Klokken, klokken en klokken
1974-05-24
Het beeld van een dorp, zelfs het beeld van een stad, is niet compleet wanneer daar niet de klok van tijd tot tijd zijn bronzen stem laat horen.- Jaargang 18
- nummer 21
Tot de vaste en alledaagse geluiden immers behoort de klok: om de morgen te melden, om etenstijd te markeren of om de dag uit te luiden; om de uren te tellen, de doden te bewenen of om voor storm en brand te waarschuwen. En de belangrijkste functie van de klok komt uit op zon- en feestdagen: om ons naar de kerk te roepen of om nationale feesten op te luisteren.
Ja, vooral op zon- en feestdagen horen we graag de bronzen stemmen.
Dan klinken de klokken in meervoud, soms in veelvoud. Dan blijkt of de beschikbare klokken met zorg tot een combinatie zijn gekozen dan wel of disharmoniërende klokken voor het vaderland weg luiden.
Er zijn plaatsen - bijvoorbeeld in de zorgvuldig aangelegde Noordoostpolder - waar de kerkelijke klokken samen een verrukkelijk accoord vormen. Het komt ook wel eens voor, dat een "kerkgenootschap" zich een klok aanmeet, zonder hoegenaamd te overwegen om zijn klok zich oecumenisch mengt in het interkerkelijk spel - dan wel daar een schrijnende vloek in laat horen.
En dat brengt me op een ervaring in Zuidoostelijk Zwitserland.
Als u daar ooit uw paasvakantie mocht doorbrengen, zo in een bergdorpje in het katholieke deel, dan wordt u op eerste paasdag lang voor dag en dauw wakker geluid door alle beschikbare klokken. En die zijn er niet weinig! Ze luiden tegen elkander, hun klank kaatst tegen de huizen, komt terug van de bergwanden, wordt gekruid door de klank van andere dorpen en verkondigt, in Oosteuropese extase: dat Christus waarlijk is opgestaan.
Eens kwamen wij, na een lange wandeling, in zo'n bergdorpje aan om een kerkdienst bij te wonen. Tegen kerktijd begon een klok te luiden. Een tweede volgde. Telkens stapte een kerkganger de donkerte van de klokkentoren in - en er kwam weer een nieuwe klok bij het concert. Wel zes klokken beierden, van hoog tot laag, van zingend tot galmend tot grommend, hun bonzende klanken over onze hoofden, over het dorp, langs de bergwanden, tot ver naar de einder. Het kerkvolk ging niet naar binnen. Het kerkvolk verspreidde zich over het kerkhof. Ieder ging langs zijn geliefde graven. De ontslapen broeders en zusters worden met Pasen nog eenmaal toegesproken, samen met de levenden. Aan allen werd het evangelie verkondigd: dat de Heer waarlijk is opgestaan en dat wij nu zeker kunnen zijn van onze opstanding. Wel een kwartier over tijd zwegen de klokken pas en verzamelde zich de gemeente in haar gebouw, om te zingen: Auferstehn, ja auferstehn wirst du, mein Leib, nach kurzer Ruh. Unsterbliches Leben wird Der dich schuf dir geben. Halleluja, halleluja!
Die klokken hebben in ons nationaal bestaan een ruimere functie dan het bezingen van kerkelijke feestdagen. Ook nationale feesten worden er gewoonlijk mee geaccentueerd. Menige Oranje-vereniging begint haar program met een ochtendlijk klokkengebeier, eventueel gevolgd door een réveille in koper. Maar het is een feit dat vooral de kerken - eigenaars immers van verreweg de meeste klokkentorens - met klokgelui verbonden zijn. En het is dan ook geen wonder in onze ontkerstende staat, dat in steden langzamerhand een leger van protesterende stemmen zich doet horen tegen de zondagse klokkenklank. Er zijn veel mensen die op zondag willen uitslapen. Ze willen de rustdag op hün wijze beleven en hebben om het geluid van jubelende klanken niet gevraagd. Zoals de kerkgebouwen in grote steden leeg en overbodig dreigen te worden, zo zullen wellicht ook de torenklokken op de duur stil en overbodig worden.
Dat is om vele redenen te betreuren. Want wie de klokkenklank uit het stadsbeeld verwenst, ruimt ook de brede, algemene en sociale functie van de klokken uit zijn leven. Die kerkklokken. Ze hebben veel gemeen met de Oudtestamentische sjofaar: de ramshoorn of de "bazuin". Die sjofaar verkondigde immers ook alle religieuze en sociale evenementen: de oproep tot de strijd en de oproep tot de eredienst; het feest des geklanks", d.i. de nieuwe (volle) maan en de val van Jericho; het avondoffer en de nieuwjaarsdag; de grote verzoendag en de inhuldiging van een nieuwe koning. Het is jammer. dat nieuwe vertalingen déze sjofaar met "trompet" vertaalden; de trompet (chatzotsera) was een koperen instrument met een geheel andere, nauwkeuriger omschreven, functie.
En dan die "bronzen stemmen". In talloze liederen is 'de klok gebruikt - zo niet als onderwerp dan toch als meewerkend voorwerp.
Inderdaad: een goede klok is van brons en dat betekent een mengsel van rood koper en tin. Een klok wordt gegoten - dat wist men al duizenden jaren ,geleden. Hoewel de Chinezen, de oudste bekende klokkenmakers, nog van koperen platen uitgingen en de verre Oosterlingen in de gamalang zijn blijven steken.
Het gieten van een klok is op zichzelf al een kunstwerk, waarbij eeuwenoud vakmanschap en de modernste electrische apparatuur samenwerken. Maar dat ga ik u niet allemaal vertellen: Het gieten van de klok was voor de dichter Friedrich von Schiller aanleiding tot zijn prachtig "Lied von der Glocke". Elk couplet, dat een deel van het werkproces beschrijft, wordt afgewisseld door een vers met een filosofische toelichting. Er steekt een hoop waarneming en een enorme levenswijsheid in von Schiller's schone lied. Ziet u het maar eens te pakken te krijgen als u het niet kent.
Behalve voor het luiden worden veel klokken nog op andere wijze gebruikt: om de uren te melden bijvoorbeeld. Bij het luiden wordt een klok gezwaaid, zodat zijn vrijhangende klepel regelmatig met een slag tegen de rand valt. Maar bij de uren, en halve uren, en kwartieren soms, en halve kwartieren zeer zelden, wordt automatisch een tik met een ijzeren hamer tegen de klokkenrand gegeven.
De voorslag! Voordat een zware, diepe klok zijn slagen aftelde naar de uren, kwam al eeuwen geleden het gebruik op: om met een kleinere klok aandacht voor het komende urental te vragen. Dat was de voorslag. Door de hoge toontjes werden de burgers erop attent gemaakt, dat het juiste uurcijfer 2l0U worden geslagen. Naarmate men meerdere kleine klokjes had, werd een speels thema van welluidende klokjes gespeeld: een uitbreiding van voorslag tot voorspel.
En deze voorslag werd in de 16e eeuw uitgebreid tot een complete melodie, door een compleet klokkenspel gespeeld. De melodie werd op een cilindrische trommel vastgezet, welke automatisch ronddraaide en stalen toetsen neerdrukte, welke elk de corresponderende hamertjes tegen de klokken lieten vallen. De namen van de gebroeders Hemony schieten u te binnen; de kunstenaars, die alleen in Amsterdam al vijf klokkenspelen ach ter lieten.
Jawel. Want het is maar een kleine stap naar de handbediening van de ,,beiaard". Wanneer die klokken eenmaal aanwezig waren - als luidklokken, als voorslagklokken, als brandklokken, als koningsklokken, als Onze Vader-klok, als arme zondaarsklok, of in welke andere functie ook - kwam vanzelf de gedachte op: om met een handklavier deze klokken, zelfs meerstemmig, te gaan bespelen. Bizonder in België (Jef Denijn, van Mechelen) en in Nederland (Leen 't Hart, van Delft) kwam het beiaardspel tot grote ontwikkeling. De eerste bracht het gevoelige spel van zachte en sterke aanslag, van tremolo-spel (dat is: een accoord staande houden door snelle en zachte herhaling van de eerste aanslagen) en door andere technieken. De tweede, een gereformeerd kerk-organist, breidde de beiaardtechniek uit met sommige orgeltechnieken: bijvoorbeeld de fuga, de toccata en de cantusfirmustechniek in tenor- of basligging. Wist u tussen haakjes, dat voor 1.940 de beiaarden van de wereld voor ruim negentig procent in Nederland en België hingen? Dat cijfer is thans sterk gewijzigd ten gunste van Amerika.
Als u verliefd bent op die typisch vaderlandse vreugde van buitelende klokkenklanken - dan komt u ze overal tegen. In de Kalverstraat van Amsterdam en op de Neude te Utrecht, in de Diezerstraat in Zwolle en aan het Provinciehuis te Arnhem hangen zo maar zes, acht, twaalf klokjes hun koperen vreugde te verkondigen, Ze toveren een lach op uw gezicht; u kunt er niet onderuit; u moet er naar luisteren tot het liedje uit is.
Heeft uw kerkgebouw een klokje, dat de kerktijd inluidt? Of is uw gemeente "niet zo cultureel ingesteld"? Nu, dat waren onze voorouders in de 16e eeuw misschien ook niet - maar ze zorgden wel het zeer nuttige van de uurslag te verenigen met alles wat lieflijk is en welluidt! Doet u het ook maar.