Waarom ik weer naar de kerk ga

2013-02-23
  • Jaargang 57
  • nummer 4
Misschien weet u dat ik acht jaar lang de kerk de rug heb toegekeerd. Het werkte niet zo tussen ons. We waren uit elkaar gegroeid. Er was in mij te veel ongeloof en in de kerk, nou ja, daar misschien ook wel. Eerst scheidden we van tafel en bed. Toen echt.
Tot zover een mooi verhaal voor ‘Adieu God’. Maar het verhaal gaat verder. Inmiddels ben ik weer terug in de kerk. Met hangende pootjes, zeg ik wel eens met een grijns, want helemaal pais en vree is het niet tussen ons. Ik laat me wel eens wat ontglippen, in een column of zo. En dan hoor ik haar soms ‘godslastering’ of iets dergelijks fluisteren. Zo gaat dat tussen ons. Liefde op het tweede gezicht. We zijn niet verliefd, we houden wel van elkaar.

Waarom houd ik van de kerk? Omdat ik in die acht jaar ballingschap merkte dat ik niet ‘op m’n eentje’ besta. Ik probeerde in m’n uppie te geloven, samen met m’n boeken en m’n gesprekken, maar ik besta nauwelijks ‘in m’n uppie’. Ik ontdekte dat ik (en iedereen trouwens) een kuddedier ben.
Je kunt op YouTube een grappig verborgencamerafilmpje zien uit de jaren vijftig. Een onwetende man staat in de lift , natuurlijk met zijn gezicht naar de deur. Er komen vier personen bij – acteurs, horen we van de voice-over. Zij gaan met hun rug naar de deur staan. De man fronst, kijkt verbaasd om zich heen en draait dan om. De vier personen draaien vervolgens naar rechts en de man draait – bijna alsof het afgesproken is, als in een dans – automatisch mee. Hoe onzinnig ook, hoe onlogisch ook: we passen ons aan onze omgeving aan.
Deze verborgencameragrap was verzonnen door een wetenschapper, Solomon Asch. In diezelfde periode liet hij een aantal proefpersonen vier lijnen zien en vroeg welke twee even lang waren. Als de proefpersonen alleen waren, gaven ze vrijwel allemaal het goede antwoord. Het was namelijk overduidelijk. Maar toen de wetenschapper een paar acteurs inhuurde die eerst het foute antwoord gaven, gaf de proefpersoon veel vaker ook dat foute antwoord. Zestien keer zo vaak. Zo beïnvloedbaar zijn we. Zozeer volgen we de groep.

Als we bij zo’n simpele vraag als de lengte van lijnen al de mist ingaan, wat doen we dan bij andere kwesties die veel minder overduidelijk zijn, zoals de vraag of God bestaat? We volgen. We doen wat de groep om ons heen doet. Dat merkte ik ook bij mezelf. Ik wilde dolgraag meer over Jezus ontdekken, maar toen ik de kerk verliet, kwam ik prompt in andere kuddes terecht, die mooi en inspirerend waren, maar die weinig meer met Jezus hadden. En ik merkte dat ik dat begon over te nemen. Dat Jezus me uit de vingers glipte, of beter gezegd, dat ik uit zijn handen dreigde te glippen.
Daarom doe ik weer mee aan een kerk. Als ik sowieso bij één of meer kuddes hoor – en daar ontkom ik niet aan – dan toch het liefste bij een kudde die zich laat inspireren door Jezus. Want iedereen heeft een herder, maar ik kan me geen betere herder voorstellen dan Hij. En groepsdruk is overal, maar dan het liefste een groepsdruk waar Jezus een rol speelt. Iedereen heeft een dogmatiek, maar geef mij maar een dogmatiek die God centraal stelt. En als er toch overal ‘gepreekt’ wordt, dan toch graag een preek over God.

Reinier Sonneveld is schrijver, filmmaker en spreker. Tijdens het congres van Opbouw en De Reformatie op 23 maart zal hij een toespraak houden over ‘Waarom ik weer naar de kerk ga’.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief