SMAAKMAKERS?

1974-06-14
  • Jaargang 18
  • nummer 24
Met pen en papier gewapend, gaan interviewers de boer op. Partijbonzen, figuren uit de vakbeweging en uit de kerken, leiders van aktiegroepen en noem maar op, zij komen in een interview voor het voetlicht.
Gedurende reeds vele jaren levert Bibeb interviews in Vrij Nederland.
Puchinger levert elk jaar een bundel met door hem geïnterviewde persoonlijkheden. Rik Valkenburg vult regelmatig de laatste pagina's van Koers met diskussie-interviews.
Veel bladen leveren van tijd tot tijd interviews. Ze worden gretig gelezen.
Maar het afnemen en het weergeven van een interview is een kunst! De interviewer moet "zijn slachtoffer" goed kennen, hij moet zijn gespreksonderwerpen beheersen en een goede algemene ontwikkeling hebben. Anders wordt het een gesprek van de hak-op-de-tak en gaat de geïnterviewde de mist in of krijg je een brokkelig en scheef beeld van hem voorgeschoteld.

Rik Valkenburg

Hij is een bekend interviewer.
Vooral onder de kerkelijk en politiek verontrusten. Onlangs kreeg de redaktie zijn laatste bundel met interviews toegestuurd. "Kerkelijke smaakmakers" is de titel.
(Uitgegeven door Kok in Kampen. Prijs f 17,50.) In dit 237 blz. tellende boek heeft Rik Valkenburg 17 mensen geïnterviewd. 't Zijn allemaal mensen, die via een blad via de radio of de t.v. nieuws verstrekken of kommentaar leveren op kerkelijke gebeurtenissen.
Zij werken dus in ons land op een of andere manier opinievormend. Vandaar de titel van dit boek, waarin wij gesprekken vinden met ds Klaas van Gelder (NCRV), ds J. H. Velema (De Wekker), prof. K. Runia (Centraal Weekblad), drs N. Scheps (Kerknieuws), ir. J. van der Graaf (De Waarheidsvriend) en met prof. C. Veenhof, ds Glashouwer, prof. Kamphuis, Huib Verweij en anderen.

• Kerkelijke smaakmakers

Deze titel vond ik aanvankelijk niet te pruimen. Smaakmakers van Calvijn of zo, à la Wim Kan?
Da's toch te gek.
't Is toch een belediging voor de lezers van allerlei bladen om de redakteuren als hun smaakmakers voorgeschoteld te krijgen.
Zijn de verschillen tussen de genoemde personen misschien kwesties van smaak? Toe nou! Prof. Kamphuis blijkt op blz. 133 ook niet zo veel te voelen voor de term "smaakmaker".
Stel je voor! Alsof de kerkkeus een kwestie van smaak is.
Voor prof. Kamphuis en voor vele anderen beslist niet.
Hoewel de titel 'kerkelijke smaakmakers' mij aanvankelijk voorkwam als een onsmakelijke kreet, begon ik al lezend er iets meer begrip voor te krijgen.
Wat staan verschillende geïnterviewden dicht bij elkaar! Natuurlijk zijn er aksentverschillen, nuanceringen in gedachten, voorkeuren voor bepaalde dingen, terwijl anderen daar iets aarzelend tegenover staan. Maar diepgaande verschillen? Ja, die zijn er zeker.
Maar neem nu eens de interviews met Verweij, Glashouwer, Veenhof, Velema, Kamphuis en Van der Graaf. 'k Heb inderdaad niet verder kunnen komen dat de verzuchting: als dit alles is, dan zijn de verschillen slechts kwesties van smaak.
Ret kan natuurlijk ook aan de interviewer liggen. Misschien haalt hij er toch iets te weinig uit.
Verschillende gesprekken zouden iets dieper kunnen. De beelden van verschillende mensen (bijv. van Veenhof, Glashouwer, Velema e.a.) lijken te veel op elkaar.
Soms stelt Rik Valkenburg een hele diepe, een onpeilbaar diepe vraag. Bijvoorbeeld deze: kunt u het Koninkrijk Gods in kaart brengen?
Menig geïnterviewde zit dan ook op zijn stoel te wippen van verbazing, misschien van ergernis, maar zij moesten deze vraag toch allemaal ontkennend beantwoorden.
Hopelijk niet tot verbazing van de interviewer.

• Nog iets over interviews

Het is bekend, dat ds G. Puchinger regelmatig interviews publiceert.
Hij doet dit ter voorbereiding van het reunistencongres van SSR. Negen bundels heeft hij nu op zijn naam staan. De laatste serie interviews gaat over de toekomst van het christendom. Onlangs sprak Puchinger over dit onderwerp met de ministers Gruijters en Van Agt.
Met Gruijters over het christendom?
Gruijters, die in 1972 van de confessionelen zei, dat hij zijn vingers blijft natellen nadat hij hen een hand heeft gegeven? In 1972 zei minister Gruijters in een interview met de Haagse Post ook nog: "Een akkoord met de confessionelen, dat is net een dief opsluiten in je brandkast; zo gouw je de deur openzet, gaat ie er met je centen vandoor... Ik heb aan die confessionele heren geen boodschap. Zij hebben 2 millennia van onbetrouwbaarheid achter zich."
Blijkbaar heeft minister Gruijters zijn eigen uitspraken nooit zo serieus genomen. Hij ging in het kabinet-Den Uyl wel met confessionelen in zee. Gelukkig hebben de confessionele ministers aan deze uitspraken ook niet meer waarde gehecht dan zij waard zijn.
Puchinger is in zijn gesprek met Gruijters hierop terug gekomen.
En de minister geeft toe, dat hij niet alleen niet gelovig is, maar ook "geen talent voor geloof" heeft. En over die uitdrukking, dat hij zijn vingers natelt nadat hij confessionelen de hand heeft geschud, zegt hij: "Och, dat is, je zou kunnen zeggen een grofheid, die ik me beter niet had kunnen permitteren."
En die “2 milliennia van onbetrouwbaarheid dan?"
Gruijters: "Dan bedoel ik daarmee, dat het misbruik van het christendom, in de zojuist weergegeven betekenis, dateert van het Edict van Milaan, dat is het moment (... ) dat keizer Constantijn het christendom in feite tot staatsgodsdienst verhief. ( ) Grosso modo heb ik vanaf het Edict van Milaan tot nu toe voor twee millennia gerekend, maar men is later van twee duizend jaar gaan spreken, en dat wekt de suggestie dat ik zou teruggaan tot de geboorte van Christus. En de aantasting van dat heilsgebeuren heb ik nooit bedoeld. Ik kan me ook voorstellen dat de mensen zich er aan gestoten hebben dat ik het christendom, dat wil zeggen de leer die zegt dat Christus als verlosser in de wereld is gekomen, als een vorm van onbetrouwbaarheid heb willen voorstellen.
Dat is namelijk in alle oprechtheid ver van me. Daar wil ik bestilst afstand van nemen, dat is nooit bedoeld. 't Gaat mij om 't politieke christendom, het gebruik van het christendom als politiek strijdmiddel - dáár verzet ik mij tegen."
Dat is een duidelijk en mooi resultaat voor een interviewer. Het Parool schreef onlangs dat Puchinger altijd wel een vette kluif uit een interview sleept. Dit is wat overdreven, maar zijn interviews hebben inhoud en niveau.
Ja, 't is nog iets anders. Als ik een interview van Puchinger lees, heb ik vaak de indruk dat de geinterviewde dichter bij me gekomen is. Je hebt hem of haar een beetje leren kennen.

Hoewel Gruijters zegt geen talent voor geloof te hebben, Puchinger weet hem ook nog dit te ontfutselen: ik heb me "nog eens gerealiseerd hoezeer het toch ook weer een gemis is als je geen definitieve waarheid hebt" en tegen de christenen zegt hij (nota bene): ... "als er dan nog ergens een waarheid is, laat men die dan niet te gemakkelijk opgeven!"
En dan het interview met minister Van Agt. Hij vertelt over zijn jeugd, over de tijd dat hij misdienaar was, over het zingen van het Gloria in de kerk met Paas.
Hij vertelt over Paas, over het feest van de opgestane Heer.

"Nou zie ik me zelf weer terug als misdienaar. Dat is heel moeilijk te verwoorden, Ik doe maar een greep om aan te geven wat ceremonieën betekenen kunnen, welke lading die voor je hadden.
Het was Witte Donderdag, u weet wat dat is, natuurlijk weet u dat: dan wordt voor 't laatst in de kerk 't Gloria gezongen, en dan, gedurende dat Gloria - in 't gregoriaans toen nog - en ja, dat Gloria had zulk een inspirerende blijheid, wij moesten als misdienaars onderwijl de bellen rinkelen, gedurende het hele lied, en dat bellen doorvulde de hele kerk tot in de nok, die grote kerk, en de klokken buiten luidden gelijktijdig over 't hele dorp ... , en dán werd het stil en tot de morgen van paaszaterdag mocht geen bel meer geroerd en geen klok meer geluid: het lijden van Christus was 'als het ware ingegaan: de lichten in de kerk werden gedoofd, en je ervoer iets van de droefheid; boete, inkeer, rouw. 't Was écht, zó heb ik dat wérkelijk beleend.
En dan op die morgen van paaszaterdag ... de kerk kon er bijna niet op wachten, greep er als 't ware op vooruit ... op die morgen van paaszaterdag werd het Gloria opnieuw aangeheven, en dan moet u zich voorstellen wat een feest dat was: dan luidden weer alle bellen en klokken, het hele dorp was van vreugde vervuld, dat dat geluid van victorie weerklonk: het leven heeft overwonnen over de dood! Dát werd je gewaar, de lichten werden opnieuw ontstoken: Alleluja, alleluja, de Heer is weer daar!"

En over de toekomst van het christendom zegt de minister: ..te zien hoeveel liefde en offervaardigheid (... ) zijn ontplooid ten dienste van de mensen, nu al twintig eeuwen lang, door christelijk geïnspireerden, wier getal niet meer te tenen is. Ik kán niet geloven dat een bron waaruit zóveel goedheid is voortgekomen ooit zou kunnen opdrogen. De Heer slaat steeds opnieuw water uit de rots."
Wie het interview met minister Van Agt leest, zal ontdekken dat deze geïnterviewde heel dicht bij· je staat. 't Is alsof je hem leert kennen.
Interviewen is moeilijk. Het gebeurt tegenwoordig erg veel. In vrijwel alle bladen. Een echt goed interview is echter een uitzondering.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief