Het G.P.V. van nu

1973-06-22
  • Jaargang 17
  • nummer 25
Hoe staat het er momenteel met het G.P.V. voor?
Hoe is de situatie in die partij?
Met die vragen willen we ons in dit artikel bezig houden.
Zoals bekend is bestond er een tijd lang een hartelijke samenwerking tussen het G.P.V. en het N.E.V. De "Verbondsraad" van het G.P.V. en het "Hoofdbestuur" van het N.E.V. vormden samen een "Contactraad" die de samenwerking tussen deze partijen gestalte gaf. Die raad kwam o.a. voor het front van ons volk met een gezamenlijk opgesteld verkiezingsmanifest.
Sprekers uit beide partijen traden samen in vergaderingen op. Het G.P.V. stond van de het toegewezen zendtijd van radio en televdsie aan het N.E.V. af.
Beide partijen gaven samen een blad uit: "Nieuw Nederland", dat onder redaktie van de genoemde "Contactraad" stond. De besturen van beide partijen richtten gezamenlijk adressen tot de regering enz. enz. Voorts werd er een indrukwekkende commissie benoemd - alle "kopstukken" van het G.P.V. zaten er in! - om deze hartelijke samenwerking tot een definitieve te maken en principieel te funderen. En deze commissie kwam voor de dag met een volumineus rapport "Zelfstandigheid en Samenwerking in de politiek". Als eindpunt in deze ontwikkeling besloot de Algemene Vergadering van het G.P.V. op 4 maart 1972 definitief de bestaande samenwerking te handhaven en zelfs uit te bouwen! In een duidelijke verklaring van bovengenoemde "Contactraad" werd dit alom den volke bekend gemaakt.

• het "oude spoor" verlaten

Zoals ik in vorige artdkelen reeds schreef, was er van het begin af in het G.P.V. een fel, principieel verzet tegen deze samenwerking. Zij die haar radikaal afwezen vonden een bekwame en voor geen consequentie terugdeinzende woordvoerder in ds J. Franeke. Hij is de man die aan de wieg van het G.P.V. heeft gestaan en daaraan vorm had gegeven. Van hem zijn ook de eerste, fundamentele referaten waarin het bestek van het G.P.V. werd uitgezet.
Met groeiende verontrusting beleefden ds Francke en zijn medestanders de steeds nauwer wordende coöperatie van G.P.V. en N.E.V. Die betekende voor hen zonder meer de ondergang van het G.P.V. zoals zij zich dat steeds hadden gedacht!
Het was geen wonder dat zij zich met alle kracht richtten tegen deze, in hun ogen fatale, ontwdkkehing van het G.P.V. Die was voor hen voluit een deformatie.
Ds Francke schreef eerst een circulaire over "de verhouding tussen G.P.V. en N.E.V." Ik citeerde veertien dagen geleden enkele fragmenten daaruit. Hij attaqueerde daarin vlijmscherp de gehele "top" van het G.P.V., ja van heel de "vrijgemaakte" gemeenschap. Deze circulaire verscheen in het najaar van 1971. Zij was behalve door ds Francke ook o.a. ondertekend door ds P. van Gurp en ds J. van Raalte.
In het voorjaar van 1972 riet ds Francke daarop zijn brochure volgen "Het Gereformeerd Politiek Verbond in de crisis". Deze geschriften vonden in de kringen van het G.P.V. een enorme weerklank. 1) Maar ondanks de daarin uitgeoefende kritiek werd, zoals we reeds schreven, op 4 maart 1972 de samenwerking van G.P.V. en N.E.V., geheel overeenkomstèg de krachtige propaganda daarvoor van alle leidende figuren dn het G.P.V. - als Jongeling, Verbrugh, De Vries, prof. Kamphuis, prof. Trimp, prof. Douma - bevestigd en verstevigd.
Het had er alle schijn van dat Francke en de zijnen de nederlaag hadden geleden en het G.P.V., in de zin van wat dr Bremmer en ds Van der Stoel in 1958 hadden voorgesteld, zich ging "heroriënteren" en een andere koers varen!

• weer in het "oude spoor " terug?

Maar voor het G.P.V. volgden daarna moeilijke weken! Het voorstel om met het N.E.V. ook verder in zee te gaan was slechts met een minimale meerderheid - 87 tegen 83 stemmen! - aangenomen. En een van de vurigste voorstanders van de samenwerking, het Kamerlid dr Verbrugh, werd met slechts 92 van de 172 stemmen als secretaris van het G.P.V. herkozen, En wat nog erger was: er volgden bedankjes. Vóór alles dat van ds Francke. Voor hem was de voortzetting van de samenwerking met het N.E.V. "de druppel die de emmer deed overlopen". Ze was naar zijn overtuiging de consolidatie van de deformatie die hij met diepe zorg in het G.P.V. had geconstateerd, gecrîtiseerd en gedesavoueerd.
Door deze katastrotale ontwikkeling geschrokken maakte daarop de Verbondsraad van het G.P.V. plotseling, zonder daarover verder met het hoofdbestuur daarvan te spreken, een eind aan de samenwerking met het N.E.V.
Dit bestuur schreef daaromtrent dat het begrip voor deze beslissing kon opbrengen. De Generale Verbondsraad van het G.P.V. stond voor de keus tussen twee dingen: Of scheuring in eigen gelederen, Of samenwerking met "een niet door allen, om kerkelijke redenen, gewaardeerde bondgenoot". En de Verbondsraad van het G.P.V. koos toen voor het afbreken van het bondgenootschap met het N.E.V.
Na deze beslissing keerde ds Francke terug in de gelederen van het G.P.V. En korte tijd daarna publiceerde hij een nieuwe brochure die hij de duidelijke taal sprekende titel meegaf: "Gereformeerd Politiek Verbond: in het oude spoor vooruit".
Het is, zo schrijft hij daarin, na de beëindiging van het bondgenootschap met het N.E.V. noodzakelijk, zich af te vragen: "Hoe moet het nu positief?"” In zijn brochure geeft ds F. eerst een analyse van de breuk tussen het G.P.V. en het N.E.V. En daarna zet hij positief de koers uit welke het G.P.V. in het vervolg moet inslaan. Wat hij daarover zegt is "de oude koers, de koers die bij het begin werd ingeslagen, waarvan echter tot veler 'verdriet werd afgeweken"
Wat ds F. schrijft kan, zo verklaart hij, in zekere zin als een "tegenhanger" van het G.P.V.-rapport "Zelfstandigheid en Samenwerking in de Politiek" worden beschouwd. Zoals ik reeds zei werd dat rapport opgesteld door alle leidende figuren in het G.P.V. Dit rapport heeft volgens ds F. "veel kwaad gedaan!" Door het échec met het N.E.V. heeft het nu veel aan actualiteit ingeboet. Maar, al is het door de gebeurtenissen achterhaald, het blijft toch, "zolang het niet is teruggenomen en eventueel door een beter vervangen" "principiële invloed" oefenen.
Ds F. eindigt het "woord vooraf" van zijn brochure - ze werd geschreven in januard 1973 - met deze woorden: ,,1 april 1973 is het 25 jaar geledén dat wij met enigen als afgevaardigden van een luttel aantal "vrijgemaakte" gereformeerde kiesverenigingen onder de preekstoel van de gereformeerde kerk aan de Zuidersingel te Amersfoort, vlak na de sluiting van het bekende Congres, bijeenzaten en onder aanroeping van de naam des HEEREN het verhand oprichtten dat zou uitgroeien tot het Verbond van heden. Wat zouden we graag zeggen dat het G.P.V. van toen af dezelfde en wat beter is de goede koers heeft gehouden."
Men merkt, geheeil gerust over de gang van zaken na de verbreking van de relatie met het N.E.V. is ds F. niet!
En wie de situatie in het G.P.V. en in de "binnenverbandse" vrijgemaakte kerken kent zal zich daarover verwonderen?

• was er echt "bekering"'!

We zullen nu enkele momenten uit het jongste betoog van ds F. releveren.
Uitvoerig bespreekt hij het besluit van de Verbondsraad van het G.P.V. om de samenwerking met het N.E.V. te verbreken.
Hij heeft daaromtrent veel twijfels!
Wat was de werkelijke reden daarvoor, de werkelijke oorzaak daarvan?
Wat de Verbondsraad in zijn brief van 27 mei daarover schreef voldoet hem allerminst. Wat die daarin namelijk als reden voor het afbreken voor die innige relatie aangeeft kan de werkelijke reden niet zijn. Want alles wat het N.E.V. daarin verweten wordt was daarin reeds in volle omvang aanwezig toen het verbond tussen de twee partijen op 4 maart werd bevestigd!
Na alle gegevens te hebben geanalyseerd schrijft ds F.: Nu het N.E.V. als werkelijke oorzaak van de breuk "de eenheid van het G.P.V. met nadruk naar voren schuift, mogen wij concluderen dat het N.E.V. hierin het breekpunt ziet: om de eenheid in eigen gelederen te bewaren moest de Generale Verbondsraad wel met ons breken, want het verzet in het G.P.V. tegen samenwerking met ons had al te ernstige vormen aangenomen. Dan zou de breuk een tactische manoeuvre zijn en geen principiële zaak.
Uit een en ander zou volgen dat dus in de brief van 27 mei 1972 aan het N.E.V. het G.P.V. de eigenlijke reden voor de breuk niet uitspreekt, doch de aangewezen reden om te breken slechts is aangegrepen, om zich van het N.E.V. te ontdoen zonder zijn gezicht te verliezen."
Deze stand van zaken roept volgens ds F. veel vragen op. De gewichtigste is volgens ds F. deze: "Is er nu bij hen, die zich jarenlang, tot op de vergadering van 4 maart 1972 toe, hebben beijverd voor de samenwerking met het N.E.V. en die samenwerking principieel voorstonden en verdedigden en practisch hebben gestimuleerd (ziehet rapport: Zelfstandigheid en Samenwerking in de Politiek 1970), verandering van inzicht gekomen of zijn ze alleen maar gezwicht voor feitelijke overmacht, die vanuit het G.P.V. hen als 't ware overmeesterde, zodat zij zich noodgedwongen tijdelijk hebben teruggetrokken?
Hebben zij, nu de G.P.V.-N.E.V.-politiek op een publiek échec is uitgelopen, daaruit de les getrokken, dat hun samenwerkingsideologie het G.P.V. op een verkeerd spoor had gebracht?"
Deze vragen van ds F. zijn scherp als een scheermes.
Het gaat daarin immers om niets minder dan om deze vraag: was de breuk met het N.E.V. het gevolg van een "bekering" van een ongereformeerde goddeloze ideologie tot het authentiek "vrijgemaakte" standpunt - Of was ze niet anders dan een manoeuvre, een tactische zet, een brok "Realpolitik", die bovendien nog gecamoufleerd werd met schijnargumenten. met in wezen leugenachtige voorwendsels?
Anders gezegd: het gaat in deze om de waarachtigheid, de integriteit van het G.P.V. Dat is voor een partij die christelijk, die gereformeerd wdl zijn een dodelijk ernstige vraagt Zelfs om een kwestie van zijn of niet-zijn.
In de brief van 27 mei die de Verbondsraad aan het bestuur van het N.E.V. zond is van zo'n "bekering" volgens ds F. niets te merken: "het N.E.V. krijgt daar alle schuld van de breuk." Het is naar het oordeel van ds F. daarom noodzakelijk "de figuur van de politieke samenwerking in het G.P.V. expliciet aan de orde stellen, om in de toekomst de juiste koers te varen."

• het oude spoor

Handhavend de oorspronkelijke opzet van het G.P.V. wijst ds F. na iedere samenwerking met andere partijen, groepen, personen, het propageren en realiseren van een gereformeerd politiek program resoluut MS ontoelaatbaar en ook onmogelijk àf.
Zo'n samenwerking is immers niet zonder meer een politieke, maar vóór alles een " religieuze, ja, confessionele" aangelegenheid. "Het is de zaak van de toepassing van de confessie van Gods Woord in het politiek bedrijf." En die samenwerking kan alleen gerealiseerd worden door mensen die allen dezelfde belijdenis metterdaad aanvaarden.
Wat wil zeggen: door mensen die lid zijn van dezelfde, de alleen ware kerk van Nederland, van een der vrijgemaakte kerken "binnen het verband".
Het religieuze en, nader, confessionele, kon in de samenwerking van G.P.V.en N.E.V. eenvoudig niet fungeren en daarom liet de coöperatie iets pseudo's (leugenachtigs) zien." Ze werkte "niet alleen de onduidelijkheid", maar ook ,,(ongewild) de onwaarachtigheid" in de hand!
Het spreekt &15van zelf dat ook van een "lijstenineenschuiving" of van "lijstenverbinding" met enige partij, volgens ds F., geen sprake mag zijn.
Nu heeft het G.P.V. vele sympathisanten in den Lande. Mensen die zich aangesproken voelen door de politieke opstelling. van het G.P.V.
Wat moet men nu met deze lieden aan? Wat moet men met name doen als deze het lidmaatschap van een Geref. Kiesvereniging begeren?
Ik citeer ds Francke op dit belangrijke punt letterlijk: Hij schrijft: "Omdat het niet goed zou zijn dat het G.P.V. iemand zou afstoten (men wil immers als politieke partij werven), dient het G.P.V. zich erop te bezinnen, hoe die sympathisanten kunnen worden opgevangen en vastgehouden. Hun moet duidelijk worden gemaakt, dat zij, zonder zich bij de Gereformeerde Kerk (uiteraard de "binnenverbandse" vrijgemaakte - C.V.) te voegen, geen lid van het G.P.V. kunnen worden. Dit kan gebeuren in persoonlijk gesprek doch ook op eenvoudige manier in een folder, waarin de aard en organisatie van het G.P.V. worden beschreven. Daarbij zal het er vooral om gaan de betekenis van de gereformeerde belijdenis voor de politiek, de binding daaraan en ook de ernst die met de artikelen 27-29 der Nederlandse Geloofsbelijdenis naar de Schriften moet worden gemaakt, in het licht te stellen.
Met name de plaatselijke kiesverenigingen hebben hier een taak. Het is ook te overwegen (!!!) serieuze sympathisanten, die dat wensen, als gast (niet als gastlid) bepaalde vergaderingen van de kiesverenigingen te laten bijwonen. Ook de figuur van de contribuant zou ingevoerd kunnen worden. Zulke contribuanten zouden dan in aanmerking kunnen komen voor het verstrekken van de uitgaven van het G.P.V."
Dit alles schreef ds Francke.
En dit is inderdaad de oorspronkelijke authentieke opvatting van het G.P.V.
Ze werd met vuur eertijds o..a. door Jongeling, Verbrugh, Beeftinck, De Vries, verdedigd. Met name in hun fel verzet tegen de brochure van Bremmer en Van der Stoel over een heroriëntering van het G.P.V.
Het had er alle schijn van dat het G.P.V. nu 'n meer "katholiek" karakter zou vertonen. ZÓ dat hartelijke instemming met de belijdenisschriften, bv. door (synodaal) Gereformeerden, Christelijke Gereformeenden, Gereformeerde-Bonders etc., voldoende zou zijn om het lidmaatschap van het G.P.V. te verwerven!
Maar de koers werd nu resoluut omgebogen.
Het rapport "Zelfstandigheid en Samenwerking in de Politiek" is onder de tafel gegleden!
De ideeën van ds Francke hebben het in het G.P.V. uiteindelijk toch gewonnen.
Het royement van de beide kiesverenigringen (die van Wezep en Voorthuizen) - op advies van de gehele Verbondsraad van het G.P.V. hebben dat duidelijk gemaakt en bevestigd.
Alleen "binnenverbandse" vrijgemaakten kunnen en mogen legitiem lid van het G.P.V. worden. Anderen mogen hoogstens in de "voorhof", maar nooit in het "heiligdom" van de partij worden toegelaten. Ze mogen "houthakkers en waterputters" worden maar worden nooit toegelaten tot de "vergadering der gelovigen", in de "gemeenschap der heiligen".
Zo is nu de situatie in de partij.
Maar de vraag blijft: is de kleine meerderheid drie de samenwerking met het N.E.V. wilde continuëren werkelijk bekeerd?
Of anders gezegd: is de geweldige spanning die over deze zaak in het G.P.V. - en in heel de "vrijgemaakte" wereld leefde - echt opgeheven?
Men moet daarbij niet vergeten dat die spanning het meest essentiële moment van onze "binnenverbandse" broederschap raakt.
Men behoeft geen profeet te zijn om met stelligheid te kunnen zeggen dat deze spanning wel toegedekt is, maar ondergronds met volle kracht steeds aanwezig is en zich vroeg of Laat opnieuw en in met groter hevigheid zal openbaren.
Het is wel een beetje “wishfull thinking" als men prof. Trimp hoort juichen over het verrukkelijk "klimaat" waarin hij en de zijnen mogen leven en werken.

P.S. In het "Kamper Dagblad" stond dezer dagen het volgende bericht:
OLDEBROEK - De G.P.V.-fractie in de raad van Oldebroek bestaat niet meer. In een verklaring, voorafgaande aan de raadsvergadering, Het de tot nu toe het G.P.V. vertegenwoordigende heer J. P. M. Rietkerk blijken, dat zijn fractie nu "Gereformeerde Kiezers" heet.
De G.P.V.-kiesvereniging van Wezep i:s uit de landelijke organisatie gestoten omdat haar leden behoren tot de Gereformeerde kerk Vrijgemaakt "buiten verband". Het G.P.V. wil, dat haar leden "binnenverbanders" zijn.
"Het G.P.V. is een duidelijke kerkelijke partij geworden", aldus de heer Rietkerk gisteravond. "Dat spijt ons, maar we hebben er rekening mee te houden". Ondanks de naamsverandering blijft de politiek van de heer Rietkerk en zijn "buiten-verbandse" achterban dezelfde.

1) Deze brochure besprak ik in "Opbouw" van 17, 24 maart en 14 april 1972 (15e Jaargang no. 49, 50, 16e Jaargang no. 3).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief