Oog en hart voor Gods werk wereldwijd
2005-05-06
De Here, onze God laat ons in Zijn Woord zien dat Zijn hart uitgaat naar elk mensenkind op aarde. Hij verlangt ernaar dat mensen in alle landen en tijden Hem zullen kennen en aanbidden. Zijn oneindige liefde voor onze wereld is de drijfveer die Hem leidde tot de verzoening in Christus. Jezus is de enige zekere heilsweg.- Jaargang 49
- nummer 9
Het is de taak van de Christelijke gemeente om dat uit te dragen.
Het evangelie omtrent het kruis en de opstanding van Christus dient daarom overal verkondigd te worden.
God roept en bekwaamt door Zijn Geest steeds weer arbeiders die het vuur van levend geloof aanwakkeren.
Ook in onze generatie zijn er tienduizenden zendelingen over heel de wereld werkzaam om het evangelie door middel van woord en daad te verkondigen. Ondanks tegenstand en strijd groeit de Kerk vandaag in vele landen.
Zending betekent: oog en hart hebben voor Gods wereldwijde werk in onze generatie. Het is dus meer van meeleven met enkele predikanten die we elders in de wereld onderhouden om er te helpen bij de opbouw van Gods gemeente aldaar.
Het is meer dan je inzetten voor een eigen brokje zendingswerk overzee.
Het betekent wereldvisie: meeleven met, en voorbede doen voor heel Gods Kerk in onze dagen; de groei en uitbouw van die Kerk stimuleren waar we dat maar kunnen; ernaar verlangen zelf gebruikt te worden als instrument in Gods hand, als kanaal van Zijn liefde, dichtbij en veraf. Natuurlijk dient die brede visie zich te concretiseren in de betrokkenheid bij een bepaalde groep of project. Maar we mogen nooit de brede bijbelse motivatie erachter uit het oog verliezen en alleen maar oog en hart hebben voor onze eigen domeintjes binnen het wereldwijde Koninkrijk van God.
Gemis
Eerlijk gezegd mis ik in onze kerken vaak die brede visie en bewogenheid voor heel Gods werk en Kerk. Onze Nederlands gereformeerde angst voor overkoepelende structuren heeft geleidt tot een verbrokkeling van ons zendingswerk zodat we nauwelijks samenwerken, zelfs waar we allen bezig zijn binnen het stramien van eenzelfde kerkengroep in Zuid-Afrika. Dat verzwakt ons getuigenis tegenover een zelfstandig geworden kerk daar.
Roept de Here ons daarom vandaag niet terug naar een bredere en meer bijbelse basis voor de zendingstaak?
Is het niet de hoogste tijd dat we landelijk onze krachten bundelen om ons samen in te zetten voor de zendingstaak? Dient onze lokale betrokkenheid niet te worden ingebed in een bredere visie voor kerkopbouw wereldwijd?
Dichtbij
Via de media is de wijde wereld dichtbij gekomen. Onze jongeren groeien op met een veel bredere blik. Willen we hen motiveren voor zendingswerk dan dienen we de netten wijder uit te zetten. Dat kan zich vertalen in samenwerking met kerken, organisaties en projecten elders in de wereld. Het kan ook leiden tot inzet om in onze eigen omgeving mensen te bereiken en kerken te planten in nieuwbouwwijken. Want ook ons eigen volk is weer volop zendingveld.
Zes continenten
Er zijn trends die onze betrokkenheid bij het zendingswerk ongemerkt beïnvloeden en drastisch veranderen. We moeten beseffen dat het zwaartepunt van de christelijke wereld zich niet langer bevindt in de westerse wereld maar dat het is verschoven naar de Kerk in alle werelddelen. Duizenden kerken in Afrika en Azië zijn volwassen geworden en staan nu op eigen benen. Kerken die gesticht zijn door 'onze' zendelingen bezinnen zich nu zelf hoe ze gestalte kunnen geven aan de zendingsopdracht. Er zijn er onder hen die nu zendelingen uitsturen naar Europa en Amerika om te gaan werken in onze geseculariseerde, vaak goddeloze steden. Onze wereld kan dus niet langer worden opgedeeld in 'zendende landen' en 'zendingsvelden'. Te vaak wordt er nog gedacht en gebeden in onze kerken alsof de zendingsvelden alleen in Verwegistan zijn. Tegenwoordig wordt de zendingstaak uitgevoerd vanuit zes werelddelen naar zes werelddelen. Het Christelijk geloof krijgt een minder westers, meer universeel karakter.
Niet-westers
Dit betekent dat de dominantie van Europa en Noord-Amerika (de westerse wereld) in het zendingsgebeuren bezig is te verdwijnen. Dat komt deels door het kerkelijk verval in ons eigen werelddeel maar vooral ook door de bevolkingsgroei elders: in 1900 bevond 18% van de wereldbevolking zich in westerse landen en de meesten van hen waren christen; in 2000 bevond nog slechts 8% van de wereldbevolking zich in Noord-
Amerika en Europa en velen zijn geen christen meer.
In 2001 was al meer dan 50% van de zendingsarbeiders wereldwijd afkomstig uit niet-westerse landen. Terwijl ons werelddeel seculariseert en minder zendingsgericht wordt, roept Gods Geest elders arbeiders voor Zijn werk. In Zuid-Korea bijvoorbeeld zijn 280 theologische scholen zijn met een totaal van 16.000 studenten en er zijn inmiddels meer dan 10.000 zendelingen vanuit Zuid-Korea naar andere landen zijn uitgezonden. En wist u dat er meer Indonesische christenen zijn (10 tot 15 % op een bevolking van 230 miljoen) dan Nederlandse staatsburgers?
Willen we de komende decennia werkelijk meedoen in het zendingsgebeuren dan dienen we een bredere visie op zending te ontwikkelen en ons aan te sluiten bij internationale netwerken van zendingsgerichte kerken.
Hóe we in een veranderende wereld de zeilen kunnen verzetten en onze netten wijder kunnen spreiden is niet zo gemakkelijk aan te geven en te verwezenlijken. Het vereist gezamenlijke bezinning, gebed en inzet. De basis ervoor is het besef dát er wat moet veranderen in onze visie op zending en de wijze waarop we samen gestalte geven aan de zendingsopdracht van onze Heer.