EEN STORMACHTIG FEEST

1974-05-31
  • Jaargang 18
  • nummer 22
• Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen

Een soldaat vervult zijn dienstplicht. Mei 1974 gaat hij in dienst, september 1975 komt hij er weer uit. Hij heeft zijn zestien maanden vol gemaakt. Vervullen betekent vol maken.
Het Pinksterfeest is de vervulling van het Paasfeest. Op Pinksteren worden de Paasdagen vol gemaakt. In de nieuwe vertaling lezen we: "En toen de Pinksterdag aanbrak". Maar de oude vertaling is beter.
Niet omdat zij oud is, maar omdat zij beter is: "Ende als de dagh des Pincksterfeests vervult wert". De dag van de vijftigste werd vervuld.
In de Zaanstreek kennen we een derde Pinksterdag: Pinkster-drie, In de Schrift kennen ze een vijftigste Paasdag: Paas-vijftig. En Paasvijftig is Pinkster-één. Op die dag komt de Here Jezus klaar met zijn opstanding. Op die dag staan immers Jezus' discipelen op, en zij spreken.
Zij spreken van de grote daden Gods.

Horen en zien vergaat je

Een jaar of tien geleden logeerden we in Zwitserland. Een drukkend hete dag, opeens trekt de lucht vol zwarte wolken. "Luiken dicht!"
wordt er geschreeuwd. We komen er niet eens aan toe: het hele huis is één en al gierende storm.
Een jaar of twintig geleden fietsten we buiten Breukelen. Opeens barst het onweer los. We vluchten in een golfplaten loods. De bliksem slangt naar beneden: honderd meter, vijftig meter, bóven op de loods.
"Brand!" wordt er geschreeuwd. De loods is vol laaiend vuur.
We stellen ons de Pinkstertekenen altijd veel te slap voor. Als een soort hoorspelgeluid en rustig brandende kaarsevlammetjes. Maar het huis waar de discipelen zijn, dávert van de storm die geen storm is.
"Luiken dicht!" roept Maria. En het vuur dat geen vuur is, schicht en blikkert heen en weer. "Kijk uit, man, je staat in brand!" schreeuwt Petrus tegen Thomas.
Twee geweldige tekenen: wind en vuur. Wind kun je horen, vuur kun je zien. Een teken voor het oor en een teken voor het oog. Horen en zien vergaat je op Paas-vijftig, op Pinkster-één.

• Zijn laatste uur heeft geslagen

Daarom grijpt Petrus ook naar het woord van Joël: "En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm. De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt."
Daarom vragen de Joden zo paniekerig: "Wat moeten we doen, mannen broeders?" Bergen, valt op ons! Heuvelen, bedekt ons! Want de grote dag van Gods toorn is gekomen en wie kan bestaan?

• Waar het hart vol van is, loopt de mond van over

In Afrika steken de mensen het gras in brand. En als het vuur over de steppe heeft geloeid, is het landschap zwartgeblakerd. Maar na een paar weken ligt er een groen waas over het -land: nieuw gras, nieuw leven.
Zo brandt de Geest van Jezus de oude dood weg en schept Hij nieuw leven. Jezus maakt zijn discipelen brandschoon. En dat betekenen de Pinkstertekenen.
Het zijn dan ook geen drie tekenen, het zijn twee tekenen. Het- spreken in andere tongen is net zo min een teken als het vervuld worden met de Heilige Geest. Èn het een èn het ander is de betekende zaak.
"En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren." Dat is het eerste teken. En de betekende zaak is: "En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest."
"En er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen." Dat is het tweede teken.
En de betekende zaak is: "En zij begonnen met andere tongen te spreken zoals de Geest het hun gaf uit te spreken."
En het verband tussen een en twee? - Waar het hart vol van is, loopt de mond van over!

• Het hart ligt hen op de tong

Ik had in Buitenpost al vaak een treinkaartje naar Leeuwarden gekocht.
Maar toen ik voor het eerst "Twa retour Ljouwert" bestelde, ging het hart van de beambte open. Zo gaat het hart van de Joden open, als zij de discipelen in hun eigen taal horen spreken.
Het waren allemaal Joden daar in Jeruzalem. En Joden verstaan Aramees. Ze verstonden Petrus dan ook best, toen hij zijn Pinksterpreek hield. Het ingewikkelde talenwonder was helemaal niet nodig.
Waarom het dan toch gebeurt? Judas maakt dat duidelijk. Het staat daar midden tussen Mesopotamië en Cappadocië. En een Judeeër heeft geen talenwonder nodig om een Galileeër te verstaan. De Limburger begrijpt de Groninger ook wel zonder tolk. Maar zijn hart gaat open, als hij zijn eigen smeuïge taaltje hoort. En dat hoorden ze daar in Jeruzalem: de inwoners van Mesopotamië, Judae en Cappadocië!
"Hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?" Ieder in zijn eigen dialekt. De taal van je ouderlijk huis, de taal van je jeugd, de taal waarin je dènkt. Zó dicht komt het grote nieuws bij kleine mensen!
"Ich bin Berliner", zei Kennedy in West-Berlijn. En de mensen juichten.
"Ik ben uw Broeder", zegt Jezus in je moedertaal. En ze laten zich dopen: Friezen, Groningers, Limburgers en Zaankanters, allemaal.

• Een fikse ruzie

Omdat de Here Jezus zo dicht bij ons komt, moeten wij zo dicht bij de Here Jezus blijven. Van Ruler schrijft: "God woont bij ons in. Wij zijn onszelf en God is zichzelf. Wij zijn niet één, wij zijn twee. Maar de Eén woont bij de ander in. Zoals alle inwoning met veel ruzie en strijd gepaard gaat, zo ook deze. De bijbel noemt dat de strijd van de Geest (met een grote G) met het vlees."
Waar deze strijd gestreden wordt, vallen Pasen en Pinksteren op één dag.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief