De brief aan de Efeziërs

1974-06-07
  • Jaargang 18
  • nummer 23
Een leven uit feiten. 2 : 4-5

In de onpeilbare diepten van onze schuld is God reddend verschenen in Jezus Christus. Hij heeft ons van dood levend gemaaktin Christus. We zijn met Hem opgewekt.
We worden door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven.
Ik zou me kunnen indenken dat iemand, bij aandachtig turen op deze verzen, de vraag voelt opkomen: vergeet Paulus hier niet het kruis te noemen? Hij zegt immers elders dat hij van niets anders weten wil dan van Jezus Christus en Die gekruist?
Toch is het niet iets dat Paulus vergeet. Hij spreekt van onze opwekking in Christus. Je kunt daarover alleen spreken als je ook weet van de kruisdood van de Heiland en dat in rekening brengt. Hij is de Gekruisigde, maar wat meer is, de Opgewekte.
Rom. 8: 34.
Dat wat meer is brengt Paulus hier in rekening. Omdat de dood de soldij van de zonde is, is door de opwekking, als daad van de Vader, bewezen dat er volkomen voor de zonde betaald is.
De Vader heeft Hem uit het graf geroepen. De opwekking van de Christus, de Middelaar, is het bewijs dat de woorden aan het kruis "het is volbracht" volkomen waar zijn.
Uit deze feiten mogen we leven. De werkwoordvormen in het Grieks maken duidelijk dat het gaat om feiten uit het verleden, die waar gebeurd zijn, die een blijvende betekenis hebben tot vandaag toe. Als dit niet waar zou zijn, de dood, de opstanding en de hemelvaart van Christus, dan zijn we de beklagenswaardigste van alle mensen, zo zegt Paulus in 1 Cor. 15.
In dat zelfde hoofdstuk maakt hij duidelijk dat het maar een dom gedoe is om het getuigenis van de apostelen en anderen over de dood en de opstanding niet te aanvaarden. Het is net zo dom als niet te geloven dat Willem van Oranje geleefd heeft.
We staan of vallen met deze heilsfeiten. Feiten die het heil hebben bewerkt. De plaats en de data van deze feiten zijn aan te geven. Het is geschiedkundig en aardrijkskundig bepaald. Toen en daar is de grote omkeer gekomen.

Een leven met uitzicht. 2: 6, 7

Juist vanwege de feiten uit het verleden is ons leven een leven met een uitzicht. We zijn met Christus opgewekt. We hebben met Christus een plaats in de hemelse gewesten. Die hemelse gewesten spelen nog een rol in deze brief. In 1 : 3; in 6 : 12 en ook in dit deel van de brief.
Misschien denkt iemand: ja maar, Christus is geplaatst in de hemelse gewesten, maar wij nog niet.
Om dit te begrijpen, moeten we het belovend spreken van de H. Schrift verstaan. De HERE zegt tegen Abraham, als hij in Kanaän komt: dit land heb Ik u gegeven. Terwijl hij er nooit iets van in bezit heeft gehad, behalve een graf. Mozes spreekt in zijn afscheidsrede tot het volk Israël, als ze nog niet in het beloofde land zijn, als het nog helemaal veroverd moet worden: dit land dat de HERE u gegeven heeft.
Omdat God zo betrouwbaar is daarom kan er over toekomstige gaven en zegen gesproken worden in de verleden tijd. Daarom kan Paulus zeggen dat we met Christus opgewekt en dat we met Hem een plaats hebben in de hemelse gewesten.
Dan komt er het zwaargeladen vers 7. Er gaat iets van de heilrijke feiten zichtbaar worden in deze wereld. De gedachte van zinvolle leven en van de zinvolle geschiedenis zit erin.
Sedert Pinksteren is de geschiedenis bepaald door de feiten van de dood en opstanding van Christus en de daarop volgende hemelvaart.
De eeuwen worden erdoor bepaald. Het zal leiden tot de wederkomst van Christus. De jaren worden genoemd naarJezus Christus.
Wat is ervan te zien in onze tijd?
Lijkt het er niet veel meer op dat de invloed van het Evangelie steeds meer verder taant?
Nu, toch is er wel wat van te zien. Als we maar open ogen hebben en de kleine dingen niet verachten.
Het is te zien in het feit dat we het Evangelie hebben en ons dat niet hoeven laten af te nemen door het moderne levensgevoel.
Het is te zien in het feit dat het Evangelie nog verkondigd wordt. Ef. 4 : 11. Het is te horen in het gebed van een klein kind en in alle lust om naar de wil des Heren te leven. In elke bekering.
In alle verlangen om de genade Gods te laten doorwerken in ons leven en in het leven.
Dwars door de ondergang van onze tijd Komt er óf een nieuwe tijd óf de nieuwe wereld.
Er is een belofte over bomen en bloemen. Over bossen en bergen.
Over atomen en over de ruimte.
Ef. 1 : 10. Dat is het geheim van Gods plan van eeuwigheid.

Een leven uit genade. 2 : 8-10

Door genade zijn we behouden.
1 : 5. Hier komt dat terug. Het geloof is een gave Gods. Ik heb wel eens gemerkt dat men dit moeilijk vindt. Men zegt dan: als die gave je nu eens niet wordt gegeven?
Door zo te vragen laat men Paulus en heel de Schrift iets anders zeggen dan wat duidelijk bedoeld wordt. Zeker, het is een gave Gods. Dat moet steeds weer herhaald worden tegenover hen, die het van zich zelf of van werken der wet verwachten.
Maar dat neemt niet weg dat het gave is die God wil geven en heeft gegeven. Een gegeven gave.
Denkt U maar aan de verdorven staat, waarin de Efeziërs verkeerden voordat zij op de Heiland gingen vertrouwen. Denkt U ook maar aan Paulus zelf die uit een diepe duisternis wordt getrokken.
Daarom zijn de woorden - door genade zijt ge behouden - niet bestemd om iemand van het Evangelie af te houden, maar alleen bedoeld om hem aan te sporen het wonder van de genade te laten zien.
Niet uit werken der wet.
Toch moeten we wel het goede werken. Het gaat in deze brief over het herstel van alle dingen.
Daarom gaat het ook over een nieuwe mens. Daarom moeten we ook in goede werken wandelen.
Maar wij behoeven de goede werken niet op te zoeken. Want die zijn door God bereid. God opent de deuren, waardoor wij binnen mogen gaan. Een leven van goede werken is een mogelijkheid omdat we in Christus Jezus daartoe geschapen zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief