BANKGEHEIMPJES
1974-06-14
Als u lachen wilt onder kantoortijd, moet u eens een tijdje in de informatieafdeling van een bank gaan zitten. En dan moet u zich eerst indenken: hoe de klassieke bankinformaties in vroeger tijden werden opgesteld. Zo gereserveerd mogelijk: net iets meer dan niets. Ongunstige dingen zo ingekapseld, dat alleen een fijnproever ze door de regels heen las. Gunstige dingen zo voorzichtig, dat er bepaald geen bankgarantie uit voortvloeide. Bij de aanvang de duistere clausule "wij vernemen:" en aan het slot de magische letters z.o.v. Of in het duits: o.u.V. Of in het frans: s.n.p. Kortom, de informatie mocht alleen publieke cijfers, namen en data vermelden en de rest ... bleef bankgeheim.- Jaargang 18
- nummer 24
Wij herinneren ons vooroorlogse tijden, waarin directeuren persoonlijk deze politieke testimonia opstelden of controleerden. Want er is van alles te ruiken aan een informatie-aanvraag. Waar komt die vandaan?
Wat kan dat betekenen? Is de concurrentie voor zichzelf aan het informeren, of zit er een relatie achter? Wil de "bevraagde" (kostelijk woord, niet?) nieuwe leveranciers aantrekken? Wil hij de zaken uitbreiden?
of ziet hij er geen gat meer in? Komen er de laatste tijd niet wat veel aanvragen op die ene credietnemer binnen? Zit dat wel snor?
Raakt hij achter met zijn betalingen? En zo voort.
Vandaag ligt het infomatiewezen veelal in minderjarige handen. En die handen liegen er niet om. We hebben zo wat van die gesprekjes genoteerd en willen u die niet onthouden. Want drie van de vier aanvragen komen vandaag per telefoon binnen, met de bedoeling dat u ze ook stante pede beantwoordt. Dat kan zo in deze stijl gaan:
"Meneer", kweelt een ulostemmetje aan uw oor, "is de NV Huppeldepup een klant van u?" - "Meneer", vraagt een ander meiske, "is Jan Jansen goed voor een paar ton?" - "Meneer", fluistert de derde schoonheid, "komt de firma Braafheid in uw boeken voor?" Of: "heeft de weduwe Grietmans een crediet bij u?"
Daargelaten dat een mens niet alles kan weten - hij kan ook niet alles zeggen wat hij weet. En zeker niet alles zeggen tegen mensen, waar hij niets van weet. U zoekt dus naar de juiste termen, om dit interview in bancabele banen te leiden: Zo in de geest van: "kom kom, u vraagt mij het hemd van het lijf". Of: "daar kan ik per telefoon toch moeilijk op ingaan". Of: "de naam is althans bekend; vraagt u maar wat u weten wilt".
Maar dat slaat niet aan bij die meiskes. Het liefste stemmetje raakt nu geïrriteerd. Het wordt nu: "ik vraag uw hemd niet meneer, ik vraag of de weduwe Grietmans een crediet bij u heeft!" Of die andere: "kunt u niet per telefoon zeggen, of Jan Jansen goed is voor een paar ton?"
Of ook: "weet u niet wie in uw boeken voorkomen? Geeft u me dan iemand, die dat wel weet!" En ja, daar zit u. Dan probeert u het op een andere manier: "juffrouw, wilt u uw aanvraag wel schriftelijk indienen, dan zal ik u naar beste weten inlichten". Dat had u gedacht.
Nu wordt het: "Mijn cliënt wil direct en telefonisch ingelicht worden; zeg nu maar wat u wél weet en vraagt u de rest na; ik kom straks terug".
Goed, u probeert dat kind enkele redelijke en fatsoenlijke volzinnen te dicteren. U ignoreert de brutaalste vragen en beperkt zich tot wat verantwoord is. En nu onderbreekt ze u: "ho, niet zo snel meneer, ik kan zo vlug niet alles opschrijven". Ook nu laat u zich intimideren door de poesenstem en past uw spreektempo aan bij haar schrijf tempo.
De cliënt in uw kamer, die veinst niets te begrijpen, wil wel zo lang wachten. Om van uw eigen tijd maar te zwijgen.
Zo lost u dan dit probleempje op. Maar soms gaat dat moeilijker. Het kan ook zijn dat een zakelijk stemmetje u uithoort: "de firma Jan, Piet en Klaas zou een crediet van f 20.000 bij u hebben. Maar hoe kunnen die lui dan een order van f 50.000 plaatsen bij onze cliënt?
Hebben ze eigenlijk wel crediet - of zijn het oplichters?" Dan voelt u zich toch verlegen worden, niet? U voelt iets van de insinuatie, dat u medeplichtig zou zijn aan oplichting, tesamen en in vereniging te plegen. Daargelaten, dat uw allerdiepste credietengeheimpjes worden opgelispeld door een wildvreemde poes.
"Meneer", zei een informatrice eens, "u zei gisteren dat u de NV Parkinson niet kende - maar dan moet u zich beter oriënteren want het is een grote zaak, die al dertig jaar aan de Industrieweg zit".
"Pardon"zeiden wij - "bedoelt u misschien de firma Park er en Co?
Die is hier gevestigd, niet dertig maar drie jaar en het is niet te zeggen of die het nog drie jaar volhoudt". - "Natuurlijk, die is het, dat begreep u toch wel? Nu dan, zijn ze goed voor een paar ton?" - "Misschien nu wel, maar binnenkort stellig niet meer". "Goed, dus nu wel.
En hoe is de moraliteit?"
En dan die particuliere informatie-aanvragen. "Meneer, u spreekt met de firma Grootglas in Leerdam. Ik wil graag een informatie nebben op uw klant, de heer Huisschilder. Wat, kan dat niet zo maar? Is die informatie dan zo slecht? Hij is toch een klant van u? Zeg u dan of hij er goed voor is. Waarom moet dat nou over onze bank? Moet die er eerst aan verdienen?"
En eenmaal ging dat als volgt: "meneer, is het waar dat u het crediet van de NV Dubieus hebt verminderd tot de helft?" - "Maàr meneer, waar spréken we eigenlijk over?" - "Over de NV Dubieus". - "En verder?" - "Of u het crediet hebt verminderd". - "Dat zijn geen vragen om telefonisch te stellen en nog minder om telefonisch te beantwoorden". - "Wat kan niet telefonisch gesteld of beantwoord worden meneer?" - "Over credieten kan niet telefonisch gehandeld worden, over mijn cliënten kan ik niet alles zeggen en ik kan niet met onbekenden spreken over zaken die - als u het juist stelt - diep geheim zouden zijn". - ,,0 ho meneer, maar u spreekt met uw bloedeigen bank!" - "Hoe weet ik dat?" - "Omdat ik het zeg". - "Maar ik ken u niet eens, laat staan uw stem". - "Dat hoeft ook niet. Ik zeg u toch, dat u met uw eigen bank spreekt!"
Tenslotte: bent u wel eens aangeblaft terzake van een te gunstige informatie?
Ook dat kan. Dat een leverancier u rekenschap vraagt van een inlichting, die hij via zijn bankrelatie over uw cliënt heeft ontvangen.
Eerste vraag uwerzijds is dan: heb ik u die informatie verstrekt?
Antwoord: ja, mijn bank zegt, dat ze bij u heeft geïnformeerd.
- U zegt: ga dan naar uw bank, die de onjuiste informatie heeft afgegeven.
Antwoord: maar mijn bank stuurt me juist naar u! - Goed, u neemt die dwaze gedachte even over. Alles kan. En u vraagt: wat is er onjuist in de door u ontvangen informatie? Antwoord: u schrijft (tut tut, laten we zeggen: "er wordt geschreven ... ") goed, er wordt geschreven, dat de betalingen over het algemeen gunstig gaan. Maar in mijn geval heeft die man me een paar weken laten wachten.
Juist, en? En als dat algemeen zo gaat, moet men niet schrijven dat ... enz.
Juist, en wat zijn de laatste letters van uw informatie?
Z.o.v. staat er.
Juist, en wat betekent dat?
Weet ik veel?
Dat betekent, dat elke bank zich vrijwaart voor elke aansprakelijkheid.
Dat wat?
Dat u er dus nooit over moet komen zeuren.
Maar wat héb ik dan aan een bankinformatie?
En dat is een geschikt moment, om het gesprek te beëindigen.