaas, wil jij belijdenis doen?"
De jongen werd bang en zei: "Nee".
De volgende keer ging het hoofd mee, waardoor Klaas meer op zijn gemak was.
Nu vroeg het hoofd: "Klaas, vertel eens, wat vdnd jij het mooiste feest?"
De jongen antwoordde: "Goede Vrijdag".
"Nee toch, Klaas, dat was toch geen blij feest?"
"Jawel, want Here Jezus voor ons gestorven."
Kijk, wanneer in deze situatie de goede bedoeling duidelijk is, kan het alleen maar goed zijn.
Een paar maanden geleden deed in een aangepaste kerkdienst een forse, geestelijk gehandicapte jongen belijdenis.
De pastor vroeg: "Dirk-Jan, hou jij heel veel van de Here Jezus?"
Waarop een volmondig "JA" volgde.
Daarna werd - prachtig, zoiets! - gezongen:
"Laat de kind'ren tot Mij komen alle, alle kind'ren.
Laat de kind'ren tot Mij komen niemand mag ze hind'ren.
Want de poorten van Mijn rijk staan voor kind'ren open, laat ze allen, groot en klein, bij Mij binnen lopen."
Zouden de ouders die bij dit feest aanwezig waren, in hun hart nu ook niet volmondig "ja" kunnen zeggen tegen de Heer van alle dingen, ook de Heer van hun kind?
* Viering Heilig Avondmaal
De kinderen, door de doop ingelijfd in de kerk, kunnen in sommige kerken in Nederland het Avondmaal meevieren. Er gaan gelukkig - steeds meer stemmen op, in protestantse kring, om aan de kinderen van het verbond brood en wijn niet te onthouden.
Dat deden de eerste christenen ook niet. Doopwater, brood en wijn herinneren ons aan de onveranderde opdracht der liefde van de gemeente van Christus.
Waarom zouden ook de geestelijk gehandicapten geen deel mogen hebben aan de blijdschap die ons door het Heilig Avondmaal geschonken wordt?
In de Achterhoek werd een aangepaste kerkdienst gehouden, waarin het Avondmaal werd gevierd met enkel geestelijk gehandicapten, hetgeen één groots feest is geworden!
Want ieder, die gelooft dat de Heilige Geest het geloof sterkt aan de Avondmaalstafel, weet, dat het Hem wel is toevertrouwd de zegen van de viering uit te delen, óók aan het gehandicapte kind!
Of deze viering altijd alleen in de gewone kerkdiensten moet geschieden of ook kan plaatshebben in de aangepaste kerkdienst is een punt dat nog niet uit de verf is gekomen.
Ik dacht dat er gelegenheid zou moeten zijn voor de geestelijk gehandicapte om aan alle twee de vieringen te kunnen deelnemen, hoewel in de praktijk (behalve dan die uitzondering in de Achterhoek, bijvoorbeeld) nog niet veel avondmaalsdiensten georganiseerd zijn.
Praktische bezwaren (waarom déze geestelijk gehandicapte wel en die niet) houden de regelmatige avondmaalsvieringen wat tegen.
* De Doop
"Heer, wilt u geven, dat dit kindje klein
In heel zijn leven steeds van U mag zijn.
Dat het van U mag houden, dag en nacht,
Wilt U het helpen, Heer, door Uwe kracht!"
Dit dooplied (op de wijs van: Blijf bij mij, Heer) werd gezongen bij de doop van een mongools babytje.
Wanneer het kind eenmaal gedoopt is, is het ingelijfd dn de "Kerk des Heren".
Het kind wordt vaak gedoopt in de kerk waar de ouders lid van zijn (in een aangepaste dienst wordt wel eens een baby gedoopt, maar dan hebben de ouders te maken gehad met geestelijk gehandicapten, zonder dat er sprake was van een emotionele band; de wond is immers nog tè vers bij ouders die zelf een geestelijk gehandicapt kind hebben ... ) Veel predikanten vragen zichten onrechte, dacht ik - af welke plaats zij de gehandicapte in de dienst moeten geven wanneer deze ouder is geworden.
De derde vraag van het doopformulier, waarop de ouders mogen antwoorden, kunnen ze soms niet na-komen: "Of gij niet belooft en u voorneemt om dit kind, waarvan gij de vader en de moeder zijt, als het tot zijn verstand gekomen is, in de voorzeide leer te onderwijzen en te doen onderwijzen?"
De vraag is, bij de kinderen, die niet "tot hun verstand" zijn gekomen, of zij dan zijn uitgesloten van de kerkelijke bearbeiding.
Ik geloof echter, dat zij, juist zij, een plaats moeten hebben in de kerk; er moet voor hen ruimte worden gemaakt.
Zij horen erbij!
Staat er niet in hetzelfde doopformulier: .,En hoewel onze kinderen deze dingen niet verstaan, zo mag men ze van de doop geenszins uitsluiten ... " en later: "Want u, komt de belofte toe, en uw kinderen."
Welke belofte?
Deze:
"Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en u," ...
"om u te zijn tot een God, en uw zaad na u."
* SLOT
"God sluit nooit een deur zonder een venster te openen".
Ouders en hun kind.
Hun leven in droefheid en - toch ook - blijdschap.
Hun isolement en hun zich opgenomen voelen in de gemeenschap, de maatschappij en de kerk Hun gesloten deur. " en hun venster dat opengaat wanneer zij het zelf willen ... wanneer ze zelf uit hun isolement willen treden.
Een venster dat openstaat en naar de goede, al kan het zijn een moeilijke, toekomst wijst; direkt al, wanneer de ouders hun kind als baby in de armen hebben of wanneer het ouder wordt, kan dit venster opengeduwd worden.
Als de buitenstaanders, en daar horen ook de kerk-mensen bij, de ouders maar méé helpen duwen!
Om dan nog even terug te grijpen op de vraag die, gesteld door ouders, in een van de vorige artikelen naar voren kwam: "Kan mijn kind wel zalig worden?" ... ; dan hoop ik nu een duidelijk antwoord te hebben gegeven, tussen de regels door.
Eigenlijk geeft God Zèlf iedere keer opnieuw het antwoord aan de ouders: Het luidt volmondig "JA" wanneer het kind èn de ouders déze troost (geschreven door Suze Terhaak) aan kunnen nemen: "Ek houd Mijn woord, wees maar niet bang ...
dit leven hier, dat duurt niet lang.
Je kind is blij, het kent geen zorgen nooit zal het bang zijn voor de dag van morgen.
Zijn heden is simpel, zijn toekomst is groot, en bij dit kind past geen angst voor de dood.
Ik geef jullie een troost, het staat in Mijn Woord: opdat ouders als jullie, hier allen van hoort: Want hoe ooit de wereld zal bederven, zij, armen van geest, zullen Mijn Koninkrijk erven."