Thomas van Aquino (1225-1274)

1974-05-24
  • Jaargang 18
  • nummer 21
Toen het verzoek me bereikte iets over Thomas van Aquino voor ons blad te schrijven, heb ik geaarzeld.
Thomas is één van de reuzen uit de denkwereld van de christenheid, wiens werk een enorme invloed heeft gehad en nog heeft in de geschiedenis van kerk en theologie.
Het is geen gemakkelijke taak om in een kort en populair bestek iets over zo'n reus te schrijven dat niet uitmunt door oppervlakkigheid. Dat in de eerste plaats. In de tweede plaats is het niet eenvoudig om iets te schrijven over zo'n reus als Thomas is geweest en dan zó, dat er ook nog iets bij is waar de befaamde Hansje en Grietje wat aan kunnen hebben. Eerlijk gezegd zie ik voor dat laatste geen kans. Over dit bezwaar ben ik echter heengestapt.
Hansje en Grietje hebben er intussen recht op dat zij niet vergeten worden. Ik hoop ze niet te vergeten.
De aanleiding tot het verzoek iets over Thomas te schrijven was, dat het in dit voorjaar 700 jaar geleden was, dat Thomas vrij onverwacht op 49-jarige leeftijd gestorven is. Om nauwkeurig te zijn: hij is op 7 maart 1274 gestorven.
Voorzover ik heb gemerkt, is het feit dat het zevenhonderd jaar geleden was op 7 maart, onvermeld gebleven in onze pers, bij radio en televisie. Er gebeurt zoveel elke dag, dat naar men meent, niet onvermeld mag blijven voor het grote lezers-luister- en kijkpubliek, dat men geen aandacht kan schenken aan sommige zaken en figuren uit het verleden al waren dat enorme zaken en al waren de figuren reuzen.
Wij willen in dit eerste artikel iets over de man en zijn tijd vertellen.
In het vervolg over zijn werk en betekenis.
Thomas was een Italiaan. Hij stamde uit de omgeving van Napels. Geboren uit een adellijk geslacht. In een kasteel dat de naam Rocca Secca droeg in de. buurt van het stadje Aquino. Zo is hij aan zijn naam: de Aquiner, gekomen. Vaak ging dat vroeger zo. Thomas à Kernpis droeg ook een naam die herinnerde aan de omgeving, waar hij vandaan kwam. Misschien is het vermeldenswaard dat Thomas' grootmoeder van vaders kant, een zuster was van keizer Frederik Barbarossa.
Zijn moeder was van Normandische afkomst. 1) Voor óns is het een opvallende zaak, dat de kleine Thomas toen hij vijf 1) De feiten en data ontlenen we aan Dr. F. Sassen, Thomas van Aquino, 1933.
jaar was al door zijn ouders in een klooster werd gedaan om daar van zijn prille jeugd aan te worden opgevoed.
Vreemde tijden. Heel vreemd was het motief echter niet.
Zijn ouders deden het om er financieel voordeel uit te halen en tevens in de verwachting dat er voor deze zoon (zij hadden er meer) een goede toekomst zou zijn vastgelegd als hij mogelijk in die toekomst abt van het klooster zou worden. Dat is Thomas nooit geworden. Zijn weg is heel anders geleid. Hij werd hoogleraar.
Toen hij 14 werd kwam hij in Napels terecht om verder te studeren in de faculteit der letteren en wijsbegeerte. Daar kreeg hij al spoedig bekendheid als een zeer begaafd leerling. In Napels is hij in aanraking gekomen met en geboeid geworden door de orde van de Dominicaner monniken. Toen hij 18 werd is hij tot deze orde toegetreden.
Zijn leven lang is hij Dominicaner gebleven. Het klooster, waar hij op zijn vijfde jaar in was geplaatst, was van de Benedictijner orde. Daar heeft hij een degelijke godsdienstige opvoeding genoten.
Daar heeft hij ook als kind uitzonderlijk 'onderwijs gehad. Er was hem een eigen leraar toegevoegd, die hem na het lezen en schrijven, de beginselen van het Latijn bijbracht en de vakken die men toen noemde grammatica, rhetorica en dialectica. Voor ons protestanten hangt er rond kloosters een sfeer van geheimzinnigheid, die tot op vandaag toe gemakkelijk aanleiding is tot allerlei wonderlijke gissingen en vermoedens. Uit de tijd van de reformatie van de zestiende eeuw, is onder ons wat blijven hangen van de toen door sommige reformatoren geuitte, zéér scherpe kritiek op zedelijke wantoestanden die in kloosters frequent zijn voorgekomen.
Ook na de zestiende eeuw zijn natuurlijk wel wantoestanden voorgekomen.
Maar het gaat uiteraard veel te ver als men zijn mening over kloosters uitsluitend door die kritiek en verhalen zou laten bepalen.
Kloosters hebben een stichter gehad, die aan de vrienden die hij om zich heen vergaderde een charismatische leiding gaf. Gegrepen door de nood van de kerk in zijn tijd, wilde zo'n stichter wat doen. Hij wilde een bepaald ideaal verwerkelijken. Een gebeds-ideaal of een armoede-ideaal of een prediking-
ideaal. Men legde zich intens toe op het nastreven van zulk een ideaal tot heil van de ingezonken geestelijke toestanden in de kerk.
In het begin gaf een leider charismatische leiding. Zoals het altijd met charismatische leiding gaat, die is labiel omdat ze aan één of enkele personen hangt. Na verloop van tijd moet de leiding overgaan naar een meer rationele, gereglementeerde gang van zaken. Zo werd een kloostergemeenschap een instituut met al de vóór maar ook met al de nadelen van een star instituut voor geestelijke zaken. In Napels is Thomas dus in aanraking gekomen met de orde der Dominicanen, die hem blijkbaar meer heeft geboeid dan de orde der Benedictijners. De kloosters van deze laatste orde waren gemeenlijk ver van de bewoonde wereld, in de eenzaamheid van bergen en bossen. De Dominicanen hebben zich van meetaf in de steden gevestigd en bij voorkeur in de centra van het intellectuele leven, waar hun werk, hun apostolaat onmiddellijk de leidende kringen ten goede kon komen en uit het contact met het wetenschappelijk milieu konden zij zelf op hun beurt gevoed worden. Het ligt voor de hand te denken dat Thomas door deze vorm van wetenschappelijke zielzorg, zoals men dat zou kunnen noemen, is aangetrokken. Wellicht is hij ook aangetrokken door het leven van armoe en ontzegging, dat door deze Dominicaner- of bedelmonniken geleid werd.
Toen Thomas deze stap had gedaan, nam de generaal der orde hem meteen mee uit Napels naar Parijs om daar zijn opleiding te voltooien.
Dat ging echter niet door. Zijn moeder was van deze gang van zaken niet gediend en liet door twee broers van Thomas, die in het leger dienden, hem inrekenen en opsluiten in een kasteel. Zij wilde hem dwingen de orde weer te verlaten.
Deze dwang heeft geen resultaat gehad. Thomas bleef trouw aan zijn afgelegde belofte. Na ongeveer twee jaar kwam hij vrij. Na dit oponthoud van een paar jaren, kwam Thomas in Parijs.
We moeten ons de dertiende eeuw niet voorstellen als een donkere eeuw van alleen maar barbarij en boersheid. Die was er ook. Maar er was eveneens een zeer uitgebreide en intensieve wetenschappelijke en culturele activiteit. Parijs Was met zijn talrijke scholen reeds in deze eeuw het middelpunt van het wetenschappelijk leven in Europa!
Niet alleen op het gebied van de theologie maar ook op dat van de zogenaamde profane vakken waren er centra voor studie. De beste leraren uit heel Europa waren zich daar komen vestigen en zij trokken uit alle landen der christenheid talrijke leerlingen. Daar hadden zich studie-centra gevormd die, minder onderhevig waren aan de wisseling van personeel dan het geval was aan de scholen in kleinere plaatsen.
Kortom er waren verschillende kloosterscholen naast de kathedraalschool van de Notre Dame. Vanouds stonden al die scholen onder het opzicht van de kanselier van de Notre Dame. In deze dertiende eeuw heeft zich de organisatie van al deze scholen ontwikkeld tot een gemeenschap die geheel het onderwijs in Parijs zou omvatten. Dat was het begin van de universiteit. Men noemde die gemeenschap naar analogie van de ambachtsgilden - het geheel van de hoogleraren en student, In het Latijn: de universitas magistrorum et scholarium (schola is eigenlijk: school. Ons Nederlandse woord is daarvan afgeleid zoals ieder kan inzien).
Doel van dit studie-gilde was de rechtspositie van docerenden en studerenden in de middeleeuwse samenleving te beveiligen en de belangen van het studie-bedrijf in zijn totale omvang te behartigen.
Na drie jaren in Parijs gestudeerd te hebben onder leiding van de toen zeer beroemde Albert, die de Grote werd bijgenaamd, ging hij met zijn leermeester Albert mee naar Keulen.
Albert heeft Thomas op het spoor gezet waarop deze konsekwent is doorgegaan namelijk de studie van de Griekse wijsgeer Aristoteles.
Na vier jaar Keulen moest magister-titel) in de godgeleerdheid door te maken.
Thomas terug naar Parijs om daar zijn stage voor het meesterschap (de Intussen was in Parijs enorm veel wrijving en strijd tussen verschillende stromingen, inzichten en methoden van studie aan de verschillende scholen. Thomas die door zijn leermeester Albert gebracht was tot de studie van de beginselen van Aristoteles' filosofie, was in die tijd een nieuwlichter wiens optreden hevig werden bestreden. Maar mede aan zijn grote bekwaamheid dankte Thomas het dat hij met zijn "nieuwe" opvattingen tenslotte werd aanvaard.
Na het beëindigen van zijn academische studie werd Thomas door paus Alexander IV naar het pauselijke hof in Italië ontboden vanwege zijn bekwaamheden. Hij kreeg er een minder bezet program van onderwijs en meer tijd voor eigen studie.
Negen jaren is hij toen achtereen in Italië werkzaam gebleven. Dat was op het hoogtepunt van zijn kunnen. Er was rust rondom voor hem en hij kon wetenschappelijk werk van grote allure verrichten.
Zijn energie moet ongelooflijk zijn geweest. Bovendien stelde zijn sterke constitutie hem in staat tot een activiteit die haast bovenmenselijk moet zijn geweest. Ooggetuigen hebben verhaald dat hij vaak aan drie of vier schrijvers tegelijkertijd dicteerde over verschillende onderwerpen.
In 1268 moest hij plotseling naar Parijs terug vanwege de nieuwe beroeringen en strijd aan de universiteit om het Averroïsme. In 1272 werd hij naar Napels teruggeroepen.
December 1273 moest hij met werken stoppen. Een maand later heeft hij zich nog weer op reis begeven naar Lyon om op het concilie aldaar als pre-adviseur te dienen bij de bespreking over mogelijke hereniging van de westerse en de oosterse kerk, die zoals bekend in 1054 uit elkaar waren gegaan. Onderweg naar Lyon is hij plotseling ziek geworden en tenslotte na enkele weken, in een eenvoudig klooster gestorven. Achteraf zeggen wij: waarschijnlijk heeft hij zich vroegtijdig zijn einde bereid door zijn harde, zichzelf nimmer ontziende studie-arbeid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief