EEN CHRISTELIJK GEBED (5)
1974-06-07
Nu weten zij- Jaargang 18
- nummer 23
Elk 'nu' ligt tussen een 'toen' en een 'straks'. Ook het nu van het wéten ligt tussen een toen en een straks. Het toen van het nog-niet weten, en het straks van het niet-meer weten.
Er was een tijd, dat de discipelen nog niet wisten. Getuige hun eigen gezegde: "Zie, nu spreekt Gij vrijuit, zonder beeldspraak te gebruiken, Nu weten wij, dat Gij alles weet en niet nodig hebt.. dat iemand U vraagt; hierom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan." En er komt een tijd, dat de discipelen niet meer zullen weten. Getuige Jezus' reaktie: "Gelooft gij thàns? Zie, de ure komt en is gekomen, dat gij verstrooid wordt, een ieder naar het zijne en Mij alleen laat."
Jezus weet wat in de mens is, Hij kent zijn kwetsbaarheid. Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn. Juist daarom bidt Hij voor zijn discipelen.
Maar voor het weten-van-nu dankt Hij de Vader. Daar is Hij als een kind zo blij mee: "Nu weten zij dan toch maar!"
Dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt
Als kind kun je niet bewijzen, dat je die gulden van je vader hebt gekregen. Zelf weet je dat, maar tegenover je vriendjes kun je het niet bewijzen. Zij kunnen dat aan die gulden niet zien. Zij kunnen het alleen van jou geloven.
Zo kan de Zoon niet bewijzen, dat al wat de Vader Hem gegeven heeft, inderdaad van de Vader komt. Zelf weet Hij dat, maar tegenover zijn vrienden kan Hij dat niet bewijzen. Zij kunnen dat aan Jezus niet zien. Zij kunnen het alleen van Jezus geloven.
En dat doen zij nu. Nu weten zij dat Jezus' weg en werk, Jezus' macht en mensen inderdaad van de Vader
komen. De discipelen vertrouwen hun Meester.
Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen
Je vriendjes kunnen jouw beweringen wel checken. Ze kunnen het aan je vader vragen. Klopt jouw woord met zijn woord, dan is het waar wat jij beweert.
Zo kunnen de discipelen Jezus' bewering wel checken. Ze kunnen het oude testament er op nalezen. Klopt Jezus' woord met Gods woord, dan is het waar wat Hij beweert.
En het klopt! Het is waar! "Zij hebben in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt."
Daarom is het zo onbegrijpelijk, dat tegenwoordig wordt beweerd: "De bijbel is een mensenwoord". Want het klopt niet. De blinden kunnen tasten, dat de dingen die daarin voorzegd zijn, geschieden.
De gulden die ik van mijn vader kreeg, is niet góéd voor een gulden.
Het is geen bankbiljet, het is een gulden! Het woord dat God spreekt, is niet góed voor Gods woord, het is Gods wóórd! En dat woord hebben de discipelen bewaard. Dat woord wilden ze tot geen prijs meer kwijt. Zij wilden het woord niet meer kwijt, want zij wilden God niet kwijt. "Heer, tot wie zullen we anders gaan? Gij hebt immers woorden van eeuwig leven!"
Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt
Het is natuurlijk niet waar, dat Jezus nooit voor de wereld bidt. De wereld is immers hetzelfde als: de mensen. En God wil dat alle mensen behouden worden. God heeft zijn Zoon niet naar de mensen gezonden, opdat Hij de mensen veroordele. maar opdat de mensen door Hem behouden worden. Jezus bidt dan ook niet alleen voor zijn discipelen.
Maar Jezus bidt ook voor hen, die door hun woord in Hem geloven. Hij bidt dus wel degelijk voor de wereld: in dit zelfde Christelijke gebed!
Maar nu bidt Hij alleen voor zijn discipelen. Zij zijn zo kwetsbaar. En de woorden die Hij hun gegeven heeft, mogen daar niet onder lijden.
Het zijn immers woorden van eeuwig leven! Daarom bidt Jezus voor zijn discipelen. Hij bidt voor de mènsen die de Vader Hem gegeven heeft, want Hij bidt voor de wóórden die de Vader Hem gegeven heeft.
Want zij zijn van U Wie Jezus hoort, hoort God.
Wie de discipelen hoort, moet Jezus en dus God horen. De Zoon is de transparant van de Vader. De' discipelen moeten de transparant van de Zoon en dus van de Vader zijn.
Dat is de reden, waarom Jezus voor zijn discipelen bidt. Zij moeten het beeld van God laten zien, want wij moeten het beeld lvan God zien. En het beeld van God is Jezus zelf.
En al het mijne is het uwe en het uwe is het mijne
Jezus zegt: "Al het mijne is het uwe" - en dat betekent: Jezus is echt mens. Want alleen de tweede echte mens zègt dat. Hij zegt ook: "AI het uwe is het mijne" - en dat betekent: Jezus is echt God. Want alleen de enige echte God kàn dat zeggen. Jezus? Dat is God!
Dat is een verrukkelijke ontdekking. Zo verrukkelijk, dat je er niet over uitgedacht raakt. Luther raakt er dan ook niet over uitgedacht.
Luther schrijft: "Als de gelovigen Christus hebben, ontmoeten en !krijgen ze God zelf. Ik weet van geen andere God dan alleen Christus.
Nergens is God te vinden dan alleen in Christus. Wij zijn Christus' eigendom en in Hem vinden wij vast en zeker de Vader."
Daarom bidt Jezus voor zijn discipelen. God zelf is bij hen betrokken.
Gods eigen eer staat met hen op het spel.
En Ik ben in hen verheerlijkt
Een leraar investeert zijn leven in zijn leerlingen. Komen de leerlingen tot eer, dat wordt de leraar in hen verheerlijkt.
Zo heeft Jezus zijn leven geïnvesteerd in de discipelen. En Jezus behaalt eer aan hen. "Zij houden Hem voor de Schepper van hemel en aarde. Dat staat niet op zijn voorhoofd geschreven. Het tegendeel zouden ze van Hem gedacht hebben. Maar omdat we zijn woord hebben, zien we Hem zoals de zon is. Ze bekijken Mij niet zoals de wereld Mij bekijkt, maar zoals het woord over Mij spreekt - het woord dat ze uit mijn mond horen en dat ze voor waar houden; want zij geloven aan dat woord" (Luther), En daarom óók bidt Jezus voor zijn discipelen. Jezus is bij hen betrokken.
Jezus' eer staat met hen op het spel.
De Vader heeft alles op één kaart gezet: de Zoon. En de Zoon heeft alles op déze kaart gezet: zijn discipelen. Daarom is hun aan het welslagen van de verlossing alles gelegen. Daarom bidt Jezus voor zijn discipelen.
Correctie
Een stormachtig feest werd in stormachtig tempo geschreven en gedrukt Vandaar, dat Judea Judas werd, dat het hart hèn in plaats van hun op de tong lag, en dat aan Zijn laatste uur heeft geslagen het volgende slot ontbrak: "Altijd en overal hebben mensen die een ramp beleefden; gedacht: Dit is het einde van de wereld! En natuurlijk is dat ook zo. Ze krijgen daar in Jeruzalem een voorproefje van het eindgericht. Er worden tekenen opgericht die iets betekenen: de Geest reinigt met bliksemkracht."
Excuus aan de lezer en dank aan de zetter, die het in vliegende haast toch nog zo goed heeft gedaan.