Boekbespreking

1974-05-24
  • Jaargang 18
  • nummer 21
Ds. C. Vonk, De voorzeide leer.
Deel 1e, de Heilige. Schrift, Richteren. Uitg. Wesdijk, Liebeek en Hooijmeijer, Barendrecht, 1974. Prijs f 35,- (de intekenprijs was f 29,50).

Met volharding en voortvarendheid zet Ds. Vonk zijn monumentale werk, dat als hoofdtitel "De voorzeide leer" heeft, voort. Vrij spoedig na de verschijning van Jozua is nu Richteren in het licht gegeven.
Weer moet ik mijn bewondering uitspreken voor wat Ds. Vonk in dit boek biedt en voor de enorme hoeveelheid litteratuur waarnaar hij verwijst. Dat moet hij dan toch maar allemaal onder ogen gehad hebben!
Terecht typeert de schrijver het boek Richteren met een daarin viermaal voorkomende aantekening: In die dagen was er geen koning in Israël, ieder deed wat goed was in zijn ogen. Het boek Richteren tekent in zekere zin Israëls donkere Middeleeuwen. waarna het licht van het Messiaanse koningschap doorbreekt, al is het ook met het koningschap in de aanvang lang niet alles blinkend goud. In het boek Deuteronomium werd door de Here zelf al gesproken van een in de toekomst bij Israël opkomend verlangen naar een koning (hoofdstuk 17), en daarvoor gaf de Here toen al de koningswet. Maar toen het bij Israël zover kwam was het lang geen zuivere begeerte; het moest een zichtbare, tastbare koning zijn die vóór het volk zou uitrukken en z'n oorlogen zou voeren (1 Sam. 8: 20).
De tijd der Richteren bereidt het koningschap, dat dus als zodanig niet verkeerd was, voor. Het volk gaat zien dat het een bestendig vorst nodig heeft om in het blijvend bezit van de toegezegde erfenis (Kanaän) te geraken. Die erfenis, daar gaat het om. Zo deelt Ds. Vonk het boek Richteren in vier paragrafen m: Hoe Israël de erfenis heeft veronachtzaamd; Hoe Israël de erfenis heeft verbeurd; Hoe Israéls erfenis is bedreigd; Hoe Israél de erfenis heeft verzondigd.
De naam "Richteren" wordt door de schrijver m.i. juist verklaard.
Deze Richteren deden meer dan recht spreken. Dat deden ze zelfs niet eens allemaal. Het desbetreffende Hebreeuwse werkwoord heeft ruimere betekenis. Het kan zien op verlossingsdaden en zelfs wel op het geven van onderwijs aangaande Gods verbond. Daarom is de benaming "Richteren" te verkiezen boven de in Rooms-Katholieke kring gebruikelijke: "Rechters". Misschien had Ds. Vonk voor de bredere betekenis van het Hebreeuwse werkwoord kunnen verwijzen naar het hierboven vermelde 1 Sam. 8 : 20.
Op pp. 377v. (dit deel begint met p. 365) spreekt Ds. Vonk van een misjpaat (rechtzaak) voor Israël, welk woord van het bovenbedoelde werkwoord afkomstig is. Hij verwijst dan naar Num. 27 : 21, waar gezegd wordt dat Jozua, Mozes' opvolger, voor de priester Eleazar zal komen staan, opdat Eleazar voor hem (Jozua) in zo'n mispaatde "urim" zou vragen voor het aangezicht van Jahweh. Aldus Ds. Vonk.
Op een of andere manier werd door middel van de "urim" (en "tummim") Jahweh geraadpleegd. Even verderop lees ik: "Wanneer Eleazar in de één of andere "misjpaat" (moeilijke nationale situatie) Jahweh zou raadplegen " Nu vraag ik me af of Ds. Vonk bedoelt dat in Num. 27 : 21 staat dat Eleazar in een "misjpaat" de "urim" moet vragen.
Zo ja, dan lijkt mij dat niet juist. Er staat volgens de officiële vocalisatie: de "misjpaat" van de "urim" vragen.
En "misjpaat" heeft hier dan de betekenis "beslissing". De "urim" geven een beslissing d.w.z.: door middel van de "urim" maakt Jahweh zijn beslissing bekend.
Deze opmerking verkleint geenszins de grote waardering die ik ook voor dit deel van Ds. Vonk's werk heb. Ik wens het graag in de handen van allen ter vermeerdering en verdieping van de kennis der Schriften.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief