"Naar de kerk gaan"?

1974-05-31
  • Jaargang 18
  • nummer 22
In het Friesch Dagblad las ik gisteren het volgende artikel: Een professor in de theologie werd geïnterviewd in opdracht van de redactie van het liberale Handelsblad, dat gefuseerd is met de liberale NRC.
Aan het slot van dit interview konden de lezers van die Amsterdams-Rotterdamse krant het volgende vinden:

Laatste vraag: gaat u veel naar de kerk?
Kuitert: "Ik preek zondags, maar verder niet zo veel. Ik huiver er wat voor, het is vaak zo weinig zeggend. In bepaalde gevallen denk ik: moet ik daar mijn kinderen aan wagen?"

Krijgt u geen last met die uitspraak?
"Waarschijnlijk wel, ik zal wel wat bedroefde dominees op m’n dak krijgen. Het is niet mijn aard om moeilijkheden te zoeken, het is eigenlijk meer mijn stijl om overal soepel doorheen te gaan.
Maar als de zaak het waard is moet je de tanden op elkaar zetten.
En die kinderen moeten langer mee dan de dominees, daarover wil ik geen misverstand laten bestaan."

Wij weten niet, of de professor inderdaad veel bedroefde, of verbaasde, of zelfs verontwaardigde. dominees op zijn dak zal krijgen. Velen van hen kunnen inderdaad wat terugschrijven, hoewel eerder in een van de vele kerkelijke bladen dan in de liberale dagbladpers. Maar deze uitspraak heeft niet alleen betrekking op dominees, maar ook op kinderen. Op de kinderen van de professor uiteraard in de eerste plaats. Niet op uwen mijn kinderen, hoewel de professor, als hij zeker in de kerk komt, omdat hij Er préékt, het niemand kwalijk zal nemen, die zegt: Ik blijf thuis 'net mijn kinderen, want die kinderen moeten nog langer mee dan deze professor. Hij kàn zo'n reactie, vanuit zijn standpunt, niemand kwalijk nemen, en zal het waarschijnlijk ook niet doen.
Wij willen hier niets schrijven over de dominees, maar wel over de kinderen.
Met grote dankbaarheid gewagen wij er van, dat onze ouders ons van jongs aan hebben gewend, om elke zondag mèt hen naar de kerk te gaan. In het kerkelijk leven spelen gewoonten ook een rol. En van de Here Jezus staat beschreven: En Hij kwam te Nazareth, en Hij ging volgens zijn gewoonte op den sabbathdag naar de synagoge. Gewoonte is iets anders dan sleur. Dat weet een eenvoudige huisvrouw u nog wel te vertellen.
Wij kennen vele gezinnen, waar het gewoonte is, dat vader en moeder en de kinderen èlke zondag sàmen naar de kerk gaan. Sommige gezinnen vullen een hele bank.
Daar zit op zichzelf al wat moois in, wat feestelijks. Door de week is ook binnen het gezin het leven vaak een leven van kruisende wegen. In sommige gezinnen is het niet of nauwelijks mogelijk, dat door de week het hele gezin bij een gemeenschappelijke maaltijd samen om de tafel zit. Maar de zondag is anders.
Dan zijn we sámen. En dat sámen krijgt elke zondagmorgen een bijzondere gestalte, als we samen naar de kerk gaan.
Een meisje vroeg aan haar moeder: waarom moeten wij elke zondag naar de kerk? De meeste kinderen van mijn klas gaan alleen, als ze zin hebben, maar meestal mogen ze uitslapen.
De moeder begon niet met het gebruikelijke antwoord over moeten of mógen, Maar ze zei wel: vader en moeder hebben al tè veel gevallen gezien, waar de ouders ongeregeld gingen, en waar de kinderen maar af en toe meegingen, en als die kinderen later groot zijn, is er een dikke kans, dat ze helemáál niet meer gaan. Dat is de consequentie bedoelde zij, als je eenmaal als motto hebt gekozen: Je moet er vooral geen gewóónte van maken.
Er zijn gelukkig vele gezinnen, waar de ouders elke zondag samen met de kinderen naar de kerk gaan. Ze zitten fijn bij elkaar. Ze zingen sámen mee. Wat kunnen die kinderen echt méé zingen. Luisteren ze ook naar de preek?
Die vraag komt wel sterk naar vuren, als de professor het wegblijven vooral schijnt te beschouwen als een wegblijven om de dominee. De kinderen moeten niet aan de kerkgang worden gewáágd, omdat ze niet aan de dominee moeten worden gewaagd.
De professor vertelt in hetzelfde interview, dat hij als jongen elke zondag met zijn ouders naar de kerk ging en dat was zéér saai.
Ik heb natuurlijk geen woord begrepen of onthouden van wat daar werd gezegd. Het woord 'natuurlijk' is hier opvallend, Wij kennen gezinnen, waar vader thuis er voor dankt, dat we weer samen naar de kerk zijn geweest. Er voor dankt, dat er weer een kindje gedoopt mocht worden. Waar in tegenwoordigheid van de kinderen en ook met de kinderen wordt gesproken over wat de dominee heeft gezegd, over wat in de Bijbel staat. Daar hebben de ouders verstaan, dat de christelijke opvoeding, waartoe zij zich bij de doop van hun kinderen hebben verplicht, ook daarin bestaat, dat .zij proberen, de kerkgang voor hun kinderen zo zinvol mogelijk te maken.
Zij zijn niet zo stoer, dat zij hun kinderen de kerkgang besparen, omdat die kinderen langer mee moeten dan de dominees, maar zij vinden het een voorrecht, een zegen, dat zij met hun kinderen kunnen gaan.
Het betreft hier vaak eenvoudige mensen zonder pretenties, vaders en moeders, die op zondagavond als de kinderen al slapen, met z'n beiden, de Here danken, dat ze ook déze zondag weer samen met de kinderen in de kerk mochten zitten, zoals dat kàn in een land, waar de vrijheid nog werd behouden en waar de kerkdiensten geregeld voortgang mogen hebben, En ze danken er voor, dat het zo feestelijk is, zo rijk, dat er ook déze dag zoveel kinderen in de kerk waren zodat je ze bijna boven alles uit kon horen zingen.
Wij hebben vele herinneringen omtrent zeer onderscheiden kerkdiensten, in Nederland en daarbuiten, verspreid over vele jaren.
Eens zaten wij in een Evangelische kerkdienst in het uiterste zuiden van Zwitserland. Voor ons zat een gezin, vader, moeder en vier kinderen.
Allemaal wat op z'n zondags.
Het bleken Nederlanders te zijn. Ze logeerden er: een karavan en een tentje. Maar ze hadden er op gerekend, om zondags "netjes” naar de kerk te gaan. Want - zei de moeder - wij vinden het fijn, om ook in de vakantie de zondag tot zijn recht te laten komen ...
Ze hadden het begrepen: die kinderen moeten, zo God het wil, nog langer mee. En als wij er als ouders niet meer zijn, dan zullen ze ons misschien heel dankbaar zijn, dat wij onder alle omstandigheden, zoveel ons mogelijk was, ons best hebben gedaan, om er, óók voor hen, een echte zondag van te maken.
Er zijn nog vele gezinnen waar de vader en moeder er zo over denken en er naar handelen. Laten we maar zeggen: in hun eenvoud.

Toen ik dit artikel had gelezen herinnerde ik mij dat een tijd geleden een andere hoogleraar in de theologie ook iets over het "naar de kerk gaan" had geschreven.
Het was niet een hoogleraar van de V.U., maar een van een rijksuniversiteit, Deze was gewoon 's zondags hier en daar in het land te preken.
Maar op medisch advies moest hij daarmee een tijdlang ophouden.
En toen is hij van preekhouder, een trouwe preekhoorder geworden. Elke zondag ging hij naar dezelfde kerk en maakte de kerkdienst intensief mee.
Toen hij dat een tijdlang gedaan had heeft hij er publiek rekenschap van afgelegd waarom hij dat deed. Wat hij toen zei werd een loflied op het "naar de kerk gaan" en de beschrijving van het wonder van genade dat God aan zijn kerk in de zondagse kerkdienst schenkt.

Deze professor schreef dat hij naar de kerk ging:
om een kans op de bekéring te lopen;
om een gewoonte vol te houden;
om een traditie voort te zetten;
om de existentie ten volle te beleven;
om de arbeid van de lofprijzing te volbrengen;
om het bijschrift bij een plaatje te lezen;
om de wereld voor te dragen;
om m'n bestaan tot op de bodem te doorgronden;
om het heil te ontvangen;
om tot het licht te komen;
om in de gemeenschap te worden ingelijfd;
om in het openbaar het geloof te belijden;
om mijn bijdrage aan de gemeente te leveren.
om (eventueel) een ambt te dragen;
om de zin van de zondag te verwerkelijken;
om het kerkelijk jaar mee te maken;
om rust te vinden;
om gesticht te worden;
om weer op toonhoogte te komen;
om de verlossing van de wereld te vieren.

De professor die dit allemaal schreef was een van de knapste onder zijn collega's. Het was nl. Prof. dr A. A. van Ruler. En hij deed dat ineen ongelofelijk boeiend boek dat tot titel heeft: Waarom zou ik naar de kerk gaan?
lk kan de lezers het kennis nemen van dit boek zéér aanbevelen.
Overigens: waar het volle Evangelie gepreekt wordt komen de mensen wel.
Nog steeds kennen èn waarderen de schapen de stem van de Goede Herder.
Maar - die stem moet dan ook in de preek krachtig en duidelijk doorklinken!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief